id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.969 Rolnummer: A. 186543/X-13590 Zaak: Arrest 187969 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 17/11/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-11-24 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 08:53 Fiche Arrest nr 187.969 van 17 november 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 187.969 van 17 november 2008 in de zaak A. 186.543/X-13.
- In zake : de gemeente DILBEEK, die woonplaats kiest bij advocaten D. LINDEMANS en F. DE PRETER, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan
- tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
- tussenkomende partij: de n.v. INFRABEL, die woonplaats kiest bij advocaten D. en E. RYCKBOST, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, E. Beernaertstraat
- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat de gemeente DILBEEK op 31 december 2007 heeft ingediend, en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van het besluit van 29 oktober 2007 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar waarbij aan de n.v. INFRABEL de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor de aanleg van een derde en vierde spoorlijn L50A, op het grondgebied van de gemeenten Dilbeek en Ternat; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur T. DE WAELE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 10 maart 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 april 2008; X-13.590-1/8 Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. DE PRETER, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat P. AERTS, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat D. RYCKBOST, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Rechtspleging. Met een verzoekschrift van 24 januari 2008 heeft de n.v. INFRABEL gevraagd om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen.
- De feiten. De bestreden beslissing kadert binnen het “GEN-project” (“Gewestelijk Expres Net”), waarbij de federale overheid en de gewesten zich tot doel hebben gesteld om het openbaar vervoer van en naar de hoofdstad op korte en middellange afstand efficienter en aantrekkelijker te maken. Eén van de ingrepen die in dit kader vooropgesteld wordt betreft spoorlijn 50A die het station van Brussel-Zuid met Denderleeuw verbindt. Meer bepaald is het de bedoeling het aantal sporen op deze lijn te verdubbelen van 2 tot 4 (één spoor aan weerszijden van de bestaande sporen), en telkens twee van deze sporen voor te behouden voor respectievelijk snel treinverkeer (IC/IR) en trager lokaal treinverkeer, teneinde het gebruik van de lijn efficiënter te maken. De bestreden beslissing heeft betrekking op een stuk van een 10-tal kilometer van dit tracé, gelegen op het grondgebied van de gemeenten Dilbeek en Ternat. X-13.590-2/8 Voor het project wordt in opdracht van de tussenkomende partij en de n.v. TUC RAIL een milieu-effectenrapport opgesteld. Het kennisgevingsdossier van dit MER wordt volledig verklaard door de cel-MER van de Vlaamse overheid, en eind 2003 wordt het dossier ter inzage gelegd in de betrokken gemeenten. Het milieu-effectenrapport wordt uiteindelijk op 21 april 2006 goedgekeurd door de cel-MER. De gemeente Dilbeek laat door het laboratorium voor akoestiek en thermische fysica van het departement natuurkunde en sterrenkunde van de K.U. Leuven bijkomend onderzoek uitvoeren naar de geluidsoverlast langs het traject en het mogelijke effect van bijkomende geluidsschermen, hetgeen resulteert in een eindrapport van 26 oktober
- De tussenkomende partij stelt uitdrukkelijk de resultaten van deze studie te aanvaarden, en de n.v. TUC RAIL laat zelf een studie uitvoeren door dBA Consult-Technum ter hoogte van het viaduct van Pede, die uitmondt in een eindrapport van 7 maart
- De in de studies van de K.U. Leuven en dBA Consult-Technum voorgestelde maatregelen werden door de tussenkomende partij overgenomen in de stedenbouwkundige aanvraag die voor het uitvoeren van de werken wordt ingediend. Inmiddels werd door de Vlaamse regering ook de opmaakprocedure van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Spoorlijn 50A tussen Brussel en Ternat” ingezet. Voor het voorziene tracé wordt op het plan een lijnvormig gebied voor verkeers- en vervoersinfrastructuur aangeduid. Tijdens het openbaar onderzoek over het ontwerp van RUP worden 28 verschillende bezwaarschriften ingediend, waaronder ook door de verzoekers in huidige procedure. Tevens worden een aantal adviezen uitgebracht, waaronder door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Ternat en door de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant, die elk gunstig adviseren. Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Dilbeek adviseert op 13 juni 2006 negatief. In vergadering van 19 september 2006 adviseert de VLACORO het ontwerpplan gunstig. Specifiek met betrekking tot de bezwaarschriften waarin bijvoorbeeld geluids- en trillingshinder aangevoerd wordt en gevraagd wordt om X-13.590-3/8 adequate geluidsschermen, oordeelt de commissie dat het RUP zich terecht niet uitspreekt over de specifieke modaliteiten van eventuele geluidsschermen en -bermen, nu dit een problematiek is die samenhangt met de stedenbouwkundige vergunningsprocedure en het project-MER. Wel stelt de VLACORO vast “dat het RUP voldoende plaats heeft voorzien voor de aanleg van geluidsremmende maatregelen”. Met een besluit van 26 januari 2007 stelt de Vlaamse regering het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Spoorlijn 50A tussen Brussel en Ternat” definitief vast. Dit besluit wordt door de verzoekers voor de Raad van State aangevochten in een procedure gekend onder G/A 183.222/X-13.
- Met een arrest nr. 176.311 van 30 oktober 2007 werd de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het gewestelijk RUP verworpen, omdat de verzoekers niet aantoonden een moeilijk te herstellen ernstig nadeel te zullen lijden door de tenuitvoerlegging van dit plan. De procedure ten gronde is nog hangende. Intussen wordt ook de procedure voor de behandeling van de vergunningsaanvraag van de n.v. INFRABEL verdergezet. Tijdens het openbaar onderzoek over de aanvraag worden 25 schriftelijke bezwaren en 3 petitielijsten ingediend. Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Dilbeek adviseert op 30 oktober 2006 negatief. De tussenkomende partij stelt bij brief van 3 april 2007 nog bijkomende hinderbeperkende maatregelen voor, die door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Dilbeek bij brief van 29 juni 2007 weliswaar worden “verwelkomd”, doch ook deels ontoereikend worden verklaard. Met het bestreden besluit van 29 oktober 2007 verleent de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar de gevraagde stedenbouwkundige vergunning. In de vergunning wordt een reeks voorwaarden opgenomen, die onder meer betrekking hebben op de hinderbeperkende maatregelen die in de aanvraag en het MER werden voorgesteld, of bijkomend door de tussenkomende partij waren gesuggereerd. X-13.590-4/8
- De ontvankelijkheid De verwerende partij en de tussenkomende partij betwisten de ontvankelijkheid van de vordering. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze excepties dringt zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn, hetgeen te dezen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is.
- De grondvoorwaarden voor schorsing Krachtens artikel 17, §2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
- Moeilijk te herstellen ernstig nadeel. 5.1.
- In haar verzoekschrift zet de verzoekende partij het moeilijk te herstellen ernstig nadeel als volgt uiteen: “De bestreden beslissing brengt de verzoekende partij een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel toe. Met de bestreden beslissing wordt een stedenbouwkundige vergunning verleend voor de uitbreiding van een spoorweg. Deze doorkruist de gemeente Dilbeek over een afstand van vijf kilometer. Het gaat hierbij om veruit het belangrijkste infrastructuurproject dat in de voorbije en toekomende jaren op het grondgebied van de gemeente zal worden gerealiseerd. Het project heeft belangrijke nadelige effecten voor de gemeente Dilbeek. • Vooreerst is er de geluidsimpact voor de omwonenden. 73 gezinnen wonen volgens het MER binnen een strook van 100 meter rondom de bestaande sporen en zullen door de uitbreiding van het spoorwegnet een aanzienlijke bijkomende geluidsbelasting verkrijgen. Een veelvoud van dit aantal gezinnen woont op een afstand waar bijkomende geluidsoverlast zal worden ondergaan. • Veruit het belangrijkste monument qua omvang van de gemeente Dilbeek is het Pede-viaduct. Dit viaduct is beeldbepalend voor de hele kern van Sint Anna Pede, en is zichtbaar vanuit een ruime omgeving. Dit viaduct wordt aan weerszijden aan het zicht onttrokken door de bouw van een nieuwe constructie tegen het bestaande monument, waardoor het uitzicht op dit monument nooit meer hetzelfde zal zijn. X-13.590-5/8 • Een aanzienlijk aantal gemeentelijke wegen wordt afgeschaft, verlegd, gewijzigd of aangelegd, zonder dat de gemeenteraad een beslissing heeft kunnen nemen over de zaak van de wegen. Het gaat in het totaal om, ruw geschat, meer dan 4 kilometer aan wegen, wat op zich enorm is. Voor de gemeente vormt de aanleg van deze bijkomende spoorlijn in de gegeven omstandigheden een ernstig nadeel. Het nadeel is ook moeilijk te herstellen. De gemeente is wel een overheid die bij machte is om via een herstelvordering het herstel in natura voor te stellen, maar de gemeente moet hiervoor wel het eensluidend advies verkrijgen van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid. Gelet op de enorme investeringskost die gepaard gaat met dergelijke werken is het verkrijgen van een eensluidend advies, en in voorkomend geval van een vonnis dat het herstel daadwerkelijk beveelt, geenszins vanzelfsprekend. Het nadeel is moeilijk te herstellen”. 5.1.
- De verwerende partij antwoordt hierop dat de verzoekende partij geen overtuigende omstandigheden aanvoert ter staving van haar stelling dat het gemeentelijk ruimtelijk beleid gevaar loopt. 5.1.
- De tussenkomende partij betwist in een uitgebreid betoog de elementen die de verzoekende partij ten titel van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel aanvoert. 5.
- In hoofde van een gemeentelijke overheid kan er slechts sprake zijn van een persoonlijk moeilijk te herstellen ernstig nadeel indien de bestreden beslissing de uitoefening van de overheidstaak of de bestuursopdracht waarmee die overheid belast is, verhindert of in ernstige mate bemoeilijkt en indien de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing de werking van haar diensten dermate in het gedrang zou brengen dat zij haar taken als gemeente niet meer zou kunnen uitoefenen. Het nadeel van een gemeentelijke overheid kan dan ook niet worden gelijkgesteld met het nadeel dat haar inwoners lijden. De verzoekende partij maakt op geen enkele concrete wijze aannemelijk dat de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing de werking van haar diensten in het gedrang zou brengen of ingrijpende gevolgen zou hebben voor de uitoefening van haar beleid of de vervulling van haar taken. De verzoekende partij werpt op dat een aantal omwonenden te maken zullen krijgen met een aanzienlijke bijkomende geluidsbelasting. De ingeroepen geluidsoverlast vormt een nadeel in hoofde van de inwoners van de verzoekende partij en maakt geen persoonlijk nadeel uit in hoofde van de verzoekende partij als openbare overheid. De verzoekende partij stelt dat het Pede-viaduct beeldbepalend is voor de kern van Sint Anna Pede en dat de bouw van een nieuwe constructie tegen X-13.590-6/8 het bestaande monument het viaduct aan weerszijden aan het zicht onttrekt. De verzoekende partij brengt onvoldoende concrete gegevens aan waaruit blijkt dat dit voor haar als gemeente een moeilijk te herstellen ernstig nadeel uitmaakt of dreigt uit te maken. Tot slot voert de verzoekende partij aan dat er aanpassingen zullen gebeuren aan gemeentelijke wegen zonder dat de gemeenteraad van Dilbeek een beslissing heeft kunnen nemen over de zaak van de wegen. De verzoekende partij brengt echter geen concrete gegevens aan waaruit blijkt dat de aanpassingen van die aard zouden zijn dat zij haar beleid op het vlak van mobiliteit en dergelijke meer. in het gedrang zouden brengen. Gelet op het voorgaande dient te worden vastgesteld dat de verzoekende partij onvoldoende aannemelijk maakt dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit haar een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Er is dan ook niet voldaan aan één van de door artikel 17, §2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te bevelen. Deze vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. INFRABEL wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de tussenkomst wordt uitgesteld. X-13.590-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien november 2008, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-13.590-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.969 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.285 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div