id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.621 Rolnummer: A. 159630/X-12192 Zaak: Arrest 188621 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 08/12/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-23 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-29 09:16 Fiche Arrest nr 188.621 van 8 december 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.621 van 8 december 2008 in de zaak A. 159.630/X-12.
- In zake :
- de n.v. BELIMPRO,
- Jan BOEYKENS, die woonplaats kiezen bij advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 27 tegen : de gemeente KNOKKE-HEIST, die woonplaats kiest bij advocaat A. LUST, kantoorhoudende te 8200 SINT-ANDRIES BRUGGE, Burggraaf de Nieulantlaan
- tussenkomende partij :
- Frans VAN EUPEN,
- Patricia RUYS, die woonplaats kiezen bij advocaat D. LINDEMANS, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. BELIMPRO en Jan BOEYKENS op 31 januari 2005 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 8 mei 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Knokke-Heist waarbij aan Frans VAN EUPEN en Patricia RUYS de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het renoveren en uitbreiden van een bestaande villa en voor het bouwen van een open zwembad op een perceel gelegen te Knokke-Heist, Welseweg 11, kadastraal bekend sectie E, nrs. 640 en 647; Gelet op het arrest nr. 144.084 van 3 mei 2005 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; X-12.192-1/11 Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 20 juni 2005 ingediend door de verzoekende partijen; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 24 juni 2005 ingediend door Frans VAN EUPEN en Patricia RUYS; Gelet op de beschikking van 12 juli 2005 die de tussenkomst van Frans VAN EUPEN en Patricia RUYS toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur S. DE DONCKER; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partijen; Gelet op de beschikking van 26 mei 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 juni 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat H. SEBREGHTS, die verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat I. VERHELLE, die loco advocaat A. LUST verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat F. DE PRETER, die loco advocaat D. LINDEMANS verschijnt voor de tussen- komende partijen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; X-12.192-2/11 OVERWEEGT WAT VOLGT : Ontvankelijkheid
- De procesbevoegdheid van de eerste verzoekende partij 1.
- Standpunt van de partijen 1.1.
- De tussenkomende partij werpt in haar memorie volgende exceptie op: “De eerste verzoekster schrijft in het verzoekschrift dat zij in rechte treedt ‘krachtens beslissing dd. 27 januari 2005 van (haar) raad van bestuur’. Het bewijs van het bestaan van die beslissing van de raad van bestuur zou moeten worden geleverd met stuk 1 dat als bijlage bij het verzoekschrift is gevoegd. Dat stuk draagt in de inventaris de titel ‘procesvolmacht’. Bij lezing van dit stuk 1 blijkt het te gaan om een beslissing van enkel mevrouw KLAPS, afgevaardigd bestuurder, en niet van de Raad van Bestuur. Ter verantwoording van haar bevoegdheid om te beslissen namens de vennootschap BELIMPRO, dat deze in rechte treedt, wordt een beroep gedaan op art. 18 van de statuten. Dit artikel 18 luidt: Vertegenwoordiging ‘Onverminderd de algemene vertegenwoordigingsbevoegdheid van de raad van bestuur als college en de statutaire bepalingen inzake het dagelijks bestuur, wordt de vennootschap ten aanzien van derden, rechtsgeldig verbonden door de gedelegeerd bestuurder, alleen optredend.’ Een dergelijk beding verantwoordt niet dat de gedelegeerd bestuurder namens de Raad van Bestuur beslist of de vennootschap in rechte treedt. Weliswaar kan door middel van een uitdrukkelijke statutaire bepaling een uit een of meer bestuurders samengesteld orgaan worden opgericht dat bevoegd is om de vennootschap extern te vertegenwoordigen (met inbegrip van de bevoegdheid om te beslissen om in rechte te treden), maar dan is het dit orgaan - en niet de raad van bestuur - die beslist. Gelet op de vermelding in de tekst van het verzoekschrift, zou te dezen door de Raad van Bestuur zijn beslist, maar het bewijs van de beslissing van de Raad van Bestuur is niet geleverd door het stuk dat daartoe wordt overgelegd”. 1.1.
- De eerste verzoekende partij repliceert in haar memorie van wederantwoord: “De tussenkomende partij meent een probleem te ontwaren inzake de ontvankelijkheid van de vordering wat betreft de eerste verzoekende partij. Meer in het bijzonder ziet de tussenkomende partij een ‘tegenstrijdigheid’ in de vermelding dat de NV BELIMPRO in rechte treedt ‘krachtens een beslissing dd. 27 januari 2005 van haar raad van bestuur’ terwijl de procesvolmacht enkel ondertekend is door mevrouw M. KLAPS, q.q. gedelegeerd bestuurder van de laatstgenoemde vennootschap. Mevrouw KLAPS zou krachtens artikel 18 van X-12.192-3/11 de statuten van de NV BELIMPRO weliswaar bij machte zijn om de vennootschap extern te vertegenwoordigen (met inbegrip van de bevoegdheid om te beslissen in rechte te treden), maar dan dient zij dit te doen als gedelegeerd bestuurder en niet namens de raad van bestuur van de NV BELIMPRO. Het moge evenwel duidelijk zijn dat de vermelding in het verzoekschrift ‘krachtens beslissing dd. 27 januari 2005 van (haar) raad van bestuur’ dient te worden begrepen als krachtens de beslissing van het daartoe bevoegde orgaan, zijnde de gedelegeerd bestuurder en zulks krachtens artikel 18 van de statuten. Hoogstens kan de formulering beschouwd worden als een onnauwkeurigheid of een materiële verschrijving. Hoedanook werd de beslissing tot procederen genomen door het daartoe krachtens artikel 18 van de gecoördineerde statuten bevoegd orgaan. De vordering is dan ook onmiskenbaar ontvankelijk ratione personae wat betreft de eerste verzoekende partij”. 1.
- Beoordeling 1.2.
- Uit artikel 522 van het wetboek van vennootschappen blijkt dat in beginsel alleen de raad van bestuur bevoegd is om namens een naamloze vennootschap de beslissing te nemen om een proces in te leiden en in rechte op te treden als procesvertegenwoordiger. Krachtens de tweede paragraaf van ditzelfde artikel kunnen de statuten evenwel aan een of meer bestuurders de bevoegdheid verlenen om alleen of gezamenlijk de vennootschap te vertegenwoordigen. Uit artikel 525 van het wetboek van vennootschappen blijkt dat het dagelijks bestuur van de vennootschap, alsook de vertegenwoordiging van de vennootschap wat dat bestuur aangaat, kunnen worden opgedragen aan een of meer personen, die alleen of gezamenlijk optreden. Artikel 17 van de gecoördineerde statuten van de vennootschap BELIMPRO bepaalt in dat verband: “(...) c. De raad van bestuur mag het dagelijks bestuur van de vennootschap, evenals de vertegenwoordiging van deze vennootschap met betrekking tot dit dagelijks bestuur opdragen en toevertrouwen: 1) hetzij aan één of meer van zijn leden, die alsdan de titel van gedelegeerd- bestuurder voeren, en afzonderlijk handelen 2) hetzij aan één of meer direkteurs, gekozen binnen of buiten de raad van bestuur, en die afzonderlijk handelen. Onder daden van dagelijks bestuur worden gerekend alle handelingen die dag aan dag moeten worden verricht om de normale gang van zaken van de vennootschap te verzekeren en die, hetzij wegens hun minder belang, hetzij wegens hun noodzakelijkheid een onverwijlde beslissing te nemen, het optreden van de raad van bestuur niet vereisen of niet wenselijk maken”. X-12.192-4/11 Uit de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 19 augustus 1999 blijkt dat de raad van bestuur Margaretha KLAPS heeft aangesteld als gedelegeerd bestuurder. Op 27 januari 2005 nam deze laatste in haar hoedanigheid van gedelegeerd bestuurder de beslissing tot het instellen van een vordering voor de Raad van State. 1.2.
- De wetgever heeft geen omschrijving gegeven van het begrip “dagelijks bestuur” waarmee de gedelegeerd bestuurder krachtens artikel 525 van het wetboek van vennootschappen kan worden belast. Zoals omschreven in art. 17 van de gecoördineerde statuten van de NV BELIMPRO, moet onder “handelingen of verrichtingen betreffende het dagelijks bestuur van de vennootschap” worden verstaan die welke door het dagelijks leven van de vennootschap vereist worden of die welke zowel wegens hun gering belang als wegens de noodzakelijkheid van een snelle oplossing de tussenkomst van de raad van bestuur zelf niet rechtvaardigen. Vanuit dat oogpunt mag de beslissing om een beroep tot nietigverklaring van een bestuurshandeling in te stellen bij de Raad van State niet worden beschouwd als een handeling die onder het begrip dagelijks bestuur valt, daar ze vanwege haar doel verder reikt dan de behoeften van het dagelijks leven van de vennootschap en het geenszins om een handeling van “gering belang” gaat, aangezien dergelijk beroep tot doel heeft een uitvoerbare handeling van een overheidsinstantie met terugwerkende kracht uit de rechtsordening te laten verdwijnen. 1.2.
- De beslissing om bij de Raad van State een annulatieberoep in te stellen valt aldus buiten het wettelijke kader van het dagelijks bestuur en mag alleen worden genomen door de raad van bestuur of eventueel door het orgaan dat in een uitdrukkelijke bepaling van de statuten van de vennootschap de bevoegdheid zou hebben kunnen gekregen om de vennootschap in rechte te vertegenwoordigen. De eerste verzoekende partij verwijst dienaangaande naar de machtiging die M. KLAPS zou zijn verleend bij artikel 18 van de gecoördineerde statuten van n.v. BELIMPRO. Dit artikel bepaalt: “Onverminderd de algemene vertegenwoordigingsbevoegdheid van de raad van bestuur als college en de statutaire bepalingen inzake het dagelijks bestuur, wordt de vennootschap ten aanzien van derden, rechtsgeldig verbonden door de gedelegeerd bestuurder alleen optredend”. X-12.192-5/11 Deze bepaling houdt enkel en alleen in dat de gedelegeerd bestuurder de vennootschap rechtsgeldig kan verbinden, doch impliceert geenszins dat de gedelegeerd bestuurder eveneens de beslissing kan nemen om in rechte te treden. Aldus bevatten de statuten van n.v. BELIMPRO geen uitdrukkelijke bepaling die de gedelegeerd bestuurder de bevoegdheid geeft om de vennootschap in rechte te vertegenwoordigen. 1.2.
- Hieruit volgt dat de beslissing om bij de Raad van State een annulatieberoep in te stellen niet rechtsgeldig kon worden genomen door de gedelegeerd bestuurder. Het beroep van de eerste verzoekende partij is bijgevolg niet ontvankelijk.
- De ontvankelijkheid ratione temporis 2.
- Met betrekking tot de ontvankelijkheid ratione temporis van zijn annulatieberoep voert de tweede verzoeker het volgende aan in zijn verzoekschrift: “Gelet op het tijdsverloop tussen de afgifte van de bestreden stedenbouwkundige vergunning en de inleiding van onderhavige procedure, wensen verzoekende partijen uw Raad toch enige verantwoording en toelichting te verschaffen. Uitgangspunt is dat de bestreden beslissing noch werd bekendgemaakt, noch werd betekend aan de verzoekende partijen, zodat de termijn een aanvang neemt op de dag dat de verzoekende partijen feitelijke kennis krijgen, c.q. konden nemen van de bestreden beslissing. Aangezien de litigieuze eigendom van de heer en mevrouw VAN EUPEN is gelegen binnen de grenzen van een bijzonder plan van aanleg, nl. het BPA K09-Wijk Prins Karellaan, diende de aanvraag niet te worden onderworpen aan een openbaar onderzoek, dit overeenkomstig artikel 3, § 2 van het besluit van de Vlaamse regering van 5 mei 2000 betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunningen en verkavelingsvergunningen (B.S., 20 mei 2000). Op het terrein vond bijgevolg geen enkele aanplakking plaats, noch werden de verzoekende partijen individueel in kennis gesteld van het feit dat een aanvraag was ingediend. De verzoekende partijen konden dus helemaal niet weten dat de heer en mevrouw VAN EUPEN een aanvraag hadden ingediend. Door geen enkel teken gealarmeerd kan hen in geen geval worden tegengeworpen dat zij een verhoogde waakzaamheid aan de dag hadden moeten leggen. Zij waren zich immers niet eens bewust van de geplande werkzaamheden bij hun overburen. Welnu, de eerste verzoekende partij heeft haar maatschappelijke zetel en kantoren te Antwerpen (Van Breestraat 9), terwijl geen van de bestuurders van de n.v. BELIMPRO (voorheen de n.v. ROCAB-LEASE) in Knokke woont of verblijft. De eerste verzoekende partij verhuurt haar eigendom aan de heer BOEYKENS, tweede verzoekende partij. De heer BOEYKENS, notaris met standplaats te Antwerpen, is weliswaar gedomicilieerd in Knokke, maar verblijft omwille van professionele redenen vaak gedurende lange periodes onafgebroken in Antwerpen. X-12.192-6/11 Welnu, gedurende verschillende maanden na de afgifte van de vergunning (op 8 mei 2004), feit waarvan geen van de verzoekende partijen in kennis werd gesteld, ook al omwille van het ontbreken van enige aanplakking op het terrein, gebeurde er op of rond de eigendom van de heer en mevrouw VAN EUPEN niets. Na wekenlange afwezigheid heeft de tweede verzoekende partij eerst tijdens het kerstverlof 2004 de visu kunnen vaststellen dat op de eigendom van zijn overburen grondwerken werden uitgevoerd. Eind december 2004 heeft de tweede verzoekende partij zich naar het gemeentehuis begeven, waar weliswaar werd meegedeeld dat op 8 mei 2004 een stedenbouwkundige vergunning werd afgeleverd. Het bouwdossier kon evenwel niet worden geraadpleegd, nu het zich - naar men hem meedeelde - bij (het) schepencollege bevond. Blijkbaar hadden ook andere omwonenden, eveneens geconfronteerd met de aanvang van de werken, zich vragen gesteld en werd het dossier eind december 2004 of begin januari 2005 in het schepencollege besproken. De resultaten van die bespreking zijn de tweede verzoekende partij niet bekend. Vervolgens heeft de tweede verzoekende partij de eerste verzoekende partij van deze gang van zaken in kennis gesteld en werd met andere buren contact genomen. Uit die contacten leerde de tweede verzoekende partij dat de buren eerst rond 6 december 2004 hebben kunnen zien dat de werken werden opgestart, waarvan kon worden vermoed dat zij vergunningsplichtig waren. Van zodra het bouwdossier opnieuw ter inzage was (begin januari 2005), nam de verzoekende partij kennis van de vergunning en de bouwplannen. Rekening houdend met de termijn, nodig om ten gemeentehuize inzage te nemen van het bouwdossier en de daaropvolgende annulatietermijn van 60 dagen (...), is onderhavige vordering tijdig ingesteld”. 2.
- De verwerende en de tussenkomende partijen werpen dienaangaande de exceptie van laattijdigheid van het beroep op. Zij stellen dat het niet aannemelijk is dat de tweede verzoeker slechts tijdens het kerstverlof van 2004 voor de eerste maal kennis zou hebben genomen van de werken, nu deze werken reeds een aanvang genomen hebben op 20 september 2004 en de tweede verzoeker zijn domicilie heeft in Knokke en aldus geacht wordt daar regelmatig te verblijven. Zij wijzen er in dat opzicht onder meer op dat van een belanghebbende meer moet worden verwacht dan louter passiviteit en dat hij zelf het initiatief dient te nemen om op de hoogte te komen van de administratieve handelingen die hem kunnen aanbelangen. 2.
- In zijn laatste memorie doet de tweede verzoeker nog gelden : “
- Slechts na aanvang van de uitvoering konden verzoekende partijen er kennis van nemen. 2de verzoekende partij is een verwoed jager. Vanaf 1 september begint het jachtseizoen tot 31 december, in die maanden is de tweede verzoekende partij bijna alle weekends op jacht in België, Frankrijk en Engeland. De resterende weekenden was hij evenmin in Knokke. De verzoekende partij was het eerste en laatste weekend van september 2004 in St- Tropez, het 2de in Parijs, het derde in Cheltenham (Gloustershire- G.B.). In oktober 2004 waren er weekendjachtpartijen in Oxford en bij dhr. Cavens. Het X-12.192-7/11 laatste weekend van oktober was 2de verzoeker in Brussel. In november waren er weekendjachtpartijen in Kluisbergen bij gerechtsdeurwaarder Beckers uit Genk en bij verzoekende partij zelf. In december was 2de verzoekende partij op jacht in Cumbria (England), het 2de weekend was hij in Kappelen, het 3de in Womersom en het 4de in London.
- Betreffende deze en gelijkaardige vergunningen legde 2de verzoekende partij klacht neer bij het parket te Brugge. Hij werd hierover in opdracht van onderzoeksrechter VANDEWALLE te Brugge verhoord op 28 april 2006 door de gerechtelijke dienst van het arrondissement Brugge.(...). O.m. n.a. hiervan werden nadien aanhoudingen verricht in Knokke (gemeentesecretaris Verhaeghe) als een ambtenaar van de gewestelijke dienst van ROHM in Brugge. Het onderzoek in de zaak is niet afgerond. Het handelt over elementen van corruptie en betaling van steekpenningen om onwettige vergunningen te bekomen.
- Verzoekende partij verwijst derhalve naar de strafklacht met burgerlijke partijstelling die door haar werd gericht aan de Prokureur des Konings te Brugge, naar aanleiding van deze vergunning. In het belang van de zaak zou het aangewezen zijn het adagium ‘Le pénal tient le civil en état’ uit te breiden naar ‘l’administratif’... (...)
- 2de verzoekende partij verwijst naar de elementen die hij hiervoor heeft bijgebracht om aan te tonen dat hij tijdens de weekends van september 2004 tot januari 2005 niet in Knokke was. Zijn beroepsactiviteiten laten hem in de week niet toe nog naar Knokke te rijden. Hij deed dat nochtans gedurende 11,5 jaar lang elke dag. Sinds het kantoor in Antwerpen gevestigd is aan de Van Bréestraat, waar ook een woonappartement is, doet hij die verplaatsing niet meer in de week. Hiervoor is aangegeven, en het wordt gestaafd met stukken, dat verzoekende partij niet in Knokke was tussen 1/09 en 31/12/
- Het jachtseizoen begint op 1 september en duurt tot 31 december. In die periode is verzoekende partij bijna alle weekends op jacht geweest in België, Frankrijk en Engeland. Vliegtuigtickets en betalingen staven dit. Anderzijds gaat hij traditioneel alle lange weekends naar Zuid-Frankrijk, waar hij over een huis beschikt”. 2.
- De bestreden stedenbouwkundige vergunning diende noch bekendgemaakt, noch aan derden betekend te worden, zodat krachtens artikel 4 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de beroepstermijn van zestig dagen ingaat met de dag waarop de verzoekende partij er kennis van heeft gehad of geacht moet worden er kennis van te hebben gehad. Het mag evenwel niet in de macht van een potentiële verzoekende partij liggen, wanneer zij in de mogelijkheid is kennis te nemen van de bestuurshandeling die zij eventueel met een annulatieberoep wenst te bestrijden, die kennisneming voor onbepaalde tijd uit te stellen en daardoor de aanvangsdatum van de termijn van beroep willekeurig te verschuiven, zodat de rechtsgeldigheid en het voortbestaan van de bedoelde bestuurshandeling buiten weten, zowel van de overheid van wie zij uitgaat, als van alle andere belanghebbenden, in het ongewisse wordt gehouden, met alle nadelige gevolgen vandien X-12.192-8/11 Het beginsel volgens hetwelk voorkomen moet worden dat de gelding van de administratieve beslissingen te lang onzeker blijft, en dat aan voormeld artikel 4 van de procedureregeling ten grondslag ligt, eensdeels, en de noodzaak van een evenwichtige bescherming van de belangen én van de bouwheer én van de omwonenden en andere belanghebbende personen, anderdeels, brengen mee dat degene die meent te worden benadeeld door een stedenbouwkundige vergunning en die het bestaan van die vergunning moet vermoeden, de verplichting heeft om binnen een redelijke termijn gebruik te maken van de mogelijkheid die hem door het toentertijd geldende artikel 2 van het koninklijk besluit van 22 oktober 1971 tot uitvoering van artikel 63 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw werd geboden om ten gemeentehuize kennis te nemen van de inhoud van de afgegeven stedenbouwkundige vergunning. Eens die redelijke termijn verstreken, neemt de termijn van 60 dagen om een annulatieberoep in te dienen, een aanvang. 2.
- De redelijke termijn om kennis te nemen van de stedenbouw- kundige vergunning gaat in op het ogenblik dat de verzoeker aan de hand van wat hij kan vaststellen op de bouwplaats zich rekenschap moet geven dat voor die werken of handelingen een stedenbouwkundige vergunning is vereist. Uit het dossier van de tussenkomende partij blijkt, en de tweede verzoekende partij betwist ook niet, dat de ruwbouwwerken werden aangevat op 20 september
- Het is dan ook niet aannemelijk dat de tweede verzoeker, die zijn domicilie heeft in Knokke-Heist en aldus in rechte verondersteld wordt daar minstens regelmatig aanwezig te zijn, deze werken slechts in het kerstverlof van 2004 zou hebben vastgesteld, met als gevolg dat hij slechts in januari 2005 inzage heeft kunnen nemen van het dossier op het gemeentehuis. De tweede verzoeker brengt geen enkel concreet gegeven aan waaruit zou blijken dat hij wel degelijk binnen een redelijke termijn is opgetreden. Hij toont geenszins aan dat het hem onmogelijk was vóór januari 2005 bij de betrokken diensten van de verwerende partij de nodige inlichtingen te verkrijgen. De samen met zijn laatste memorie voorgelegde stukken aangaande zijn tijdsbesteding tussen 1 september 2004 en 31 december 2004 bewijzen evenmin dat de tweede verzoeker binnen een redelijke termijn zou zijn opgetreden. Ook de door hem ingediende strafklacht, doet niets af aan de X-12.192-9/11 vaststelling dat de tweede verzoeker niet binnen een redelijke termijn heeft gehandeld. De exceptie is gegrond en het beroep is onontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietig- verklaring, bepaald op 700 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, ieder voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht december 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, de H. J. VAN NIEUWENHOVE, staatsraad, door de voorzitter van de Raad van State aangewezen ter vervanging van de heer J. BOVIN, staatsraad, verhinderd wegens ziekte na de debatten te hebben bijgewoond en na te hebben deelgenomen aan het beraad. de H. P. LEFRANC, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, X-12.192-10/11 A. TRUYENS. R. STEVENS. X-12.192-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.621 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.084 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div