id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.186 Rolnummer: A. 188862/XII-5484 Zaak: Arrest 188186 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 25/11/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-03 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 08:55 Fiche Arrest nr 188.186 van 25 november 2008 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.186 van 25 november 2008 in de zaak A. 188.862/XII-
- In zake : Ingrid DESAEYER, die woonplaats kiezend bij het Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt - Groep Onderwijs, met zetel te 1070 Brussel, Poincarélaan 72-74 tegen : het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door Scholengroep 28, Westhoek, die woonplaats kiest bij advocaat M. Stommels, kantoor houdende te Antwerpen, Amerikalei 220, bus
- ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Ingrid Desaeyer op 7 juli 2008 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 22 april 2008 van de raad van bestuur van de scholengroep 28 van het Gemeenschapsonderwijs, waarbij zij preventief wordt geschorst; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 25 september 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 14 oktober 2008; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; XII-5484-1\5 Gehoord de opmerkingen van advocaat M. Van Cauter, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat J. Fransen, die loco advocaat M. Stommels verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Verzoekster is directeur van de middenschool te Diksmuide, die deel uitmaakt van de scholengroep 28 van het Gemeenschapsonderwijs. Op 20 maart 2008 deelt de raad van bestuur van de scholengroep het voornemen mee om haar een tuchtmaatregel op te leggen wegens feiten, die er in wezen op neerkomen dat verzoekster samen met haar echtgenoot een zetel zou hebben gekocht met gemeenschapsgelden maar aangewend voor privé-doeleinden. Tegelijk deelt de raad van bestuur mee dat hij aan verzoekster de preventieve schorsing wil opleggen als ordemaatregel. Nadat verzoekster is gehoord, beslist de raad van bestuur op 22 april 2008 om haar preventief te schorsen.
- Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
- Verzoekster doet als moeilijk te herstellen ernstig nadeel gelden dat zij wordt geconfronteerd met lasterlijke uitspraken door verwerende partij die in een rechtszaak ingesteld door een leerling stelt dat zij als directrice niet bekwaam kan worden geacht aangezien zij preventief geschorst werd, dat aan de maatregel XII-5484-2\5 ruime ruchtbaarheid is gegeven, dat haar gezag publiek in vraag wordt gesteld, dat haar reputatie volledig vernietigd wordt en dat gezien haar naderende pensioen- gerechtigde leeftijd een volledig herstel na een nietigverklaring mogelijk niet meer wordt gerealiseerd.
- In tal van arresten heeft de Raad van State reeds uiteengezet dat de preventieve schorsing vanwege haar uiteraard tijdelijke en niet-tuchtrechtelijke aard in beginsel geen nadeel kan veroorzaken dat niet naar behoren hersteld kan worden door een vernietigingsarrest. Een preventieve schorsing in het belang van het onderwijs of in het belang van de dienst is immers geen tuchtstraf maar een voorlopige maatregel van inwendige orde, die bewarend van aard is - in casu het bestuur moet toelaten om de geuite klachten verder te onderzoeken -, en die niet de bedoeling heeft om de betrokkene voor een schuldige tekortkoming te bestraffen - in casu geen enkel oordeel inhoudt met betrekking tot het al dan niet bewezen zijn van de klachten die tegen verzoekster zijn geuit en bijgevolg het vermoeden van onschuld volkomen intact laat, zodat de bestreden beslissing op zich dus geen aantasting inhoudt van verzoeksters reputatie en goede naam. Verzoekster brengt in haar uiteenzetting geen argumenten bij die de Raad ervan kunnen overtuigen dat haar specifieke situatie een uitzondering wettigt. Voor zover de preventieve schorsing door de publieke opinie ten onrechte als een bewijs van schuld zou worden beschouwd, is dit geen nadeel dat voortvloeit uit de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing zelf, die immers geen beoordeling van verzoeksters schuld of onschuld inhoudt. Wanneer verzoekster zich beklaagt over de geruchten die over haar de ronde doen, kan bezwaarlijk worden aangenomen dat die speculaties een einde zouden nemen door de schorsing van de preventieve schorsing. Het moet immers aan diezelfde leerkrachten, leerlingen en ouders bekend zijn dat de preventieve schorsing verband houdt met een lopend tuchtonderzoek, en dat ze geen uitspraak inhoudt over de schuldvraag, zodat enkel een voor verzoekster gunstige afloop van dat onderzoek een einde kan maken aan de speculaties omtrent haar persoon. Zoals haar raadsman op de terechtzitting ook betoogt, is de preventieve schorsing immers onlosmakelijk verbonden met die lopende tuchtprocedure. Indien de reputatie van verzoekster op XII-5484-3\5 het spel staat, dan blijft dat niet anders na een eventuele schorsing van de preventieve schorsing, aangezien de reputatieschade voortvloeit uit het bestaan van een tuchtprocedure, waarin wél deontologisch laakbare feiten aan verzoekster worden verweten. Ter terechtzitting verklaart de raadsman van verzoekster nog dat in die tuchtprocedure ondertussen door verwerende partij reeds een voorstel is geformuleerd, met name van de terugzetting in rang. Tegen dit tuchtvoorstel is door verzoekster wel een beroep ingesteld, dat schorsend werkt, maar niettemin toont dit des te meer aan dat verzoekster het nadeel dat zij beweert te ondergaan verkeerd situeert. Er is bijgevolg niet voldaan aan ten minste één van de grondvoor- waarden gesteld in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. XII-5484-4\5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig november 2008, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-5484-5\5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.186 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.215.395 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.