← België

Arrest 188157 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 24/11/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.157 Rolnummer: A. 186440/X-13584 Zaak: Arrest 188157 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 24/11/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-02 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 08:55 Fiche Arrest nr 188.157 van 24 november 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.157 van 24 november 2008 in de zaak A.186.440/X-13.584. In zake : de n.v. NIEULANDT RECYCLING, die woonplaats kiest bij advocaat D. ABBELOOS, kantoor houdende te 9200 DENDERMONDE, Sint-Gillislaan 6, bus 11 tegen : 1. de stad AALST, die woonplaats kiest bij advocaat J. NIJS, kantoor houdende te 9200 DENDERMONDE, Noordlaan 82-84, 2. de deputatie van de provincieraad van OOST- VLAANDEREN. tussenkomende partijen : 1. de n.v. TUPPERWARE BELGIUM, 2. de n.v. B & R, die woonplaats kiezen bij advocaat J.-F. VAN DEN BERGHE, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Louizalaan 149. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat de n.v. NIEULANDT RECYCLING op 21 december 2007 heeft ingediend, en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van : 1. het besluit van 20 september 2007 van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen houdende goedkeuring van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Tragel” van de stad Aalst, en 2. de beslissing van 29 mei 2007 van de gemeenteraad van de stad Aalst houdende definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Tragel” van de stad Aalst; Gezien de nota’s van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur T. DE WAELE; X-13.584-1/10 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 25 april 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 mei 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. ABBELOOS, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat J. NIJS, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van advocaat P. LOUAGE die, loco advocaat B. BRONDERS, eveneens verschijnt voor de eerste verwerende partij, van bestuurssecretaris K. VAN KEYMEULEN, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van advocaat P. MALLIEN, die verschijnt voor de tussenkomende partijen; Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : 1. Rechtspleging Met een verzoekschrift van 7 maart 2008 hebben de n.v. TUPPERWARE BELGIUM en de n.v. B&R gevraagd om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen. 2. De thans voorliggende gegevens van de zaak 2.1. De site “Tragel” ligt in noordelijke richting ten opzichte van het stadscentrum van Aalst, en wordt doorsneden door de Dender. Ter plaatse zijn een groot aantal, verscheiden functies aanwezig. X-13.584-2/10 2.2. De verzoekende partij exploiteert er een afvalverwerkend en -recyclagebedrijf, op terreinen die volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 30 mei 1978 vastgestelde gewestplan Aalst-Ninove- Geraardsbergen-Zottegem gelegen zijn in industriegebied en gedeeltelijk in buffergebied. Voor haar activiteiten beschikt de verzoekende partij over een milieuvergunning die bij besluit van 19 september 2002 werd verleend door de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen, voor een termijn van 20 jaar vanaf 21 april 2003. 2.3. De stad Aalst wenst middels een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan een aantal ontwikkelingen in dit gebied te stimuleren. Onder meer is het de bedoeling om langs de beide oevers van de Dender een “waterfront” in te richten met onder meer een fietsroute, zou een nieuwe verbindingsweg moeten aangelegd worden tussen de stadsring die het gebied begrenst en de nabije pendelparking van de spoorwegen, en wordt gestreefd naar een differentiatie en een kwalitatieve reconversie van de verschillende economische activiteiten in het gebied. 2.4. De gemeenteraad van de stad Aalst stelt het gemeentelijk RUP “Tragel” voorlopig vast in zitting van 6 juli 2006. De bedrijfsterreinen van de verzoekende partij komen volgens de ontwerp-plannen terecht in een gebied voor grootschalige stedelijke functies in een parkomgeving, zoals bepaald in artikel 12 van de stedenbouwkundige voorschriften. In de definitieve versie van het RUP wordt dit stedenbouwkundig voorschrift hernummerd naar artikel 13. 2.5. Ingevolge contacten tussen de verzoekende partij en de eerste verwerende partij, richt het college van burgemeester en schepenen van de stad Aalst op 11 september 2006 een brief aan de verzoekende partij met meer uitleg over het gemeentelijk RUP. In dit schrijven wordt onder meer bevestigd dat de verzoekende partij weliswaar “geen toekomstperspectief op lange termijn op de Tragelsite geboden wordt”, doch wordt daar uitdrukkelijk aan toegevoegd dat de in de gegeven milieuvergunning vergunde activiteiten kunnen worden uitgevoerd “tot de aangegeven einddatum”. X-13.584-3/10 2.6. Gedurende het openbaar onderzoek over het ontwerp van RUP dient de verzoekende partij op 11 oktober 2006 een bezwaarschrift in. De GECORO van de stad Aalst verleent advies op 10 januari 2007, en behandelt en bespreekt onder meer ook de tijdens het openbaar onderzoek ingediende bezwaren. 2.7. Op 29 mei 2007 stelt de gemeenteraad van de stad Aalst het gemeentelijk RUP “Tragel” definitief vast, en beslist daarbij om aan het verordenend stedenbouwkundig voorschrift van artikel 13 een paragraaf toe te voegen waarin het volgende wordt bepaald : “Tot 1 januari 2014 en beperkt tot (

  1. de)huidige percelen 967/e2 en 967/d2, is de bestemming afvalverwerkende nijverheid toegelaten binnen deze zone. De bestaande percelen en installaties kunnen beperkt aangepast en uitgebreid worden, ten behoeve van deze bestemming. De gezamenlijke grondoppervlakte van bebouwde volumes bedraagt daarbij nooit meer dan 1400m²”. Dit is het tweede bestreden besluit. 2.8. Op 20 september 2007 keurt de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen het gemeentelijk RUP “Tragel” goed. Dit is het eerste bestreden besluit. 3. De ontvankelijkheid De tweede verwerende partij en de tussenkomende partijen betwisten de ontvankelijkheid van de vordering. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen exceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zou zich slechts opdringen indien zou komen vast te staan dat de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering vervuld zijn, hetgeen, zoals hierna zal blijken, te dezen niet het geval is. 4. De grondvoorwaarden tot schorsing 4.1. Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de X-13.584-4/10 onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 4.2. Met betrekking tot het moeilijk te herstellen ernstig nadeel voert de verzoekende partij het volgende aan : “3.1. De bestreden beslissing berokkent verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. 3.2 Ongeacht de briefwisseling van de Stad Aalst, die een vrij eigenaardige interpretatie geven aan de voorschriften die ze zelf opstelt, is de ontwikkeling van de situatie voor verzoekster dramatisch. Er worden haar door de meest recente toevoeging aan het RUP verschillende beperkingen gesteld: Tot 1 januari 2014 en beperkt tot (
  2. de)huidige percelen 967e2 en 967d2, is de bestemming afvalverwerkende nijverheid toegelaten binnen deze zone. De bestaande percelen en installaties kunnen beperkt aangepast en uitgebreid worden, ten behoeve van deze bestemming. De gezamenlijke grondoppervlakte van bebouwde volumes bedraagt daarbij nooit meer dan 1400m² De bestemming afvalverwerkende nijverheid is toegelaten onder drie voorwaarden: a. tot 1 januari 2014 b. beperkt tot percelen 967e2 en 967d2 c. het gezamenlijk grondoppervlak van de bebouwde volumes bedraagt nooit meer dan 1400 m² Verzoekster gebruikt nu voor de exploitatie van haar bedrijf de percelen 09632, 699I, 967d2, 967e2,967h2,967I2 en beschikt over een milieuvergunning tot 20 april 2023 (...). Verzoekster verwijst hierbij naar de foto's (...) die ze bij het dossier voegt, maar vooral aan de demo die op haar site terug te vinden is op haar webstek: www.nieulandtrecycling.be waaruit duidelijk het gebruik blijkt. Door deze ingreep worden door toedoen van de stad de activiteiten van verzoekster op meer dan de helft van de percelen zonevreemd, zonder dat voorzien wordt in een overgangsmaatregel voor die percelen. De interpretatie van de stad , waarvan de bedoeling duister is, ook al zou er nog tot 20 april 2023 legaal mogen geëxploiteerd worden, wordt door de bewoordingen van deze toevoeging compleet tegengesproken. Het spreekt voor zich dat elk perceel dat gebruikt wordt door verzoekster, aangewend wordt om haar activiteiten te kunnen uitvoeren, ook de gebouwen waaronder een loods. Door de onmiddellijke zonevreemdheid wordt artikel 145bis4/ van het decreet van 18 mei 1999 (en latere wijzigingen) houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening in het plangebied niet van toepassing. Dus het bekomen van bijkomende bouw- en milieuvergunningen... • om te voldoen aan eventuele wijzigingen in het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning voorgeschreven algemene, sectoriele of bijzondere randvoorwaarden, strekkende tot het bevorderen van de kwaliteit van het leefmilieu, of het noodzakelijke gevolg van een voorwaarde die betrekking heeft op de gezondheid van de mens opgelegd na advies van de bevoegde dienst naar aankleding van een vergunning verleend in het kader van dat decreet, • als noodzakelijk gevolg van maatregelen voorgeschreven door de sociale inspectie die bevoegd is in het kader van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie X-13.584-5/10 • als noodzakelijk gevolg van maatregelen voorgeschreven in het kader van de wet van 2 april 1971 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen, die per definitie strijdig zijn met de stedenbouwkundige voorschriften van het RUP ‘Tragel’ zijn niet mogelijk. 3.3 Deze ontwikkeling is dramatisch voor het bedrijf dat in volle bloei is. Recent werden volgende investeringen uitgevoerd: - Begin 2006: samenwerking met Coberec, de federatie van schroothandelaren en Recupel voor de inzameling van elektrische toestellen. Een pilootproject om te testen of de ophaling en verwerking van deze elektrische toestellen door de schrootsector kon blijven gebeuren. Verzoekster is één van de vijf bedrijven die daarvoor een erkenning kreeg van Recupel. - Februari 2007: aankoop nieuwe overslagkraan voor een bedrag van 156.000 euro met 5 jaar afschrijvingstermijn. - Maart 2007 wordt een bediende aangeworven. De schrootsector wordt steeds complexer. De milieuwetgeving verandert snel, de concurrentie wordt steeds scherper er komen steeds meer dingen bij kijken dan de loutere organisatie op het terrein. Daarom moet een extra administratieve kracht ervoor zorgen dat meer tijd vrij komt om de evoluties op de markt op te volgen en de interne werking daaraan aan te passen. - April 2007 wordt een extra sorteerder aangeworven. De stijging van de te sorteren metalen, extra aktiviteiten zoals de elektrische toestellen die apart moeten behandeld worden, een groeiend aantal autowrakken dat moet gedepollueerd worden, kunnen niet meer door drie arbeiders opgevolgd worden, waardoor een vierde man nodig is. - Juli 2007: aankoop van een schrootschaar. Op de gebouwen na met veel voorsprong de belangrijkste investering ooit voor verzoekster : 500.000 euro, af te schrijven op 8 jaar. Deze investering moet voor verzoekster een stap vooruit betekenen. Om concurrentieel te blijven moet het bedrijf rendabeler werken en betere kwaliteiten uitgesorteerd en voorbehandeld schroot verkopen. Een schrootschaar knipt metalen. Daardoor worden ze meer waard in recyclage en wordt vooral het transport interessanter omdat containers die anders vaak ver onder hun maximaal tonnage geladen worden, nu veel makkelijker, sneller en voller kunnen geladen worden. Levering van de machine gebeurt einde april 2008. - Oktober 2007: aankoop van een zware overslagkraan, die vooral moet dienen voor de bevoorrading van de schaar. Een investering van 223.000 euro. Af te schrijven op vijf jaar. - In de loop van deze periode kent Nieulandt Recycling een duidelijke groei van het omzetcijfer. (...) Verzoeksters bedrijf is ten volle in evolutie en ze heeft dan ook zeer dikwijls een aanpassing van haar milieuvergunning nodig. Zo werd aan verzoekster nog op 7 februari 2006 een mededeling van kleine verandering verleend voor het pletten van autowrakken. (...) Zo bestelde verzoekster op 14 augustus 2007 (...) de mobiele schrootschaar voor een bedrag van 500.000 euro (excl. BTW); waarvoor ze op 21 november 2007 een melding van kleine verandering vroeg aan de Provincie Oost-Vlaanderen (...). De diensten van de provincie verklaarden deze mededeling ontvankelijk en volledig op 10 december 2007. Verzoekster legt hiertoe de jaarbalans neer, waaruit een gunstige evolutie blijkt. Het spreekt echter voor zich dat de investering die ze zich zal moeten getroosten om een nieuwe locatie te vinden financieel onhaalbaar is. De cijfers laten niet toe om op een termijn van 6 jaar, in de veronderstelling dat een terrein gevonden wordt, de recente investeringen met afschrijvingen, de X-13.584-6/10 installaties, bouwvergunningen en milieuvergunningen, binnen een periode van 6 jaar rond te krijgen. (...) Wie beslist dan een bedrijf met de omvang van dat van verzoekster, in de sector van verzoekster, op een periode van 6 jaar in de lokale nabijheid een uitgerust en vergund bedrijf vindt, beslist wars van werkelijkheid. De stad Aalst wil het bedrijf verwijderd zien van haar evenementenhal, omwille van dezelfde reden als anderen de komst van het bedrijf zullen proberen tegen te houden. De beperking tot 2014, tegen alle verwachtingen in, met daarbovenop de mededeling dat dit een ruime periode is om te herlocaliseren is in concreto onrealistisch. De buitenverwerking dient gestopt te zijn op 1 januari 2014; het kaartmateriaal bewijst dat wanneer de uitgesloten terreinen, van dan af onbruikbaar zullen zijn, dit automatisch de inactiviteit van het bedrijf van verzoekster met zich meebrengt. De activiteiten binnenshuis en buitenshuis zijn complementair, gelet op de verschillende fases van de verwerking van het schroot, dat het ondenkbaar is een deel van de activiteiten te scheiden. De verwerkingslijn gaat als volgt: Elke partij schroot wordt gewogen op de in de grond verankerde weegbrug aan de ingang van het terrein. Dan wordt een eerste verdeling gemaakt. Non-ferrometalen (aluminium, zink, lood, koper en dergelijke) worden apart gehouden, de metalen (zwaar en licht ijzer, gietijzer, autowrakken) ook. De non-ferrometalen worden, afhankelijk van de waarde van het materiaal zo veel mogelijk binnen bewaard. Op dit ogenblik zijn vooral de verschillende soorten koper gegeerd materiaal voor diefstal. Logisch dus dat dergelijk materiaal in een goed afgesloten en bewaakte loods gestockeerd wordt. De ferrometalen worden niet alleen gesorteerd op het terrein maar ondergaan vaak ook een mechanische behandeling. Zeker vanaf voorjaar 2008 wanneer een nieuwe schrootschaar geleverd wordt die in principe al het ijzer zou moeten verkleinen (door te persen of te knippen). Ijzer wordt dus gesorteerd, verkleind en overgeladen in containers of vrachtwagen-opleggers voor vervoer. Autowrakken kennen een aparte behandeling. Verzoekster is een erkend centrum voor de depollutie van autowrakken. Dat is niet alleen een administratieve erkenning. Het bedrijf moet er voor zorgen dat autowrakken op een milieuvriendelijke wijze ontdaan worden van alle gevaarlijke stoffen (olie, benzine, batterij enzovoort). Daarvoor wordt een installatie gebruikt die in de in 2003 gebouwde loods net daarvoor gebouwd werd. En andere erkenning van Nieulandt Recycling is die van regionaal ophaalpunt van elektrisch en elektronisch schroot (koelkasten, wasmachines enzovoort). Dat is materiaal dat uit het aangeleverde schroot gesorteerd of apart geleverd wordt. Dit materiaal wordt gestockeerd in daarvoor bestemde containers die overdekt moeten staan. Het is dan ook onmogelijk om de buitenactiviteiten te scheiden van de binnenactiviteiten. 3.4 Verzoekster is het slachtoffer van haar ontwikkeling. De buitenactiviteiten van verzoekster dienen een einde te nemen op 1 januari 2014 en het College van Burgemeester en Schepenen stelt dat verzoekster dan ook ‘ruim’ (...) de tijd heeft om een herlocalisatie te vinden. Verzoekster herhaalt dat het bestuur in het vage blijft over de manier waarop ze wil helpen en de modaliteiten, gelet op de deontologische code van de mandatarissen en de beginselen van behoorlijk bestuur. De Stad Aalst is enkel aandeelhouder van intercommunale Solva, waar ze zich dient te onderwerpen aan de beslissingen van de raad van bestuur. Solva organiseert de economische ontwikkelingen in het Land van Aalst. X-13.584-7/10 Verzoekster heeft zich vrijblijvend en zonder aankoopverplichting ingeschreven op een lijst van de ontwikkelingsintercommunale Solva, die hen zou verwittigen van zodra een perceel vrijkwam, maar mocht sinds 2003 geen nieuws van de intercommunale vernemen. Dit is niet verwonderlijk, gelet op de aard van de activiteiten van verzoekster, die aan metaalrecyclage doet. Deze activiteit wordt door de bevolking geïnterpreteerd als zwaar vervuilend. Art 3 van de algemene aankoopvoorwaarden voor gronden van intercommunale Solva luiden verder: Artikel 3 - Bestemming De verkochte gronden zijn bestemd voor onschadelijke en ongevaarlijke bedrijven, die voor de omliggende woonkernen geen hinderlijke of ongezonde uitwasemingen, rook, stof of geuren medebrengen, geen overmatige geluidshinder veroorzaken en die bovendien de plantengroei niet schaden. De activiteiten (metaalverwerking - shreddering - werken met een schrootschaar) ressorteren onder de definitie van de bedrijven die blijkbaar ongewenst zijn conform de voorwaarden. De site van Solva zelf toont aan dat er geen gronden beschikbaar zijn voor de exploitatie van verzoekster: - terrein Erembodegem - Zuid Aalst-Erembodegem: regionaal bedrijventerrein; de gronden worden nog aangekocht m.a.w. de ruimtelijke planning moet nog een aanvang nemen. Dit terrein wordt een regionaal bedrijventerrein, terwijl het bedrijf van verzoekster een lokale uitstraling heeft. (...) - terrein Erembodegem - Zuid Aalst - Erembodegem: terrein voor bedrijven met milieubelastende industrieën: volzet (...) Deze toestand maakt dan ook onmiskenbaar een moeilijk te herstellen ernstig nadeel uit”. 4.3.1. Als reactie op het auditoraatsverslag heeft de verzoekende partij aan de hand van een brief van 19 mei 2008 met bijgevoegde stukken bijkomende uitleg verschaft bij haar uiteenzetting aangaande het in het verzoekschrift uiteengezet moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Ter terechtzitting vraagt de eerste verwerende partij terecht deze stukken uit de debatten te weren. Uit artikel 8, eerste lid, 3/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State volgt immers dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met nadien bijgebrachte feiten en verklaringen en niet bij het verzoekschrift gevoegde stukken geen rekening kan worden gehouden. 4.3.2. Met de verwerende partijen en de tussenkomende partijen dient gesteld te worden dat de verzoekende partij bij de omschrijving van haar beweerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel is uitgegaan van een foutieve lezing en X-13.584-8/10 interpretatie van artikel 13 van de stedenbouwkundige voorschriften van het bestreden gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Uit de procedure van totstandkoming van het gemeentelijk RUP “Tragel” blijkt dat door de gemeenteraad van de stad Aalst een bijkomende paragraaf aan artikel 13 van de stedenbouwkundige voorschriften werd toegevoegd “om gedeeltelijk tegemoet te komen aan het bezwaar” dat de verzoekende partij tijdens het openbaar onderzoek had ingediend. In deze paragraaf wordt het volgende bepaald : “Tot 1 januari 2014 en beperkt tot (
  3. de)huidige percelen 967/e2 en 967/d2, is de bestemming afvalverwerkende nijverheid toegelaten binnen deze zone. De bestaande percelen en installaties kunnen beperkt aangepast en uitgebreid worden, ten behoeve van deze bestemming. De gezamenlijke grondoppervlakte van bebouwde volumes bedraagt daarbij nooit meer dan 1400m²”. Zoals de verwerende partijen en de tussenkomende partijen betogen, houdt deze aanvulling van het stedenbouwkundig voorschrift in dat de verzoekende partij voor de twee voormelde percelen tot 1 januari 2014 toelatingen kan bekomen en meldingen kan doen voor beperkte aanpassingen en uitbreidingen van haar afvalverwerkingsactiviteiten, voor zover de gezamenlijke grondoppervlakte van de bebouwde volumes daardoor niet meer bedraagt dan 1400 m², en dit, in tegenstelling tot wat de verzoekende partij beweert, bovenop het verder ten uitvoer leggen van de door haar op 19 september 2002 verkregen en tot april 2023 geldende milieuvergunning voor de overige percelen waarop zij thans actief is. De verzoekende partij stoelt haar moeilijk te herstellen ernstig nadeel derhalve op een foutieve premisse. 4.3.3. De verzoekende partij toont derhalve niet afdoende aan dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen haar een moeilijk te herstellen ernstig nadeel in de zin van artikel 17, §2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan berokkenen. Uit hetgeen voorafgaat blijkt dat niet is voldaan aan één van de door artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden besluiten te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. X-13.584-9/10 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. TUPPERWARE BELGIUM en n.v. B & R wordt ingewilligd. Artikel 2. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel 3. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de tussenkomst wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig november 2008, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-13.584-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.157 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.