id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.371 Rolnummer: A. 148498/IX-4084 Zaak: Arrest 188371 - Rechten, plichten en onverenigbaarheden - 28/11/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-11 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 08:57 Fiche Arrest nr 188.371 van 28 november 2008 Openbaar ambt - Rechten, plichten en onverenigbaarheden Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.371 van 28 november 2008 in de zaak A. 148.498/IX-
- In zake : Filip PETROONS, die woonplaats kiest bij advocaat G. BERVOETS, kantoor houdende te MECHELEN, Gerechtstraat 7 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Filip PETROONS op 5 maart 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing van 23 juli 2003 van de Voorzitter van het Directiecomité van de Federale Overheidsdienst Financiën, houdende een weigering van dienstvrijstelling ten behoeve van onbezoldigde topsporters voor het jaar 2003 welke door verzoeker werd aang- evraagd en van de uit die beslissing voortvloeiende of ermee samenhangende beslissingen”; Gelet op het arrest nr. 133.958 van 15 juli 2004 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen wordt verworpen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 25 augustus 2004 door de verzoeker; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. VAN DER GUCHT; IX-4084-1/9 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoeker; Gelet op de beschikking van 19 augustus 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 september 2008; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat G. BERVOETS, die verschijnt voor de verzoeker, en van inspecteur J. DE VLEESCHOUWER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd R. VAN DER GUCHT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Feiten. 1.
- Op het tijdstip van de bestreden beslissing is de verzoeker werkzaam als eerstaanwezend verificateur bij het Bestuur van de bijzondere belastingsinspectie (BBI) van de FOD Financiën. 1.
- Op 17 februari 2003 vraagt hij om te kunnen genieten van het stelsel van dienstvrijstelling ten behoeve van onbezoldigde topsporters teneinde zich te kunnen voorbereiden op het Europees kampioenschap triatlon dat op 2 en 3 augustus 2003 doorgaat in Denemarken. Op 6 maart 2003 wordt de aanvraag doorgestuurd naar het Hoofd-bestuur van de BBI. 1.
- Op 26 maart 2003 geeft BLOSO overeenkomstig de ministeriële omzendbrief nr. 241 van 30 januari 1984 in verband met dienstvrijstelling ten behoeve van onbezoldigde topsporters, aan de FOD Financiën zijn advies over verzoekers aanvraag. Volgens BLOSO kan een dienstvrijstelling van 58 dagen IX-4084-2/9 worden verleend voor een trainingsschema dat loopt van begin maart tot eind juli
- De directe chef van de verzoeker doet intussen een onderzoek naar de juiste draagwijdte van de inschrijving van de verzoeker. Zij is, na navraag te hebben gedaan bij de Deense organisator betreffende de voorwaarden voor deelname in de categorie “agegroup” waarvoor de verzoeker een deelnemings- bewijs voorlegt, van mening dat hoewel hij een attest van selectie door zijn sportfederatie voor de agegroup voorlegt, hij in principe niet in aanmerking komt voor de dienstvrijstelling die is geregeld in de ministeriële omzendbrief nr. 241 van 30 januari 1984, omdat volgens haar deze omzendbrief slechts in een dienstvrijstel- ling voorziet voor de geselecteerden in de categorie “elites”. Zij voegt daaraan toe dat zij er verzoeker al op attent heeft gemaakt dat hij in principe geen gebruik kan maken van de voormelde dienstvrijstellingsregeling. Zij wijst er bovendien op dat de verzoeker in 2001 en 2002 ook een dienstvrijstelling heeft verkregen voor deelname aan een wedstrijd in de agegroup zonder dat hij evenwel in zijn aanvraag had vermeld dat het om die groep ging. De gewestelijk directeur van zijn kant is er niet zeker van of er al dan niet vrijstelling kan worden verleend. Hij wijst erop dat de verzoeker door zijn sportfederatie werd geselecteerd voor deelname aan het Europees kampioenschap agegroups triatlon long distance en dat het hem niet duidelijk is of deze categorie al dan niet in aanmerking komt voor de bedoelde vrijstelling. Op 11 april 2003 gaat een volledig verslag daarover naar de directeur-generaal van de BBI. Intussen dient de verzoeker vanaf 25 maart 2003 regelmatig verlofaanvragen in volgens het door BLOSO goedgekeurde trainingsschema. Sommige van deze verlofaanvragen worden door zijn directe chef “onder voorbehoud van goedkeuring” geviseerd. Op een aantal verlofaanvragen komt deze vermelding niet voor. 1.
- Op 30 april 2003 laat de FOD Financiën, Dienst Reglementering- en en Statuten van het Secretariaat-generaal, aan BLOSO weten dat naar zijn mening de verzoeker niet voldoet aan de voorwaarden om te kunnen genieten van het regime van omzendbrief nr.
- Hij vraagt om verzoekers aanvraag in het licht van die stellingname opnieuw te willen onderzoeken en het advies van 26 maart IX-4084-3/9 2003 opnieuw te willen overwegen. Er wordt aangedrongen op een spoedige behandeling, teneinde eventuele problemen met de regularisatie van verzoekers toestand in de mate van het mogelijke te vermijden. Op 7 mei 2003 antwoordt BLOSO dat het bij zijn advies blijft en dat het aan de werkgever toekomt om te oordelen of hij de dienstvrijstelling al dan niet toestaat. 1.
- Op 25 juli 2003 deelt de Dienst Reglementeringen en Statuten aan de directeur-generaal van de BBI mee dat de voorzitter van het directiecomité op 23 juli 2003 beslist heeft om aan de betrokkene de gevraagde dienstvrijstelling niet toe te staan, wat impliceert dat zijn toestand moet worden geregulariseerd. In die brief worden de motieven van die beslissing uiteengezet. 1.
- Op 11 augustus 2003 reageert een syndicaal afgevaardigde op deze beslissing. Hij klaagt aan dat de beslissing laattijdig werd genomen en dat ze nog niet aan verzoeker was meegedeeld op het moment dat de sportmanifestatie waarvoor hij de dienstvrijstelling vroeg, plaatsvond. Op 22 augustus 2003 antwoordt de voorzitter van het directiecomité dat de beslissing inderdaad laattijdig werd genomen maar dat dit niet wegneemt dat ze behouden blijft vermits uit een grondig onderzoek van het dossier is gebleken dat verzoeker geen recht had op de dienstvrijstelling. Hij wijst er verder op dat een ambtenaar niet afwezig mag zijn tenzij hij vooraf een verlof of dienstvrijstelling heeft bekomen. 1.
- Volgens verzoeker verneemt hij pas op 2 oktober 2003 van zijn eigen administratie dat zijn dienstvrijstelling geweigerd werd, maar wordt hem de beslissing zelf niet overgemaakt. Op een vergadering van die dag wordt een mogelijke wijze van regularisatie van het genomen verlof uiteengezet. Op 9 oktober 2003 maakt het personeelssecretariaat van de BBI aan verzoeker een voorstel tot regularisatie over, met de vraag of hij daarmee kan instemmen. Dit voorstel luidt als volgt : - de opgenomen afwezigheden voor de periode van 25 maart 2003 tot en met 30 juni 2003 worden omgezet in vakantieverlof van 2003 (19 dagen) en uitzonderlijk in vakantieverlof van 2004 (26 dagen) - de opgenomen afwezigheden tijdens de maand juli 2003 worden omgezet in verlof zonder wedde (13 dagen). IX-4084-4/9 Op 6 november 2003 antwoordt de verzoeker dat hij er niet mee kan instemmen. Op die datum schrijft hij ook de voorzitter van het directiecomité aan. Hij zet uiteen dat zijn aanvraag tijdig werd ingediend; dat zijn verlofaanvraag telkens zonder enig voorbehoud werd goedgekeurd door zijn directe overste; dat hij tot begin oktober 2003 volledig onwetend was over de genomen beslissing en daarover evenmin door zijn hiërarchische overste werd ingelicht. Indien hij tijdig had geweten dat zijn aanvraag zou worden afgewezen zou hij niet hebben deelgenomen aan de kampioenschappen. Hij meent dat een dergelijke laattijdige beslissing indruist tegen alle regels van behoorlijk bestuur. Hij vermeldt verder nog dat hij zich inschreef voor de categorie “agegroup” en niet voor de categorie “elites” omdat hij twijfel wou uitsluiten omtrent het al dan niet bezoldigd karakter van zijn deelname, gelet op het feit dat alle atleten uit de categorie elites op één of andere wijze bezoldigd of gesponsord zijn. 1.
- Op 18 december 2003 antwoordt de voorzitter van het directie- comité rechtstreeks aan verzoeker. Hij deelt hem mee dat zijn diensten het dossier aan een nieuw onderzoek ten gronde hebben onderworpen en dat hij, uitgaande van de goede trouw van verzoeker, een nieuwe regularisatieregeling heeft uitgewerkt : verzoeker zal de 58 dagen “ongewettigde” dienstvrijstelling moeten regulariseren als volgt : - saldo rustverlof 2003 : 19 dagen - de helft van het tegoed van het rustverlof 2004 : 13 dagen - 6 maanden recuperatieverlof van 2004 (anderhalve dag per maand) : 9 dagen - de 17 resterende dagen worden hem kwijtgescholden. Indien verzoeker daarmee niet zou kunnen instemmen blijft het eerder ingenomen standpunt van kracht. 1.
- Op 20 januari 2004 deelt verzoeker aan de voorzitter van het directiecomité mee dat hij niet kan instemmen met het nieuwe voorstel. Hij is van mening dat hem geen schuld treft en vindt het “onbillijk en onrechtvaardig” dat hem een regularisatieverplichting wordt opgelegd, temeer daar het wegvallen van zijn verlofdagen een negatieve invloed zal hebben op zijn voorbereiding voor de komende bevorderingsexamens waaraan hij zal deelnemen. 1.
- Op 2 maart 2004 deelt de voorzitter van het directiecomité dan aan verzoeker mee dat hij bij zijn vroeger standpunt blijft en dat verzoeker 58 dagen op zijn tegoed aan rustverlof moet recupereren. IX-4084-5/9 IX-4084-6/9
- Het voorwerp van het beroep. De verzoeker beoogt in zijn verzoekschrift de beslissing van 23 juli 2003 waarbij hem de dienstvrijstelling wordt geweigerd en “de uit die beslissing voortvloeiende of ermee samenhangende beslissingen”. Een daarmee “samenhangende beslissing” is de beslissing van 2 maart 2004 waarbij de voorzitter van het directiecomité bij zijn vroeger standpunt blijft en preciseert dat verzoeker 58 dagen op zijn tegoed aan rustverlof moet recupereren.
- De gegrondheid van het beroep. 3.
- In het tweede middel roept de verzoeker de schending in van het beginsel van de redelijke termijn en van het vertrouwensbeginsel. In een eerste onderdeel voert hij in essentie aan dat hij de aanvraag van dienstvrijstelling tijdig heeft ingediend, dat de bestreden beslissingen laattijdig werden genomen en dat, indien hij op de beslissingen had moeten wachten, de door hem ingediende aanvraag alle nut zou hebben verloren. 3.
- De verwerende partij antwoordt dat, hoewel verzoeker zijn aanvraag indiende op 17 februari 2003, hij naliet om alle nuttige gegevens mee te delen, zodat zijn dienstchef haar verslag pas kon opstellen nadat zij bijkomende inlichtingen had ingewonnen. Vervolgens werd op basis van deze inlichtingen een nieuw advies gevraagd aan BLOSO alvorens werd geoordeeld over de aanvraag. Daarna is de beslissing op vraag van verzoeker opnieuw onderzocht. Er kan niet gesteld worden dat de beslissingsprocedure op zich genomen onredelijk lang heeft geduurd. 3.
- In de laatste memorie betwist verzoeker dat hij wist dat sommige verzoeken tot dienstvrijstelling werden ondertekend door zijn dienstchef met de vermelding “onder voorbehoud van goedkeuring”. Ter zitting benadrukt de raadsman van de verzoeker dat de verzoeker de adviezen van zijn hiërarchische overste betreffende zijn verlofaan- vragen niet kon inzien en dat hij van deze adviezen pas kennis kreeg na raadpleging van het administratief dossier, nadat de zaak aanhangig was gemaakt bij de Raad van State. IX-4084-7/9 3.
- Uit het administratief dossier blijkt dat de verzoeker op 17 februari 2003 zijn aanvraag tot dienstvrijstelling heeft ingediend. Pas op 23 juli 2003 beslist de voorzitter van het directiecomité van de verwerende partij de gevraagde dienst-vrijstelling niet toe te staan, wat impliceert “dat de toestand van verzoeker dient geregulariseerd te worden, daar hij reeds gestart is met het nemen van vrije dagen ter voorbereiding van de Europese Kampioenschappen triatlon in Denemarken”. Dit betekent dat er ruim vijf maanden zijn verstreken tussen de datum van de aanvraag en de eerste bestreden beslissing van 23 juli
- Dit is een onredelijk lange termijn, omdat van bij het indienen van de aanvraag de hoogdring- endheid door de administratie kon worden ingeschat. Het bestuur wist immers dat het Europese Kampioenschap triatlon doorging op 2 en 3 augustus 2003 en de directe chef van de verzoeker had reeds op 3 april 2003 een gemotiveerd schrijven overgemaakt aan de secretaris-generaal van de FOD Financiën, die de verwerende partij toeliet om tijdig, dit betekent binnen een relatief korte termijn, na het indienen van de aanvraag een gemotiveerde beslissing te nemen. Vanaf het ogenblik dat BLOSO meedeelde, op 7 mei 2003, dat het bij zijn eerder gegeven advies bleef, waren alle gegevens bekend. Het heeft dan echter nog geduurd tot 23 juli 2003, dit wil zeggen tot vlak vóór het kampioenschap, alvorens de beslissing werd genomen. Op dat ogenblik was de verzoeker bezig met een intensieve training, en was hij ook veelvuldig afwezig. Aldus werd onvoldoende rekening gehouden met de concrete omstandigheden van de zaak en met het belang van de zaak voor het betrokken personeelslid, en werd voorbijgegaan aan het relatief eenvoudig karakter van de ingediende aanvraag. Aan de verzoeker kan niet verweten worden dat hij, hangende een definitieve beslissing, dienstvrijstellingen opnam. Zijn regelmatig ingediende verzoeken tot dienstvrijstelling werden immers door zijn diensthoofd geviseerd. De verzoeker voert aan dat hij niet op de hoogte was van het feit dat het visum soms onder voorbehoud werd verleend, en de verwerende partij brengt geen gegevens aan die deze stelling tegenspreken. 3.
- Uit wat voorafgaat volgt dat het eerste onderdeel van het tweede middel gegrond is. IX-4084-8/9 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd worden de beslissing van 23 juli 2003 van de Voorzitter van het Directiecomité van de Federale Overheidsdienst Financiën, houdende een weigering van de door Filip PETROONS gevraagde dienstvrijstelling ten behoeve van onbezoldigde topsporters voor het jaar 2003 en van de daarmee samenhangende beslissing van 2 maart 2004, waarbij de Voorzitter van het Directiecomité aan Filip PETROONS meedeelt dat hij bij zijn vroeger standpunt blijft en preciseert dat verzoeker 58 dagen op zijn tegoed aan rustdagen moet recupereren. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 28 november 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, B. THYS, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. P. LEMMENS. IX-4084-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.371 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.958 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div