← België

Arrest 188516 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 04/12/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.516 Rolnummer: A. 68080/X-9885 Zaak: Arrest 188516 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 04/12/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-16 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 08:59 Fiche Arrest nr 188.516 van 4 december 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.516 van 4 december 2008 in de zaak A. 68.080/X-

  1. In zake :
  2. Marie José VARLEZ,
  3. Adrienne VARLEZ,
  4. Christiane VARLEZ,
  5. Annie VARLEZ,
  6. Jeannette VARLEZ,
  7. Roger VARLEZ, die woonplaats kiezen bij advocaat P. JACOBS, kantoor houdende te 9300 AALST, Leopoldlaan 32 A tegen :
  8. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat M. van DIEVOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Boomstraat 14,
  9. de gemeente DILBEEK. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Marie José VARLEZ, Adrienne VARLEZ, Christiane VARLEZ, Annie VARLEZ, Jeannette VARLEZ en Roger VARLEZ op 14 maart 1996 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 15 december 1995 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening waarbij hen de vergunning wordt geweigerd voor het bouwen van een woning op een perceel gelegen te Dilbeek, Eksterstraat, kadastraal bekend sectie A, nr. 376/c; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur T. DE WAELE; Gelet op de beschikking van 22 november 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; X-9885-1/3 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partijen; Gelet op de beschikking van 27 juni 2008 waarbij wordt bepaald dat de zaak met toepassing van artikel 90, § 1, derde lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, door één lid van de kamer wordt behandeld; Gelet op de beschikking van 27 juni 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 september 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. ROELANDT, die loco advocaat P. JACOBS verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat M. van DIEVOET, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van advocaat S. VANDENDRIESSCHE, die loco advocaat J. ZANARDI verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : De verzoekende partijen hebben geen antwoord gegeven op de vraag naar hun belang die hen namens de kamervoorzitter is gesteld bij brief van 27 februari
  10. Door deze brief onbeantwoord te laten en aldus de rechter hun medewerking te onthouden, geven de verzoekende partijen blijk van een gebrek aan belangstelling voor en belang bij het door hen ingediende beroep. Het gebrek aan belangstelling dat door de verzoekende partijen werd geëtaleerd kan niet worden goedgemaakt door het feit dat zij ter terechtzitting verschenen. Zij hebben ter terechtzitting overigens geen elementen aangebracht waaruit blijkt dat zij nog een actueel belang hebben bij de nietigverklaring van het bestreden besluit. Zij hebben enkel geaffirmeerd dat zij nog belang hebben bij de oplossing van het geding, doch gedragen zich dienaangaande “naar de wijsheid van X-9885-2/3 de Raad van State”.. In die omstandigheden tonen de verzoekende partijen niet aan dat zij nog over het vereiste actueel belang beschikken. Ambtshalve dient te worden vastgesteld dat de verzoekende partijen niet doen blijken van het door de wet vereiste actueel belang en dat het beroep niet ontvankelijk is. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  11. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  12. De kosten van het beroep, bepaald op 594,96 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een zesde. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier december 2008, door: de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. R. STEVENS. X-9885-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.516 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.