← België

Arrest 188426 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 01/12/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.426 Rolnummer: A. 146342/X-11719 Zaak: Arrest 188426 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 01/12/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-11 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 08:58 Fiche Arrest nr 188.426 van 1 december 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.426 van 1 december 2008 in de zaak A. 146.342/X-11.

  1. In zake :
  2. Christian DE MEYERE,
  3. Anne NOTTEBAERT, die woonplaats kiezen bij advocaat J. GHYSELS, kantoor houdende te 1170 BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 187 tegen :
  4. de gemeente KOKSIJDE, die woonplaats kiest bij advocaten P. LUYPAERS en H.-K. CAREME, kantoor houdende te 3001 HEVERLEE, Industrieweg 4, bus 1,
  5. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, E. Beernaertstraat
  6. tussenkomende partij :
  7. de n.v. CAMAR,
  8. de n.v. NECCAL, die woonplaats kiezen bij advocaat M. van DIEVOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Boomstraat 14, bus
  9. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Christian DE MEYERE en Anne NOTTEBAERT op 9 januari 2004 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 5 november 2003 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Koksijde waarbij aan de n.v. CAMAR en de n.v. NECCAL de verkavelingsvergunning wordt verleend voor een terrein gelegen te Koksijde, A. Degreeflaan, kadastraal bekend Sectie F, nrs. 1099 en 1100; Gelet op het arrest nr. 183.803 van 22 december 2004 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; X-11.719-1/5 Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 25 januari 2005 ingediend door de verzoekende partijen; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 17 februari 2005 ingediend door de n.v. CAMAR en de n.v. NECCAL; Gelet op de beschikking van 28 februari 2005 die de tussenkomst van de n.v. CAMAR en de n.v. NECCAL toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur S. DE TAEYE; Gelet op de beschikking van 12 februari 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 11 april 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 mei 2008; Gehoord het verslag van kamer voorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. GHYSELS, die verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat H.-K. CARÈME, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, van advocaat P. LOUAGE, die loco advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van advocaat F. van DIEVOET, die loco advocaat M. van DIEVOET verschijnt voor de tussenkomende partijen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; X-11.719-2/5 OVERWEEGT WAT VOLGT :
  10. In haar laatste memorie werpt de eerste verwerende partij de exceptie van onontvankelijkheid van het beroep op, op grond van het feit dat de tussenkomende partijen op 2 april 2007 een stedenbouwkundige vergunning hebben bekomen voor de met de bestreden verkavelingsvergunning beoogde oprichting van twee appartementsvilla’s, en de verzoekende partijen deze stedenbouwkundige vergunning niet voor de Raad van State hebben bestreden.
  11. De verzoekende partijen betwisten de gegevens waarop de bedoelde exceptie is gesteund niet. Zij doen dan ook niet blijken nog over het rechtens vereiste belang bij de gevraagde vernietiging te beschikken. 3.
  12. De verzoekende partijen voeren ter terechtzitting aan dat zij hun belang toch behouden, gelet op de mogelijkheid om voor de jusititiële kortgedingrechter tegen de door de stedenbouwkundige vergunning toegelaten bouwwerken een stakingsvordering in te stellen op grond van de wet van 12 januari 1993 betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu. Zij stellen tevens dat zij desgevallend namens de gemeente met toepassing van het bepaalde in artikel 194, eerste lid, van het gemeentedecreet, die vordering zelf zullen instellen. 3.2.
  13. Na het sluiten der debatten vragen de verzoekende partijen de debatten te heropenen.Zij delen daarbij mee dat zij daadwerkelijk de bedoelde vordering, namens de eerste verwerende partij, hebben ingesteld. Nadien delen zij nog mee dat de kortgedingrechter hun vordering ontvankelijk heeft verklaard en een plaatsbezoek heeft bevolen. 3.2.
  14. Op het verzoek tot heropening van de debatten wordt niet ingegaan. De vraag naar de invloed van het instellen van de bedoelde stakingsvordering op het belang van de verzoekende partijen was immers reeds in de debatten betrokken. 3.
  15. De argumentatie van de verzoekende partijen tot staving van hun actueel belang bij de gevorderde vernietiging kan niet worden bijgetreden. X-11.719-3/5 Zelfs wanneer de justitiële kortgedingrechter de stakingsvordering zou inwilligen, zou hij, op grond van het bepaalde in artikel 1 van de wet van 12 januari 1993, alleen de staking kunnen bevelen van handelingen of maatregelen opleggen ter preventie van de uitvoering van handelingen. Deze rechter vermag niet de bedoelde stedenbouwkundige vergunningen te vernietigen. Na gebeurlijk bevel tot staking blijft de stedenbouwkundige vergunning in rechte bestaan. De verzoekende partijen kunnen hun actueel belang dus niet gronden op de stakingsvordering. Dit geldt des te meer nu die partijen de stakingsvordering “namens de gemeente” uiteraard alleen vermogen in te stellen, niet in hun eigen belang, doch uitsluitend in het belang van de gemeente. 3.
  16. De exceptie is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  17. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  18. De kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 700 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, ieder voor de helft. X-11.719-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op een december 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, de H. J. VAN NIEUWENHOVE, staatsraad, door de voorzitter van de Raad van State aangewezen ter vervanging van de heer J. BOVIN, staatsraad, verhinderd wegens ziekte na de debatten te hebben bijgewoond en na te hebben deelgenomen aan het beraad, de H. P. LEFRANC, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-11.719-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.426 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.803 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.