id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.625 Rolnummer: A. 166690/X-12518 Zaak: Arrest 188625 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 08/12/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-19 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-06-29 09:17 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) DE Fiche Arrest nr 188.625 van 8 december 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.625 van 8 december 2008 in de zaak A. 166.690/X-12.
- In zake :
- Vincent VAN BRITSOM, wonende te 9000 GENT, Nieuwewandeling 74,
- Philippe VAN BRITSOM, wonende te 9051 GENT-SINT-DENIJS-WESTREM, Boesbeeklaan 12 tegen :
- de stad GENT,
- de deputatie van de provincieraad van OOST-VLAANDEREN. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Vincent VAN BRITSOM en Philippe VAN BRITSOM op 6 oktober 2005 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 30 juni 2005 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen, houdende goedkeuring van het ruimtelijk uitvoeringsplan D6/D7 “Assels-Piereput”, definitief vastgesteld bij beslissing van 22 februari 2005 van de gemeenteraad van de stad Gent, meer bepaald van het voorschrift inzake de zone Z4 - zone voor weekendverblijven en tuinen, waar de maximale bouwoppervlakte gehalveerd wordt van 100 m² tot 50 m²; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur S. DE TAEYE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekers, en van de eerste verwerende partij; Gelet op de beschikking van 17 april 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 16 mei 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; X-12.518-1/12 Gehoord de opmerkingen van advocaat I. ROGIERS, die verschijnt voor de verzoekers, van de adjunct van de directie P. HOBIN, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van bestuurssecretaris M.-A. DE GEEST, die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De feiten 1.
- De verzoekers zijn eigenaar van twee percelen grond met vakantieverblijf, alsook van een deel van een private weg, genaamd Krommehamlaan, thans volgens de verzoekers Kijfmeers, en kadastraal bekend Gent, achtentwintigste afdeling, Drongen, tweede afdeling, sectie B, nrs. 712/v3, 712/w3 en 712/w
- 1.
- Voormelde percelen zijn volgens het bij koninklijk besluit van 14 september 1977 vastgestelde gewestplan “Gentse en Kanaalzone” gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied. De percelen waren, voorafgaand aan het bestreden besluit, tevens gelegen in het bijzonder plan van aanleg nr. D-7 “Piereput”, goedgekeurd bij besluit van 1 februari 1988 van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ruimtelijke Ordening, in een zone voor verblijfsrecreatie/weekendverblijfparken. 1.
- Op 18 december 2003 beslist het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent om het voorontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan D6/D7, houdende de volledige wijziging van het BPA nr. D-7 “Piereput” en de gedeeltelijke wijziging van het BPA Assels, goed te keuren met het oog op de verderzetting van het studiewerk en het opstarten van de procedure. X-12.518-2/12 1.
- Op 19 februari 2004 wordt het voorontwerp gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan D6/D7 besproken in de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening van de stad Gent, die op 8 maart 2004 een gunstig advies uitbrengt. 1.
- Op 8 maart 2004 wordt met betrekking tot het voorontwerp van het gemeentelijk RUP D6/D7 een plenaire vergadering gehouden. 1.
- Voorafgaandelijk aan voormelde plenaire vergadering werden door de volgende instellingen adviezen uitgebracht: - door de afdeling Ruimtelijke Planning op 8 maart 2004 - door de provincie Oost-Vlaanderen op 19 februari 2004 - door de afdeling Bovenschelde op 23 februari 2004 - door de afdeling Beleid Havens op 16 februari 2004 - door toerisme Vlaanderen op 5 maart 2004 - door de afdeling Wegen en Verkeer op 3 maart 2004 - door de afdeling Natuur Oost-Vlaanderen op 5 maart 2004 - door AMINAL op 20 februari 2004 - door de afdeling Land op 30 januari 2004 - door de interne stadsdiensten dienst Culturele Zaken (Monumentenzorg), dienst Administratie en dienst Leefmilieu en Natuurontwikkeling. 1.
- Op 28 juni 2004 stelt de gemeenteraad van de stad Gent het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan D6/D7 voorlopig vast. 1.
- Het openbaar onderzoek met betrekking tot het ontwerp van gemeentelijk RUP vindt plaats van 2 augustus 2004 tot en met 1 oktober
- De verzoekers dienen een bezwaarschrift in, waarin onder meer bezwaar wordt gemaakt “tegen het voornemen de bouwoppervlakte te halveren, nl. van 100m² tot 50 m² per perceel”. 1.
- Op 30 september 2004 verleent de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen een voorwaardelijk gunstig advies. 1.
- Op 1 oktober 2004 verleent de Vlaamse minister bevoegd voor de Ruimtelijke Ordening een voorwaardelijk gunstig advies. X-12.518-3/12 1.
- Op 16 december 2004 verleent de GECORO van de stad Gent een gunstig advies met opmerkingen. Met betrekking tot verzoekers’ bezwaar tegen de halvering van de bouwoppervlakte voor weekendverblijven wordt het volgende gesteld: “Juist omdat het een zone voor weekendverblijven betreft en geen zone voor landhuizen is geoordeeld dat 50 m² kan volstaan. Een kleinere bouwoppervlakte garandeert een vlottere integratie in de omgeving en helpt verhinderen dat de weekendverblijven tot woningen worden omgebouwd. Bestaande weekendverblijven groter dan 50m² kunnen in hun huidige vorm behouden blijven. Bij eventuele ingrijpende verbouwingswerken kan eventueel geëist worden de bebouwde oppervlakte te verkleinen”. 1.
- Op 27 december 2004 wordt door de GECORO een addendum gevoegd bij het vorige advies. 1.
- Op 22 februari 2005 stelt de gemeenteraad van de stad Gent het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan D6/D7 “Assels-Piereput” definitief vast. 1.
- Bij besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 30 juni 2005 wordt het gemeentelijk RUP D6/D7 “Assels- Piereput” goedgekeurd met uitsluiting van de bepaling “dient het advies van de dienst Monumentenzorg van de stad Gent te worden ingewonnen” uit artikel Z2 “zone voor wonen en boerderijen”, punt 3.2.2 “Bebouwing”. Het besluit werd bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad van 2 augustus 2005 gepubliceerd.
- De ontvankelijkheid van het beroep 2.
- Ratione temporis 2.1.
- Standpunten van de partijen 2.1.1.
- In de memorie van antwoord werpt de eerste verwerende partij de exceptie ratione temporis op als volgt: “II.
- TIJDIGHEID Het verzoekschrift is ingediend op 6 oktober
- Het verzoekschrift is laattijdig ingediend, want meer dan zestig dagen na de bekendmaking van het aangevochten besluit in het Belgisch Staatsblad. X-12.518-4/12 Het bestreden goedkeuringsbesluit is bij uittreksel gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 2 augustus 2005 in toepassing van artikel 52 van het decreet van 18 mei 1999 (...). De termijn om een annulatieverzoekschrift in te dienen verstreek bijgevolg op 1 oktober 2005 om 24 uur. De betekening achteraf van de reeds bekendgemaakte goedkeuringsbeslissing aan de diverse bezwaarschrijvers is niet wettelijk voorgeschreven, en brengt geen nieuwe aanvangsdatum voor de beroepstermijn bij de Raad van State tot stand. Derhalve dient het annulatieverzoek als onontvankelijk verworpen te worden”. 2.1.1.
- De tweede verwerende partij zet de exceptie ratione temporis als volgt uiteen: “Het goedkeuringsbesluit van de bestendige deputatie wordt luidens artikel 53 van het decreet van 18 mei 1999 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening, bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, het advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening, het vaststellingsbesluit en het goedkeuringsbesluit worden, luidens hetzelfde artikel, ter inzage gelegd in de gemeente. Het goedkeuringsbesluit werd op 2 augustus 2005 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd, terwijl het verzoekschrift dateert van 6 oktober
- Het feit dat de goedkeuringsbeslissing bij brief van 9 augustus 2005 ter kennis werd gebracht aan verzoekende partijen vanwege het Departement Ruimtelijke Planning, Mobiliteit en Openbaar Domein van de Stad Gent, doet geen nieuwe beroepstermijn ingaan. Het beroep lijkt niet tijdig ingesteld te zijn”. 2.1.1.
- De verzoekers repliceren hierop het volgende: “II.1 TIJDIGHEID Eerste verwerende partij maakte bij brief van 9 augustus 2005 bekend dat bij besluit van tweede verwerende partij van 30 juni 2005 het aangevochten gemeentelijk uitvoeringsplan D 6/7 Assels-Piereput werd goedgekeurd. Een kopie van dit besluit samen met het gemeenteraadsbesluit van 22 februari 2005 werd in bijlage medegedeeld. Een copie van een publicatie in het Belgisch Staatsblad werd niet overgemaakt. Tevens werd medegedeeld dat een beroep bij de Raad van State mogelijk was volgens de modaliteiten in bijlage. Er stak een blad bij met uittreksels van het Procedurereglement betreffende de Raad van state. Volgens artikel 4 van dit reglement moeten beroepen tot nietigverklaring worden ingediend binnen zestig dagen nadat de beslissingen, reglementen of besluiten werden bekendgemaakt of betekend. Op 6 oktober 2005 wordt conform de modaliteiten van het procedurereglement het inleidend verzoekschrift ter post afgegeven, dus ruim binnen de termijn van bekendmaking of betekening, vermits de bekendmaking door eerste verwerende partij van de besluiten van beide verweerders door verzoekers slechts werd ontvangen op 10 augustus
- X-12.518-5/12 Ondanks dus het feit dat eerste verwerende partij duidelijk slechts op 9 augustus 2005 de kwestieuze besluiten bekend maakt, schrijvende: ‘Wij brengen u ervan op de hoogte...’ gaat zij en in haar zog de tweede verwerende partij beweren dat de termijn van 60 dagen zou verstreken zijn omdat enkele dagen voordien ‘een uittreksel’ zou gepubliceerd zijn in het Belgisch Staatsblad, uittreksel dat slechts later met haar memorie wordt toegestuurd en dat hoop en al zes regels bevat. Naast het feit dat er veel voor te zeggen valt dat een publicatie in het Belgisch Staatsblad heden ten dage niet meer op de reguliere manier gebeurt doch slechts met de hulp van elektronische middelen die moeten beschikbaar zijn en bovendien dienen te werken is het zonneklaar dat de bekendmaking of betekening van het gemeentelijk uitvoeringsplan D6/7 Assels-Piereput, zoals voorzien door het Procedurereglement, daadwerkelijk is geschied via de brief d.d. 9 augustus 2005 van eerste verwerende partij. Als gevolg hiervan konden verzoekers op 10 augustus 2005 niet alleen kennis nemen van het feit zelf dat het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan was goedgekeurd doch ook van de inhoud via de op die datum medegedeelde kopie van het gemeenteraadsbesluit van 22 februari 2005 en van het besluit van de Bestendige Deputatie van 30 juni 2005 en derhalve vaststellen dat hun duidelijk omschreven bezwaar niet werd opgenomen doch wel verworpen. Het moge duidelijk zijn dat het verzoekschrift tot nietigverklaring binnen de zestig dagen na bekendmaking of betekening van de beslissing is ingediend en bijgevolg ontvankelijk is”. 2.1.1.
- In de laatste memorie antwoordt de eerste verwerende partij het volgende: “ONTVANKELIJKHEID De auditeur oordeelt dat het verzoekschrift tijdig zou ingediend zijn omdat het ruimtelijke uitvoeringsplan door de gemeente ter inzage moest gelegd worden, en dat het “ter inzage leggen ten stadhuize” ter kennis gebracht diende te worden aan de bevolking, alvorens dat de termijn van 60 dagen om een verzoek tot nietigverklaring in te dienen, kon ingaan. Bovendien stelt hij dat in het administratief dossier geen enkel stuk aangetroffen wordt, dat aantoont dat het plan ten stadhuize ter inzage zou gelegd zijn, zodat hij hieruit moet afleiden dat het verzoekschrift tijdig is ingediend. Het standpunt van de auditeur kan niet gevolgd worden, aangezien het Decreet Ruimtelijke Ordening van 1999 geenszins dezelfde bekendmakingsverplichtingen voorziet bij de opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen zoals voordien de stedenbouwwet bij de opmaak van bijzondere plannen van aanleg voorzag (tot eind 1993). De auditeur beroept zich immers op de oude tekst van het stedenbouwdecreet, die van kracht was tot eind december
- Artikel 23 van de oude stedenbouwwet is echter gewijzigd bij artikel 103 van het decreet van de Vlaamse Raad van 22 december 1993, dat in werking trad op 1 januari
- Sedertdien is het ter inzage leggen van het goedgekeurde BPA ten stadhuize - als actieve daad van bestuur - afgeschaft, alsook de verplichting tot bekendmaking ervan volgens artikel 102 van de toenmalige gemeentewet. De rechtspraak van de Raad van State waarnaar de auditeur verwijst, kan om die reden niet meer (en evenmin naar analogie) toegepast worden. (...) De huidige DRO, meer bepaald artikel 53, legt helemaal geen bijkomende verplichting tot bekendmaking op in hoofde van het gemeentebestuur. Het X-12.518-6/12 huidige decreet bepaalt bovendien geenszins dat het RUP ter inzage moet gelegd worden ten stadhuize. Integendeel, de huidige tekst van het DRO verwijst enkel naar de (passieve) mogelijkheid tot het nemen van inzage in de gemeente (en niet in het gemeentehuis), en legt geen (aktieve) verplichting tot ter inzage leggen meer op aan de gemeentebesturen. De stad Gent volhardt bijgevolg in haar standpunt dat het verzoekschrift laattijdig is ingediend”. 2.1.
- Beoordeling 2.1.2.
- Artikel 52, §1 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna: DRO) bepaalt het volgende: “§
- Indien er geen of niet tijdig beroep is ingesteld tegen een goedkeuringsbesluit van de bestendige deputatie, of de Vlaamse regering het beroep heeft verworpen of geen beslissing heeft genomen binnen de vastgestelde termijn, wordt het goedkeuringsbesluit van de bestendige deputatie bij uittreksel gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad”. Artikel 53 DRO voorziet in een dubbele bekendmaking van het besluit houdende definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan: “Het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan treedt in werking 14 dagen na de bekendmaking van het goedkeuringsbesluit van de bestendige deputatie bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad (...) Het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, het advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening, het vaststellingsbesluit en het goedkeuringsbesluit kunnen worden ingezien in de gemeente”. Deze dubbele bekendmaking houdt in dat het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan pas aan de burger tegenwerpelijk zal zijn vanaf de dag dat het kan worden ingezien in de gemeente indien deze datum op een later tijdstip zou vallen dan de laatste dag van de voornoemde termijn van 14 dagen. De beroepster- mijn begint pas te lopen nadat alle voormelde bekendmakingsvoorschriften zijn vervuld. 2.1.2.
- De verwerende partij bracht de verzoekers op 9 augustus 2005 met een brief ter kennis dat het goedgekeurde ruimtelijk uitvoeringsplan, het advies van de GECORO, het vaststellingsbesluit van de gemeenteraad en het goedkeuringsbesluit kunnen worden ingezien in de gemeente. Uit het administratief X-12.518-7/12 dossier blijkt nergens dat de door artikel 53, laatste lid DRO vereiste ter inzagelegging vroeger geschiedde dan op 9 augustus
- Hieruit volgt dat de beroepstermijn een aanvang nam op 10 augustus
- Bijgevolg is het op 6 oktober 2005 aangetekend verzonden beroep tot nietigverklaring ontvankelijk. 2.1.2.
- De exceptie is ongegrond. 2.
- Het belang - voorwerp van het beroep 2.2.
- De eerste verwerende partij voert aan dat verzoekers’ belang beperkt is tot de gedeeltelijke vernietiging van het bestreden besluit, meer bepaald tot het stedenbouwkundig voorschrift opgenomen in Z4 - weekendverblijven, waarin de bouwoppervlakte wordt beperkt tot 50m², zoals afgebakend in het verzoekschrift. De verzoekers hebben luidens de eerste verwerende partij slechts belang bij de vernietiging van de bepaling die hun nadeel toebrengt. 2.2.
- In hun memorie van wederantwoord stellen de verzoekers dat zij enkel de nieuw ingevoerde en ingrijpende beperking in maximale bouwoppervlakte van 100m² naar 50m² bestrijden. 2.2.
- In het verzoekschrift beperken de verzoekers uitdrukkelijk het voorwerp van het annulatieberoep tot het voorschrift inzake de zone Z4 - zone voor weekendverblijven en tuinen, waar dit de maximale bouwoppervlakte halveert van 100m² tot 50m². Het voorwerp van het beroep is aldus beperkt tot de bepaling waardoor de verzoekers zich gegriefd weten.
- De gegrondheid van het beroep 3.
- Het eerste middel 3.1.
- Het middel In het verzoekschrift stellen de verzoekers het volgende: “als eerste middel de niet-naleving van het algemeen rechtsbeginsel zijnde de rechten van de verdediging en artikel 6.1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens. De stad Gent nam op 22.2.2005 een gemeenteraadsbesluit waarbij (het) door verzoekers ingediende bezwaar werd X-12.518-8/12 verworpen. Dit werd slechts aan verzoekers kenbaar gemaakt bij brief van 9.8.
- Verzoekers hebben aldus geen enkele kans gekregen te worden gehoord of hun verweer te voeren alvorens de Bestendige Deputatie van de Provincieraad van Oost-Vlaanderen op 30.06.2005 haar goedkeuring heeft gegeven”. 3.1.
- Beoordeling 3.1.2.
- Artikel 6.1 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden is niet toepasselijk op een administratieve procedure die leidt tot de goedkeuring van een reglementair besluit door een orgaan van het actief bestuur. Ook het recht van verdediging geldt niet in dergelijke aangelegenheden. 3.1.2.
- De verzoekers verwijzen naar de schending van de hoorplicht. De verzoekers namen deel aan het openbaar onderzoek en dienden een bezwaarschrift in. De verwerende partijen stellen terecht dat geen enkele rechtsregel de deputatie verplichtte om de verzoekers voorafgaandelijk aan haar goedkeuringstoezicht te horen. 3.1.2.
- Het middel is niet gegrond. 3.
- Tweede middel 3.2.
- Het middel 3.2.1.
- In het verzoekschrift stellen de verzoekers het volgende: “Als tweede middel, de niet-naleving van het non-discriminatiebeginsel zoals o.a. verwoord in de Grondwet meer speciaal art. 11 volgens welk het genot van de rechten en vrijheden aan de Belgen toegekend zonder discriminatie verzekerd moet worden. Zoals aangetoond is de beknotting van de rechten van verzoekers om het weekendverblijfpark om te bouwen duidelijk in strijd met de rechten aan anderen verleend zelfs tijdens de RUP-procedure niet alleen wat betreft de bouwoppervlakte (beperking tot 50m² versus 100m² en meer) doch ook wat betreft de andere voorwaarden, vastgelegd in het B.P.A. nr. D-7 ‘Piereput’ van 1988, zoals 1 bouwlaag versus 2 bouwlagen. Die beperking, zegge de halvering van de toegelaten maximale bouwoppervlakte van 100m², zoals gewaarborgd door het B.P.A. nr. D-7 ‘Piereput’ van 1988 druist bovendien in tegen het door de huidige Gemeenschapsminister van Ruimtelijke Ordening via de pers in het voorjaar 2005 geuit voornemen om de nog niet erkende en dus thans nog X-12.518-9/12 illegale weekendverblijfsparken te regulariseren en bebouwing toe te laten tot maximaal 80m²”. 3.2.
- Beoordeling 3.2.2.
- Wanneer de schending van het gelijkheidsbeginsel wordt aangevoerd, komt het aan de verzoekende partij toe voldoende concrete elementen aan te brengen die het mogelijk maken te onderzoeken of zij inderdaad ongelijk behandeld wordt ten aanzien van anderen die in een gelijke of minstens gelijkaardige situatie verkeren. De door de verzoekers aangevoerde argumenten dat “de beknotting van de rechten van verzoekers om te bouwen duidelijk in strijd is met de rechten aan anderen verleend zelfs tijdens de RUP-procedure niet alleen wat betreft de bouwoppervlakte (beperking tot 50m² versus 100 m² en meer) doch ook wat betreft de andere voorwaarden, vastgesteld in het B.P.A. nr. D-7 ‘Piereput’ van 1988, zoals 1 bouwlaag versus 2 bouwlagen” of dat “door de aangevochten bepaling de ongelijkheid tussen de eigenaars groter wordt niet alleen tussen de verschillende zones van eenzelfde destijds opgehoogd aansluitend gebied doch ook tussen de percelen van eenzelfde zone” geven niet concreet aan met welke gevallen er wordt vergeleken. Deze argumenten volstaan niet om een eventuele schending van het gelijkheidsbeginsel te adstrueren. De omstandigheid dat de overheid middels een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan een bijzonder plan van aanleg wijzigt, waarbij de normen, onder andere inzake bouwoppervlakte, zoals die golden onder het plan van aanleg, worden verstrengd, houdt als dusdanig geen schending van het gelijkheidsbeginsel in. 3.2.2.
- De in de laatste memorie aangevoerde nadere detaillering van de vergelijkbare situaties kan niet in aanmerking genomen worden. Het betreft in wezen een nieuw middel dat niet op een ontvankelijke wijze voor het eerst in de laatste memorie kan worden aangevoerd. 3.2.2.
- Ook het betoog van de verzoekers dat “zegge de halvering van de toegelaten maximale bouwoppervlakte van 100 m², zoals gewaarborgd door het B.P.A. nr. D-7 ‘Piereput’ van 1988 bovendien (indruist) tegen het door de huidige Gemeenschapsminister van Ruimtelijke Ordening via de pers in het voorjaar 2005 geuit voornemen om de nog niet erkende en dus thans nog illegale weekendverblijfsparken te regulariseren en bebouwing toe te laten tot maximaal X-12.518-10/12 80 m²” geeft niet aan in welk opzicht het non-discriminatiebeginsel zou zijn geschonden. 3.2.2.
- Het tweede middel wordt verworpen. 3.
- Derde middel 3.3.
- Het middel In het verzoekschrift stellen de verzoekers het volgende: “Als derde middel, machtsoverschrijding conform artikel 14 van de gecoördineerde wetten van de Raad van State vermits de uitgangspunten en de doelstellingen van het opgemaakte RUP perfect kunnen worden gerealiseerd en gehandhaafd (worden) zonder de zware aantasting van de rechten van verzoekers met halvering van de toegelaten maximale bouwoppervlakte van 100 m² tot 50 m² per perceel”. 3.3.
- Beoordeling Om ontvankelijk te zijn, moet een middel een voldoende duidelijke omschrijving inhouden van de overtreden rechtsregel en van de wijze waarop die regel door de bestreden rechtshandeling wordt geschonden. De verzoekers kunnen er niet mee volstaan de aantasting door machtsoverschrijding aan te voeren. Het louter betoog dat “de uitgangspunten en de doelstellingen van het opgemaakte RUP perfect kunnen worden gerealiseerd en gehandhaafd zonder de zware aantasting van de rechten van verzoekers met halvering van de toegelaten maximale bouwoppervlakte van 100m² tot 50m²” volstaat in dat verband niet. Het “middel” is niet ontvankelijk. Dit euvel kan niet meer worden rechtgezet tijdens de verdere rechtspleging. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. X-12.518-11/12 Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekers, ieder voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht december 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, de H. J. VAN NIEUWENHOVE, staatsraad, door de voorzitter van de Raad van State aangewezen ter vervanging van de heer J. BOVIN, staatsraad, verhinderd wegens ziekte na de debatten te hebben bijgewoond en na te hebben deelgenomen aan het beraad, de H. P. LEFRANC, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-12.518-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.625 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div