← België

Arrest 188619 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 08/12/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.619 Rolnummer: A. 188869/X-13833 Zaak: Arrest 188619 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 08/12/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-17 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 09:15 Fiche Arrest nr 188.619 van 8 december 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.619 van 8 december 2008 in de zaak A. 188.869/X-13.

  1. In zake :
  2. Paula HOUTHOOFD,
  3. Paul VERHAEGHE, die woonplaats kiezen bij advocaten S. RONSE en B. VANDROMME, kantoor houdende te 8500 KORTRIJK, President Kennedypark 6/24 tegen : de gemeente ANZEGEM, die woonplaats kiest bij advocaat B. VAN DORPE, kantoor houdende te 8500 KORTRIJK, Loofstraat
  4. tussenkomende partij : de b.v.b.a. BRANDSTOFFEN VERCAEMST-DEPREZ, gevestigd 8790 WAREGEM, Papegaaistraat
  5. DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Paula HOUTHOOFD en Paul VERHAEGHE op 7 juli 2008 hebben ingediend, en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vorderen van het besluit van 7 mei 2008 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Anzegem waarbij aan de b.v.b.a. BRANDSTOFFEN VERCAEMST-DEPREZ de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een pompstation, loods, burelen en appartement te Vichte (Anzegem), Oudenaardestraat, op een perceel kadastraal bekend sectie A, nrs. 572/p, 572/r, 573/c en 583/a; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur P. SOURBRON; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; X-13.833-1/10 Gelet op de beschikking van 21 oktober 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 31 oktober 2008; Gehoord het verslag van staatsraad S. DE TAEYE; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. BELEYN, die loco advocaten S. RONSE en B. VANDROMME verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat B. VAN DORPE, die verschijnt voor de verwerende partij; en van advocaat M. DEKETELAERE, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  6. Rechtspleging. Met een verzoekschrift van 25 juli 2008 heeft de b.v.b.a. BRANDSTOFFEN VERCAEMST-DEPREZ gevraagd om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen.
  7. De feiten 2.
  8. Op 25 april 2007 (datum van het ontvangstbewijs) dient de tussenkomende partij bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Anzegem een stedenbouwkundige vergunningsaanvraag in voor het bouwen van een pompstation, loods, burelen en appartement, gelegen te Anzegem (Vichte), Oudenaardestraat, kadastraal bekend sectie A, nrs. 572/p, 572/r, 573/c en 583/a. De voormelde percelen zijn volgens het gewestplan Kortrijk, vastgesteld bij koninklijk besluit van 4 november 1977, gelegen in een gebied voor milieubelastende industrieën. X-13.833-2/10 2.
  9. Met betrekking tot de verplichte watertoets, brengt de Dienst Waterlopen op 25 mei 2007 een voorwaardelijk gunstig advies uit. 2.
  10. Tijdens het openbaar onderzoek, dat plaats vindt van 18 juli 2007 tot 17 augustus 2008, wordt één schriftelijk bezwaar ingediend. De verzoekende partijen dienen geen bezwaar in. 2.
  11. Het advies van 8 februari 2008 van de Vlaamse Milieumaatschappij is gunstig, mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden met betrekking tot de infiltratie en de afvoer van het hemelwater. 2.
  12. Op 8 februari 2008 verleent de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar een gunstig advies over de aanvraag. In dat advies wordt inzake de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening het volgende gesteld : “De aanvraag is gelegen binnen een gebied voor milieubelastende industrie. De aanvraag wordt beschouwd als zijnde in overeenstemming met deze bestemming, gelet op de schaal en aard van de verkeersbewegingen die de aanvraag met zich meebrengt. Het bedrijf levert met 7 vrachtwagens stookolie, voorziet in grootschalige brandstoffenhandel evenals het uitbaten van een tankstation, een werkplaats voor de vrachtwagens en het opslaan van grote hoeveelheden brandstoffen. Het ontworpen bedrijfsgebouw is qua bestemming, schaal, typologie en inplanting in overeenstemming met de vastgestelde ordening. Bij de aanvraag is een groenbuffer voorzien. De bijhorende buitenaanleg en het gebouw worden op een aangepaste wijze ingekleed met streekeigen groen”. 2.
  13. Met een besluit van 7 mei 2008 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Anzegem aan de tussenkomende partij de gevraagde stedenbouwkundige vergunning. In haar besluit verwijst het college naar het gunstig advies d.d. 8 februari 2008 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar dat wordt bijgetreden. Voormeld advies wordt bij het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Anzegem gevoegd om er integraal deel van uit te maken. Het voormeld besluit van 7 mei 2008 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Anzegem is het bestreden besluit, dat de volgende motieven en voorwaarden vermeldt : “Het College van Burgemeester en Schepenen motiveert zijn standpunt als volgt : Het kan het hierboven vermeld eensluidend advies van de gemachtigde ambtenaar bijtreden. Dit advies wordt ook als haar standpunt beschouwd. X-13.833-3/10 - Gelet op de aanvraag van Dirk Vercaemst - Deprez bvba - Brandstoffen - Papegaaistraat 17 - Nieuwenhove tot het bouwen van een pompstation, loods, burelen en appartement aan de Oudenaardestraat - Vichte ; - Overwegende dat de voorziene inplantingsplaats volgens het gewestplan Kortrijk (K.B. d.d. 4 november 1977) gesitueerd is in een zone voor milieubelastende industrie; - Gelet op het K.B. van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen; - Gelet op de omzendbrief van 8 juli 1997 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen, gewijzigd bij omzendbrief d.d. 25 januari 2002; - Gelet op het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening; - Overwegende dat het project voorziet in een bedrijf met 7 vrachtwagens stookolie, in een grootschalige brandstoffenhandel evenals het uitbaten van een tankstation, een werkplaats voor de vrachtwagens en het opslaan van grote hoeveelheden brandstoffen; - Overwegende dat het ontwerp voorziet in een gebouw van 48m40 bij 20m40 met max. nokhoogte 8 m, omvattend op gelijkvloers een werkplaats, burelen en onthaal en op verdieping een conciërgewoning; - Overwegende dat het ontwerp tevens voorziet in een tankstation overdekt met een luifel; - Overwegende dat het ontwerp tevens voorziet in het plaatsen van 6 dubbelwandige opslagtanks (6 x 40.000 1) op betonfundering; - Overwegende (dat) het ontwerp eveneens voorziet in de aanleg van parkeergelegenheid voor bezoekers en personeel; - Overwegende dat het ontwerp verder voorziet in een groenbuffer om het geheel landschappelijk in te kleden en te bufferen; - Gelet op het openbaar onderzoek met één bezwaar, dat het college dit bezwaar ontvankelijk verklaart; - Gelet op het ongunstig advies d.d. 12 september 2007 uitgebracht door het College van Burgemeester en Schepenen ; - Overwegende dat de motieven van dit advies volledig weerlegt worden door de adviezen van hogere bevoegde besturen, dat het ongunstig advies derhalve niet kan weerhouden worden ; - Gelet op het gunstig advies van de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar met referentie 8.00/340002/563.7; - Gelet op het voorwaardelijk gunstig advies van de gemeentelijke brandweer van Anzegem met referentie PREV/PB/2007; - Gelet op het voorwaardelijk advies van de Provincie West-Vlaanderen - dienst Waterlopen met referentie 1002/2007/010/wat01/73; - Gelet op het voorwaardelijk gunstig advies van de Vlaamse Milieumaatschappij - Brussel met referentie AWA DGW WT 754; - Overwegende dat indien voldaan wordt aan bovenstaande adviezen met betrekking tot de watertoets er geen bijkomende schadelijke effecten te verwachten zijn op het watersysteem; - Overwegende dat uit het advies van de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar blijkt dat onderhavige aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke voorschriften; Bijgevolg beslist het College van Burgemeester en Schepenen in zitting van 07/05/2008 het volgende : Het College van Burgemeester en Schepenen geeft de vergunning af aan de aanvrager, die ertoe verplicht is :
  14. De volgende voorwaarden vermeld in het advies van de gemachtigde ambtenaar na te leven:
  15. Het Schepencollege legt volgende bijzondere voorwaarden op : X-13.833-4/10 - Het advies van de Gemeentelijke Brandweer inzake brandvoorkoming en preventie na te leven en te voldoen aan de gestelde voorwaarden. - Het advies van de (...) provincie West-Vlaanderen - dienst Waterlopen na te leven en te voldoen aan de gestelde voorwaarden. - Het advies van de Vlaamse Milieumaatschappij - afdeling Water na te leven en te voldoen aan de gestelde voorwaarden. - Het besluit van de Vlaamse regering van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratie-voorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater strikt na te leven. - De provinciale verordening inzake publieke toegankelijkheid strikt na te leven en de nodige aanpassingen hiertoe door te voeren: inzonderheid de bepalingen betreffende de toegang tot het gebouw, de publieke toegang binnen het gebouw, de balie en publieke toiletten. - In uitvoering van het decreet van 28.06.1985 moet zo nodig voor de beoogde bedrijvigheid, naargelang de klasse van hinderlijke inrichting, bij de voor het milieu bevoegde overheid, een milieuvergunning verkregen worden of moet de inrichting onderworpen worden aan de meldingsplicht, zoniet kan van de afgegeven bouwvergunning geen gebruik gemaakt worden. - Geen helle en of felle kleuren aanwenden. - Afdoende groene buffer te voorzien: strook van minimum 6 m breedte met streekeigen hoogstammige beplanting versterkt met heesters aan de perceelsrand van de industriezone (inzonderheid rand palend aan de zone met woningen) - Een som van i 5.000,00 te storten in de gemeentekas als waarborg goede aanleg en instandhouding van de groenvoorzieningen. - Het aantal opritten te beperken tot max. 1 op- en 1 afrit.
  16. Het College van Burgemeester en Schepenen en de gemachtigde ambtenaar per aangetekende brief op de hoogte te brengen van het begin van de werkzaamheden of handelingen waarvoor vergunning is verleend, ten minste acht dagen voor de aanvatting van die werkzaamheden of handelingen”.
  17. De ontvankelijkheid 3.
  18. De tussenkomende partij werpt op dat de verzoekende partijen niet doen blijken van het rechtens vereiste belang. 3.
  19. Aangezien de vordering tot schorsing, zoals hierna zal blijken, moet worden verworpen omdat niet is voldaan aan de grondvoorwaarde van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel, bestaat er vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen exceptie uitspraak te doen. X-13.833-5/10
  20. De grondvoorwaarden tot schorsing Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van het aangevochten besluit kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
  21. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel 5.
  22. Het aangevoerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel De verzoekende partijen voeren in hun verzoekschrift het volgende moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan : “
  23. De tweede schorsingsvoorwaarde houdt in dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel (hierna ‘MTHEN’) moet berokkenen. De Raad van State gaat in elk dossier afzonderlijk na of aan de hand van de concrete gegevens sprake kan zijn van een MTHEN. Het is noodzakelijk dat de aangevochten akte hen individueel en specifiek treft. Het nadeel moet ernstig zijn en de schorsing moet de realisatie van het nadeel kunnen verhinderen.
  24. In casu betreft het de aanleg van een grote brandstoffenhandel. In het advies van de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar wordt het aangevraagde niet voor niets als volgt beschreven : « Het bedrijf levert met 7 vrachtwagens stookolie, voorziet in grootschalige brandstoffenhandel evenals het uitbaten van een tankstation, een werkplaats voor de vrachtwagens en het opslaan van grote hoeveelheden brandstoffen.». Daarenboven wordt ook in een loods, burelen en een appartement voorzien (...). Het is legio dat omwonenden die geconfronteerd worden met een branstoffenhandel van die omvang in hun onmiddellijke omgeving, hinder zullen ervaren door tal van aspecten verbonden met deze uitbating, zoals toenemend verkeer, lawaaihinder, visuele vervuiling, reukhinder, storende lichtreclame.
  25. De woning van eerste en tweede verzoekende partij ligt inderdaad amper op 20 meter van de percelen waarop de aanvrager zijn bedrijf plant. De woning bevindt zich aldus bijzonder dichtbij (...).
  26. Zij wijzen op volgende specifieke elementen om hun MTHEN hard maken: - Verkeershinder. Hierboven werd reeds uitgebreid ingegaan op het gebrek aan een ernstige toetsing van de verkeersproblematiek door de verwerende partij. Ook hier dient te worden gewezen op de ernstige hinder die zal ontstaan door het zwaar verkeer dat de exploitatie van het tankstation zal veroorzaken. De ontsluiting van het gebied is nu reeds problematisch, zoals mag blijken uit de stukken (...) van het stukkenbundel. Door thans een groot brandstoffenbedrijf te vergunnen dat zich specifiek richt op zwaar X-13.833-6/10 verkeer, is het evident dat dit een ernstig bijkomend probleem zal vormen voor de ontsluiting van het gebied op verkeersvlak. Bovendien stijgt op deze manier ook de verkeersonveiligheid in de onmiddellijke omgeving van verzoekende partijen, wat ontegensprekelijk ernstige en onaanvaardbare hinder is. - Geluidshinder. Door de inrichting van het tankstation zullen verzoekende partijen ernstig gestoord worden in hun woongenot. Immers, 24 op 24 uur, 7 op 7 dagen zullen (vracht)wagens, traktors en bromfietsen op en af rijden om hun tanks te vullen of om brandstoffen te leveren op afstand. Dit zorgt eveneens voor lawaai van open en dichtgaande portieren, gesprekken van bestuurders, radio's, claxons en dergelijke meer. Bovenop deze hinder, zal dan nog een wasplaats voor voertuigen worden voorzien, waarbij het spuitend water eveneens voor (irritante) geluidshinder zal zorgen. Deze lawaaihinder vormt een ernstig nadeel. - Lichthinder. Eveneens staat vast dat het station eveneens van de nodige verlichting zal voorzien zijn. Dit zal 's avonds en 's nachts ernstige lichthinder veroorzaken voor verzoekende partijen. Net zoals de koplampen van tankende voertuigen overigens. - Geurhinder. Bovendien zal ook de indringende geur van brandstof voor verzoekende partijen een ernstig nadeel vormen - Brand - en ontploffingsgevaar. Nog kan door de opslag van dergelijk grote hoeveelheid brandstof onmogelijk ontkend worden dat voor de percelen op dermate kleine afstand van het tankstation en haar opslag, geen gevaar zou bestaan op brand en ontploffing. - Volledige miskenning van het overwegend rurale landschap Tot slot kan a.d.h. van de stukken (...) worden aangetoond dat de woning van verzoekers, die zich in een landschappelijk waardevol agrarisch gebied bevindt, in een overwegend ruraal landschap bevindt. De inplanting van een grootschalig brandstoffenbedrijf, mét sterk verkeersgenererende effecten, zal een onherstelbare smet gooien op dit landschap.
  27. Dit zijn nadelen die allen weldegelijk (ook) samenhangen met de bestreden beslissing en die moeilijk te herstellen zijn. Uw Raad aanvaardde in het verleden alvast dergelijke nadelen in een schorsingsprocedure m.b.t. benzinestations. Opgemerkt dient te worden dat het in casu om veel meer nog gaat dan een louter benzinestation (...)”. 5.
  28. Beoordeling 5.2.
  29. In zoverre de verzoekende partijen als nadeel verkeershinder, geluidshinder, geurhinder en brand- en ontploffingsgevaar aanvoeren, vloeit het nadeel niet rechtstreeks voort uit het bestreden besluit, maar uit de verleende milieuvergunning. X-13.833-7/10 5.2.
  30. Wat de ernst van het aangevoerde nadeel betreft, moet vooreerst worden vastgesteld dat de inrichting van de tussenkomende partij overeenkomstig het gewestplan Kortrijk is gelegen in een gebied voor milieubelastende industrie, dat luidens artikel 8.2.1.2 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen bestemd is voor “bedrijven die om economische of sociale redenen moeten worden afgezonderd” en waarvan de bestemming nooit werd bestreden. Van de verzoekende partijen mag om die reden een hogere tolerantie worden verwacht voor wat betreft de hinder die door een in het betrokken industriegebied gevestigd bedrijf wordt teweeggebracht. 5.2.
  31. Inzake de beweerde verkeershinder en -onveiligheid kan er bijkomend op gewezen worden dat de woning van de verzoekende partijen niet pal aan de Oudenaardestraat gelegen is maar op een achtergelegen perceel in agrarisch gebied, zodat - los van de vraag in welke mate het geplande tankstation en de handel in brandstoffen zelf zullen bijdragen aan de beweerde verkeersoverlast - die hinder niet als ernstig kan worden ervaren. 5.2.
  32. Met betrekking tot de beweerde lichthinder blijkt daarenboven dat de verzoekende partijen die hinder voornamelijk toeschrijven aan de verlichting van het tankstation. Uit het inrichtingsplan blijkt dat het tankstation met luifel ingeplant zal worden aan de Oudenaardestraat op een afstand van ongeveer 70 m (gemeten van ‘gevel tot gevel’) en vanaf de woning van de verzoekende partijen grotendeels aan het zicht zal onttrokken zijn door de op te richten werkplaats. Bovendien wordt rondom de inrichting een groenbuffer voorzien waardoor nog minder aangenomen kan worden dat de eerste verzoekster op haar woonplaats ernstige lichthinder zal ondervinden. Dezelfde bedenking geldt voor de hinder die veroorzaakt zou worden door de koplampen van tankende voertuigen. De verzoekende partijen maken het voorts geenszins aannemelijk dat die hinder merkelijk groter is dan de hinder die door het verkeer thans reeds op de Oudenaardestraat wordt teweeggebracht. 5.2.
  33. Wat de door de verzoekende partijen aangevoerde ‘miskenning van het overwegend rurale landschap’ betreft, is het weliswaar zo dat de woning van de verzoekende partijen gelegen is in landschappelijk waardevol agrarisch gebied, maar geldt hetzelfde niet voor de kwestieuze percelen die volledig in het naastgelegen industriegebied zijn gesitueerd, zodat het bestreden besluit geen afbreuk doet aan de landschappelijk waardevolle bestemming van het betrokken X-13.833-8/10 agrarisch gebied. Voorts wordt door de verzoekende partijen niet beweerd dat het vergunde gebouw qua bouwvolume of -stijl grondig afwijkt van wat doorgaans in een industriegebied verwacht mag worden en valt niet meteen in te zien hoe de aan de inrichting toegeschreven “verkeersgenererende effecten”, een “onherstelbare smet” op het landschap zouden kunnen werpen. Er is niet voldaan aan één van de door artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  34. Het verzoek tot tussenkomst van de b.v.b.a. BRANDSTOFFEN VERCAEMST-DEPREZ in het geding wordt ingewilligd. Artikel
  35. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  36. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de tussenkomst wordt uitgesteld. X-13.833-9/10 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht december 2008, door : de H. S. DE TAEYE, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. S. DE CLERCQ, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DE CLERCQ. S. DE TAEYE. X-13.833-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.619 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.976 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.