← België

Arrest 188640 - Penitentiair recht - 08/12/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.640 Rolnummer: A. 190500/IX-6131 Zaak: Arrest 188640 - Penitentiair recht - 08/12/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-15 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 09:22 Fiche Arrest nr 188.640 van 8 december 2008 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.640 van 8 december 2008 in de zaak A. 190.500/IX-

  1. In zake : Patrick DE MAERE, die woonplaats kiest bij advocaat N. VANSPEYBROUCK, kantoor houdende te SINT-MICHIELS, Koning Albert I-laan 131 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Patrick DE MAERE op 1 december 2008 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de tuchtcommissie in het PCB van 25 november 2008, waarbij verzoeker 14 dagen strikt als disciplinaire straf opgelegd kreeg, “met ingang van 25 november 2008”; Gelet op de beschikking van 1 december 2008 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 1 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 4 december 2008, om 10.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat L. MOSSELMANS, die loco advocaat N. VANSPEYBROUCK, verschijnt voor de verzoeker en van attaché V. ARICKX, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-6131-1/6 Gehoord adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE, daartoe gemachtigd bij beslissing van de auditeur-generaal van 31 oktober 2008, in zijn eensluidend advies; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  2. Feiten 1.
  3. De verzoeker werd overgeplaatst van het penitentiair centrum van Merksplas naar het penitentiair centrum van Brugge. 1.
  4. Er werden in het laatstgenoemd penitentiair centrum drie tuchtrapporten tegen de verzoeker opgesteld die telkens verband houden met verbale agressie. Er werd een eerste tuchtrapport opgesteld op 15 november 2008 waarvoor de verzoeker gehoord werd op 21 november
  5. Hij kreeg veertien dagen strikt als disciplinaire sanctie. Deze beslissing wordt niet aangevochten. Er werd een tweede tuchtrapport opgesteld op 21 november 2008 waarvoor de verzoeker werd gehoord op 23 november
  6. Er werd aan de verzoeker nogmaals veertien dagen strikt als disciplinaire straf opgelegd, met ingang van 23 november
  7. Deze beslissing maakt het voorwerp uit van het schorsings- beroep bekend onder het nummer A. 190.493/IX-
  8. Er werd een derde tuchtrapport opgesteld op 19 november 2008 waarvoor de verzoeker gehoord werd op 25 november
  9. In dit tuchtrapport wordt vermeld dat de verzoeker zich schuldig maakt aan verbale agressie, dat hij teveel kledij op cel heeft volgens de normen van het penitentiair centrum en in het bezit is van materialen die niet op zijn toelatingsfiche staan. Er werd aan de verzoeker nogmaals veertien dagen strikt als disciplinaire sanctie opgelegd met drie dagen strafcel zonder gunsten, “met ingang van 25 november 2008”. Deze beslissing maakt het voorwerp uit van het onderhavige schorsingsberoep. IX-6131-2/6 1.
  10. Aan de verzoeker werd een voorlopige maatregel opgelegd op 21 november 2008, zijnde verplicht verblijf op cel gedurende drie dagen, dat een aanvang nam op 21 november
  11. De schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 2.
  12. Wat de eerste voorwaarde betreft, is de verzoeker alert en diligent opgetreden, vermits de bestreden beslissing dateert van 25 november 2008 en hij een verzoekschrift indiende per fax op 1 december
  13. Bijgevolg is voldaan aan de eerste cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en
  14. 2.2.
  15. Wat de tweede voorwaarde betreft, voert de verzoeker in een enig middel, de schending aan van artikel 6 van het EVRM en van de rechten van verdediging. In een eerste onderdeel van het enig middel roept de verzoeker de schending in van het onpartijdigheidsbeginsel, omdat de gevangenisdirecteur als hoofd en verantwoordelijke van de gevangenis tegelijkertijd rechter en partij is in een tuchtprocedure. De verzoeker vervolgt dat de gevangenisdirecteur zowel de gevangenisreglementen kan opstellen als tuchtgeschillen beslechten. Dat de gevangenisdirecteur partijdig is, aldus de verzoeker, blijkt tevens uit het feit dat hij als voorzitter van de tuchtcommissie, naar aanleiding van uitlatingen van de verzoeker, ter zitting heeft beslist de verzoeker een bijkomende straf op te leggen, met name drie dagen veiligheidscel. In een tweede onderdeel van het enig middel voert de verzoeker aan dat er geen beroepsmogelijkheid openstaat tegen de bestreden beslissing. Dit komt, omdat de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en IX-6131-3/6 de rechtspositie van de gedetineerden, die voorziet in een beroepsmogelijkheid, nog niet in werking is getreden. In een derde onderdeel betoogt de verzoeker dat hij de bijlage die behoorde bij het tuchtrapport niet heeft ontvangen. De verzoeker stelt dat hij niet wist waarvoor hij tuchtrechterlijk vervolgd werd en op die manier zijn verdediging niet op correcte wijze kon voorbereiden. De verzoeker voegt hieraan toe dat zijn raadsman geen kopie kreeg van het tuchtrapport, waardoor zijn rechten van verdediging niet werden gevrijwaard. 2.2.
  16. Daargelaten de vraag of inzake artikel 6 van het EVRM toepasselijk is, wordt wat de schending van het onpartijdigheidsbeginsel betreft (nemo iudex in sua causa), overwogen, dat de eisen van onpartijdigheid voor de organen van actief bestuur niet op dezelfde wijze gelden als die, die gelden voor rechtscolleges. Het onpartijdigheidsbeginsel houdt voor de organen van actief bestuur in dat zij zich moeten onthouden van deelname aan een besluitvormings- proces met betrekking tot aangelegenheden waarin zijzelf een rechtstreeks en persoonlijk belang hebben. De verzoeker laat na om met precieze gegevens aan te tonen dat er een redelijke twijfel bestaat betreffende de onpartijdigheid van de directeur. Het feit dat de directeur zowel de reglementen opstelt, als in tuchtzaken optreedt en tuchtstraffen oplegt, schendt op het eerste gezicht het onpartijdigheidsbeginsel niet, zoals het geldt voor een orgaan van actief bestuur. De wil van de directeur dat de reglementen worden nageleefd, vormt geen rechtstreeks en persoonlijk belang dat de directeur ongeschikt maakt om in een zaak een tuchtsanctie uit te spreken. De schending van het onpartijdigheidsbeginsel is niet bewezen doordat de voorzitter van de tuchtcommissie naar aanleiding van uitlatingen van de verzoeker ter zitting een bijkomende sanctie van drie dagen verblijf in de veilig- heidscel oplegt. Het eerste onderdeel van het enig middel is niet ernstig. IX-6131-4/6 2.2.
  17. Wat het tweede onderdeel betreft, staat er een annulatie- en schorsingsberoep open tegen de bestreden beslissing bij de Raad van State. De verzoeker betwist niet dat de Raad van State voldoet aan de vereisten van onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Volgens vaste rechtspraak van de Raad van State, voldoet de omvang van de rechtsmacht van de Raad aan de vereisten die aan een rechterlijke instantie zijn gesteld bij artikel 6.1 van het EVRM. De verzoeker heeft immers de mogelijkheid om voor de Raad van State aan te tonen dat de bestreden beslissing niet steunt op werkelijk bestaande concrete feiten die door het bestuur met de nodige zorgvuldigheid moeten worden vastgesteld. Bijgevolg staat een beroep open tegen de bestreden beslissing. Dit beroep wordt trouwens door de verzoeker met huidig verzoekschrift uitgeoefend. Het tweede onderdeel van het enig middel is niet ernstig. 2.2.
  18. Wat het derde onderdeel betreft, blijkt uit de mededeling aan de gedetineerde inzake de tuchtprocedure van 20 november 2008 dat aan de verzoeker een kopie van dit document, van het rapport aan de directeur, van het overzicht van vroegere tuchtsancties en van elk stuk dat deel uitmaakt van het tuchtdossier werden overhandigd. De bewering van de verzoeker dat hij de bijlagen van het tuchtrapport niet heeft ontvangen mist feitelijke grondslag. 2.2.
  19. Het enig middel is in zijn geheel genomen niet ernstig.
  20. Bijgevolg is niet voldaan aan de tweede cumulatieve voorwaarde van voormeld artikel 17, §§ 1 en
  21. Deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid te verwerpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
  22. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. IX-6131-5/6 Artikel
  23. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 8 december 2008, door : de H. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. D. MOONS. IX-6131-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.640 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.