id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.107 Rolnummer: A. 188187/VII-37193 Zaak: Arrest 188107 - Milieuvergunningen - 20/11/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-01 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-29 08:54 Fiche Arrest nr 188.107 van 20 november 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.107 van 20 november 2008 in de zaak A. 188.187/VII-37.193. In zake : 1. Omer MATTHEEUWS, 2. Nele DERUYTER, 3. Sabine VERGAUWE, die woonplaats kiezen bij advocaat F. CORYN, kantoor houdende te GENT, Casinoplein 19 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. NIJS, kantoor houdende te DENDERMONDE, Noordlaan 82-84. tussenkomende partij : de BVBA MASI, die woonplaats kiest bij advocaat K. VAN WYNSBERGE, kantoor houdende te LEUVEN, Diestsevest 113. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Omer MATTHEEUWS, Nele DERUYTER en Sabine VERGAUWE op 15 mei 2008 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur van 12 maart 2008 waarbij de beroepen ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen van 6 september 2007, houdende het verlenen van de milieuvergunning aan de BVBA MASI om een veeteeltinrichting, gelegen aan de Kruiskenstraat 27 te Sint-Laureins, te veranderen door uitbreiding met een mestver- werkingsinstallatie, ongegrond worden verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd; Gezien de nota van de verwerende partij; VII-37.193-1/14 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur P. PROVOOST; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 10 september 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 oktober 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat B. DE ZUTTER die, loco advocaat F. CORYN verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat P. VANDENDAEL die, loco advocaat J. NIJS verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat K. VAN WYNSBERGE, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. PROVOOST; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. De rechtspleging Overwegende dat de BVBA MASI, begunstigde van de bestreden vergunning, met een verzoekschrift van 13 juni 2008 vraagt om in de debatten te mogen tussenkomen; dat dit verzoek kan worden ingewilligd; 2. De gegevens van de zaak Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 2.1. De betwisting betreft de exploitatie van een mestverwerkings- installatie, gelegen aan de Kruiskenstraat te Sint-Laureins. VII-37.193-2/14 2.2. De installatie zou door de tussenkomende partij worden gebouwd aansluitend bij een bestaande varkenshouderij met 2.400 varkens, die in agrarisch gebied ligt. De drie verzoekende partijen wonen in hetzelfde agrarisch gebied. Eerste verzoeker was tot 2001 de exploitant van de inrichting waarvoor de uitbreiding met een mestverwerkingsinstallatie werd vergund. 2.3. Volgens de verzoekende partijen zijn eerste verzoeker en tweede verzoekster "aanpalenden" en woont derde verzoekster op ongeveer 350 meter van de inrichting. 2.4. Op 20 maart 2007 dient de tussenkomende partij een milieu- vergunningsaanvraag in. Naar aanleiding van het openbaar onderzoek worden vier bezwaarschriften ingediend. Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Sint-Laureins adviseert gunstig voor zover enkel mest van het eigen bedrijf zou worden verwerkt. 2.5. Op 6 september 2007 verleent de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen de gevraagde milieuvergunning. 2.6. Op 26 september 2007 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Sint-Laureins een stedenbouwkundige vergunning, waarbij als voorwaarde wordt gesteld dat enkel mest mag worden verwerkt van bedrijven die worden geëxploiteerd door de tussenkomende partij. De tussenkomende partij tekent administratief beroep aan tegen die voorwaarde. 2.7. Er worden verscheidene administratieve beroepen ingediend tegen de verleende milieuvergunning, onder meer door derde verzoekster. Volgende adviezen worden verleend : - de Vlaamse Landmaatschappij adviseert voorwaardelijk gunstig; - de afdeling Milieuvergunningen adviseert gunstig; - de afdeling Stedenbouwkundig Beleid adviseert voorwaardelijk gunstig; - de Gewestelijke Milieuvergunningscommissie ten slotte adviseert gunstig. 2.8. Op 13 december 2007 verleent de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen een stedenbouwkundige vergunning zonder de gewraakte voor- waarde. Deze vergunning wordt blijkbaar niet aangevochten. VII-37.193-3/14 2.9. Op 12 maart 2008 wordt de bestreden bes1issing genomen : de beroepen worden verworpen, de vergunning blijft verleend. Zij luidt als volgt : "Gelet op de ligging van de inrichting in een agrarisch gebied volgens het gewestplan Eeklo-Aalter, vastgesteld bij koninklijk besluit van 24 maart 1978; Gelet op het feit dat de inrichting gelegen is op een afstand van meer dan 1.300 meter van een woongebied ander dan een woongebied met landelijk karakter; Gelet op het feit dat de onmiddellijke omgeving van onderhavige inrichting matig is bebouwd; dat er zich in een omtrek van 100 meter rondom de inrichting een tiental woningen bevinden; dat de dichtste woning is gelegen op een afstand van circa 125 meter van de geplande mestverwerkingsinstallatie zelf; Overwegende dat de BVBA MASI uitgebaat door een vader en zijn twee zonen, naast het kwestieus gesloten varkensbedrijf, ook nog uit een tuinbouwbedrijf te Sint-Margriete (op 4 kilometer gelegen), een niet-gesloten varkensbedrijf te Eeklo (op 6 kilometer) en een varkensafmesterij te Moerkerke (op 13 kilometer) bestaat; Overwegende dat de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning momenteel bij de deputatie voorligt in hoger beroep; dat de beoordeling van dit beroep uitsluitsel moet brengen over de ruimtelijke inpasbaarheid van de vestiging; dat mogelijks vanuit de stedenbouwkundige vergunning nog inplantings- of inkledingsvoorwaarden volgen; Overwegende dat de bedrijvigheid in overeenstemming is met de ter plaatse geldende bestemmingsvoorschriften; dat in verband met de voorwaarde van de afdeling Stedenbouwkundig Beleid en Onroerend Erfgoedbeleid dat de aanleverende landbouwbedrijven zich binnen een straal van 15 kilometer van de betreffende installatie moeten bevinden, dient te worden gesteld dat deze perimeter niet wordt voorgesteld door de omzendbrief nummer RO/20060l 'afwegingskader en randvoorwaarden voor de inplanting van installaties voor mestbehandeling en vergisting'; dat het niet opportuun is om deze voorwaarde op te leggen in de milieuvergunning , gelet op het feit dat deze voorwaarde niet controleerbaar is en weinig realistisch is aangezien Vlaanderen momenteel een te hoog mestoverschot heeft en een nog te klein aantal verwerkingsinstallaties; Overwegende dat het beroep van zes omwonenden betrekking heeft op het verlenen van de vergunning voor de verandering van een vergunde gesloten varkenshouderij door uitbreiding met een mestverwerkingsinstallatie (type Trevi) met een gemiddelde capaciteit van 15.000 ton per jaar en een maximale capaciteit van 16.500 ton per jaar; Overwegende dat het Trevi-mestverwerkingssysteem voornamelijk een zuivering van (voornamelijk ammoniakale) stikstof en een minimale emissie van vluchtige verbindingen beoogt; dat er bij dit systeem mest wordt verwerkt met behulp van nitrificatie/denitrificatie; dat de volgende procesonderdelen hierbij worden onderscheiden: de mestscheiding en de biologische zuivering van de dunne fractie; Overwegende dat het biologische zuiveringssysteem zal opgebouwd zijn uit de volgende bekkens: - bekken 1: buffer ruwe mest (overdekt - 413 m³); - bekken 2: buffer dunne fractie (overdekt - 400 m3); - bekken 3: denitrificatiebekken (niet overdekt - 675 m³); - bekken 4: nitrificatiebekken (niet overdekt - 975 m3); - bekken 5: buffer effluent/nabezinker (niet overdekt - 525 m³); Overwegende dat de aangevoerde mest zal opgeslagen worden in een bekken met een waterinhoudsvermogen van 413 m3; dat de mest vanuit dit bekken met VII-37.193-4/14 een pomp naar de centrifuge zal gestuurd worden; dat het bekken zal uitgerust worden met vlotters, die de pomp dienen te sturen; dat de mest vervolgens zal gescheiden worden door de vast opgestelde centrifuge in een vloeibare (dunne) fractie (85%) en in een vaste (dikke) fractie (15%); dat de ruwe mest deels gemengd wordt met slib afkomstig van de biologische zuivering; dat de dikke fractie zal worden gestockeerd in de afgesloten loods en later afgezet naar de landbouw en/of naar een gespecialiseerd bedrijf voor de verdere verwerking ervan; dat er in de loods een opslagcapaciteit zal voorzien worden voor de dikke fractie van 750 ton; dat de dunne fractie zal behandeld worden in de zuiveringsinstallatie (na buffering in een bekken van 400 m3, voorzien van een overvulbeveiliging) en omgezet in een reukloze vloeistof, die overeenkomstig het mestactieplan, op het land kan worden uitgespreid; dat de dunne fractie in de biologische zuivering gebracht wordt; dat de biologische zuivering van de dunne fractie zal bestaan uit een nitrificatie- en een denitrificatiestap; dat hierdoor via microbiologische afbraak een sterke reductie in stikstof zal bekomen worden, alsook een opconcentratie van fosfor in het biologisch slib; dat meer bepaald in het nitrificatiebekken (975 m³), in aanwezigheid van zuurstof (fijnbellige beluchting door mattenbeluchters), de organische componenten zullen worden afgebroken; dat er bovendien een omzetting zal plaatsvinden van organische en ammoniakale stikstof naar nitraatstikstof; dat in het denitrificatiebekken (675 m3) onder afwezigheid van zuurstof, het gevormde nitraat microbieel zal omgezet worden naar moleculaire stikstof; dat dit onschadelijke gas uit het bekken zal ontsnappen; dat na de beluchtingsstap een bezinkingsstap volgt; dat hiertoe de surpressor, die het beluchtingssysteem voedt, wordt uitgeschakeld; dat de bovenstaande en gezuiverde fractie na bezinking uit het nitrificatiebekken wordt afgepompt naar de nabezinker (525 m³); dat vanuit de nabezinker het effluent naar het effluentbekken (6.000 m3, uitgevoerd als lagune) zal worden gepompt; Overwegende dat de dichtste woningen zullen gelegen zijn op een afstand van circa 125 meter van de mestverwerkingsinstallatie zelf; Overwegende dat uit het vigerende gewestplan blijkt dat onderhavige inrichting op een afstand van meer dan 1.300 meter van een woongebied ander dan een woongebied met landelijk karakter is gelegen; dat de verkaveling, waarvan sprake in de beroepschriften, volgens het vigerende gewestplan, niet gelegen is in een woongebied; Overwegende dat de reststikstof van het effluent voornamelijk zal aanwezig zijn als organische en nitraatstikstof (dus geen ammoniakale stikstof meer); dat ook de andere componenten uit de onbehandelde mest, die aanleiding kunnen geven tot geurhinder (bijvoorbeeld vluchtige vetzuren), zullen afgebroken worden in de biologie door de micro-organismen; dat hierdoor bij het uitrijden van het effluent op het land vermeden wordt dat geurhinder ontstaat; Overwegende dat de centrifuge binnen zal worden opgesteld in de loods; Overwegende dat de buffers voor de ruwe mest en de dunne fractie zullen worden afgedekt; Overwegende dat de bestreden beslissing met betrekking tot het beperken van geurhinder de volgende bijzondere voorwaarde stelt: 'de dikke fractie wordt bij voorkeur onmiddellijk afgevoerd in een gesloten container'; Overwegende dat door de maatregelen vermeld in het dossier en de opgelegde bijzondere voorwaarde, en mede gelet op de ligging van de installatie ten opzichte van de dichtste woningen, kan worden aangenomen dat de exploitatie van de nieuwe installatie geen aanleiding zal geven tot geurhinder; Overwegende dat de surpressor zal voorzien worden van een geluidsdempende kast; dat, zoals eerder vermeld, de centrifuge binnen de loods zal worden opgesteld; VII-37.193-5/14 Overwegende dat de bestreden beslissing met betrekking tot het beperken van geluidshinder de volgende bijzondere voorwaarden oplegt: - de transporten met betrekking tot de mestverwerking dienen te gebeuren tussen 7 uur en 19 uur; - de motoren van de bedrijfsvoertuigen moeten worden stilgelegd tijdens wachtperioden en laad- en losoperaties, tenzij het noodzakelijk is voor de aandrijving van pompen, kranen, hefbruggen, en dergelijke; - binnen een termijn van drie maanden na de ingebruikname van de mestverwerkingsinstallatie dient een akoestische controlemeting te gebeuren door een erkend deskundige bij de meest dichtbijgelegen woning wanneer de centrifuge en de surpressor gelijktijdig in werking zijn; indien blijkt dat er niet wordt voldaan aan de geluidsnormen, dienen de nodige saneringsmaatregelen te worden getroffen; Overwegende dat, zoals vermeld in de bestreden beslissing, er een akoestische controlemeting zal worden uitgevoerd door een erkend deskundige in de discipline 'geluid'; dat de resultaten van de metingen dienen te worden overgemaakt aan de afdeling Milieu-inspectie; dat zij bijgevolg zullen overgaan tot de nodige maatregelen indien zou blijken dat er overschrijdingen optreden; Overwegende dat door de maatregelen vermeld in het dossier en de opgelegde bijzondere voorwaarden, en mede gelet op de ligging van de installatie ten opzichte van de dichtste woningen, kan worden aangenomen dat de exploitatie van de nieuwe installatie geen aanleiding zal geven tot geluidshinder; Overwegende dat de betonnen bekkens een hoogte zullen hebben van 5,4 meter; dat deze ongeveer twee meter in de grond zullen zitten; dat de bekkens derhalve ongeveer 3,4 meter boven het maaiveld zullen uitsteken; dat er een groenscherm zal worden aangelegd rondom de installatie; dat dit tevens werd opgelegd als bijzondere voorwaarde in de bestreden beslissing; dat zodoende, mede gelet op de inplanting van de installatie vlak achter de bestaande varkensstallen, de nieuwe installatie geen visuele hinder met zich zal meebrengen; Overwegende dat het volgens de bepalingen van de omzendbrief nummer RO/2006/0l 'afwegingskader en randvoorwaarden voor de inplanting van installaties voor mestbehandeling en vergisting' hier een mestbehandelings- installatie betreft van een beperkte schaal, niet gebonden aan één enkel bedrijf, gelegen in een agrarisch gebied; dat mestbehandeling kan worden aanzien als agrarische activiteit in ruime zin; dat een absoluut totaal maximum tonnage van 60.000 ton inputmateriaal per jaar vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar is in een agrarisch gebied; dat de inputstroom van de installatie van onderhavige aanvraag 16.500 ton per jaar bedraagt; dat er hierdoor wordt voldaan aan de geest van de voormelde omzendbrief; dat er tevens wordt gesteld in punt 3.2.2 van de voormelde omzendbrief dat mestbehandelingsinstallaties van beperkte schaal en niet gebonden aan één bedrijf in principe in een agrarisch gebied kunnen worden ingeplant; dat het aangewezen is dat er voldoende aandacht wordt besteed aan de landschappelijke inpasbaarheid; dat uit de stedenbouwkundige vergunning afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Sint-Laureins blijkt dat de lagune zal worden omrand door een berm van vier meter hoog, waarvan de wanden zullen worden beplant met streekeigen bomen en struiken; dat de mestverwerkingsinstallatie wordt voorzien achter alle bestaande bebouwing, zo ver mogelijk van de naburige woningen; dat zodoende de verwerking één ruimtelijk geheel zal vormen met de bestaande varkensstallen; dat zodoende wel een deel van de open ruimte achter het bedrijf ingepalmd wordt, maar dat dit te verantwoorden is doordat de mestverwerkingsinstallatie op die manier zo ver mogelijk van de omliggende woningen zal gesitueerd zijn; VII-37.193-6/14 Overwegende dat er, naast het verwerken van de eigen mest (circa 25% van de input) van de varkenshouderij, voornamelijk mest van andere bedrijven uit de regio zal verwerkt worden; dat de aanvraag vermeldt dat er tijdens transporten van en naar de installatie rekening zal mee gehouden worden dat er bij de heenrit ruwe mest wordt getransporteerd en dat, indien nodig, er bij de terugrit effluent zal worden getransporteerd; dat zodoende de verkeershinder tot een minimum kan worden beperkt; Overwegende dat de aanvraag een vermelding omvat van het aantal bijkomende transporten door de exploitatie van deze installatie; dat de aanvraag op pagina 22 vermeldt dat er door de aanvoer van de mest, jaarlijks 400 vrachtwagens (30 ton) zullen nodig zijn, wat neerkomt op ongeveer twee vrachten per dag; Overwegende dat de inrichting is gelegen langs de Kruiskenstraat, zijnde een gemeenteweg met twee rijvakken; dat de ontsluiting van de inrichting goed te noemen is, daar de Kruiskenstraat een verbinding maakt tussen de Leemweg (N455) en de Moerstraat (N434), die beiden uitgeven op de N49 (expresweg Antwerpen-Knokke); dat de inrichting derhalve goed is gelegen; dat het zodoende aanvaardbaar is om een toename van slechts twee vrachten per dag toe te laten ter hoogte van een dergelijke wegeninfrastructuur; Overwegende dat in het bestreden besluit inderdaad staat te lezen dat de aangevraagde installatie een capaciteit heeft die vier keer groter is dan de nodige capaciteit voor het verwerken van bedrijfseigen mest; dat, zoals eerder gesteld, de aanvraag in dit kader vermeldt dat er naast het verwerken van de eigen mest (circa één vierde van de input) van de varkenshouderij, voornamelijk (circa drie vierde van de input) mest van andere bedrijven zal verwerkt worden (pagina 22); dat zodoende kan worden gesteld dat, zowel de adviesverlenende instanties, de deputatie, als de omwonenden, in het dossier konden terugvinden dat er wel degelijk mest van derden zal worden verwerkt in de installatie; dat dit tevens blijkt uit de bestreden beslissing: op pagina zes staat te lezen dat de aangevraagde installatie een mestbehandelingsinstallatie van beperkte schaal is die niet gebonden is aan één enkel bedrijf, en dat deze in functie staat van een aantal bedrijven uit de omgeving; op pagina zeven staat er ook vermeld dat, aangezien er 25% eigen mest zal worden verwerkt in de installatie, de bedrijfsgebondenheid in dit geval onweerlegbaar is; dat het feit dat er tevens mest van derden zal worden verwerkt dan ook leidt tot de twee extra transporten per dag, waarvan sprake is in de aanvraag op pagina 22; dat daar trouwens expliciet vermeld staat dat de bijkomende transporten afkomstig zijn van dit mesttransport; dat dit ook blijkt uit de bestreden beslissing; Overwegende dat tijdens een plaatsbezoek door een vertegenwoordiger van de afdeling Milieuvergunningen op 23 november 2007 gebleken is dat: - onderhavige inrichting vlot bereikbaar is via de N455, de N44 (expresweg Aalter-Maldegem) en de N49, langs wegen met twee rijvakken, zonder specifieke woonkernen te moeten passeren; - de mestverwerkingsinstallatie één ruimtelijk geheel zal vormen met de bestaande bedrijfsgebouwen; - de omliggende woningen op voldoende grote afstand (circa 125 meter) zijn gesitueerd van de geplande installatie; - de geplande installatie zal gebouwd en geëxploiteerd worden naar voorbeeld van een installatie te Maldegem, die op dezelfde dag werd bezocht door de vertegenwoordiger van de afdeling Milieuvergunningen; dat daar kon worden vastgesteld dat de installatie geen aanleiding gaf tot geur- en/of geluidshinder; Overwegende dat uit de gegevens van het openbaar onderzoek kan worden vastgesteld dat dit openbaar onderzoek niet werd geschaad en werd uitgevoerd conform de bepalingen van hoofdstuk V van titel I van het VLAREM; dat, VII-37.193-7/14 conform artikel 17, §3 van titel I van het VLAREM, de kadastrale eigenaars en de gebruikers van de gebouwen, gelegen in een straal van 100 meter rond de perceelsgrenzen van de inrichting door de bevoegde burgemeester schriftelijk werden ter kennis gebracht van onderhavige aanvraag; dat tevens, conform artikel 17, §2 van titel I van het VLAREM , de bekendmaking op een correcte wijze werd aangebracht; dat de bekendmaking van onderhavige aanvraag ook werd gepubliceerd in een regionale krant, alsook op de webstek van de gemeente Sint-Laureins; dat hierin tevens staat vermeld dat de vergunningsaanvraag ter inzage van het publiek ligt bij de administratieve diensten van het gemeentebestuur; dat voormelde zaken tevens blijken uit het getuigschrift van ruchtbaarheid van de burgemeester van de gemeente Sint- Laureins; dat de buurtbewoners bijgevolg op verschillende manieren werden geïnformeerd over onderhavige aanvraag; Overwegende dat er in het bestreden besluit een afwijking wordt verleend van de verplichting van de installatie van een geijkte weegbrug; dat dit verantwoord is, zeker omdat de bestreden beslissing specifiek vermeldt (bijzondere milieuvoorwaarde 15,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.