← België

Arrest 188510 - Milieuvergunningen - 04/12/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.510 Rolnummer: Zaak: Arrest 188510 - Milieuvergunningen - 04/12/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-12 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-29 08:59 Fiche Arrest nr 188.510 van 4 december 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Samenvoeging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.510 van 4 december 2008 in de zaken I. A. 145.074/VII-31.197 II. A. 146.697/VII-31.

  1. In zake : I.
  2. de NV SMC INTERNATIONAL,
  3. Frank VERSTRAETEN, die woonplaats kiezen bij advocaat P. MALLIEN, kantoor houdende te ANTWERPEN, Meir 24 II. de NV SMC INTERNATIONAL, die woonplaats kiest bij advocaat P. MALLIEN, kantoor houdende te ANTWERPEN, Meir 24 tegen : I. + II. de burgemeester van de stad ANTWERPEN, die woonplaats kiest bij advocaat R. POCKELÉ-DILLES, kantoor houdende te ANTWERPEN, Stoopstraat
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV SMC INTERNATIONAL en Frank VERSTRAETEN op 3 februari 2004 hebben ingediend om de nietigverkla- ring te vorderen van de beslissing van de burgemeester van de stad ANTWERPEN van 5 december 2003 waarbij de stopzetting wordt bevolen van de exploitatie, als lokaal voor dansgelegenheid, van de inrichting, gelegen aan de Jan Van Gentstraat 4 te Antwerpen (zaak A. 145.074/VII-31.197); Gezien het verzoekschrift dat de NV SMC INTERNATIONAL op 19 januari 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de burgemeester van de stad ANTWERPEN van 18 november 2003 waarbij de vraag tot handlichting van het op 25 oktober 2001 opgelegde gebod om alle vergunningsplichtige activiteiten in de inrichting "ZILLION", gelegen aan de Jan Van Gentstraat 4 te Antwerpen, onmiddellijk stop te zetten, wordt afgewezen (zaak A. 146.697/VII-31.456); VII-31.197 & VII-31.456-1/10 Gelet op het arrest nr. 126.398 van 15 december 2003 waarbij de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerleg- ging van het bestreden besluit in de zaak A. 145.074/VII-31.197 wordt verworpen; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord in de beide zaken; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur P. SOURBRON; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories in de beide zaken; Gelet op de beschikkingen van 1 oktober 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 november 2008; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. MALLIEN, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat K. COX die, loco advocaten R. POCKELÉ-DILLES en C. SERVAIS verschijnt voor de verwerende partij, in de beide zaken; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. SOURBRON; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  5. De samenhang Beide annulatieberoepen betreffen een dwangmaatregel die genomen is ten aanzien van dezelfde inrichting. Voor een goede rechtsbedeling past het de beide zaken samen te voegen. VII-31.197 & VII-31.456-2/10
  6. De feiten 2.
  7. De NV MEDIA HALL, inmiddels failliet verklaard, was eertijds exploitant van een dansgelegenheid genaamd "ZILLION", gelegen aan de Jan Van Gentstraat 4 te Antwerpen. De exploitatie gebeurde op grond van een op 13 november 1996 verleende milieuvergunning, aangevuld met bijkomende exploi- tatievoorwaarden op 11 december
  8. 2.
  9. Met een besluit van 25 oktober 2001 van de verwerende partij wordt aan de NV MEDIA HALL en aan tweede verzoeker, als gedelegeerd- bestuurder, met onmiddellijke ingang de stopzetting bevolen van alle vergunnings- plichtige activiteiten in de inrichting. In dat besluit wordt verwezen naar "artikel 31 e.v. van het Milieuvergunningsdecreet van 28 juni 1985 en artikel 65 e.v. van het Besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 (VLAREM I)". Tegen deze beslissing hebben de NV MEDIA HALL en tweede verzoeker een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid ingesteld bij de Raad van State. Bij arrest nr. 100.693 van 8 november 2001 is deze vordering verworpen omdat tegen het bestreden besluit een administratief beroep ingediend kon worden. De verzoekende partijen hebben geen annulatieberoep ingediend. Het besluit van 25 oktober 2001 is derhalve definitief geworden. 2.
  10. Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen van 2 mei 2002 wordt de NV MEDIA HALL failliet verklaard. Op 23 oktober 2003 sluiten de curator van het faillissement van de NV MEDIA HALL en de eerste verzoekende partij een overeenkomst waarbij de milieuvergunningen die verleend werden voor de exploitatie van de inrichting aan laatstvermelde vennootschap overgedragen worden tegen het betalen van een geldsom van 25.000 euro. 2.
  11. Op 20 januari 2003 controleert de brandweer de inrichting op haar brandveiligheid. In hoofdorde wordt vastgesteld dat een "gedegen en grondige controle" niet mogelijk is wegens de "slechte staat" van het gebouw. Omdat een aantal inbreuken vastgesteld worden op het gemeentelijk politiereglement inzake inrichtingen die voor het publiek toegankelijk zijn, concludeert de brandweer dat de inrichting niet voor het publiek mag worden opengesteld. Op 10 april 2003 wordt de brandveiligheid van de inrichting opnieuw gecontroleerd. De brandweer stelt wederom meerdere inbreuken vast op de gemeentelijke politiereglementen. VII-31.197 & VII-31.456-3/10 2.
  12. Op 16 april 2003 organiseert het stadsbestuur van Antwerpen met alle betrokkenen een hoorzitting over een mogelijk stopzettingsbevel van de burgemeester. Tweede verzoeker, die zegt zelf niet langer exploitant van de inrichting te zijn, is daarbij aanwezig namens de eerste verzoekende partij, eigenares van het gebouw. Bij die gelegenheid verklaart tweede verzoeker onder meer dat de gemeentelijke politiereglementen in verband met de brandveiligheid niet van toepassing zijn op de inrichting omdat het gaat om een milieuvergunningsplichtige dansgelegenheid waar momenteel activiteiten plaatsvinden. 2.
  13. Met aan aangetekend verstuurde brief van 25 april 2003 deelt de verwerende partij aan tweede verzoeker "voor zover als nodig" mee dat het stopzettingsbevel van 25 oktober 2001 onverkort gehandhaafd blijft en dat er "dan ook geen sprake van (kan) zijn enige vergunningsplichtige activiteit te organiseren in de gebouwen Jan Van Gentstraat 4-6 te 2000 Antwerpen". Nog dezelfde dag reageert tweede verzoeker met een tot de verwerende partij gericht schrijven waarin opnieuw wordt gevraagd om het stopzettingsbevel van 25 oktober 2001 te "lichten". 2.
  14. Op 8 mei 2003 deelt de verwerende partij aan tweede verzoeker mee dat elk voornemen om vergunningsplichtige activiteiten te organiseren in het pand aan de Jan Van Gentstraat strijdig is met het eerdere stopzettingsbevel van 25 oktober 2001 dat nog steeds rechtskracht heeft. 2.
  15. In de nacht van 23 op 24 oktober 2003 stelt de lokale politie van Antwerpen vast dat de inrichting terug werd geopend. In de daaropvolgende nacht vindt eveneens een dansactiviteit plaats. Van die vaststellingen wordt proces-verbaal opgesteld en het stadsbestuur wordt ingelicht via een administratieve akte. 2.
  16. Op 27 oktober 2003 deelt de brandweer mee dat het vorige brandveiligheidsverslag van 18 april 2003 volledig kan worden gehandhaafd. Het wordt aangevuld met een aantal bijkomende tekortkomingen. 2.
  17. Met een besluit van 18 november 2003 deelt de verwerende partij aan de verzoekende partijen mee dat "het verzoek tot 'handlichting' van het stopzettingsbesluit van 25 oktober 2001 zinloos is nu de milieuvergunning van 13 november 2001 gedeeltelijk vervallen is, minstens voor wat betreft de rubrieken 32.2.3 (inmiddels vervangen door 32.2.1/), 32.2.
  18. (inmiddels vervangen door 32.2.1/), 32.1., 32.8.1.1.a. en 32.8.1.2., aangezien er sinds 9 oktober 2001 geen activiteiten plaatsvonden in het kader van deze rubrieken". In artikel 2 van hetzelfde VII-31.197 & VII-31.456-4/10 besluit worden betrokkenen ervan in kennis gesteld dat elke milieuvergunningsaan- vraag "zal worden behandeld conform te decretaal daartoe voorziene procedures". Dit besluit, dat het voorwerp vormt van het beroep in de zaak A. 146.697/VII-31.456, bevat volgende motieven : "(...) Gelet op de vraag van F. Verstraeten om tot 'handlichting' van het stopzet- tingsbevel van 25 oktober 2001 over te gaan. Dat bij bevel van 25 oktober 2001 de stopzetting bevolen werd van alle vergunningsplichtige activiteiten, (...). Dat het stopzettingsbesluit van toepassing blijft totdat de onvergunde installaties vergund worden en de exploitant bewijst dat de uitbating van de inrichting beantwoordt aan alle algemene, sectorale en bijzondere voorwaarden. Gelet op het feit dat de rubrieken 3.3, 12.1.1., 16.3.1.1., 32.2.3., 32.2.2., 32.1., 32.8.1.1.a, 32.8.1.
  19. en 43.1.
  20. vergund werden bij besluit van 13 november
  21. Gelet op de verzegeling op initiatief van het parket van Antwerpen op 9 oktober 2001, verzegeling die werd gelicht op 17 oktober
  22. Dat desalniettemin nadien geen enkele dansactiviteit meer plaatsvond in de lokalen aan de Jan Van Gentstraat 4 te Antwerpen. (...) Dat tijdens de hoorzitting voorafgaand aan het stopzettingsbevel Frank Verstraeten trouwens zelf verklaarde de Zillion voor onbepaalde tijd te sluiten. Dat er anderzijds geen enkele aanvraag tot welke vergunning dan ook werd ingediend sinds het stopzettingsbevel. Dat de exploitant niet getracht heeft tegemoet te komen aan de voorwaarden van het stopzettingsbevel, om zodoende de opheffing ervan te bewerkstelligen. (...) Gelet op de bewoordingen van artikel 28 van het Decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, meer precies artikel 28 § 1, 3/ en artikel 28 §
  23. Dat hieruit dient afgeleid te worden dat de basisvergunning van 13 november 1996 gedeeltelijk is vervallen, nl. voor wat betreft de rubrieken 32.2.3 (inmiddels vervangen door 32.2.1/), 32.2.
  24. (inmiddels vervangen door 32.2.1/), 32.1., 32.8.1.1.a en 32.8.1.
  25. Dat voormelde decreetsbepaling duidelijk is en geen beleidsruimte toelaat, waar het bepaalt dat de vergunning van rechtswege vervalt wanneer de exploitant gedurende twee opeenvolgende jaren - om welke reden dan ook - zijn inrichting (of een deel ervan) niet exploiteert. Dat dit ertoe leidt te besluiten dat de vraag van de heer F. Verstraeten tot 'handlichting' van het stopzettingsbevel zinloos is. Dat de inrichting niet meer vergund is voor de voorgenomen activiteiten die kaderen in rubriek 32 van VLAREM I en de exploitant een nieuwe aanvraag zal moeten indienen indien hij gelijkaardige activiteiten voorziet, aangezien artikel 4 van voormeld Milieuvergunningsdecreet stelt dat niemand een hinderlijk ingedeelde inrichting mag exploiteren of veranderen zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning van de bevoegde overheid. Dat het stopzettingsbevel dan ook zonder voorwerp is geworden voor wat betreft de activiteiten die kaderden in de diverse subrubrieken van rubriek 32, maar dat hij, aangezien hij te kennen geeft terug dansactiviteiten te willen organiseren, hiervoor de vereiste vergunningen zal dienen te bekomen vooraleer deze activiteiten terug te kunnen opstarten. Dat het de heer F. Verstraeten vrij staat een aanvraag in te dienen, zoals hem al herhaaldelijk is meegedeeld door de bevoegde diensten". VII-31.197 & VII-31.456-5/10 2.
  26. Op 28 november 2003 stelt de eerste verzoekende partij, die inmiddels de milieuvergunningen van de curator van de NV MEDIA HALL overgenomen heeft, bij de Vlaamse minister van Leefmilieu beroep in tegen voormeld besluit van 18 november 2003, alsmede tegen het stopzettingsbevel van 25 oktober
  27. Dat beroep wordt door het afdelingshoofd van de afdeling Milieuvergunningen op 2 december 2003 onontvankelijk verklaard aangezien dat "het beroep (niet) gaat (...) om maatregelen bedoeld in het artikel 65, §§ 2, 3 of 4 of in het artikel 66" en "er (...) dusdanig geen beroepsindiening daaromtrent mogelijk (is)". De eerste verzoekende partij heeft tegen die beslissing van 2 december 2003 een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid ingesteld. Die vordering is bij arrest van de Raad van State nr. 126.397 van 15 december 2003 verworpen. Zo ook het annulatieberoep bij arrest van de Raad van State nr. 136.827 van 28 oktober
  28. 2.
  29. Niettegenstaande de houding van het stadsbestuur aangaande het gebruik van het gebouw, zouden er in de loop van 2003 allerhande activiteiten en evenementen hebben plaatsgevonden overeenkomstig de bestemming "multifunctio- nele zaal". Na verloop van tijd wordt blijkbaar ook het plan opgevat om in de lokalen van de vroegere "ZILLION" terug dansactiviteiten voor een ruimer publiek te organiseren. Zo wordt aangekondigd dat in de nacht van 29 op 30 november 2003 een activiteit onder de naam "DEEP SHIT UNDERGROUND" zal plaatsvinden die luidens de door de organisatoren verspreide publiciteit zich aandient als "the first and only public party for remembering 2 years 69 closing time". 2.
  30. Met een besluit van 5 december 2003 van de verwerende partij wordt aan de verzoekende partijen schriftelijk het bevel tot stopzetting - eigenlijk de bevestiging van de stopzetting - meegedeeld van de exploitatie van de inrichting als lokaal voor dansgelegenheid. Die beslissing, die het voorwerp vormt van het annulatieberoep A. 145.074/VII-31.197, is als volgt gemotiveerd : "Wij hebben vastgesteld op zaterdag 29 november 2003 dat in de inrichting aan de Jan Van Gentstraat 4 te Antwerpen een dansactiviteit 'Deep Shit Underground' werd georganiseerd, waarop honderden personen aanwezig waren. U vindt de door de bevoegde ambtenaren gedane vaststellingen als bijlagen bij deze brief (administratieve akte AA 2003/012 en PV AN.64.LB.122148/2003), waarmee zij één geheel uitmaken en waarvan de motieven volledig hernomen worden. Wij hebben op basis van onze vaststellingen, nl. dat u exploiteert zonder de vereiste milieuvergunning, besloten de stopzetting te bevelen van het gebruik VII-31.197 & VII-31.456-6/10 van de inrichting als lokaal voor dansgelegenheid en dit bij toepassing van artikel 31 § 1 van het Milieuvergunningsdecreet van 28 juni 1985 en artikel 65 § 1 VLAREM I. Wij hebben u bovendien een aantal onderrichtingen opgelegd en u er onder meer op gewezen dat indien u besluit twaalf feesten per jaar te organiseren, dit enkel gekoppeld kan zijn aan een bijzondere gelegenheid en occasionele gebeurtenissen (zoals een schoolfeest, een huwelijksfeest edm). In ieder geval moeten wij in het bezit zijn van een brandweerslag waaruit blijkt dat de inrichting veilig is".
  31. Het initieel belang van tweede verzoeker in de zaak A. 145.074/VII-31.197 3.
  32. In het verzoekschrift wordt uiteengezet hoe de eerste verzoekende partij haar belang vindt in de omstandigheid dat zij de milieuvergunning van 13 november 1996 van de failliete NV MEDIA HALL overgenomen heeft en dat tweede verzoeker bij die overdracht tussengekomen is als financier met een bedrag van 25.000 euro. In de memorie van wederantwoord wordt verduidelijkt dat de eerste verzoekende partij slechts dansactiviteiten kan organiseren middels de activiteit van een fysiek persoon en dat tweede verzoeker aldus verschillende feesten gefinancierd heeft. 3.
  33. De auditeur-verslaggever heeft uit die uiteenzetting afgeleid dat alleen de eerste verzoekende partij als exploitant in de zin van artikel 2, 3/, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (hierna : milieuvergun- ningsdecreet) kan worden beschouwd, dat alleen zij titularis is van de rechten die uit het genoemde decreet voortvloeien, dat een tussenpersoon die handelt als organisator van activiteiten die onder de milieuvergunning vallen, de vereiste hoedanigheid en kwaliteit ontbeert om rechtsvorderingen met betrekking tot de exploitatievergunning in te stellen en dat de omstandigheid dat de verwerende partij de bestreden beslissing mede aan tweede verzoeker betekend heeft, aan die vaststelling niets afdoet. Hij heeft daarom besloten dat het beroep niet ontvankelijk is in hoofde van tweede verzoeker. 3.
  34. De verzoekende partijen hebben in hun laatste memorie de stelling van de auditeur-verslaggever niet meer betwist. De Raad van State valt de voormelde uiteenzetting bij. Het beroep, inzoverre het door tweede verzoeker ingediend is, is niet ontvankelijk. VII-31.197 & VII-31.456-7/10
  35. Het actueel belang van de NV SMC INTERNATIONAL 4.
  36. Met het sub 2.
  37. vermeld besluit van 18 november 2003, dat het voorwerp vormt van het tweede beroep, heeft de verwerende partij de vraag van de eerste verzoekende partij om het op 25 oktober 2001 uitgevaardigd gebod om elke vergunningsplichtige activiteit te staken, verworpen op grond van de vaststelling dat er sinds 9 oktober 2001 geen enkele dansactiviteit meer was ingericht en dat de exploitant sindsdien ook niets heeft ondernomen om de opheffing van het stopzettingsbevel te verkrijgen, zodat de basisvergunning krachtens artikel 28 van het milieuvergunningsdecreet, wat de uitbating van een dansgelegenheid aangaat, vervallen is. 4.
  38. Met het sub 2.
  39. vermeld besluit van 5 december 2003, dat het voorwerp vormt van het eerste beroep, heeft de verwerende partij aan de eerste verzoekende partij uitdrukkelijk het bevel opgelegd om de exploitatie van het gebouw als dansgelegenheid te stoppen. 4.
  40. De eerste verzoekende partij heeft in haar memorie van wederantwoord in de zaak A. 145.074/VII-31.197 verklaard dat het besluit van 5 december 2003 blijvend inwerkt op de mogelijkheid om feesten te organiseren in het multifunctioneel complex, dat het voorwerp vormt van de bestreden beslissing, en dat zij ernaar hunkert om, na een vernietigingsarrest van de Raad van State, de exploitatie in natura weer op te starten. Daarop ingaand heeft de auditeur- verslaggever vastgesteld dat de nietigverklaring van de bestreden beslissingen niet meer tegemoet kan komen aan het opzet en dat de eerste verzoekende partij derhalve het wettelijk vereiste actueel belang ontbeert. Hij stipt daarbij aan, enerzijds, dat de stukken van het dossier aantonen dat de dancing "ZILLION" op 5 december 2003 reeds ontmanteld werd door de openbare verkoop van de inboedel na het faillissement van de NV MEDIA HALL en, anderzijds, dat de gebouwen aan de Jan Van Gentstraat 4 te Antwerpen door het hof van beroep te Antwerpen verbeurd verklaard zijn. 4.
  41. In haar laatste memorie stelt de eerste verzoekende partij dat zij nog steeds niet failliet is en dat de milieuvergunning voor de uitbating van een danszaal aan haar overgedragen is. Dat het gebouw waarop deze vergunning slaat verbeurd verklaard is, betekent evenwel nog niet dat zij geen akkoord meer kan nastreven met de toekomstige koper van het goed. Zij wijst er ook op dat er nog geen definitieve uitspraak is in de strafzaken betreffende de inbreuken op de milieuwetgeving die zij gepleegd zou hebben en sluit niet uit dat in het kader van VII-31.197 & VII-31.456-8/10 een procedure bij de burgerlijke rechtbank de stad Antwerpen akkoord gaat met "een oplossing in natura". 4.
  42. De vernietiging van de beslissing waarbij de eerste verzoekende partij verbod krijgt opgelegd om in het pand aan de Jan Van Gentstraat 4 te Antwerpen een lokaal voor dansgelegenheid uit te baten en de vernietiging van de beslissing om de vergunning tot het uitbaten van een dansgelegenheid in dat pand vervallen te verklaren betekenen niet dat de eerste verzoekende partij de dansgelegenheid opnieuw kan opstarten. Zij kan immers niet meer beschikken over het betrokken pand en kan de vergunde activiteit op die plaats niet meer uitoefenen. De verwijzing naar de mogelijkheid om dienaangaande een overeenkomst te sluiten met de nieuwe eigenaar is een loutere hypothese waarmee de Raad van State geen rekening kan houden. 4.
  43. Aldus bezien doet de eerste verzoekende partij niet meer blijken van het vereiste actueel belang. De beroepen zijn niet langer ontvankelijk, OM DEZE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  44. De zaken A. 145.074/VII-31.197 en A. 146.697/VII-31.456 worden gevoegd. Artikel
  45. De beroepen worden verworpen. Artikel
  46. De kosten van de beroepen, bepaald op 525 euro, komen voor twee derde ten laste van de NV SMC INTERNATIONAL en voor een derde ten laste van Frank VERSTRAETEN. VII-31.197 & VII-31.456-9/10 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier december tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-31.197 & VII-31.456-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.510 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.