← België

Arrest 188355 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 28/11/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.355 Rolnummer: A. 185724/XIV-29882 Zaak: Arrest 188355 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 28/11/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-18 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 08:57 Fiche Arrest nr 188.355 van 28 november 2008 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.355 van 28 november 2008 in de zaak A. 185.724/XIV-29.

  1. In zake : XXX, handelend in eigen naam en als wettelijke vertegenwoordigers van hun minderjarige kinderen:XXX en XXX, die woonplaats kiezen bij Advocaat P. ROBERT, kantoor houdende te 1030 BRUSSEL, Paleizenstraat 154 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken, thans de Minister van Migratie- en asielbeleid. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX en XXX, beide van Ecuadoriaanse nationaliteit, op 5 november 2007 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 2257 van 2 oktober 2007 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de beschikking nr. 1547 van 22 november 2007 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur M. STERCK, op grond van artikel 16 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 26 mei 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 september 2008; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; XIV-29.882-1/5 Gehoord de opmerkingen van Advocaat X. BAERT die, loco Advocaat P. ROBERT verschijnt voor de verzoekende partijen en van Advocaat E. MATTERNE die, loco Advocaat C. DECORDIER verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur M. VAN LIMBERGEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
  3. XXX, van Ecuadoriaanse nationaliteit, dient op 19 maart 2007 een aanvraag tot vestiging in functie van haar Belgisch kind in. 1.
  4. XXX, van Ecuadoriaanse nationaliteit, dient eveneens op 19 maart 2007 een aanvraag tot vestiging in als vader van een Belgisch kind. 1.
  5. Op 20 april 2007 neemt de Minister van Binnenlandse Zaken voor de verzoekende partijen afzonderlijk een beslissing tot weigering van de vestiging met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten. 1.
  6. De verzoekende partijen dienen op 27 juli 2007 een beroep tot nietigverklaring en een verzoek tot schorsing in van deze beslissingen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. 1.
  7. Bij arrest nr. 2257 van 2 oktober 2007 heeft de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen het beroep tot nietigverklaring verworpen en de vordering tot schorsing zonder voorwerp verklaard. Dit is het bestreden arrest.
  8. Over de gegrondheid van het beroep. XIV-29.882-2/5 2.
  9. Overwegende dat de verzoekende partijen in een tweede middel de schending van, onder meer, artikel 8 van het E.V.R.M. en van de motiveringsplicht aanvoeren; dat zij in een eerste onderdeel stellen dat zij in hun annulatieberoep aanvoerden dat de verplichting die hen werd opgelegd om het grondgebied van het Rijk te verlaten een inbreuk betekende op hun gezinsleven, die, alhoewel bij de wet voorzien, niet noodzakelijk is in een democratische samenleving, dat in de bestreden beslissing geen balans was gemaakt tussen de belangen van de Staat, enerzijds, en hun belangen en die van hun kinderen, anderzijds, dat het antwoord van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen op dit argument haaks staat op de tekst van artikel 8 van het E.V.R.M. en op de rechtsleer, dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, die zich beperkt tot een legaliteitstoets en niet de noodzakelijkheidstoets opereert, de motiveringsplicht en artikel 8 van het E.V.R.M. schendt; 2.
  10. Overwegende dat artikel 8 van het E.V.R.M., waarvan de schending samen met de motiveringsplicht wordt aangevoerd, luidt als volgt: “
  11. Eenieder heeft recht op eerbiediging van zijn privé-leven, zijn gezinsleven, zijn huis en zijn briefwisseling.
  12. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan met betrekking tot de uitoefening van dit recht dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving nodig is in het belang van ‘s lands veiligheid, de openbare veiligheid, of het economisch welzijn van het land, de bescherming van de openbare orde en het voorkomen van strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.”; dat de verzoekende partijen in hun annulatieberoep hebben aangevoerd dat de verplichting die hen werd aangedaan om het grondgebied van het Rijk te verlaten een inbreuk betekende op hun gezinsleven, die, alhoewel bij de wet voorzien, niet noodzakelijk is in een democratische samenleving; dat zij stelden dat in de bestreden beslissing geen balans was gemaakt tussen de belangen van de Staat, enerzijds, en hun belangen en die van hun kinderen, anderzijds, dat hierdoor de weigeringsbeslissing artikel 8 van het E.V.R.M. alsook artikel 62 van de Vreemdelingenwet schond; dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in het bestreden arrest overweegt dat “artikel 8 E.V.R.M. niet (kan) worden uitgelegd als zou er in hoofde van de overheid een algemene verplichting bestaan om een vreemdeling op zijn grondgebied te gedogen”, dat “verzoekende partijen zijn onderworpen aan artikel 40 § 6 van de vreemdelingenwet en aldus dienden aan te tonen dat zij ten laste zijn van hun zoon, wat zij zoals hoger uiteengezet, naliet te doen”, dat “een rechtmatige toepassing van de vreemdelingenwet geen schending (van) uitmaken van het privé-leven en dus evenmin van artikel 8 E.V.R.M. (...)”, dat “artikel 40 van de vreemdelingenwet tot doel (heeft) een wettelijk kader te scheppen binnen hetwelk het in artikel 8 vervatte recht kan worden uitgeoefend (...)”, en dat bijgevolg een schending van artikel 8 van het E.V.R.M. niet wordt XIV-29.882-3/5 aangetoond; dat dient vastgesteld dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen nalaat te motiveren waarom de inmenging in het gezinsleven van verzoekers noodzakelijk is in een democratische samenleving; dat uit de overwegingen van het arrest niet blijkt dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen heeft nagegaan of de Minister van Binnenlandse Zaken de balans heeft gemaakt tussen de belangen van de Staat en de belangen van verzoekers en hun kinderen; dat het bestreden arrest aldus de motiveringsplicht schendt; dat het eerste onderdeel van het tweede middel in de mate waarin het werd besproken, gegrond is, BESLUIT: Artikel
  13. Vernietigd wordt het arrest nr. 2257 van 2 oktober 2007 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Artikel
  14. Dit arrest zal in de registers van voormelde Raad worden overgeschreven, en melding ervan zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Artikel
  15. De zaak wordt verwezen naar een anders samengestelde kamer van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Artikel
  16. De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verwerende partij. XIV-29.882-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig november tweeduizend en acht, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-29.882-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.355 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.