id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.392 Rolnummer: A. 185546/X-13499 Zaak: Arrest 188392 - Onteigeningen - 01/12/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-15 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 08:58 Fiche Arrest nr 188.392 van 1 december 2008 Overheidsopdrachten en openbare werken - Onteigeningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.392 van 1 december 2008 in de zaak A. 185.546/X-13.
- In zake : Gery DE CLOEDT, die woonplaats kiest bij advocaat A. LUST, kantoor houdende te 8310 BRUGGE, Baron Ruzettelaan 27 tegen :
- het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering,
- het Extern Verzelfstandigd Agentschap Waterwegen en Zeekanaal, die woonplaats kiezen bij advocaat S. VERNAILLEN, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Gery DE CLOEDT op 19 oktober 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van:
- het besluit van 25 mei 2007 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, waarbij aan de n.v. Waterwegen en Zeekanaal machtiging tot onteigening wordt verleend volgens het plan C4/8976 van onroerende goederen gelegen te Beveren (Doel en Kieldrecht) voor de aanleg van schorrengebied ter realisatie van het intergetijdengebied Hedwigepolder- noordelijk gedeelte Prosperpolder;
- “het besluit van de Raad van Bestuur van het Extern Verzelfstandigd Agentschap Waterwegen en Zeekanaal, van ongekende datum maar vermoedelijk van 11 april 2007, betreffende de onteigening van onroerende goederen op het grondgebied van de gemeente Beveren, deelgemeenten Doel en Kieldrecht volgens het plan C4/8976”; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; X-13.499-1/3 Gelet op de beschikking van 21 oktober 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 31 oktober 2008; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad S. DE TAEYE; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. CASTELEYN, die loco advocaat A. LUST verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat F. HORIONS, die loco advocaat S. VERNAILLEN verschijnt voor de verwerende partijen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : Krachtens de bepalingen van de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte, heeft de vrederechter, wanneer de onteigenaar de vordering tot onteigening bij hem heeft ingeleid, als opdracht de voor de onteigening vereiste besluiten van de onteigenende overheid zowel op hun interne als op hun externe wettigheid te toetsen. Die bevoegdheid van de gewone rechter sluit de bevoegdheid van de Raad van State uit om kennis te nemen van een beroep tot nietigverklaring van die handelingen, indien dat beroep is ingesteld door de onteigende. Deze bevoegdheidsuitsluiting geldt vanaf de dagvaarding om voor de gewone rechter te verschijnen en ten aanzien van de personen die tot die procedure toegang hebben. Zij geldt ook voor het beroep tot nietigverklaring dat bij de Raad van State is ingesteld vooraleer de vrederechter werd geadieerd. Uit de niet betwiste gegevens van de zaak blijkt dat de gerechtelijke onteigeningsprocedure voor de Vrederechter werd ingeleid en dat het provisioneel vonnis dateert van 2 juli
- X-13.499-2/3 De Raad van State is derhalve niet bevoegd om van het beroep kennis te nemen. Gelet op de omstandigheden van de zaak past het de kosten van het beroep ten laste van de eerste verwerende partij te leggen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de eerste verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op een december 2008, door: de H. S. DE TAEYE, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. S. DE CLERCQ, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DE CLERCQ. S. DE TAEYE. X-13.499-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.392 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.