← België

Arrest 188112 - Milieuvergunningen - 20/11/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.112 Rolnummer: A. 188971/VII-37224 Zaak: Arrest 188112 - Milieuvergunningen - 20/11/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-01 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-29 08:54 Fiche Arrest nr 188.112 van 20 november 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.112 van 20 november 2008 in de zaak A. 188.971/VII-37.

  1. In zake : Pierre VANDERHOVEN, die woonplaats kiest bij advocaten K. WAUTERS en K. GEELEN, kantoor houdende te HASSELT, Gouverneur Roppesingel 131 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat
  2. tussenkomende partij : de BVBA ALFA PAINTS, die woonplaats kiest bij advocaat D. ARITS, kantoor houdende te DILSEN-STOKKEM, Borreshoefstraat
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Pierre VANDERHOVEN op 14 juli 2008 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur van 8 mei 2008 waarbij het beroep dat hij heeft ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Limburg van 25 oktober 2007 houdende het verlenen aan de BVBA ALFA PAINTS van een vergunning voor het veranderen, door wijziging en uitbreiding, van een inrichting voor het opslaan van verven en oplosmiddelen en het exploiteren van een verfmengbank, ongegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur P. SOURBRON; VII-37.224-1/8 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 1 oktober 2008 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 6 november 2008; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. WAUTERS, die verschijnt voor verzoeker, van advocaat F. TEMMERMAN die, loco advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat M. KALIN die, loco advocaat D. ARITS verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. SOURBRON; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  4. De rechtspleging De BVBA ALFA PAINTS, begunstigde van de bestreden vergunning, heeft met een verzoekschrift van 1 augustus 2008 gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Haar verzoek kan worden ingewilligd.
  5. De feiten 2.
  6. De tussenkomende partij exploiteert aan de Wolfstraat 7 te Lanaken een groot- en kleinhandel in verven en allerhande toebehoren. Die exploitatie gebeurt op grond van een besluit van aktename van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Lanaken van 29 augustus
  7. De inrichting is volgens het gewestplan Limburgs Maasland, vastgesteld bij koninklijk besluit van 1 september 1980, gelegen in een industriegebied. VII-37.224-2/8 2.
  8. Op 28 juni 2007 dient de tussenkomende partij bij de deputatie van de provincie Limburg een aanvraag in voor de uitbreiding en wijziging van de vergunde inrichting. In essentie beoogt de exploitant de verkoop van verfproducten uit te breiden met de terugname van verfresten en afvalproducten van carrosseriebedrijven (lege verfblikken, met lakken verontreinigd papier- en plastiekafval, ...). De teruggenomen afvalstoffen zouden in eerste instantie mechanisch behandeld (geperst) worden om nadien tijdelijk te worden opgeslagen in afwachting van de ophaling door een erkende afvalverwerker. Tevens wenst de exploitant de inrichting uit te breiden met een nieuwe spuitcabine die gebruikt zal worden als les- en demonstratielokaal. Tegelijk vraagt de exploitant om via de te verlenen milieuvergunning te mogen afwijken van de voorwaarden van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (hierna : Vlarem II) betreffende de verplichte installatie van een geijkte weegbrug met automatische registratie en de aanleg van een vijf meter breed groenscherm rondom de inrichting. 2.
  9. Met een beslissing van de deputatie van de provincie Limburg van 25 oktober 2007 wordt de gevraagde vergunning verleend voor een termijn van twintig jaar. Er worden een viertal bijzondere voorwaarden opgelegd : "
  10. Overeenkomstig artikel 5.2.1.2.§
  11. van Vlarem II wordt een vrijstelling verleend van de verplichting tot het plaatsen van een geijkte weegbrug met automatische registratie, mits voor het wegen van de aangevoerde en afgevoerde afvalstoffen een manuele transpalet met een geijkt weegsysteem wordt gebruikt, zodat het afvalstoffenregister exact kan worden bijgehouden.
  12. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 5.2.1.5.§5 van Vlarem II wordt een gedeeltelijke vrijstelling verleend van de verplichting tot de aanleg van een 5 meter breed groenscherm in die zin dat het groenscherm moet aangelegd worden in overeenstemming met de verkregen en/of nog te verkrijgen stedenbouwkundige vergunningen.
  13. De 'thinnerkluis' moet in overleg met de brandweer uitgerust worden met een afdoende brandblusinstallatie.
  14. De verfblikken die worden geperst, moeten voldoen aan de definitie van 'leeg en droog' die afgesproken is in de overeenkomst die in 2003 werd afgesloten tussen OVAM, IVP en VORM, namelijk 'leeg en droog : bevat maximaal een dunne laag verf die een stevige, hechtende en duurzame bekleding vormt op de binnenkant en de bodem van het metalen verpakkingsafval'". 2.
  15. Op 10 december 2007 tekent verzoeker bij de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur beroep aan tegen de in eerste aanleg verleende milieuvergunning. VII-37.224-3/8 2.
  16. De adviesverlenende instanties spreken zich uit ten gunste van de aanvraag. 2.
  17. Op 8 mei 2008 verklaart de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur het beroep ongegrond en wordt de beroepen beslissing bevestigd. Dit besluit is als volgt gemotiveerd : "Gelet op de ligging van de inrichting in een industriegebied volgens het gewestplan Limburgs Maasland, vastgesteld bij koninklijk besluit van 1 september 1980; Overwegende dat de exploitatie van de inrichting vanuit stedenbouwkundig en ruimtelijk oogpunt, verenigbaar is met de toepasselijke ruimtelijke en stedenbouwkundige voorschriften; Overwegende dat de inrichting volgens het voormelde gewestplan gelegen is op een afstand van: - 0 m van een woongebied ander dan een woongebied met landelijk karakter; - 120 m van een woonuitbreidingsgebied; - 700 m van een parkgebied; - 340 m van een dagrecreatiegebied; - 500 m van een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen; Overwegende dat het beroep betrekking heeft op het verlenen van de vergunning voor het exploiteren van een inrichting voor het opslaan van verven en oplosmiddelen en het exploiteren van een verfmengbank met toebehoren; Overwegende dat er onder andere een stijging van de opslag van diverse gevaarlijke producten wordt aangevraagd; dat deze producten worden opgeslagen in verplaatsbare recipiënten; dat de totale opslaghoeveelheid 43.000 liter zal bedragen, namelijk 21.000 liter thinners, 10.000 liter verven (4.000 liter waterdragende verven en 6.000 liter solventverven), 550 liter anti-roest, 2.000 liter anti-vries, 6.000 liter verf- en thinnerafval en 3.500 liter smeerolie; dat de producten met het meest relevante risico, zijnde de 21.000 liter thinner (licht ontvlambaar en schadelijk) en de 6.000 liter lakverven (schadelijk en ontvlambaar), worden opgeslagen in een daartoe speciaal opgerichte 'thinnerkluis'; dat deze kluis een betonnen constructie is met muren met een brandweerstand van 2 uur; dat deze muren nog bijkomend beschilderd worden met een brandwerende verf; dat deze thinnerkluis wordt voorzien van een voldoende ventilatiesysteem en van een schuimblusinstallatie; Overwegende dat de spuitcabine alleen gebruikt wordt als les- en demonstratielokaal (proefspuiten); dat deze spuitcabine slechts in zeer beperkte mate zal gebruikt worden, namelijk één dag per week gedurende maximaal 2 uur; dat de spuitcabine voorzien is van paint-stop-filters teneinde de luchtverontreiniging maximaal te beperken; Overwegende dat de exploitant de bedoeling heeft om op vrijwillige basis de zelf geleverde goederen in de afvalfase terug te nemen; dat er ook afvalstoffen van goederen (papier en plastiek) ingezameld worden die niet zelf geleverd werden; dat de exploitant hiervoor een erkenning als overbrenger van gevaarlijke stoffen verkregen heeft van OVAM op 26 juni 2006 voor 5 jaar; dat deze producten tijdelijk opgeslagen worden tot ophaling; dat de gezuiverde lege verfblikken eerst geperst worden alvorens ze met een erkende afvaloverbrenger worden meegegeven; Overwegende dat, aangezien alle aangevraagde activiteiten in de gebouwen plaatsvinden en er met gesloten poorten zal gewerkt worden, de lawaaihinder VII-37.224-4/8 tot een aanvaardbaar niveau zal worden beperkt, temeer gezien de ligging in industriegebied; Overwegende dat er een groenscherm zal worden aangelegd, zoals in de bouwvergunning meer expliciet wordt bepaald; Overwegende dat de inrichting zal geëxploiteerd worden volgens de bepalingen van VLAREM en dat in het bestreden besluit er voldoende bijkomende voorwaarden zijn opgelegd zodat er geen hinder zal zijn voor de omgeving; Overwegende dat er bijgevolg aanleiding toe bestaat het beroep ongegrond te verklaren en de bestreden beslissing te bevestigen".
  18. De beoordeling 3.
  19. Op grond van artikel 17, § 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 3.
  20. Met betrekking tot het moeilijk te herstellen ernstig nadeel zet verzoeker uiteen dat hij ingevolge de bestreden beslissing geurhinder, lawaaihinder, "risico op calamiteiten" en "zicht- en lichthinder" zal ondergaan, en dat deze nadelen moeilijk te herstellen zijn. 3.
  21. De inrichting in kwestie is gelegen in een industriegebied, dus op een plaats waar de vergunde activiteiten in principe planologisch thuishoren. In industriegebieden geldt een hogere tolerantiedrempel voor hinder die wordt teweeggebracht door bedrijven. Verzoeker exploiteert op hetzelfde industrieterrein een schildersbedrijf. Bij zijn bedrijf hoort een "conciërgewoning" die hij bewoont. Zijn bedrijf is aangebouwd aan het bedrijfsgebouw van de tussenkomende partij. Van verzoeker kan een grotere tolerantie worden verwacht voor hinder die eigenlijk normaal is voor een industriegebied. Hij toont niet aan dat de hinder en de risico's die verbonden zijn aan de tenuitvoerlegging van de bestreden milieuvergunning dermate groot of abnormaal zijn dat ze de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit kunnen verantwoorden. VII-37.224-5/8 De vrees voor geurhinder wordt door verzoeker gebaseerd op het loutere gegeven dat de exploitatie van de mengbank en de spuitcabine gepaard gaan met het gebruik van allerhande verven en thinners. In het bestreden besluit, zoals trouwens reeds het geval was in de in eerste aanleg genomen beslissing over de vergunningsaanvraag, wordt uitdrukkelijk gesteld dat de spuitcabine slechts in zeer beperkte mate zal worden gebruikt, namelijk één dag per week gedurende maximaal twee uur, voor de opleiding en bijscholing van het gespecialiseerd personeel van de klanten van de tussenkomende partij. Uit het administratief dossier blijkt dat de verwerende partij voor het beweerde beperkte gebruik van de spuitcabine rechtstreeks heeft gesteund op de gegevens die in de vergunningsaanvraag van de tussenkomende partij worden vermeld. Aangezien de vergunningsaanvrager gebonden is door zijn aanvraag - te dezen door de toelichting die wordt gegeven bij de beschrijving van het voorwerp ervan - was het, in tegenstelling tot wat verzoeker beweert, voor de verwerende partij niet noodzakelijk om een "beperkende voorwaarde" op te leggen omtrent het gebruik van de spuitcabine. Er is geen reden om te twijfelen aan het feit dat de spuitcabine slechts in zeer beperkte mate zal worden geëxploiteerd. Evenmin kan, bij gebreke aan door verzoeker geleverde en overtuigende tegenindicaties, worden aangenomen dat tijdens de wekelijkse korte exploitatieperiode onaanvaardbare hinder zal optreden, temeer omdat in de motivering van het bestreden besluit wordt overwogen dat de cabine zal worden uitgerust met "paint-stop-filters" ten einde de luchtverontreiniging maximaal te beperken. De bewering van verzoeker dat er "in de gehele procedure geen enkele melding gemaakt wordt van enige andere beschermende maatregel inzake geurhinder", mist dus feitelijke grondslag. De verfmengbank was reeds onderdeel van het aktenemingsbesluit van 29 augustus
  22. Verzoeker legt geen concrete gegevens voor waaruit blijkt dat het gebruik van die verfmengbank in het verleden aanleiding heeft gegeven tot ernstige geuroverlast. Geen enkel gegeven van het dossier laat toe te besluiten dat het samenpersen van verfblikken en het gebruik van de vergunde compressoren aanleiding zal geven tot geluidshinder die abnormaal is voor een industriegebied. De verleende adviezen zijn op dat punt immers eenduidig : rekening houdend met de ligging in een industriegebied is de verwachte geluidshinder aanvaardbaar, temeer omdat de activiteiten plaatsvinden in het bedrijfsgebouw achter gesloten deuren. Verzoeker maakt het tegendeel niet aannemelijk. VII-37.224-6/8 Het vrachtverkeer en het bijhorende laden en lossen zijn inherent aan de bestemming industriegebied. Het beweerde "risico op calamiteiten" is louter hypothetisch. De beweerde "zicht- en lichthinder" is een nadeel dat niet is verbonden met de milieuvergunning maar met de nog te verlenen stedenbouwkun- dige vergunning voor het nieuwe gebouw waarin de vergunde activiteiten zullen worden ondergebracht. Dit nadeel vloeit dus niet rechtstreeks voort uit de tenuitvoerlegging van het thans bestreden besluit. Bovendien kan wie in een industriegebied woont, verwachten dat hij zal moeten uitkijken op industriële constructies en exploitaties. Verzoeker toont dan ook niet aan dat er een moeilijk te herstellen ernstig nadeel is. Er is bijgevolg niet voldaan aan één van de voorwaarden van artikel 17, § 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  23. Dit volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen zonder dat het nodig is de opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties te onderzoeken, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  24. Het verzoek tot tussenkomst van de BVBA ALFA PAINTS in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  25. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  26. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. VII-37.224-7/8 De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig november tweeduizend en acht, door : de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. E. BREWAEYS. VII-37.224-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.112 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.160 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.