id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.448 Rolnummer: A. 142257/X-11590 Zaak: Arrest 188448 - Monumenten en Landschappen - 02/12/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-11 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 08:58 Fiche Arrest nr 188.448 van 2 december 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.448 van 2 december 2008 in de zaak A. 142.257/X-11.590. In zake : Gilbert GILISSEN, die woonplaats kiest bij advocaat G. MULLENS, kantoor houdende te 3740 BILZEN, Sint-Lambertuslaan 26 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat O. ONGHENA, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Tavernierkaai 2. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Gilbert GILISSEN op 1 oktober 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 28 mei 2003 van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken houdende de bescherming als monument wegens historisch, meer bepaald architectuurhistorische, socio-culturele en volkskundige waarde van de vakwerkhoeve, erf en omgeving gelegen te Tongeren, Eldersbroek 16, kadastraal bekend sectie A, nr. 145/c; Gelet op het arrest nr. 164.775 van 14 november 2006 waarbij de debatten worden heropend; Gelet op de beschikking van 24 oktober 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 14 november 2008; Gehoord het verslag van staatsraad P. LEFRANC; Gehoord de opmerkingen van advocaat G. MULLENS, die verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat K. BOSMANS, die loco advocaat O. ONGHENA verschijnt voor de verwerende partij; X-11.590-1/7 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. BARRA; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : 1. FEITEN 1.1.1. Op 16 april 2002 worden door de buitendienst Limburg van de Administratie voor Monumenten en Landschappen de “vakwerkhoeve, (het) erf en (
- de)omgeving” aan de Eldersbroek te Tongeren (’s Herenelderen) voorgedragen als monument “wegens de historische, meer bepaald architectuurhistorische, socio- culturele en volkskundige waarde” ervan. Het 19de eeuws gebouw wordt als volgt beschreven: “Van het in oorsprong U-vormige complex, open naar de straat, bleef slechts de rechtervleugel bewaard, met woonhuis aan straatzijde en aansluitende stallingen achteraan. De overige gebouwen zijn verdwenen”. 1.1.2. Met het ministerieel besluit van 5 mei 2002 wordt het ontwerp van lijst van het voor bescherming vatbare monument vastgesteld. De intrinsieke waarden worden er als volgt gemotiveerd: “Historische, in casu architectuurhistorische waarde: Deze hoeve op L-vormig grondplan met hoofdvolume en aanbouw achteraan, heeft een authentieke stijl- en regelwerkstructuur, met vitswerk en lemen vullingen, gedeeltelijk rustend op een geteerde stenen plint. De extern bewaarde vakwerkparamenten behielden oorspronkelijke muuropeningen, waaronder een houten bolkozijn en twee dito kozijnen in de achtergevel, alsook twee houten kozijnen op zolderhoogte in de kopgevel aan straatzijde. Het geheel wordt afgedekt door een (mank) zadeldak met Vlaamse pannen. De vakwerkstructuur is beschermingswaardig als representatief voor een aloude, rustieke bouwwijze, die aan een steeds hoger tempo uit het straatbeeld verdwijnt. Volkskundige en socio-culturele waarde: Hoeve en hinterland vormen een functioneel samenhangend ensemble, duidelijk aangetoond door een nog aanwezige barrier tussen het voormalige erf en het achterliggend weiland, voorheen waarschijnlijk als boomgaard in gebruik. De inplanting op hellend terrein, de taludvormige begrenzing van het perceel langsheen de rijweg, de samenhang tussen de bebouwing en de landelijke omgeving versterken de rustieke beeldvorming en vormen een geheel van een uitgesproken beeldbepalende waarde”. X-11.590-2/7 Dit besluit wordt aan de eigenaars betekend met een brief gedagtekend op 5 juli 2002 en in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt op 20 september 2002. 1.1.3. Ter gelegenheid van het openbaar onderzoek worden geen bezwaren ingediend. Het college van burgemeester en schepenen van de stad Tongeren brengt op 20 augustus 2002 een gunstig advies uit. De bestendige deputatie van de provincieraad Limburg verleent op 29 augustus 2002 eveneens een gunstig advies. Bij gebreke van een advies van het bestuur bevoegd voor ruimtelijke ordening, wordt het geacht gunstig te zijn. 1.1.4. Op 6 februari 2003 brengt de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen voor het Vlaamse Gewest een gemotiveerd gunstig advies uit. 1.1.5. De “vakwerkhoeve, (het) erf en (
- de)omgeving” worden met het bestreden besluit van 28 mei 2003 wegens de voormelde waarden als monument beschermd. 1.2.1. Met een besluit van 9 juli 2002 weigert het college van burgemeester en schepenen aan de verzoeker de stedenbouwkundige vergunning te verlenen voor de “sloping van verkrotte stallingen + woning (aangepaste plannen)” op het voormelde terrein dat volgens het bij koninklijk besluit van 5 april 1977 vastgestelde gewestplan Sint-Truiden-Tongeren gelegen is in woongebied met landelijk karakter. Het in het kader van deze aanvraag op 25 maart 2002 door de afdeling Monumenten en Landschappen uitgebrachte advies was ongunstig. 1.2.2. De bestendige deputatie willigt op 28 november 2002 het beroep van de verzoeker tegen dit weigeringsbesluit in en verleent hem de stedenbouwkundige vergunning. 1.2.3. Door het ministerieel besluit van 20 maart 2003 waarbij het beroep van de gemachtigde ambtenaar tegen dit vergunningsbesluit wordt ingewilligd, wordt de voormelde stedenbouwkundige vergunning vernietigd. Bij ’s Raads arrest nr.188.447 van 2 december 2008 wordt het annulatieberoep van de verzoeker tegen dit ministerieel besluit verworpen. X-11.590-3/7 2. ONTVANKELIJKHEID 2.1. De verwerende partij werpt op dat de verzoeker zijn “belang verloren heeft bij huidige procedure” omdat hij “het besluit houdende voorlopige bescherming van het monument niet aangevochten (heeft) en (...) bovendien geen bezwaar (heeft) aangetekend tegen de bescherming van het monument in het kader van het openbaar onderzoek”. 2.2. Uit de gegevens van de zaak blijkt dat de verzoeker eigenaar is van het beschermde goed. 2.3. Het ministerieel besluit van 5 mei 2002 kan sedert het bestreden ministerieel besluit, ook al zou het worden vernietigd, geen “uitwerkselen” meer hebben krachtens artikel 5, § 7 van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten. De verzoeker zou hierdoor het actueel belang hebben verloren in de procedure tot nietigverklaring van het ministerieel besluit van 5 mei 2002 indien hij daartegen beroep had ingesteld, doch niet om die reden in de procedure tot nietigverklaring van het bestreden besluit. Bijgevolg kan de verzoeker niet zijn belang in de onderhavige zaak “verliezen” bij gebreke van een annulatieberoep tegen het -overigens eerder genomen- ministerieel besluit van 5 mei 2002. 2.4. Het feit dat de verzoeker geen bezwaar heeft ingediend tijdens het openbaar onderzoek dat werd gehouden in het kader van de beschermingsprocedure, ontneemt hem als zodanig niet het belang dat hij heeft bij de nietigverklaring van het bestreden beschermingsbesluit. 2.5. De exceptie wordt verworpen. 3. TEN GRONDE 3.1. Het enige middel is genomen uit de schending van het zorgvuldigheids-, redelijkheids- en evenredigheidsbeginsel “juncto de materiële (...) en de formele motveringsplicht in het bijzonder (
- de)artikel(
- en)2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen” (hierna de motiveringswet). De verzoeker betoogt dat het bestreden besluit werd genomen “zonder enige motivering en zonder enig onderzoek ter plaatse, de X-11.590-4/7 ingeroepen architectuurhistorische waarde “onbestaande” is, hij “voldoende argumenten en oplossingen heeft aangebracht” meer bepaald dat “het gebouw meer dan 70% volledig verdwenen is, (...) er totaal geen enkele kans meer bestaat op renovatie, nog minder op revalorisatie, en dat het bestuur van Monumenten en Landschappen (...) reeds op 8 juni 2000 expressis verbis heeft gesteld dat het thans beschermde gebouw in dusdanige bouwfysische toestand verkeert dat behoud en herbestemming niet meer mogelijk zijn”, het bestreden besluit genomen werd met machtsoverschrijding “want indruisend tegen een eerder vastgesteld standpunt van het bestuur van Monumenten en Landschappen”, het zorgvuldigheidsbeginsel is geschonden omdat het bestreden besluit “niet op een correcte feitenvinding steunt en waarbij belangrijke informatie niet in beoordeling is genomen, en er zelfs geen plaatsbezoek werd georganiseerd, noch het Bestuur van Monumenten en Landschappen om bijkomende informatie of opheldering werd verzocht”, de motivering in het bestreden besluit “niet juist is, noch pertinent is en zelfs belangrijke informatie achterhoudt”, in het bestreden besluit “geen enkele van de bezwaren van verzoekende partij (wordt) weerlegd en (...) geen enkele van de door verzoekende partij reeds bij een eerder beroep bij de bestendige deputatie (...) ontwikkelde en aanvaarde middelen (worden) beantwoord”, en “de bestreden beslissing niet gesteund (
- is)op beleidsmatige aanvaardbare motieven”. 3.2. In artikel 2 van het bestreden beschermingsbesluit wordt uitdrukkelijk gemotiveerd waarom de bescherming van de hoeve, het erf en de omgeving als monument door de overheid van algemeen belang wordt geacht. Zoals hierboven werd weergegeven, wordt de architectuurhistorische, volkskundige en socio-culturele waarde van de hoeve, het erf en de omgeving uitdrukkelijk omschreven in het beschermingsbesluit. De juridische en feitelijke overwegingen die aan het beschermingsbesluit ten grondslag lagen, worden uitdrukkelijk vermeld in het besluit en de verzoeker kon met kennis van zaken uitmaken of hij al dan niet beroep ging instellen tegen het beschermingsbesluit. De motiveringswet werd niet geschonden. 3.3. Krachtens het motiveringsbeginsel of de materiële motiveringsplicht moet elke administratieve beslissing berusten op rechtens aanvaardbare motieven met een voldoende feitelijke grondslag. De motieven moeten in beginsel steunen op feiten die met de werkelijkheid overeenstemmen. Als annulatierechter is de Raad van State belast met een wettigheidstoezicht. Het komt de Raad van State niet toe het feitenonderzoek in de behandelde zaak over te doen X-11.590-5/7 en in plaats van het bestuur te appreciëren of een goed wel beschermingswaard is. De Raad vermag wel na te gaan of de administratieve overheid rechtmatig tot haar voorstelling van de feiten is kunnen komen. Hij kan dus nagaan of de feiten die de overheid als uitgangspunt heeft genomen, vaststaan in het licht van de bewijselementen die beschikbaar waren. Uit de gegevens van de zaak blijkt dat het bestreden besluit is voorafgegaan door een bouwfysisch onderzoek ter plaatse van de beschermde vakwerkhoeve op 8 februari 2002. Het verslag van dat plaatsbezoek beschrijft de slechte bouwfysische staat van de beschermde vakwerkhoeve, althans van wat er volgens de motiveringsnota nog is bewaard gebleven, met name de rechtervleugel zijnde het woonhuis aan de straatzijde en aansluitende stallingen achteraan. Het verslag werd aan de motiveringsnota, die nog een omstandige fotoreportage omvat, gehecht. Verder blijkt daaruit dat de verzoeker geen bezwaarschrift heeft ingediend. Het bestreden besluit is in die omstandigheden gesteund op een volledige en correcte feitenvinding. Het bestreden besluit werd aldus zorgvuldig genomen. De architectuurhistorische, volkskundige en socio-culturele waarde van het beschermde goed naar luid van het bestreden besluit is daaraan niet toegekend na een onvolledige en/of niet correcte feitenvinding, maar is het resultaat van een zorgvuldige feitenvinding. De omstandige verantwoording van de bescherming als monument wordt door de verzoeker, afgezien van het voorgaande, inhoudelijk niet betwist. Aan de voorgaande vaststellingen wordt geen afbreuk gedaan door het advies dat door de buitendienst Limburg van de Administratie Monumenten en Landschappen werd gegeven op 6 juni 2000 in het kader van de oorspronkelijke bouwaanvraag van de verzoeker voor de sloping van de gebouwen aangezien het blijkens de bewoordingen ervan gesteund wordt op onvolledige informatie in tegenstelling tot de naderhand opgestelde motiveringsnota van 16 april 2002 in het kader van de beschermingsprocedure. 3.4. Gelet op het marginale toezicht terzake maakt de verzoeker in de voormelde omstandigheden niet aannemelijk dat het bevoegde bestuur in verband met de beoordeling van het beschermde goed als monument, tot een conclusie is gekomen die de grenzen van de redelijkheid te buiten zou gaan. De verzoeker toont niet aan dat het bevoegde bestuur bij de beoordeling van het beschermde goed als monument, de grenzen van de hem wettelijk toegekende appreciatiebevoegdheid zou hebben overschreden. X-11.590-6/7 3.5. Het enige middel is ongegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. Het beroep wordt verworpen. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee december 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, de H. J. VAN NIEUWENHOVE, staatsraad, door de voorzitter van de Raad van State aangewezen ter vervanging van de heer J. BOVIN, staatsraad, verhinderd wegens ziekte na de debatten te hebben bijgewoond en na te hebben deelgenomen aan het beraad, de H. P. LEFRANC, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-11.590-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.448 Gerelateerde publicatie(
- s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.775 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div