← België

Arrest 187906 - Milieuvergunningen - 13/11/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.906 Rolnummer: A. 188817/VII-37219 Zaak: Arrest 187906 - Milieuvergunningen - 13/11/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-11-18 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-29 08:52 Fiche Arrest nr 187.906 van 13 november 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.906 van 13 november 2008 in de zaak A. 188.817/VII-37.

  1. In zake : Antoine FAELENS, die woonplaats kiest bij advocaat K. VAN WYNSBERGE, kantoor houdende te LEUVEN, Diestsevest 113 tegen : de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen. ------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Antoine FAELENS op 3 juli 2008 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging en de vernietiging te vorderen van het besluit van de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen van 30 april 2008 waarbij het beroep van verzoeker ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Nazareth van 26 november 2007, waarmee zijn milieuvergunningsaanvraag voor de exploitatie van een rundveehouderij, gelegen aan de Oudenaardseheerweg 99 te Nazareth, onontvankelijk wordt verklaard, niet wordt ingewilligd en de beroepen beslissing wordt bevestigd; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur P. PROVOOST, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrecht- spraak van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 9 september 2008, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 23 oktober 2008; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; VII-37.219-1/11 Gehoord het verslag van kamervoorzitter L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. VAN WYNSBERGE, die verschijnt voor verzoeker, en van bestuurssecretaris-jurist Chr. WILLE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. PROVOOST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. De rechtspleging Overwegende dat uit de gegevens van het dossier niet blijkt dat de nota van de verwerende partij met een aangetekend schrijven aan de Raad van State is toegezonden; dat dit stuk dan ook uit de debatten wordt geweerd;
  3. De gegevens van de zaak Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 2.
  4. Verzoeker exploiteert een landbouwbedrijf aan de Oudenaardse- heerweg 99 te Nazareth, op gronden die deels eigendom zijn van de gemeente, van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van Gent, en van de sociale huisvestingsmaatschappij de CVBA DE VOLKSHAARD. 2.
  5. De rundveestallen waarop de betwisting betrekking heeft waren vroeger eigendom van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van Gent, maar werden in 1980 verkocht aan de CVBA DE VOLKSHAARD. In 1964 werd voor deze gebouwen een pachtovereenkomst gesloten tussen verzoekers vader en de toenmalige Commissie van Openbare Onderstand van Gent. Verzoeker en de CVBA DE VOLKSHAARD twisten over de vraag of er thans nog een geldige pachtovereenkomst bestaat. De inrichting ligt in woonuitbreidingsgebied. VII-37.219-2/11 2.
  6. Op 17 oktober 1977 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Nazareth, bij wege van aktename, een exploitatiever- gunning (ARAB-stelsel) voor het houden van 80 varkens en 50 runderen, voor een termijn van 30 jaar. De vergunning voor de varkens is inmiddels vervallen wegens niet-exploitatie. Op 11 mei 1998 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Nazareth een vergunning voor een grondwaterwinning, voor een termijn van twintig jaar. 2.
  7. Op 13 juli 2007 dient verzoeker een milieuvergunningsaanvraag in, ter hernieuwing, voor 50 runderen, de opslag van 90 m3 dierlijke mest, de opslag van 3.500 liter mazout, het stallen van 7 landbouwvoertuigen, 1 brandstofverdeel- slang en de verhoging van de vergunde grondwaterwinning tot 700 m³/jaar. Op 16 juli 2007 wordt de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard. Tijdens de periode van het openbaar onderzoek worden geen bezwaren ingediend. 2.
  8. Op 27 augustus 2007 dient de CVBA DE VOLKSHAARD een laattijdig bezwaar in. Zij betwist dat verzoeker over pachtrechten beschikt en verwijst naar een procedure die aanhangig is bij de rechtbank van eerste aanleg te Gent. Uit de brief blijkt dat ook de gemeente partij is in die procedure. Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Nazareth laat met een brief van 9 oktober 2007 aan verzoeker weten dat de beslissingstermijn met anderhalve maand werd verlengd en stelt hierbij wat volgt : "Uit het aanvraagdossier is niet duidelijk of en op welke manier u beschik- king heeft over de gebouwen en percelen. Gelieve ons de nodige informatie hierover te bezorgen zodat uw dossier spoedig kan behandeld worden". 2.
  9. Met een brief van 20 november 2007 bezorgt verzoeker aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Nazareth een afschrift van de pachtovereenkomst van 1964 en een brief van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van Gent, stellend : "Naar aanleiding van het overlijden van de heer Faelens Adiel, heeft mevrouw Meersman de overeenkomst pacht geërfd. Zij heeft sindsdien ook steeds de pacht betaald. Sinds januari 2004 heeft de heer Faelens Antoine de overeenkomst pacht bevoorrecht overgenomen met een nieuwe ingangsdatum voor de niet verkochte stukken". VII-37.219-3/11 2.
  10. Op 26 november 2007 verklaart het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Nazareth de vergunningsaanvraag onontvankelijk in de volgende bewoordingen : "Overwegende dat: - de exploitant op het ogenblik van de beslissing geen documenten kan voorleggen waaruit blijkt dat hij beschikkingsrecht heeft; - er een uitspraak is door het vredegerecht van het kanton Deinze waarin werd beslist dat de vermeende pachters Faelens -Meersman, geen pachtrecht hebben. Dat bij gevolg op het ogenblik van de beslissing de exploitant geen beschikkingsrecht heeft. Dat het dossier om die reden onontvankelijk is. Dat dit ook blijkt uit het overleg met de dienst milieuhygiëne van de provincie; - de exploitant in beroep is gegaan tegen de uitspraak van het Vredegerecht van Deinze, dat er bijgevolg een procedure lopende is bij de Rechtbank van Eerste Aanleg; - de huidige milieuvergunning vervallen is dd. 17 oktober 2007 voor wat betreft de dieren; - bij het afleveren van een weigering, een ev. beroep van de exploitant, de weigering niet schorst. Dat de exploitant bovendien nu reeds niet meer beschikt over een milieuvergunning; (...) Gelet op hetgeen voorafgaat: enerzijds: (...) anderzijds: - de exploitant kan op het ogenblik van de beslissing geen beschikkingsrecht aantonen. Bovendien heeft hij op het ogenblik van de beslissing geen beschikkingsrecht, cfr. de uitspraak van het vredegerecht van het kanton Deinze; Overwegende dat omwille van het niet kunnen aantonen van het beschik- kingsrecht en op het moment dat de beslissing moet worden genomen het niet beschikken over het beschikkingsrecht, geen vergunning kan worden verleend, dat het dossier onontvankelijk is; (...)". Tegen die beslissing dient verzoeker een administratief beroep in. 2.
  11. Op 30 april 2008 wordt de bestreden beslissing genomen : het beroep wordt verworpen en de door verzoeker beroepen beslissing wordt bevestigd. Die beslissing luidt als volgt : "Overwegende dat wat de procedurale aspecten betreft, het volgende kan gesteld worden: De milieuvergunningsaanvraag werd ingediend op 13 juli
  12. De milieuvergunningsaanvraag werd volledig en ontvankelijk verklaard op 16 juli
  13. Na onderzoek werd op 26 november 2007 de milieuvergunningsaanvraag middels het bestreden collegebesluit onontvankelijk verklaard. Het voorwerp van het ingestelde beroep beperkt zich tot de onontvankelijk- verklaring van de milieuvergunningsaanvraag en dit op basis van het leveren van bewijs van pachtrecht. VII-37.219-4/11 Tegen elke in eerste aanleg genomen beslissing over een milieuvergunnings- aanvraag is beroep mogelijk; ook tegen een beslissing tot (on)ontvankelijk- verklaring. De beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen van Nazareth van 26 november 2007 werd genomen op basis van betwisting van beschik- kingsrecht over de gebouwen van het landbouwbedrijf. De beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen van Nazareth van 26 november 2007 is hiertoe met voldoende redenen omkleed en komt erop neer dat vooreerst de burgerrechterlijke procedure klaarheid moet scheppen omtrent het pachtrecht van de gebouwen van het landbouwbedrijf Oudenaardseheerweg 99 te 9810 Nazareth. Een bijkomend procedureel probleem stelt zich dat de milieuvergunning voor het landbouwbedrijf op 17 oktober 2007 is vervallen. Dit heeft voorname- lijk als reden dat de exploitant de termijn van goede orde voor het indienen van de milieuvergunningsaanvraag niet heeft gerespecteerd (indienen van de milieuvergunningsaanvraag voor de hernieuwing van de milieuvergunning tussen de 18-de en 12-de maand vóór de vervaldatum van de milieuvergunning - artikel 39 Vlarem I). In casu kan hier ook gewezen worden op het Arrest van de Raad van State van 31 oktober 1996 met referentie nr. 62.901, waarin wordt gesteld dat, naast een in eerste aanleg genomen beslissing over een milieuvergunningsaanvraag, ook de verklaring van volledigheid en ontvankelijkheid, precair is. Of met andere woorden dat de verklaring van volledigheid en ontvankelijkheid onzeker is en met mogelijkheid tot wederopzegging toe is verleend. Volgens deze redenering kan er worden van uitgegaan dat het herroepen van de beslissing omtrent de ontvankelijkheid mogelijk is, en dat hierin verder ook de beroepsmogelijkheid bestaat. Het beroep is evenwel ongegrond omdat de beslissing tot onontvankelijkverklaring van het College van Burgemeester en Schepenen van 26 november 2007 gebaseerd is op het (burgerrechterlijke) betwiste beschikkingsrecht. Er kan dus worden van uitgegaan dat de beslissing tot onontvankelijkverklaring van het College van Burgemeester en Schepenen van 26 november 2007 terecht is daar het aantonen van het beschikkingsrecht deel uitmaakt van de milieuvergunningsaanvraag (artikel 5 van Vlarem I), en eveneens onderdeel uitmaakt van het onderzoek van volledig- en ontvankelijk- verklaring (artikel 35 van Vlarem I). In dit geval zijn pas tijdens de milieuver- gunningsprocedure de onvolkomenheden m.b.t. het beschikkingsrecht tot uiting gekomen, en heeft het College van Burgemeester en Schepenen hiertoe de bestreden beslissing genomen. Overwegende dat met betrekking tot de argumenten van het beroepschrift het volgende kan worden gesteld: - Nadat op 16 juli 2007 de milieuvergunning ontvankelijk en volledig werd verklaard, werd in zitting van 26 november 2007 door het CBS de milieuver- gunning onontvankelijk verklaard en dit op basis van het feit dat de exploitant op het ogenblik van de beslissing geen beschikkingsrecht kan aantonen. Dit is juist. - De ontvankelijkheidsverklaring op 16 juli 2007 hield in dat het dossier conform art. 5 van Vlarem I ingevuld was. Hiertoe werd uitgegaan dat door de exploitant daadwerkelijk is aangegeven dat de exploitant eigenaar is van de inrichting en pachter van de percelen waarop de exploitatie plaatsvindt. Datzelfde art. 5 vereist geen toevoeging van een schriftelijk pachtcontract aan de milieuvergunningsaanvraag indien de exploitant geen eigenaar is van de percelen. Dit is juist, maar het staat eveneens vast dat het beschikkingsrecht burger- rechterlijk wordt betwist. VII-37.219-5/11 - Op 21 november 2007 werden bijkomende stukken toegevoegd waaruit blijkt dat de huidige exploitant pachter is. Hierop wordt ook verwezen naar art. 34 van de pachtwet van 4 november
  14. Dit is juist, maar het staat eveneens vast dat het beschikkingsrecht burger- rechterlijk wordt betwist. - Het subadvies van CVBA De Volkshaard is in het kader van de milieuvergun- ningsaanvraag klasse 2 niet voorzien in art 20, §2 Vlarem I en is daarenboven laattijdig, zelfs om als bezwaar te kunnen fungeren. Dit is juist, maar de rechten van CVBA De Volkshaard en de exploitant worden hieromtrent thans burgerrechterlijk betwist. - De CVBA (De) Volkshaard diende overigens niet per afzonderlijk schrijven op de hoogte gesteld van de aanvraag tot hernieuwing van een milieuvergun- ning klasse
  15. In dergelijke procedures is niet voorzien dat de eigenaar van de grond waarop de inrichting is gelegen, per afzonderlijk schrijven in kennis gesteld werd van de aanvraag. Dit geldt enkel voor de milieuvergunnings- aanvragen klasse 1 (art 17 §3, 1/ van Vlarem I). Dit is juist, maar het belet de vergunningverlenende overheid niet om alle mogelijke informatie in te winnen teneinde een gemotiveerde beslissing te kunnen nemen. - Een verwijzing naar het vonnis van het Vredegerecht van het kanton Deinze is niet dienstig aangezien dat er tegen dit vonnis beroep werd ingetekend bij de Rechtbank van Eerste Aanleg en in deze zaak tot op heden geen definitieve uitspraak hiervan het gevolg is. Het staat dus vast dat het beschikkingsrecht burgerrechterlijk wordt betwist. - Het CBS dient zich te beperken tot louter de milieutechnische aspecten van de milieuvergunningsaanvraag. Het belet de vergunningverlenende overheid niet om alle mogelijke informatie in te winnen teneinde een gemotiveerde beslissing te kunnen nemen. In deze is het zelfs zo dat de exploitatie gelegen is in 'woonuitbreidingsgebied' waar de verantwoordelijke huisvestingsmaatschappij de toebedeelde taken wenst te behartigen en te ontplooien. Het zou niet getuigen van goed bestuur door deze taken en rechten te laten hypothekeren door weinig doordachte beslissingen. - Het CBS verwijst naar een procedure waarin ze zelf betrokken partij is, welke aanhangig werd gemaakt bij de Rechtbank van Eerste Aanleg en schendt derhalve het beginsel van fair play en het nemo judex in causa sua. Het CBS van Nazareth is eveneens betrokken in de verantwoordelijkheden die moeten worden opgenomen m.b.t. de ontwikkeling van het 'woonuitbrei- dingsgebied' en de huisvestingsmaatschappij die daar de rechten, taken en coördinatie in neemt. - De huidige aanvrager is reeds exploitant sedert
  16. Het betreffende landbouwbedrijf heeft inderdaad een lange geschiedenis; de vergunning is evenwel sinds 17 oktober 2007 vervallen. Overwegende dat, gelet op hetgeen vooraf gaat, de bestreden beslissing dient te worden bevestigd (...)";
  17. Ten gronde 3.
  18. Overwegende dat verzoeker een eerste middel neemt uit de schending van artikel 591 van het gerechtelijk wetboek, van artikel 144 van de Grondwet, van de artikelen 5 en 35 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de VII-37.219-6/11 milieuvergunning (hierna : Vlarem I), van het formele motiveringsbeginsel en van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen en uit machtsoverschrijding; dat hij hierbij uiteenzet dat de bestreden beslissing besluit tot de onontvankelijkheid van de vergunningsaanvraag omdat hij geen pachtrechten zou kunnen doen gelden op de gronden waarop de inrichting gevestigd is omdat zijn pachtaanspraken betwist worden, terwijl de vergunningverlenende overheid niet de bevoegdheid heeft om uitspraak te doen over het bestaan van subjectieve rechten in zijnen hoofde aangezien dit overeenkomstig artikel 144 van de Grondwet juncto artikel 591 van het gerechtelijk wetboek tot de exclusieve bevoegdheid van de vrederechter behoort, terwijl het loutere feit dat een pachtrecht wordt betwist geenszins toelaat om te besluiten tot de onontvankelijkheid van de aanvraag, terwijl de vergunningverlenen- de overheid niet motiveert op welke basis zij bevoegd zou zijn om de pachtrechten van verzoeker op hun juridische gegrondheid te beoordelen en terwijl de verwerende partij evenmin motiveert waarom de aanvraag onontvankelijk en onvolledig zou zijn, en dit ondanks de door verzoeker gedane vermeldingen en mededeling van stukken omtrent het bestaan van een gebruiksrecht; dat hij een eerste onderdeel als volgt toelicht : "Het enige weigeringsmotief in de bestreden beslissing bestaat erin dat de aanvraag van verzoekende partij onontvankelijk zou zijn en dit omwille van het feit dat verzoekende partij niet zou aantonen dat hij een beschikkingsrecht zou hebben over de percelen waarop de aanvraag in kwestie betrekking heeft en dit om reden dat het bestaan van een pacht wordt betwist door de CVBA De Volkshaard. Door de milieuvergunning op voormelde wijze te weigeren schendt de thans bestreden beslissing in de eerste plaats art. 5 Vlarem I. In deze bepaling zijn de ontvankelijkheidsvoorwaarden voor het indienen van een milieuvergunnings- aanvraag opgenomen. Overeenkomstig art. 5, §2 Vlarem I, dient de aanvrager in het milieuvergunningsaanvraagformulier te vermelden op basis van welke juridische grondslag de exploitant beschikking heeft over de bedoelde inrichting(en). Tevens dient de aanvrager het eigendomsstatuut van de percelen waarop de exploitatie gebeurt of is gepland aan te duiden. De aanvrager dient deze gegevens aan te duiden op het modelformulier zoals gevoegd in bijlage 2"; dat verzoeker hierbij stelt dat hij op zijn aanvraagformulier aangeduid heeft dat hij eigenaar is van de inrichting en geen eigenaar van de percelen waarop de exploitatie plaatsvindt, doch hierbij de woorden "landbouw - mondelinge overeenkomst" heeft toegevoegd; dat de gemeente Nazareth het dossier ontvankelijk en volledig heeft verklaard op 16 juli 2007 gelet op het feit dat het aanvraagformulier alle verplichte vermeldingen bevatte, dat "om onbegrijpelijke redenen" en nadat hij op 2 november 2007 een notariële pachtovereenkomst heeft overgemaakt en ook het "bewijs heeft geleverd van het bestaan van een pachtoverdracht in de zin van ar(t). 34 Pachtwet", VII-37.219-7/11 de gemeente Nazareth de vergunningsaanvraag onontvankelijk en onvolledig heeft verklaard "en dit omwille van het feit dat dit pachtrecht nadien is betwist geworden in een laattijdig (dus onontvankelijk) bezwaar van de CVBA De Volkshaard"; dat verzoeker in een tweede onderdeel uiteenzet dat in dezen uitspraak kan worden gedaan over de milieuvergunningsaanvraag zonder dat de milieuvergunning- verlenende overheid zich zou inmengen in de discussie tussen de pachter en de verpachter, dat de vergunningverlenende overheid de aanvraag moet toetsen aan de toepasselijke wetgeving, en meer bepaald aan de wettelijke bepalingen die in het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning en in de diverse uitvoeringsbesluiten zijn opgenomen en dat die toetsing kan plaatsvinden in een beslissing zonder dat er uitspraak zou worden gedaan over de rechtsverhouding tussen de pachter en de eigenaar; dat hij ten slotte opmerkt dat het verlenen van een milieuvergunning op geen enkele manier, noch negatief, noch positief, invloed kan hebben op de rechtsverhouding tussen de eigenaar en de pachter en dat zulks onder meer blijkt uit artikel 5 van het model van de vergunningsbeslissing dat uitdrukke- lijk bepaalt dat de vergunning geen afbreuk doet aan rechten van derden; dat verzoeker in een derde onderdeel toelicht dat hij de opmerkingen omtrent de onbevoegdheid van de verwerende partij reeds heeft opgeworpen voor de Provinciale Milieuvergunningscommissie en dat de thans bestreden beslissing niet verantwoordt waarom de verwerende partij toch bevoegd zou zijn om zich uit te spreken over de pachtaanspraken van verzoeker, dat de bestreden beslissing evenmin aantoont waarom de door hem voorgelegde overtuigingsstukken geen afdoende bewijs zouden leveren van een pacht en dat de bestreden beslissing zonder enige concrete motivering steeds terugkeert naar het motief dat het beschikkings- recht van verzoeker betwist wordt door een van de eigenaars van de gronden om de vergunningsaanvraag als niet ontvankelijk af te wijzen; 3.
  19. Overwegende dat de bestreden beslissing geen oordeel bevat over het feit of verzoeker al dan niet rechten kan putten uit de pachtovereenkomst destijds in 1964 gesloten tussen zijn vader en de Commissie van Openbare Onderstand van Gent; dat zij zich er toe beperkt te stellen dat het beschikkingsrecht op burgerlijk vlak wordt betwist zonder zich uit te spreken over subjectieve rechten van de partijen; dat de bestreden beslissing evenwel de milieuvergunningsaanvraag als niet ontvankelijk beschouwt zolang er geen definitieve beslissing is over die betwisting; dat in antwoord op het argument van verzoeker dat het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Nazareth zich dient te beperken tot de milieutechnische aspecten van de milieuvergunningsaanvraag, de bestreden beslissing stelt dat het "de VII-37.219-8/11 vergunningverlenende overheid niet (belet) om alle mogelijke informatie in te winnen teneinde een gemotiveerde beslissing te kunnen nemen" en dat het "in deze (...) zelfs zo (is) dat de exploitatie gelegen is in 'woonuitbreidingsgebied' waar de verantwoordelijke huisvestingsmaatschappij de toebedeelde taken wenst te behartigen en te ontplooien" en dat "het (niet) zou (...) getuigen van goed bestuur (om) deze taken en rechten te laten hypothekeren door weinig doordachte beslissingen"; dat niet ingezien wordt hoe dergelijk argument van aard kan zijn om een vergunningsaanvraag niet ontvankelijk te bevinden; dat de ontvankelijkheid van een vergunningsaanvraag immers veeleer steunt op formele vereisten die vervuld moeten zijn alvorens een vergunningsaanvraag kan en mag worden onderzocht; dat overigens een "goed bestuur" alleen kan slaan op een inhoudelijke beoordeling in de zin van de verenigbaarheid van de exploitatie met de bestemmingsvoorschriften; dat in dergelijk geval de verwerende partij dient te onderzoeken of de exploitatie verenigbaar is met de bestemming woonuitbreidingsgebied en of, indien zulks niet het geval is, er kan worden afgeweken van het gewestplan, desgevallend voor een termijn die de herlocalisatie van de inrichting mogelijk moet maken; dat zulks in de beslissing moet worden gemotiveerd, wat in dezen door de afwijzing wegens niet- ontvankelijkheid niet is gebeurd; dat het inwinnen van "alle mogelijke informatie" een terechte beschouwing is in de mate dat die informatie relevant is voor de te nemen beslissing; dat de oplossing van een betwisting over landbouwpacht echter niet relevant kan zijn bij een beoordeling over de exploitatie, aangezien dergelijke betwisting geen oplossing aanreikt bij de vraag in welke mate een exploitatie hinderlijk is of kan zijn en in welke mate ze verenigbaar is of kan zijn met de bestemming van het gebied; dat de verwerende partij bijgevolg bij de beoordeling van verzoekers milieuvergunningsaanvraag probleemloos abstractie kon maken van de hangende betwisting over de landbouwpacht zonder de rechten van de partijen in die betwisting in het gedrang te brengen; dat het ten gronde behandelen van de vergunningsaanvraag en, in voorkomend geval, het verlenen van de gevraagde vergunning, geen afbreuk doen aan de rechten van de eigenaar; dat het motief dat de verwerende partij in dezen aangeeft, met name het bestaan van een betwisting over het beschikkingsrecht, derhalve een ondeugdelijk motief is om tot de niet ont- vankelijkheid van verzoekers' vergunningsaanvraag te besluiten; dat het middel gegrond is; 3.
  20. Overwegende dat de vordering tot schorsing, als accessorium van het annulatieberoep, hetzelfde lot moet ondergaan; dat de nietigverklaring van het bestreden besluit tot gevolg heeft dat de door verzoeker ingediende vordering tot VII-37.219-9/11 schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit geen voorwerp meer heeft, BESLUIT: Artikel
  21. Vernietigd wordt het besluit van de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen van 30 april 2008 waarbij het beroep van Antoine FAELENS ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Nazareth van 26 november 2007, waarmee zijn milieuvergunningsaan- vraag voor de exploitatie van een rundveehouderij, gelegen aan de Oudenaardse- heerweg 99 te Nazareth, onontvankelijk wordt verklaard, niet wordt ingewilligd en de beroepen beslissing wordt bevestigd. Artikel
  22. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. Artikel
  23. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  24. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van het Vlaamse Gewest. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien november tweeduizend en acht, door : de H. L. HELLIN, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, VII-37.219-10/11 E. IMPENS. L. HELLIN. VII-37.219-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.906 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.