id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.155 Rolnummer: A. 148757/IX-4087 Zaak: Arrest 188155 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 24/11/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-05 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 08:55 Fiche Arrest nr 188.155 van 24 november 2008 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.155 van 24 november 2008 in de zaak A. 148.757/IX-
- In zake : Christel DEMERLIER, die woonplaats kiest bij het Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt - LRB, gevestigd te GENT, Voskenslaan 228 bus 4 tegen : de Dienst voor Infrastructuurwerken van het Gesubsidieerd Onderwijs, thans het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs, die woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46/
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Christel DEMERLIER op 13 maart 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing van 1 oktober 2003 van de leidend ambtenaar van de Dienst voor Infrastructuurwerken van het Gesubsidieerd Onderwijs, waarbij het besluit van 23 juni 2003, waarbij aan de heer Roger Vander Beken, hoofdmedewerker, een verlof voorafgaand aan de pensionering wordt toegestaan voor de periode van 1 januari 2004 tot en met 31 maart 2007, wordt geannuleerd”; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur J. NEUTS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 5 september 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 2 oktober 2008; IX-4087-1/6 Gelet op de brief van 17 september 2008 waarbij de zaak wordt uitgesteld naar de openbare terechtzitting van 17 november 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van de verzoekster, van advocaat T. VANTOMME, die verschijnt voor de verzoekster, en van advocaat N. DE CLERCQ, die loco advocaat B. STAELENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord adjunct-auditeur J. NEUTS, daartoe gemachtigd bij beslissing van de auditeur-generaal van 31 oktober 2008, in zijn eensluidend advies; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten
- Op het ogenblik van de bestreden beslissing is de verzoekster statutair medewerker (rang C1) bij de Dienst voor Infrastructuurwerken van het Gesubsidieerd Onderwijs (kortweg: DIGO). Zij wordt met ingang van 1 juli 2003 gedetacheerd naar het kabinet van de Vlaamse minister van Economie, Buitenlands Beleid en E-government. Die detachering wordt stopgezet vanaf 1 januari
- Vanaf diezelfde datum wordt haar een vakbondsverlof toegestaan als vaste afgevaardigde van het Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt.
- Op 7 maart 2003 meldt Roger Vander Beken, hoofdmedewerker bij de DIGO, dat hij gebruik wenst te maken van de uitstapregeling bedoeld in het besluit van de Vlaamse regering van 7 juli 2002 betreffende de toekenning van een verlof dat voorafgaat aan de pensionering voor de ambtenaren van sommige Vlaamse openbare instellingen. Bij besluit van de administrateur-generaal van de DIGO van 23 juni 2003 wordt hem een verlof voorafgaand aan de pensionering toegekend, en dit van 1 januari 2004 tot 31 maart
- IX-4087-2/6 Op 23 september 2003 deelt Roger Vander Beken mee dat hij zijn aanvraag tot verlof voorafgaand aan de pensionering wenst in te trekken. Bij besluit van de administrateur-generaal van 1 oktober 2003 wordt het voormelde besluit van 23 juni 2003 “geannuleerd”. Dit laatste besluit, dat bij uittreksel wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 15 januari 2004, vormt het voorwerp van het voorliggende beroep. Ontvankelijkheid van het beroep 3.
- In haar memorie van antwoord werpt de verwerende partij een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep op, afgeleid uit het ontbreken van een rechtstreeks en zeker belang in hoofde van de verzoekster. De verwerende partij merkt in de eerste plaats op dat de verzoekster in haar verzoekschrift stelt dat zij belang heeft bij de vernietiging van het bestreden besluit omdat de intrekking van het verlof van Roger Vander Beken betekent dat een betrekking van hoofdmedewerker minder vacant is. Volgens de verwerende partij houdt dit geen rechtstreeks belang is. Zij stelt dat het niet is omdat men kandidaat kan zijn bij een volgende vacantverklaring van het ambt van hoofdmedewerker dat men een voldoende en rechtstreeks belang kan laten gelden bij een annulatie van voorafgaande beslissingen die de vacantverklaring kunnen beïnvloeden. Zij meent dat de vernietiging van de bestreden beslissing niet rechtstreeks tot gevolg zou hebben dat aan de verzoekster een kans wordt gegeven om bevorderd te worden. Voorts wijst de verwerende partij erop dat het verlof aan Roger Vander Beken is toegestaan zonder dat er voor de DIGO reeds een gevalideerd personeelsplan was. In een dergelijk geval kon zijn betrekking niet vacant verklaard worden vóór het einde van het verlof. De verwerende partij wijst in dat verband op artikel VIII 93 van het besluit van de Vlaamse regering van 30 juni 2000 houdende de regeling van de rechtspositie van het personeel van sommige Vlaamse openbare instellingen (Stambesluit VOI) en de toelichting bij de uitstapregeling. De verzoekster heeft dan ook geen enkel belang bij het beroep tot vernietiging van het bestreden besluit. IX-4087-3/6 Ten slotte voert de verwerende partij aan dat er geen enkele verplichting bestaat om vacatures op te vullen in een bevorderingsfunctie. De DIGO kan zelf bepalen op welke wijze zij een vacature wenst in te vullen. Ter zake verwijst de verwerende partij naar artikel V 2 van het Stambesluit VOI. Zij stelt dat, zelfs in de hypothese dat het ambt van hoofdmedewerker vacant zou worden verklaard, er geen zekerheid bestaat dat de verzoekster in aanmerking zou komen voor het ambt. Meer nog, na de goedkeuring (op 19 januari 2004) van het proces- en personeelsplan van de DIGO bestaat er zelfs geen verplichting om een vacature in te vullen. Het is immers de leidend ambtenaar die oordeelt of hij een vacature invult. Het belang van de verzoekster is dan ook puur hypothetisch en niet zeker. 3.
- In haar memorie van wederantwoord repliceert de verzoekster dat de bestreden beslissing inhoudt dat de betrekking ingenomen door Roger Vander Beken niet langer als vacant kan worden beschouwd en dat die vaststelling volstaat om haar belang te staven. Noch het feit dat er geen zekerheid bestaat dat een vacante betrekking van hoofdmedewerker vacant zou worden verklaard met het oog op bevordering, noch het feit dat er, na de goedkeuring van het proces- en personeelsplan van DIGO, geen verplichting zou bestaan om een vacature in te vullen, doen volgens de verzoekster afbreuk aan de conclusie dat na de eventuele vernietiging van het bestreden besluit minstens de mogelijkheid daartoe zou blijven bestaan. Volgens de verzoekster volstaat deze mogelijkheid met het oog op het vaststellen van haar belang bij de vernietiging. 3.3.
- Artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de beroepen tot nietigverklaring voor de afdeling bestuursrechtspraak kunnen worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang. Het in deze bepaling bedoelde belang moet persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig zijn. Het rechtstreeks karakter van het belang houdt in dat er een rechtstreeks causaal verband moet bestaan tussen het door de verzoekende partij geleden nadeel, enerzijds, en de bestreden beslissing, anderzijds. IX-4087-4/6 3.3.
- In haar verzoekschrift stelt de verzoekster met betrekking tot haar belang dat door de intrekking van het verlof dat aan Roger Vander Beken was toegekend, een betrekking van hoofdmedewerker minder vacant blijft. De eventuele vernietiging van de intrekking van het verlof voorafgaand aan de pensionering van Roger Vander Beken zou evenwel niet rechtstreeks tot gevolg hebben dat de verzoekster zelf een kans maakt om bevorderd te worden. Zo er een verband is tussen de vernietiging van de intrekking en de eventuele bevorderingskansen van de verzoekster, is dit geen rechtstreeks verband. Het door de verzoekster ingeroepen belang is derhalve een onrechtstreeks belang, dat niet voldoet aan de vereisten gesteld bij artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. 3.3.
- Daarenboven is het door de verzoekster aangehaalde belang hypothetisch nu zij niet aantoont, en uit het dossier evenmin blijkt, dat de invulling van de eventuele vacature ten gevolge van de vernietiging van de intrekking van het verlof van Roger Vander Beken zou moeten gebeuren middels een bevordering waarvoor zij in aanmerking zou komen. De verwerende partij verwijst in dit verband terecht naar artikel V 2 van het Stambesluit VOI, dat naast de mogelijkheid van bevordering onder meer ook voorziet in een mogelijkheid tot aanwerving. De verzoekster kan niet gevolgd worden waar zij aanvoert dat het voldoende is dat de mogelijkheid bestaat van een invulling van de eventuele vacature middels een bevordering. Voor de ontvankelijkheid van het beroep is immers een zeker belang vereist. Het feit dat het opstarten, van een bevorderingsprocedure een loutere mogelijkheid is, naast andere mogelijkheden, maakt dat haar belang niet zeker is. 3.3.
- De exceptie is in de besproken mate gegrond. IX-4087-5/6 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 24 november 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, B. THYS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-4087-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.155 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.