id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.459 Rolnummer: A. 126092/X-14784 Zaak: Arrest 188459 - Milieuheffingen - 04/12/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-12 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-29 08:59 Fiche Arrest nr 188.459 van 4 december 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuheffingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.459 van 4 december 2008 in de zaak A. 126.092/VII-36.949. In zake : EMERY WORLDWIDE AIRLINES Inc., die woonplaats kiest bij advocaat M. GODFROID, kantoor houdende te BRUSSEL, Keizerslaan 3 tegen : het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, vertegenwoordigd door de Brusselse Hoofdstedelijke regering, dat woonplaats kiest bij advocaten F. TULKENS en P. PEETERS, kantoor houdende te BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 177, bus 6. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat EMERY WORLDWIDE AIRLI- NES Inc. op 29 augustus 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van het Milieucollege van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 28 juni 2002 waarbij aan de verzoekende partij een administratieve geldboete wordt opgelegd ten belope van 4.437 euro ingevolge inbreuken op de ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de bestrijding van geluidshinder voortgebracht door het luchtverkeer; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur J. CLEMENT; Gelet op de beschikking van 15 maart 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; VII-36.949-1/5 Gelet op de beschikking van 18 januari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 februari 2008; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. GODFROID, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat T. DREIER die, loco advocaat F. TULKENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. CLEMENT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT: 1. De gegevens van de zaak 1.1. Op 24 juni 1999 wordt in het Belgisch Staatsblad de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van misdrijven inzake leefmilieu bekendgemaakt. Deze ordonnantie bevatte onder meer volgende bepalingen : "Artikel 2 - Deze ordonnantie omvat de toezichts- en dwangbepalingen die nodig zijn voor de toepassing van de volgende wetten en ordonnanties en van hun uitvoeringsbesluiten : (...) 12/ de ordonnantie van 17 juli 1997 betreffende de strijd tegen geluidshinder in een stedelijke omgeving. (...) Artikel 33 - De persoon die een van de volgende misdrijven pleegt, is strafbaar met een administratieve geldboete van 25 000 tot 2 500 000 frank : (...) 7/ in de zin van de ordonnantie van 17 juli 1997 betreffende de strijd tegen geluidshinder in een stedelijke omgeving, de persoon die :
- a)op de openbare weg of een openbare plaats geluiden veroorzaakt die zijn onderworpen aan een voorafgaandelijke toelating zonder over deze toelating te beschikken of zonder de voorwaarden die hierin worden gesteld, na te leven;
- b)als eigenaar, houder of gebruiker van een geluidsbron rechtstreeks of onrechtstreeks geluidshinder veroorzaakt of laat voortduren die de door de Regering gestelde normen overschrijdt;
- c)zich tegen bezoeken, proeven of maatregelen verzet die door de bevoegde personeelsleden worden bevolen". VII-36.949-2/5 In het Belgisch Staatsblad van 11 augustus 1999 wordt het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke regering van 27 mei 1999 betreffende de bestrijding van geluidshinder voortgebracht door het luchtverkeer bekendgemaakt. De ordonnantie van 28 juni 2001 (Belgisch Staatsblad van 13 november 2001) wijzigt de artikelen 33, 34 en 38 van de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van misdrijven inzake leefmilieu en voegt in deze ordonnantie een artikel 39bis in. Deze bepaling luidt als volgt: "Artikel 39bis - Iedereen die veroordeeld is tot de betaling van een administra- tieve geldboete kan een beroep instellen bij het Milieucollege. Het beroep wordt, op straffe van verval, ingesteld bij wege van verzoekschrift binnen twee maanden na de kennisgeving van de beslissing. Het Milieucollege hoort de eiser of zijn raadsman op hun verzoek en het personeelslid dat de maatregel heeft genomen. Het Milieucollege geeft binnen twee maanden na de datum van verzending van het verzoekschrift kennis van zijn beslissing. Deze termijn wordt met een maand verlengd wanneer de partijen vragen om te worden gehoord. Bij gebreke van een beslissing binnen de in het vorige lid gestelde termijn wordt de beslissing waartegen een beroep is ingesteld, geacht bevestigd te zijn". 1.2. Op 2 en 9 april 2001 stellen ambtenaren bij het Brussels Instituut voor Milieubeheer processen-verbaal op waarin wordt gesteld dat uit een meting en uit gegevens van BELGOCONTROL en BIAC blijkt dat de verzoekende partij inbreuken heeft gemaakt op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke regering van 27 mei 1999 betreffende de bestrijding van geluidshinder voortgebracht door het luchtverkeer. Deze processen-verbaal worden overgemaakt aan de verzoekende partij. Op 10 januari 2002 maakt de verzoekende partij een verweer- schrift over aan het Brussels Instituut voor Milieubeheer. Bij beslissing van 30 januari 2002 legt de leidend ambtenaar van het Brussels Instituut voor Milieubeheer aan de verzoekende partij een administratie- ve geldboete van 4.437 euro op wegens de in genoemde processen-verbaal vastgestelde inbreuken. De verzoekende partij tekent tegen deze beslissing administratief beroep aan bij het Milieucollege. De in eerste aanleg genomen beslissing wordt door het Milieucol- lege bevestigd in zijn beslissing van 28 juni 2002. Dit is de bestreden beslissing. VII-36.949-3/5 2. De beoordeling 2.1. Uit de tekst van de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van misdrijven inzake leefmilieu blijkt dat de in artikel 33 bedoelde administratieve geldboetes als straf bedoeld zijn. Zo stelt artikel 33 dat een persoon die een van de in dat artikel opgesomde misdrijven pleegt, strafbaar is met een administratieve geldboete en stelt artikel 35 dat de misdrijven opgesomd in artikel 33 met administratieve geldboetes kunnen worden bestraft. Dat de administratieve geldboetes als straf bedoeld zijn wordt bevestigd in de parlementaire voorbereiding (Gedr. St., Brusselse Hoofdstede- lijke Raad, 1998-99, nr. A-312/1, p. 7 en 13). Zo luidt het bijvoorbeeld in de memorie van toelichting bij het ontwerp van ordonnantie: "Dit ontwerp van ordonnantie (...) wil (...) een efficiënter strafbeleid inzake de milieuproblematiek bekrachtigen door (...) administratieve geldboetes in te voeren; (...) Het voordeel van administratieve geldboetes hoeft geen betoog meer. Door de minst zware misdrijven zo te bestraffen, zonder administratieve rompslomp, kunnen de strafrechtelijke sancties voor de ergste misdrijven voorbehouden worden". Het niet-plegen van het in artikel 33, 7/, b), van de ordonnantie van 25 maart 1999 bedoelde misdrijf is bovendien een verplichting voor alle rechtsonderhorigen, en niet slechts voor een bepaalde groep van personen met een bijzondere rechtspositie. Het doel van deze sancties is, enerzijds, - repressief - de daders van het bedoelde misdrijf te bestraffen en, anderzijds, - preventief - eenieder af te schrikken het bedoelde misdrijf te begaan. De betrokken administratieve geldboete kan daarenboven oplopen tot het bedrag van 62.500 euro, of in geval van recidive 125.000 euro. 2.2. Uit artikel 6.1 van het Europees Verdrag van 4 november 1950 tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, goedgekeurd bij wet van 13 mei 1955, en de artikelen 12 tot 14, 110 en 144 van de Grondwet moet worden afgeleid dat een straf uitsluitend door de hoven en rechtbanken van de rechterlijke macht kan worden opgelegd of beoordeeld. De Raad van State beschikt bijgevolg niet over de vereiste rechtsmacht om kennis te nemen van huidig beroep tot nietigverklaring van een individuele overheidshandeling waardoor een bepaalde gedraging wordt gestraft, VII-36.949-4/5 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. Het beroep wordt verworpen. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier december tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, E. BREWAEYS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-36.949-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.459 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.212 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.138 ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.216.712 ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.219.162 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div