← België

Arrest 188215 - Bevolkingsregister - 25/11/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.215 Rolnummer: A. 189139/VII-37968 Zaak: Arrest 188215 - Bevolkingsregister - 25/11/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-04 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 08:56 Fiche Arrest nr 188.215 van 25 november 2008 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Bevolkingsregister Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.215 van 25 november 2008 in de zaak A. 189.139/XII-

  1. In zake :
  2. Hendrikus SWINKELS,
  3. Marlène FOUCHIER, die woonplaats kiezen bij advocaat B. Timmerman, kantoor houdende te 1040 Brussel, Baileaulaan 2 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Hendrikus Swinkels en Marlène Fouchier op 26 juli 2007 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 24 juni 2008 van de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken waarbij zij op datum van 25 september 2007 ambtshalve afgevoerd worden uit het bevolkingsregister van Genk, Oostlaan 42; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgesteld door auditeur B. Weekers; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 2 oktober 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 4 november 2008; XII-5512-1/6 Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat Ch. Spilleken, die loco advocaat B. Timmerman verschijnt voor verzoeker, en van juridisch adviseur E. Van Verdegem, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. Weekers; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De voornaamste feiten
  4. Verzoekers, echtgenoten, zijn, de eerste sinds 4 april 1997 en de tweede sinds 28 augustus 2006, ingeschreven in het bevolkingsregister te Genk, Oostlaan 42, als niet verwante bij I. Saenen. Op dat adres is sinds 12 februari 1992 ook de zoon van I. Saenen, I. Billen, evenals sinds 22 mei 2007 diens echtgenote, ingeschreven. In september 2006 melden verzoekers naar Knokke-Heist te zullen verhuizen, maar op 12 juni 2007 blijken zij daar nog altijd niet te wonen. In een brief die op 10 juli 2007 bij verwerende partij binnenkomt, geven zij daarvoor de ingrijpende renovatiewerken aan de woning te Knokke-Heist als verantwoording op. In het kader van het onderzoek dat hierop volgt, worden door de bevolkingsinspecteurs van verwerende partij verslagen opgesteld op 1 en 26 oktober 2007, en 5 en 17 december
  5. Door verzoekers wordt op 28 november 2007 bezwaar ingediend tegen het mogelijke voorstel om hen van ambtswege uit het bevolkingsregister van Genk, Oostlaan 42, af te voeren. Zij dienen stukken in, zowel voordat als nadat zij op 15 april 2008 worden gehoord. De gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken beslist op 24 juni 2008 dat verzoekers op datum van 25 september 2007 ambtshalve moeten afgevoerd worden uit het bevolkingsregister van Genk, Oostlaan
  6. XII-5512-2/6 De schorsingsvoorwaarden
  7. Krachtens artikel 17, § 2, van zijn gecoördineerde wetten kan de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging besluiten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. De voorwaarde van de ernstige middelen
  8. Verzoekers voeren vier middelen aan. Een eerste middel is afgeleid uit de “schending van de artikelen 2 en 3 van de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, alsook van artikel 8 § 2 van de Wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijzing van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van de natuurlijke personen”. In het middel doen verzoekers gelden, kort gezegd, dat de bestreden beslissing onvoldoende formeel en materieel rekening houdt met hun verweer, dat het onderzoek dat zich in Knokke-Heist heeft afgespeeld zonder belang is, dat niet wordt gemotiveerd en uit niets blijkt waarom verwerende partij geen geloof hecht aan de recente verklaringen van I. Saenen en I. Billen, maar wel aan de eerdere en volledig anders luidende verklaring van I. Saenen, dat verwerende partij ten onrechte voorbijgaat aan het beroepsleven van verzoekers en het feit dat zij gebruik kunnen maken van meerdere appartementen in het buitenland. Onder verwijzing naar het eerste middel voeren verzoekers in een tweede middel aan dat de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken het zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden. Een derde middel noemt het redelijkheidsbeginsel geschonden en verwijst “naar de argumentatie die werd uiteengezet in de vorige twee middelen”, Een vierde middel ten slotte is afgeleid uit de “schending van de artikelen 1 en 3 van de Wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, van het artikel 16, § 1 van het Koninklijk Besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister”, doordat de zogenaamde XII-5512-3/6 niet-aanwezigheid van verzoekers niet is aangetoond, alle gegevens die tot de beslissing hebben geleid door aanvaardbare verklaringen van verzoekers konden worden weerlegd, en de gemachtigde niet binnen de grenzen van de redelijkheid is gebleven.
  9. In zijn verslag houdt de auditeur de vier middelen, op grond van een uitvoerige bespreking, voor niet ernstig. Met betrekking tot het eerste middel oordeelt de auditeur dat de bestreden beslissing uitdrukkelijk de feitelijke en juridische elementen vermeldt waarop ze is gebaseerd, dat er inzage is genomen in het samengestelde administratief dossier zodat verzoekers afdoende kennis hebben van alle stukken die in de beslissing worden vermeld, dat niet vereist is dat zij in de beslissing een expliciet antwoord vinden op de argumenten die zij ten aanzien van de gemachtigde van de minister hebben laten gelden en dat het volstaat dat, zoals te dezen het geval blijkt, in de akte de redenen worden uiteengezet die de gemachtigde ertoe hebben gebracht de beslissing te nemen. Tevens leidt de auditeur uit artikel 1, § 1, eerste lid, 1/, en artikel 3, eerste lid van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, en uit artikel 16, § 1, artikel 17 en artikel 18, eerste lid, 2/ en 3/, van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister af dat de afwezigheid van een hoofdverblijfplaats dient te worden vastgesteld op grond van objectieve, feitelijke gegevens die in redelijkheid geacht moeten worden aan te tonen dat de betrokkene niet gewoonlijk op die plaats verblijft, zonder dat het daarbij gaat om een tijdelijke afwezigheid in de zin van het koninklijk besluit van 16 juli 1992, dat het politieverslag van 30 augustus 2007 van de wijkpolitie van de stad Genk en de verklaringen van 25 september 2007 en 4 december 2007 van I. Saenen geacht moeten worden in redelijkheid aan te tonen dat verzoekers geen hoofdverblijf houden aan de Oostlaan te Genk, en dat verzoekers ten aanzien van de verwerende partij geen duidelijk bewijs hebben geleverd waaruit blijkt dat hun beweerde beroeps- en recreatieve activiteit buitenslands een dergelijke omvang heeft dat ze hun bijna permanente afwezigheid aan de Oostlaan 42 te Genk kan verklaren. Wat de grieven in het tweede en derde middel betreft, meent de auditeur dat onvoldoende precies is aangegeven op welk concreet bestuurshandelen XII-5512-4/6 of op welke concrete bestuurlijke nalatigheid ze betrokken moeten worden. Hij noemt de middelen vaag en dus niet ontvankelijk. Het vierde middel is volgens het auditoraatsverslag niet ernstig om dezelfde redenen als het eerste middel.
  10. Ofschoon ter terechtzitting uitgenodigd tot een reactie op het auditoraatsverslag, beperken verzoekers zich ertoe louter naar hun verzoekschrift te verwijzen. De Raad van State ziet vooralsnog geen reden om anders te oordelen dan de auditeur deed. De middelen zijn niet ernstig. Aldus is aan tenminste één van de cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing niet voldaan. Deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  11. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  12. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. XII-5512-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig november 2008, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-5512-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.215 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.211.889 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.