id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.187 Rolnummer: A. 188861/XII-5483 Zaak: Arrest 188187 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 25/11/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-03 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-29 08:55 Fiche Arrest nr 188.187 van 25 november 2008 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.187 van 25 november 2008 in de zaak A. 188.861/XII-
- In zake : Jacques CLABAU, die woonplaats kiest bij het Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt - Groep Onderwijs, met zetel te 1070 Brussel, Poincarélaan 72-74 tegen : het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door Scholengroep 28, Westhoek, die woonplaats kiest bij advocaat M. Stommels, kantoor houdende te Antwerpen, Amerikalei 220, bus
- ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jacques Clabau op 7 juli 2008 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 22 april 2008 van de raad van bestuur van de scholengroep 28 van het Gemeenschapsonderwijs, waarbij hij preventief wordt geschorst; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 25 september 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 14 oktober 2008; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; XII-5483-1\5 Gehoord de opmerkingen van advocaat M. Van Cauter, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat J. Fransen, die loco advocaat M. Stommels verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Verzoeker is directeur van de basisschool te Veurne, die deel uitmaakt van de scholengroep 28 van het Gemeenschapsonderwijs. Op 20 maart 2008 deelt de raad van bestuur van de scholengroep het voornemen mee om hem een tuchtmaatregel op te leggen wegens feiten, die er in wezen op neerkomen dat verzoeker samen met zijn echtgenote een zetel zou hebben gekocht met gemeenschapsgelden maar aangewend voor privé-doeleinden. Tegelijk deelt de raad van bestuur mee dat hij aan verzoeker de preventieve schorsing wil opleggen als ordemaatregel. Nadat verzoeker is gehoord, beslist de raad van bestuur op 22 april 2008 om hem preventief te schorsen.
- Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
- Verzoeker doet als moeilijk te herstellen ernstig nadeel gelden dat zijn echtgenote wordt geconfronteerd met lasterlijke uitspraken door verwerende partij die in een rechtszaak ingesteld door een leerling stelt dat zij als directrice niet bekwaam kan worden geacht aangezien zij preventief geschorst werd, dat aan de XII-5483-2\5 maatregel ruime ruchtbaarheid is gegeven, dat zijn gezag publiek in vraag wordt gesteld, dat zijn reputatie volledig vernietigd wordt en dat gezien zijn naderende pensioengerechtigde leeftijd een volledig herstel na een nietigverklaring mogelijk niet meer wordt gerealiseerd.
- In tal van arresten heeft de Raad van State reeds uiteengezet dat de preventieve schorsing vanwege haar uiteraard tijdelijke en niet-tuchtrechtelijke aard in beginsel geen nadeel kan veroorzaken dat niet naar behoren hersteld kan worden door een vernietigingsarrest. Een preventieve schorsing in het belang van het onderwijs of in het belang van de dienst is immers geen tuchtstraf maar een voorlopige maatregel van inwendige orde, die bewarend van aard is - in casu het bestuur moet toelaten om de geuite klachten verder te onderzoeken -, en die niet de bedoeling heeft om de betrokkene voor een schuldige tekortkoming te bestraffen - in casu geen enkel oordeel inhoudt met betrekking tot het al dan niet bewezen zijn van de klachten die tegen verzoeker zijn geuit en bijgevolg het vermoeden van onschuld volkomen intact laat, zodat de bestreden beslissing op zich dus geen aantasting inhoudt van verzoekers reputatie en goede naam. Verzoeker brengt in zijn uiteenzetting geen argumenten bij die de Raad ervan kunnen overtuigen dat zijn specifieke situatie een uitzondering wettigt. Voor zover de preventieve schorsing door de publieke opinie ten onrechte als een bewijs van schuld zou worden beschouwd, is dit geen nadeel dat voortvloeit uit de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing zelf, die immers geen beoordeling van verzoekers schuld of onschuld inhoudt. Wanneer verzoeker zich beklaagt over de geruchten die over hem en zijn echtgenote de ronde doen, kan bezwaarlijk worden aangenomen dat die speculaties een einde zouden nemen door de schorsing van de preventieve schorsing. Het moet immers aan diezelfde leerkrachten, leerlingen en ouders bekend zijn dat de preventieve schorsing verband houdt met een lopend tuchtonderzoek, en dat ze geen uitspraak inhoudt over de schuldvraag, zodat enkel een voor verzoeker gunstige afloop van dat onderzoek een einde kan maken aan de speculaties omtrent zijn persoon. Zoals zijn raadsman op de terechtzitting ook betoogt, is de preventieve schorsing immers onlosmakelijk verbonden met die lopende tuchtprocedure. Indien de reputatie van verzoeker op het spel staat, dan blijft dat niet anders na een eventuele schorsing van de preventieve XII-5483-3\5 schorsing, aangezien de reputatieschade voortvloeit uit het bestaan van een tuchtprocedure, waarin wél deontologisch laakbare feiten aan verzoeker worden verweten. Ter terechtzitting verklaart de raadsman van verzoeker nog dat in die tuchtprocedure ondertussen door verwerende partij reeds een voorstel is geformuleerd, met name van de terugzetting in rang. Tegen dit tuchtvoorstel is door verzoeker wel een beroep ingesteld, dat schorsend werkt, maar niettemin toont dit des te meer aan dat verzoeker het nadeel dat hij beweert te ondergaan verkeerd situeert. Er is bijgevolg niet voldaan aan ten minste één van de grondvoorwaarden gesteld in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. XII-5483-4\5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig november 2008, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-5483-5\5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.187 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.066 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.