← België

Arrest 188216 - Politie - 25/11/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.216 Rolnummer: A. 189468/XII-5586 Zaak: Arrest 188216 - Politie - 25/11/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-05 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 08:56 Fiche Arrest nr 188.216 van 25 november 2008 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Politie Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.216 van 25 november 2008 in de zaak A. 189.468/XII-

  1. In zake : Thierry LOGGHE, die woonplaats kiest bij advocaat B. Staelens, kantoor houdende te Brugge, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus 1 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij advocaat P. Devers, kantoor houdende te Gent, Kouter 71-
  2. -------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Thierry Logghe op 28 augustus 2008 heeft ingediend om de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “de weigering van de Minister van Binnenlandse Zaken om de procedure tot benoeming van politiecommissaris te Gistel verder te zetten vanaf het ogenblik van ontsporing van de vernietigde benoeming en van de weigering verzoeker te benoemen tot politiecommissaris van de stad Gistel, zoals ter kennis gebracht bij schrijven dd. 4 augustus 2008”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag over het beroep tot nietigverklaring op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en over de vordering tot schorsing opgesteld door auditeur G. De Bleeckere; XII-5586-1/5 Gelet op de beschikking van 21 oktober 2008, waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 4 november 2008; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat B. Staelens, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat P. Devers, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur G. De Bleeckere; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  3. Op vraag van verzoeker vernietigt de Raad van State bij arrest nr. 177.751 van 11 december 2007 het koninklijk besluit van 23 juni 1997 waarbij A. Deceuninck wordt benoemd tot politiecommissaris van de stad Gistel. Met een brief van 27 december 2007 vraagt de raadsman van verzoeker aan adviseur Prasman van de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken (Coördinatie- en Ondersteuningsdienst, Juridische Dienst) om mee te delen op welke wijze tot rechtsherstel zal worden overgegaan. Gesteld wordt dat aan het arrest van 11 december 2007 het in rechte noodzakelijk gevolg moet worden verleend en dat dit impliceert “dat U mijn cliënt de benoeming dient te verlenen op het ogenblik dat hij zonder de gemaakte fouten benoemd ware geweest en dat een herberekening qua anciënniteiten en verloning dient te gebeuren, meer de vergoedende intresten”. Bij brief van 19 februari 2008 van directeur-generaal Glorie van de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken (algemene directie Veiligheids- en XII-5586-2/5 Preventiebeleid, directie Politiebeheer) wordt gereageerd, in essentie, dat het feit dat het koninklijk besluit van 23 juni 1997 vernietigd werd niet betekent dat de Belgische Staat verplicht zou zijn om de benoemingsprocedure verder te zetten en dat uit de arresten van de Raad van State ten onrechte zou worden afgeleid dat verzoeker moet worden benoemd. De raadsman van verzoeker maant vervolgens, met een brief van 26 juni 2008 aan de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken (algemene directie Veiligheids- en Preventiebeleid, directie Politiebeheer) -brief waarvan de aanspreking luidt: “Geachte Mijnheer de Minister, Geachte Heer”-, aan “om de procedure tot benoeming van een Politiecommissaris van de stad Gistel verder te zetten en om over te gaan tot benoeming van mijn cliënt de Heer Thierry Logghe”. “Deze aanmaning”, aldus de brief, “moet U aanzien als een aanmaning in de zin van art. 14 §
  4. Ik wil U eraan herinneren dat een stilzwijgen van Uwentwege geacht wordt een afwijzende beslissing te zijn, die verhaalbaar is voor de Raad van State”. Op de aanmaning wordt geantwoord met een brief van 4 augustus 2008, ondertekend door directeur Willekens, in opdracht van de voormelde directeur- generaal Glorie : “Het departement blijft bij het standpunt dat eerder werd ingenomen en u werd meegedeeld. De vernietiging van het koninklijk besluit dd. 23 juni 1997 betekent niet dat de Belgische Staat verplicht is de benoemingsprocedure verder te zetten. Evenmin is er een rechtsplicht van de overheid om uw cliënt, de heer Logghe, te benoemen”.
  5. Voorwerp van het beroep tot nietigverklaring en van de vordering tot schorsing is een antwoord op verzoekers aanmaning ex artikel 14, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, die mede aan de minister van Binnenlandse Zaken werd gericht, om de benoemingsprocedure van een politiecommissaris te Gistel voort te zetten. Dit antwoord is onmiskenbaar negatief. Wat er van dat antwoord verder ook zij, het is op vandaag geheel en al achterhaald, nu de minister van Binnenlandse Zaken op 24 oktober 2004 besliste om, ter uitvoering van het arrest nr. 177.751 van 11 december 2007, de XII-5586-3/5 benoemingsprocedure van politiecommissaris van de stad Gistel te hernemen, zoals in de aanmaning gevraagd. Vastgesteld dient dan ook te worden dat het ministerieel besluit in de plaats van het bestreden negatieve antwoord is gekomen en dat de besproken vorderingen tot nietigverklaring en tot schorsing in elk geval moeten worden verworpen bij gebrek aan voorwerp. In die omstandigheden behoren de kosten ten laste van de verwerende partij te worden gelegd. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  6. Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
  7. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  8. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. XII-5586-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig november 2008, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-5586-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.216 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.