id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.218 Rolnummer: A. 160559/X-12225 Zaak: Arrest 188218 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 26/11/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-03 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 08:56 Fiche Arrest nr 188.218 van 26 november 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.218 van 26 november 2008 in de zaak A. 160.559/X-12.
- In zake : Jules PUTMAN, die woonplaats kiest bij advocaat S. SERGEANT, kantoor houdende te 8000 BRUGGE, Zwijnstraat 3 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de deputatie van de provincieraad van WEST-VLAANDEREN, die woonplaats kiest bij advocaat A. LUST, kantoor houdende te 8200 BRUGGE, Burggraaf de Nieulantlaan
- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jules PUTMAN op 4 maart 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 16 december 2004 van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen waarbij aan Raf VANPOUCKE machtiging wordt verleend tot regularisatie van de overwelving van de Moordenaarsbeek aan de Beernemstraat 63 te Beernem, met nr. W.O.12.
- van de 3e categorie, palend aan de kadastrale percelen sectie E, nrs. 685/d, 683/b en 675/a; Gelet op het arrest nr. 146.568 van 24 juni 2005 waarbij de vordering tot schorsing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 13 juli 2005 ingediend door de verzoeker; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. DE SOMERE, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; X-12.225-1/3 Gelet op de beschikking van 15 april 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 mei 2008; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat C. ALEXANDER, die loco advocaat S. SERGEANT verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat C. SERVAIS, die loco advocaat A. LUST, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. DE SOMERE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : De bestendige deputatie van de provincieraad van West- Vlaanderen heeft met het bestreden besluit onder bijzondere en algemene voorwaarden de machtiging verleend tot (de reeds uitgevoerde) overwelving van een waterloop van de 3e categorie. Het bestreden besluit werd genomen met toepassing van het koninklijk besluit van 30 januari 1958 houdende het algemeen politiereglement betreffende de polders en wateringen. Artikel 1, § 1 van dit besluit verwijst voor de onbevaarbare waterlopen die zich in het gebied van polders en wateringen bevinden naar de bepalingen van de wet van 7 mei 1877 op de politie der onbevaarbare en onvlotbare waterlopen, vervangen door de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen. Artikel 14, §1 van de wet van 28 december 1967 bepaalt dat het uitvoeren door particulieren van buitengewone werken van wijziging -overeenkomstig artikel 10, § 1, 2 te begrijpen als “werken die de bedding, het tracé of de kunstwerken die zich op de waterloop bevinden wijzigen en die, zonder de waterafloop te schaden, er niet toe strekken deze te verbeteren”- aan een onbevaarbare waterloop van tweede en van derde categorie afhankelijk is van de machtiging van de deputatie. Luidens artikel 19, tweede en derde lid van dezelfde wet kan tegen een dergelijke beslissing van de deputatie een administratief beroep X-12.225-2/3 ingesteld worden bij de Koning -thans overeenkomstig artikel 6, § 1, X, 2/ van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen te lezen als de gewestregering. De verzoeker heeft dat georganiseerd beroep niet ingesteld. Vermits de bestreden akte aldus geen in laatste aanleg genomen beslissing is, is het annulatieberoep kennelijk onontvankelijk ratione materiae. Noch het feit dat de verwerende partij de verzoeker verkeerd heeft ingelicht over de beroepsmogelijkheden waarover hij ten aanzien van het besluit van de bestendige deputatie beschikte, noch het feit dat een gebrekkige bekendmaking van de bestreden akte de termijn om het administratief beroep in te stellen niet deed ingaan, doen aan die vaststellingen afbreuk. In de gegeven omstandigheden dienen de kosten ten laste van de verwerende partij te worden gelegd. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel 2 De kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig november 2008 door: de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-12.225-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.218 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.568 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div