← België

Arrest 188581 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 08/12/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.581 Rolnummer: A. 189405/IX-6017 Zaak: Arrest 188581 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 08/12/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-16 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 09:13 Fiche Arrest nr 188.581 van 8 december 2008 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Afstand Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.581 van 8 december 2008 in de zaak A. 189.405/IX-

  1. In zake : Rogier BRUGGEMAN, wonende te MECHELEN, Sparrenstraat 21 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E VOORZITTER VAN DE IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Rogier BRUGGEMAN op 19 augustus 2008 heeft ingediend waarbij gevorderd wordt om aan de verwerende partij een dwangsom op te leggen van 5000 euro per dag dat zij in gebreke blijft om het arrest nr. 181.550 van 31 maart 2008 uit te voeren op elk van de twee volgende punten: - het verzuim de aanstelling van Hubert Ruyssinckx in het hoger ambt van gewestelijk directeur bij een fiscaal bestuur te herzien en - het verzuim het voornoemde arrest bij uittreksel bekend te maken in het Belgisch Staatsblad; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 23 september 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 oktober 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; IX-6017-1/7 Gehoord de opmerkingen van de verzoeker, en van inspecteur J. DE VLEESCHOUWER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten 1.
  2. Op 23 december 1996 heeft de verzoeker een verzoek ingediend tot nietigverklaring van het koninklijk besluit van 16 september 1996 waarbij drie personen, waaronder Hubert Ruyssinckx, benoemd worden tot inspecteur der directe belastingen, met uitwerking op 1 december
  3. Vanuit de graad van inspecteur, nadien omgevormd tot de graad van eerstaanwezend inspecteur en eerstaanwezend inspecteur-dienstchef, konden de benoemden zich kandidaat stellen voor de betrekking van gewestelijk directeur. Terwijl het genoemde beroep bij de Raad van State aanhangig is, wordt Hubert Ruyssinckx, op dat ogenblik eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur, diensthoofd bij het controlecentrum Aalst, aangesteld om vanaf 1 juli 2007 voorlopig de hogere functies van gewestelijk directeur bij een fiscaal bestuur bij het controlecentrum Aalst uit te oefenen. 1.
  4. Bij arrest nr. 181.550 van 31 maart 2008 wordt het koninklijk besluit van 16 september 1996 vernietigd, in zoverre het onder meer de bevordering van Hubert Ruyssinckx tot inspecteur inhoudt. De te dezen relevante punten van het beschikkend gedeelte van dit arrest luiden als volgt: “Artikel
  5. Vernietigd wordt het koninklijk besluit van 16 september 1996, in zoverre Hubert RUYSSINCKX en (...) worden benoemd tot inspecteur der directe belastingen, met uitwerking op 1 december 1993, respectievelijk te Antwerpen (directie van de Bijzondere Belastingsinspectie Antwerpen) en te (...). IX-6017-2/7 Artikel
  6. Dit arrest zal bij uittreksel worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.” Het arrest wordt op 9 april 2008 aan de verzoeker en aan de verwerende partij betekend. 1.
  7. Op 28 mei 2008 doet de verzoeker navraag naar de bekendmaking van het arrest in het Belgisch Staatsblad. Met een schrijven van 6 juni 2008 wordt hem geantwoord dat het nodige wordt gedaan. Op 30 juni 2008 wordt aan de verzoeker voorts gemeld dat de herziening van de bevorderingsprocedure vanaf het punt waar het fout is gelopen, in voorbereiding is. Er is op dat ogenblik nog geen nieuwe beslissing genomen met betrekking tot de aanstelling van Hubert Ruyssinckx in de hogere functies van gewestelijk directeur bij een fiscaal bestuur. Wanneer op 3 juli 2008 blijkt dat het arrest van 31 maart 2008 nog niet bekendgemaakt is, maant de verzoeker de verwerende partij aan, met uitdrukkelijke verwijzing naar artikel 36, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, om tot de bekendmaking over te gaan. Op 16 juli 2008 maant de verzoeker de verwerende partij voorts aan, eveneens met uitdrukkelijke verwijzing naar artikel 36, §1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, om over te gaan tot de herziening van de aanstelling van Hubert Ruyssinckx in de hogere functie van gewestelijk directeur. De verzoeker legt uit dat Hubert Ruyssinckx ingevolge de vernietiging van zijn benoeming tot inspecteur niet langer voldoet aan de voorwaarden om statutair tot gewestelijk directeur te worden benoemd, zodat hij ook niet aangesteld kan worden om het hoger ambt van gewestelijk directeur uit te oefenen. 1.
  8. In het Belgisch Staatsblad van 19 september 2008 wordt het arrest nr. 181.550 van 31 maart 2008 bij uittreksel bekendgemaakt. IX-6017-3/7 Gedeeltelijke afstand van de vordering
  9. Met een op 22 september 2008 ter post aangetekend schrijven doet de verzoeker afstand van zijn vordering in zoverre die ertoe strekt de verwerende partij een dwangsom van 5000 euro te horen opleggen per dag dat zij in gebreke blijft om het arrest nr. 181.550 bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekend te maken. Niets verzet zich tegen de inwilliging van die gedeeltelijke afstand. Ten gronde 3.
  10. De verzoeker vraagt dat aan de verwerende partij een dwangsom zou worden opgelegd van 5000 euro per dag dat zij in gebreke blijft om een einde te stellen aan de aanstelling van Hubert Ruyssinckx in de hogere functie van gewestelijk directeur bij een fiscaal bestuur bij het controlecentrum Aalst. 3.
  11. De verwerende partij is van oordeel dat de verzoeker ten onrechte ervan uitgaat dat het arrest nr. 181.550 voor haar de plicht inhoudt de aanstelling van Hubert Ruyssinckx in de hogere functie van gewestelijk directeur te beëindigen. Volgens de verwerende partij is de aanstelling om tijdelijk een hogere functie uit te oefenen voor de aangestelde ambtenaar een rechtscheppende handeling, en kan die niet zonder regelmatig beroep daartegen in vraag worden gesteld. Dit is te dezen het geval, ook al tast het arrest nr. 181.550 de materiële rechtskracht van de aanstelling van Hubert Ruyssinckx aan. De verzoeker heeft de aanstelling van Hubert Ruyssinckx immers niet aangevochten, en ook in het dictum van het arrest nr. 181.550 valt niet te lezen dat de beslissing tot aanstelling van Hubert Ruyssinckx vernietigd zou zijn. De verwerende partij wijst er voorts op dat de aanstelling om een hogere functie te vervullen slechts een tijdelijk karakter heeft. Zodra een titularis zal worden benoemd in de betrokken betrekking van gewestelijk directeur, is de aanstelling van Hubert Ruyssinckx beëindigd. De verwerende partij erkent dat Hubert Ruyssinckx ingevolge het vernietigingsarrest geen inspecteur (oude graad) meer is en dat hij daardoor niet meer in aanmerking komt om tot gewestelijk IX-6017-4/7 directeur te worden benoemd. Zij is evenwel van oordeel dat het feit dat hij tijdelijk de hogere functie uitoefent geen afbreuk doet aan het arrest nr. 181.
  12. 3.3.
  13. Uit bijlage II bij het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 tot vaststelling van het organiek reglement van de Federale Overheidsdienst Financiën en van de bijzondere bepalingen die er voorzien in de uitvoering van het statuut van het Rijkspersoneel, blijkt dat de graad van gewestelijk directeur bij een fiscaal bestuur bij wege van bevordering slechts toegankelijk is vanuit de graad van directeur of van eerstaanwezend inspecteur-dienstchef bij een fiscaal bestuur. Artikel 3 van het koninklijk besluit van 8 augustus 1983 betreffende de uitoefening van een hoger ambt in de rijksbesturen bepaalt dat alleen een ambtenaar die voldoet aan de statutaire vereisten om tot de met het hoger ambt overeenstemmende graad te worden benoemd voor het uitoefenen van dat ambt kan worden aangesteld, tenzij er geen ambtenaar is die de statutaire voorwaarden vervult. De verwerende partij betwist niet dat de aanstelling van Hubert Ruyssinckx in de hogere functie van gewestelijk directeur steunt op zijn nadien vernietigde benoeming tot inspecteur, later omgevormd tot eerstaanwezend inspecteur-dienstchef. De verwerende partij betwist evenmin dat Hubert Ruyssinckx door de genoemde vernietiging geacht moet worden nooit te zijn bekleed met de graad van eerstaanwezend inspecteur-dienstchef. Nu voorts niet wordt aangevoerd dat er geen andere ambtenaar is die de statutaire voorwaarden vervult om benoemd te worden tot de graad van gewestelijk directeur, volgt hieruit dat Hubert Ruyssinckx niet voldoet aan de voorwaarden om tijdelijk met de uitoefening van de hogere functie van gewestelijk directeur te worden belast. 3.3.
  14. De rechtszekerheid verzet zich evenwel ertegen dat de formeel bestaande en uiterlijk regelmatige aanstelling van Hubert Ruyssinckx, waartegen de verzoeker geen beroep heeft ingesteld, ook niet nadat hij kennis gekregen heeft van het arrest nr. 181.550, als zodanig in vraag wordt gesteld. De verwerende partij is dan ook niet verplicht om, ter uitvoering van het arrest nr. 181.550, met terugwerkende kracht een einde te stellen aan de bedoelde aanstelling. Ter terechtzitting wijst de verzoeker erop dat hij de rechtszekerheid niet in het gedrang wil brengen, en dat hij enkel vraagt dat aan de lopende aanstelling een einde zou worden gesteld, zonder terugwerkende kracht. IX-6017-5/7 De aanstelling in een hogere functie is weliswaar, zoals de verwerende partij opmerkt, een tijdelijke maatregel. Overeenkomstig artikel 7 van het genoemde koninklijk besluit van 8 augustus 1983 geldt de aanstelling voor een termijn van maximaal zes maanden, die onder bepaalde voorwaarden een aantal keren kan worden verlengd. Het tijdelijk karakter van de maatregel belet niet dat de betrokkene het recht heeft om de functie gedurende een bepaalde termijn te blijven uitoefenen. Het beginsel van de onaantastbaarheid van de definitief door een constitutieve administratieve beschikking gevestigde concrete situaties en van de daaruit voortvloeiende rechtsverhoudingen verbiedt niet alleen dat de overheid een dergelijke administratieve beschikking met retroactieve werking zou intrekken, maar ook dat die overheid de weliswaar zachtere maatregel van opheffing - die enkel voor de toekomst uitwerking heeft - van die administratieve beschikking zou nemen op grond van een rechtmatigheidsbezwaar, dit is een bezwaar gesteund op de vraag of de gevestigde concrete individuele situatie overeenkomstig het recht tot stand is gekomen. Een dergelijke maatregel behelst immers eveneens een aantasting van een onaantastbaar geworden individuele situatie. Het genoemde beginsel verzet zich dan ook tegen een voortijdige beëindiging van de aanstelling van Hubert Ruyssinckx, ook al is de rechtsgrond voor de aanstelling weggevallen. Uiteraard zal de verwerende partij voortaan, bij het nemen van beslissingen in verband met de rechtstoestand van Hubert Ruyssinckx, wel rekening moeten houden met de gevolgen van de vernietiging van diens benoeming tot inspecteur der directe belastingen. Nu uit het arrest nr. 181.550 niet voortvloeit dat de verwerende partij verplicht is om een maatregel te nemen als bedoeld door de verzoeker, is er geen grond om een dwangsom op te leggen. IX-6017-6/7 OM DIE REDENEN BESLIST DE VOORZITTER : Artikel
  15. De gedeeltelijke afstand van het geding wordt ingewilligd. Artikel
  16. De vordering tot het opleggen van een dwangsom wordt voor het overige verworpen. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 8 december 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-6017-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.581 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.