id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.455 Rolnummer: A. 105531/X-14783 Zaak: Arrest 188455 - Milieuheffingen - 04/12/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-15 Raadplegingen: 75 - laatst gezien 2026-06-29 09:03 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(
- en)DE Fiche Arrest nr 188.455 van 4 december 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuheffingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.455 van 4 december 2008 in de zaak A. 105.531/VII-36.947. In zake : EMERY WORLDWIDE AIRLINES Inc., die woonplaats kiest bij advocaat M. GODFROID, kantoor houdende te BRUSSEL, Keizerslaan 3 tegen : het Brussels Instituut voor Milieubeheer (BIM), dat woonplaats kiest bij advocaten J. SAMBON en P. MASUREEL, kantoor houdende te BRUSSEL, Wijnheuvelenstraat 227. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat EMERY WORLDWIDE AIRLI- NES Inc. op 5 juni 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van het Brussels Instituut voor Milieubeheer van 6 april 2001 waarbij aan de verzoekende partij een administratieve geldboete wordt opgelegd ten belope van 172.000 BEF ingevolge inbreuken op de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstede- lijke Gewest betreffende de bestrijding van geluidshinder voortgebracht door het luchtverkeer; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur J. CLEMENT; Gelet op de beschikking van 15 maart 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memories; VII-36.947-1/5 Gelet op de beschikking van 18 januari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 februari 2008; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. GODFROID, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat T. DREIER die, loco advocaat J. SAMBON verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. CLEMENT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT: 1. De rechtspleging De verwerende partij vraagt de zaak samen te voegen met andere zaken "die krachtens dezelfde beschikkingen genomen werden". Het feit dat het opleggen van een administratieve geldboete aan verschillende personen voor verschillende feiten steunt op eenzelfde reglementering, maakt geen verknochtheid uit in de zin van artikel 60 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zelfs niet indien er in de verschillende verzoekschriften middelen worden aangevoerd die "in quasi-identieke, zoniet gelijkaardige, termen geformuleerd zijn". Er wordt niet ingegaan op de vraag van de verwerende partij om de zaken samen te voegen. 2. De gegevens van de zaak 2.1. Op 24 juni 1999 wordt in het Belgisch Staatsblad de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van misdrijven inzake leefmilieu bekendgemaakt. Deze ordonnantie bevat onder meer volgende bepalingen: VII-36.947-2/5 "Artikel 2 - Deze ordonnantie omvat de toezichts- en dwangbepalingen die nodig zijn voor de toepassing van de volgende wetten en ordonnanties en van hun uitvoeringsbesluiten : (...) 12/ de ordonnantie van 17 juli 1997 betreffende de strijd tegen geluidshinder in een stedelijke omgeving. (...) Artikel 33 - De persoon die een van de volgende misdrijven pleegt, is strafbaar met een administratieve geldboete van 25 000 tot 2 500 000 frank : (...) 7/ in de zin van de ordonnantie van 17 juli 1997 betreffende de strijd tegen geluidshinder in een stedelijke omgeving, de persoon die :
- a)op de openbare weg of een openbare plaats geluiden veroorzaakt die zijn onderworpen aan een voorafgaandelijke toelating zonder over deze toelating te beschikken of zonder de voorwaarden die hierin worden gesteld, na te leven;
- b)als eigenaar, houder of gebruiker van een geluidsbron rechtstreeks of onrechtstreeks geluidshinder veroorzaakt of laat voortduren die de door de Regering gestelde normen overschrijdt;
- c)zich tegen bezoeken, proeven of maatregelen verzet die door de bevoegde personeelsleden worden bevolen". In het Belgisch Staatsblad van 11 augustus 1999 wordt het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke regering van 27 mei 1999 betreffende de bestrijding van geluidshinder voortgebracht door het luchtverkeer bekendgemaakt. 2.2. Op 7 april 2000, 28 juni 2000 en 12 juli 2000 stellen ambtenaren bij het Brussels Instituut voor Milieubeheer processen-verbaal op waarin wordt gesteld dat uit een meting en uit gegevens van BELGOCONTROL en BIAC blijkt dat de verzoekende partij inbreuken heeft gemaakt op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke regering van 27 mei 1999 betreffende de bestrijding van geluidshin- der voortgebracht door het luchtverkeer. Op 7 november 2000 stuurt het Brussels Instituut voor Milieube- heer aan de te Zaventem gelegen uitbatingszetel van de verzoekende partij een brief waarin deze laatste wordt uitgenodigd om zich binnen één maand te verdedigen in het kader van een procedure voor het opleggen van een administratieve geldboete naar aanleiding van het proces-verbaal van 7 april 2000. Op 7 december 2000 stuurt het Brussels Instituut voor Milieube- heer ook aan de in de Verenigde Staten gelegen hoofdzetel van de verzoekende partij eenzelfde boodschap. Op 15 december 2000 maakt de verzoekende partij een verweerschrift over aan het Brussels Instituut voor Milieubeheer. Dit verweerschrift wordt aangevuld op 23 februari 2001. De verzoekende partij wordt op 8 maart 2001 gehoord door het Brussels Instituut voor Milieubeheer. VII-36.947-3/5 Bij beslissing van 6 april 2001 legt de leidend ambtenaar van het Brussels Instituut voor Milieubeheer aan de verzoekende partij een administratieve geldboete van 172.000 BEF op wegens de in de drie genoemde processen-verbaal vastgestelde inbreuken. Dit is de bestreden beslissing. 3. De beoordeling 3.1. Uit de tekst van de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van misdrijven inzake leefmilieu blijkt dat de in artikel 33 bedoelde administratieve geldboetes als straf bedoeld zijn. Zo stelt artikel 33 dat een persoon die een van de in dat artikel opgesomde misdrijven pleegt, strafbaar is met een administratieve geldboete en stelt artikel 35 dat de misdrijven opgesomd in artikel 33 met administratieve geldboetes kunnen worden bestraft. Dat de administratieve geldboetes als straf bedoeld zijn wordt bevestigd in de parlementaire voorbereiding (Gedr. St., Brusselse Hoofdstede- lijke Raad, 1998-99, nr. A-312/1, p. 7 en 13). Zo luidt het bijvoorbeeld in de memorie van toelichting bij het ontwerp van ordonnantie : "Dit ontwerp van ordonnantie (...) wil (...) een efficiënter strafbeleid inzake de milieuproblematiek bekrachtigen door (...) administratieve geldboetes in te voeren; (...) Het voordeel van administratieve geldboetes hoeft geen betoog meer. Door de minst zware misdrijven zo te bestraffen, zonder administratieve rompslomp, kunnen de strafrechtelijke sancties voor de ergste misdrijven voorbehouden worden". Het niet-plegen van het in artikel 33, 7/, b), van de ordonnantie van 25 maart 1999 bedoelde misdrijf is bovendien een verplichting voor alle rechtsonderhorigen, en niet slechts voor een bepaalde groep van personen met een bijzondere rechtspositie. Het doel van deze sancties is, enerzijds, - repressief - de daders van het bedoelde misdrijf te bestraffen en, anderzijds, - preventief - eenieder af te schrikken het bedoelde misdrijf te begaan. De betrokken administratieve geldboete kan daarenboven oplopen tot het bedrag van 62.500 euro, of in geval van recidive 125.000 euro. 3.2. Uit artikel 6.1 van het Europees Verdrag van 4 november 1950 tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, goedgekeurd bij wet van 13 mei 1955, en de artikelen 12 tot 14, 110 en 144 van de Grondwet moet worden afgeleid dat een straf uitsluitend door de hoven en rechtbanken van de rechterlijke macht kan worden opgelegd of beoordeeld. VII-36.947-4/5 De Raad van State beschikt bijgevolg niet over de vereiste rechtsmacht om kennis te nemen van huidig beroep tot nietigverklaring van een individuele overheidshandeling waardoor een bepaalde gedraging wordt gestraft. 3.3. Het verzoekschrift tot nietigverklaring werd gezegeld ten belope van 14.000 BEF. Het te veel gekweten recht ten bedrage van 7.000 BEF moet aan de verzoekende partij worden terugbetaald, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. Het beroep wordt verworpen. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Artikel 3. De te veel betaalde fiscale zegels, ten bedrage van 173,53 euro, moeten worden terugbetaald aan de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier december tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, E. BREWAEYS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-36.947-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.455 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.208 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.134 ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.216.411 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.