id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.159 Rolnummer: A. 70182/X-6808 Zaak: Arrest 188159 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 24/11/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-03 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 08:55 Fiche Arrest nr 188.159 van 24 november 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping afvoering Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.159 van 24 november 2008 in de zaak A. 70.182/X-6808. In zake : 1. Leon HUYGEN, 2. Margaretha BRULMANS (overleden), die woonplaats kiezen bij advocaten Ph. THIERY en J. COCH, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Geraetstraat 19 tegen : het Vlaamse gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. KNAEPS, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Willekensmolenstraat 72/1-2. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Leon HUYGEN en Margaretha BRULMANS op 2 augustus 1996 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 6 juni 1996 van de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening houdende verwerping van hun beroep tegen het besluit van 28 september 1995 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg waarbij hun de vergunning is geweigerd voor het regulariseren van een hangar, stallen en garages en het regulariseren van een gebruikswijziging van hangar tot dancing en uitbreiding van de dancing te Bilzen, Meremweg 25, kadastraal bekend sectie H, nrs. 104/p, 141/l2/m/k2/t2; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de beschikking van 22 mei 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; X-6808-1/10 Gezien het verzoek tot voortzetting van de verzoekende partijen; Gelet op de beschikking van 10 april 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 mei 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. THIERY, die verschijnt voor de eerste verzoekende partij, en van advocaat B. SPELEERS, die loco advocaat B. KNAEPS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : 1. Rechtspleging Uit een uittreksel uit het register der overlijdensakten van de stad Tongeren blijkt dat de tweede verzoekende partij is overleden op 27 januari 2006. Het geding werd niet hervat door haar rechthebbenden. De zaak moet dienvolgens in haren hoofde van de rol worden afgevoerd. 2. De feiten 2.1. Op 16 juni 1994 (datum van het ontvangstbewijs) dienen de verzoekende partijen bij het stadsbestuur van Bilzen een aanvraag in tot het regulariseren van een dancing, voor stallen, garages en een hangaar op een perceel gelegen te Bilzen, Meremweg en kadastraal bekend sectie H nrs. 140/p, 141/l2-m-k2-t2. 2.2. Het voornoemde perceel is overeenkomstig het gewestplan Sint-Truiden-Tongeren, vastgesteld bij koninklijk besluit van 5 april 1977, gelegen in woongebied en agrarisch gebied. X-6808-2/10 Het is niet gelegen binnen een gebied waar een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg bestaat, en evenmin binnen het gebied van een behoorlijk vergunde, niet vervallen verkaveling. 2.3. Naar aanleiding van het openbaar onderzoek worden 9 bezwaarschriften ingediend. Het college van burgemeester en schepenen van Bilzen vat deze bezwaren als volgt samen : “Gezien al deze bezwaarschriften handelen over dezelfde problematieken waaronder : - dancing .. nachtlawaai, vechtpartijen, drughandel, wapenbezit, vandalisme, wild parkeren, bevuiling voetpaden, - koestallen met mesthoop .. geurhinder, ongedierte”. Op 17 oktober 1994 beslist het college van burgemeester en schepenen van Bilzen deze bezwaren te weerhouden omdat “in het kader van de stedenbouwwet en de beveiliging van de openbare orde en veiligheid van de woonomgeving al deze bezwaarschriften kunnen aanvaard worden”. 2.4. Op 16 januari 1995 verleent AMINAL, Bestuur Landinrichting en -beheer volgend ongunstig advies : “De bouwplaats behoort tot het agrarisch gebied, aansluitend op een woongebied De aanvrager (63 jaar) is buiten de landbouw tewerkgesteld Voor het stallen van enkele dieren (6 vaarzen, 3 kalveren en 3 stieren) heeft de aanvrager twee stallen gebouwd waarvan de gesloten stal gelegen is in het agrarisch gebied en de open stal in het voorliggend woongebied. De constructies sluiten echter niet aan bij de woning van de aanvrager maar zijn gelegen achter de woningen van de geburen in de Solveldstraat. Uit het oogpunt van een goede landinrichting en ook uit landbouwkundig oogpunt wordt de regularisatie van deze stallen afgewezen. Alhoewel het gebied ter plaatse als structureel aangetast kan aangezien worden dient uit landbouwkundig oogpunt de regularisatie en bestemmingswijziging wegens de strijdigheid met het gewestplan en mede wegens de te verwachten hinder, afgewezen te worden”. 2.5. De gemachtigde ambtenaar verleent op 25 januari 1995 volgend ongunstig advies : “Gelet op de bouwaanvraag ingediend door HUYGEN-BRULMANS met betrekking tot een perceel gelegen te Bilzen sectie H nr. 140P, 141L2-M-K2-T2 en strekkende tot de regularisatie van een dancing en bestemmingswijziging; X-6808-3/10 Overwegende dat er voor het gebiedsdeel waarin het perceel begrepen is geen door de Koning goedgekeurd bijzonder plan van aanleg bestaat ; Overwegende dat het perceel niet gelegen is binnen het gebied van een behoorlijk vergunde verkaveling; Overwegende dat het perceel gelegen is binnen een woonzone en een agrarische zone volgens het bij K.B. dd. 05.04.77 goedgekeurd gewestplan St.-Truiden-Tongeren; Overwegende dat het gebruik van deze gebieden geregeld wordt in art. 5, 10, 11 en 19 van het inrichtingsbesluit dd. 28.12.1972; Overwegende dat het ontwerp de regularisatie beoogt van bestaande gebouwen; Overwegende dat door de configuratie van het perceel en de ligging tov. de omringende percelen en bebouwing het voorgestelde niet aanvaardbaar is; Overwegende dat het dossier onderworpen werd aan de procedure van openbaar onderzoek door bekendmaking; dat er 9 bezwaarschriften werden ingediend; dat deze bezwaren wijzen op duidelijke lawaai- en reukhinder en verkeerstechnische problemen die een overlast voor de buurt veroorzaken; dat deze bezwaren kunnen aanvaard worden daar deze dancing zich inderdaad op een onvoldoende passende wijze integreert in zijn omgeving en mede door de parking leidt tot ongewone ongemakken voor de buurt en privacyverstoring; Overwegende dat het schepencollege dd. 17.10.94 een gunstig advies voor regularisatie van de achterbouw en bestemmingswijziging en een ongunstig advies voor de garages en de stallingen verleende; Overwegende dat het Bestuur Landinrichting - dienst Ordening Platteland een ongunstig advies verleende; BRENGT HET VOLGENDE ADVIES UIT ONGUNSTIG voor de stallen en garages. Deze constructies sluiten niet aan bij de voorliggende woning van de aanvrager doch zijn gelegen achter de woningen van de geburen in de Solveldstraat, zij zijn bovendien opgericht in onesthetische materialen en gedeeltelijk opgericht tegen de perceelsgrenzen. ONGUNSTIG voor de hangaar. Deze zeer omvangrijke constructie is voorzien tot tegen de beide perceelsgrenzen, gelegen in een agrarische zone, niet behorend bij een leefbaar landbouwbedrijf en uitgevoerd in onesthetische materialen. In toepassing van art. 10 en 11 van het inrichtingsbesluit kan deze bestemming volgens het gewestplan niet aanvaard worden. ONGUNSTIG voor de dancing. Deze dancing is gedeeltelijk opgericht binnen de agrarische zone (achter de 50 m-zone te rekenen vanaf de wegenis) waarmee ze qua bestemming in tegenstrijd is (art. 10 en 11 van het inrichtingsbesluit dd. 28.12.72). Door zijn te grote bouwdiepte dringt deze constructie erg diep in de open ruimtes en in combinatie met de parking, zonder enige groenaankleding of buffer, veroorzaakt zij een overlast tov. de buurt. Het gedeelte dat gelegen is in de woonzone is derhalve eveneens niet vergunbaar. In toepassing van art. 5.1.0 en 19 van het inrichtingsbesluit dd. 28.12.72 dient deze bestemming afgewezen daar de inplanting niet verenigbaar is met de onmiddellijke omgeving en de goede plaatselijke ordening. De resultaten van het openbaar onderzoek wijzen op een overdreven hinder voor de buren waardoor de maat van de gewone ongemakken tussen buren overschreden en het evenwicht tussen de naburige erven op ernstige wijze verbroken zal worden. GUNSTIG voor de aangepaste achterbouw”. X-6808-4/10 2.6. Op 20 maart 1995 weigert het college van burgemeester en schepenen van de stad Bilzen de gevraagde vergunning overeenkomstig het ongunstig advies van de gemachtigde ambtenaar. 2.7. Op 28 september 1995 beslist de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg het “door de heer Coch ... namens de heer Huygen”, tegen deze beslissing ingestelde beroep niet in te willigen. 2.8. Bij besluit van 6 juni 1996 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening wordt het beroep verworpen.. Dit besluit is als volgt gemotiveerd : “Gelet op het beroep dat door de heer J. Coch in naam van de heer en mevrouw L. Huygen-Brulmans op 26 oktober 1995 is ingesteld tegen de beslissing van 28 september 1995 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg waarbij de vergunning is geweigerd voor het regulariseren van een hangar, stallen en garages, en het regulariseren van een gebruikswijziging van hangar tot dancing en uitbreiding van de dancing aan de Meremweg, 25 te Bilzen, kadastraal bekend sectie H, nrs. 104 p - 141 1 2 - m - k 2 - t 2; Overwegende dat het beroep ingesteld is binnen dertig dagen na de kennisgeving van de beslissing, die gebeurde op 2 oktober 1995; dat het dienvolgens ontvankelijk is; Overwegende dat het ontwerp strekt tot de regularisatie van een hangar, stallen en garages, en de gebruikswijziging van hangar tot dancing en uitbreiding van de dancing; dat de bestendige deputatie het bij haar ingesteld beroep heeft verworpen onder meer omdat kwestieuze constructies volgens het gewestplan St. Truiden-Tongeren gedeeltelijk gelegen zijn in de 50 m diepe woonzone en deels in het achterliggend agrarisch gebied, dat de stallen/garages achter de aangrenzende woningen langs de Solveldstraat strijdig zijn met de planologische bestemming van het gebied, dat de hangar ingeplant in het agrarisch gebied niet bij een landbouwbedrijf behoort en tevens om de onoordeelkundige inplanting op de perceelsgrens niet aanvaardbaar is, dat ten slotte de dancing - waarvoor de bouwvergunning als open hangar destijds werd gegeven - en waarvoor thans om de uitbreiding wordt verzocht, strijdig is met de agrarische bestemming van het gebied en de gebruikswijziging met uitbreiding de ruimtelijke draagkracht van dit gebied overstijgt; Overwegende dat desbetreffende grond volgens het bij koninklijk besluit van 5 april 1977 vastgesteld gewestplan St. Truiden-Tongeren gedeeltelijk, hetzij een 50 m diepe strook langs de Meremweg en de Solveldstraat ondergebracht is in een woongebied met een erop aansluitend agrarisch gebied; dat desbetreffende grond niet binnen de perimeter van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of een naar behoren goedgekeurde verkaveling is gelegen; dat bij gebreke van een bijzonder plan van aanleg of een verkavelingsvergunning de vergunningverlenende overheid eensluidend artikel 45 dient te besluiten rekening houdend met de goede plaatselijke aanleg; dat de bouwaanvraag melding maakt van ‘regularisatie van garages’, ‘regularisatie van een hangar’ ‘regularisatie en de bestemmingswijziging van een hangar/dancing’ en de ‘regularisatie van twee stallen’; dat 1/, volgens de ingediende bouwplans, aan de Meremweg de dancing van ± 39,50 m bij ± 11 m met een uitbouw, X-6808-5/10 gedeeltelijk is opgericht in een constructie waarvoor in 1968 een vergunning voor een open hangar van 22 m bij 10 m werd afgegeven; dat thans de regularisatie voor de gebruikswijziging en uitbreiding van de hangar wordt gevraagd; dat 2/, aansluitend op de dancing een in overtreding geplaatste hangar ten behoeve van de fabricatie van holle welfsels en betonblokken wordt gevraagd; dat deze constructie tot in de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen is geplaatst met opgaande muren in betonblokken tot 4 m hoog in de perceelsgrens; Overwegende dat voornoemde constructies een bouwdiepte van 75,63 m totaliseren, hetzij gemeten van de voorgevel van de woning tot in de achterste perceelsgrens met opeenvolgende bouwdiepten van 16,13 m (woning, 39,50 m (dancing) en 20 m (hangar); dat volgens de planologische bestemming van voornoemd gewestplan de woning en een gedeelte van de dancing in het woongebied zijn te situeren, terwijl een deel van de dancing en de hangar in het agrarisch gebied zijn ondergebracht; dat luidens de toepasselijke bepalingen vervat in artikel 11 van het koninklijk besluit van 28 december 1972, betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen de agrarische gebieden bestemd (zijn) voor de landbouw in de ruime zin; dat de aldus gerealiseerde dancing en de hangar strijdig zijn met de bij gewestplan vastgelegde planologische bestemming; Overwegende dat in toepassing van het decreet van 13 juli 1994 houdende wijziging van artikel 79 van de stedebouwwet de gemachtigde ambtenaar van de voorschriften van een ontwerp-gewestplan of een gewestplan mag afwijken indien de aanvraag betrekking heeft op :
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.