← België

Arrest 188217 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 25/11/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.217 Rolnummer: A. 189305/XII-5519 Zaak: Arrest 188217 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 25/11/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-04 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 08:56 Fiche Arrest nr 188.217 van 25 november 2008 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.217 van 25 november 2008 in de zaak A. 189.305/XII-

  1. In zake : Martine RAETS, die woonplaats kiest bij advocaat R. Timmermans, kantoor houdende te Kessel-Lo, Martelarenlaan 139 tegen : de PROVINCIERAAD VAN VLAAMS-BRABANT, die woonplaats kiest bij advocaat D. Socquet, kantoor houdende te Tervuren, Merenstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het op 12 augustus 2008 ontvangen verzoekschrift dat Martine Raets heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “het Besluit van 3 juli 2008 van de Bestendige Deputatie van de Provincie van Vlaams Brabant, waarbij de statutaire proeftijd van Martine Raets in de functie van administratief medewerkster bij de dienst facilitair beheer ongunstig wordt beoordeeld en met ingang van 10 juli ’s avonds een einde wordt gemaakt aan haar tewerkstelling bij het provinciebestuur van Vlaams Brabant”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgesteld door auditeur B. Weekers; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 2 oktober 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 4 november 2008; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-5519-1/3 Gehoord de opmerkingen van advocaat R. Timmermans, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat D. Socquet, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. Weekers; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  3. Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging alleen worden bevolen op voorwaarde, onder andere, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Naar eis van artikel 17, § 3, vierde lid, moet de vordering tot schorsing een uiteenzetting bevatten van de feiten die het bevelen van de schorsing rechtvaardigen. Artikel 8, tweede lid, eerste lid, 3/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State schrijft voor dat het enig verzoekschrift -zoals het onderhavige er een is- een uiteenzetting dient te bevatten van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
  4. Te dezen betoogt verwerende partij in de nota dat in het verzoekschrift met geen woord wordt gerept over de vereiste van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel, dat zelfs met de beste wil uit de libellering van het verzoekschrift niet kan worden afgeleid om welke reden verzoekster van mening is dat de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing haar een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zou berokkenen, dat zij geen enkele inspanning of aanzet levert om dat nadeel aan te tonen, en dat het niet aan de verwerende partij is om het nadeel voor verzoekster te omschrijven en er dan op te antwoorden. Ter terechtzitting reageert verzoekster dat, aangezien zij ten gevolge van de bestreden beslissing haar job verliest, zij “impliciet” een financieel nadeel doet gelden. XII-5519-2/3
  5. Het verzoekschrift bevat in strijd met de sub 1 vermelde voorschriften geen enkele uiteenzetting met betrekking tot het risico van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Een impliciete of stilzwijgende uiteenzetting lijkt een contradictio in terminis, een innerlijke tegenspraak. De vordering is dienvolgens niet ontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  6. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  7. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig november 2008, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-5519-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.217 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.441 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.