id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.110 Rolnummer: A. 177317/VII-36606 Zaak: Arrest 188110 - Milieuvergunningen - 20/11/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-01 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 08:54 Fiche Arrest nr 188.110 van 20 november 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.110 van 20 november 2008 in de zaak A. 177.317/VII-36.
- In zake : de stad BERINGEN, die woonplaats kiest bij advocaat W. MERTENS, kantoor houdende te BERINGEN, Scheigoorstraat 5 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
- tussenkomende partij : de NV BODEMSANERINGSTECHNOLOGIE (BOSATEC), die woonplaats kiest bij advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de stad BERINGEN op 2 oktober 2006 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur van 27 juli 2006 waarbij het beroep aangetekend tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg van 15 februari 2006 houdende de weigering van een vergunning aan de NV BOSATEC voor het exploiteren van een slibrecyclagecentrum en een tussentijdse opslagplaats voor uitgegraven bodem, gelegen aan de Olmensesteenweg te Beringen, gegrond wordt verklaard, de beroepen beslissing wordt opgeheven en de gevraagde vergunning wordt verleend; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 24 november 2006 van de NV BODEMSANERINGSTECHNOLOGIE (BOSATEC); VII-36.606-1/4 Gelet op de beschikking van 28 november 2006 die de tussenkomst van de NV BODEMSANERINGSTECHNOLOGIE (BOSATEC) toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op de mededeling van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 8 oktober 2008, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 6 november 2008; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS ; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. WAUTERS die, loco advocaat W. MERTENS verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat S. CALLENS die, loco advocaat B. STAELENS verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat J. BOSQUET die, loco advocaat P. FLAMEY verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De feiten 1.
- Op 5 augustus 2005 dient de tussenkomende partij bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg een aanvraag in voor het VII-36.606-2/4 verkrijgen van een milieuvergunning voor het exploiteren van een slibrecyclagecentrum en een tussentijdse opslagplaats voor uitgegraven bodem aan de Olmensesteenweg te Beringen. Voor de realisatie van haar project heeft de tussenkomende partij ook een stedenbouwkundige vergunning nodig. Daarom diende zij op 28 juni 2005 bij het college van burgemeester en schepenen van de stad Beringen reeds een aanvraag in voor het bekomen van een dergelijke stedenbouwkundige vergunning. 1.
- Op 6 oktober 2005 weigert het college van burgemeester en schepenen van de stad Beringen de gevraagde stedenbouwkundige vergunning. Nadat een administratief beroep werd ingediend, weigert ook de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg op 12 januari 2006 de stedenbouwkundige vergunning te verlenen. 1.
- Op 15 februari 2006 weigert de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg tevens de gevraagde milieuvergunning. Op 9 maart 2006 dient de tussenkomende partij een administratief beroep in tegen de voormelde weigeringsbeslissing. Op 27 juli 2006 verklaart de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur dit beroep gegrond en verleent hij de gevraagde milieuvergunning. Dit is het bestreden besluit. 1.
- Op 24 september 2008 stelt de Raad van State in zijn arrest nr. 186.479, inzake het door de tussenkomende partij ingediende annulatieberoep tegen de voormelde beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg van 12 januari 2006 houdende weigering van een stedenbouwkundige vergunning, de afstand van het geding vast.
- De beoordeling Op grond van artikel 5, § 2, derde lid, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning vervalt de milieuvergunning indien de stedenbouwkundige vergunning voor hetzelfde project wordt geweigerd. Te dezen heeft de tussenkomende partij voor haar project zowel een milieuvergunning als een stedenbouwkundige vergunning nodig. De VII-36.606-3/4 stedenbouwkundige vergunning wordt haar geweigerd met een beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg van 12 januari
- Tegen deze weigeringsbeslissing stelt de tussenkomende partij bij de Raad van State weliswaar een annulatieberoep in, maar met het arrest nr 186.479 van 24 september 2008 wordt in deze zaak de afstand van het geding vastgesteld. De weigering van de stedenbouwkundige vergunning is dus definitief met als gevolg dat de bestreden milieuvergunning ook vervallen is en het voorliggende beroep geen voorwerp meer heeft. In de gegeven omstandigheden past het de kosten van het geding ten laste te leggen van de verwerende partij, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig november tweeduizend en acht, door : de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. E. BREWAEYS. VII-36.606-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.110 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div