id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.699 Rolnummer: A. 190562/IX-6142 Zaak: Arrest 188699 - Penitentiair recht - 10/12/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-16 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 09:36 Fiche Arrest nr 188.699 van 10 december 2008 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.699 van 10 december 2008 in de zaak A. 190.562/IX-
- In zake : Vincent COFFYN, die woonplaats kiest bij advocaat M. LANGEROCK, kantoor houdende te SINT-KRUIS (BRUGGE), Dampoortstraat 5 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Vincent COFFYN op 3 december 2008 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 28 november 2008 van de FOD justitie, directoraat-generaal penitentiaire inrichtingen, dienst individuele gevallen tot schorsing van de beslissing van 7 oktober 2008 tot weigering van het penitentiair verlof; Gelet op de beschikking van 4 december 2008 waarbij aan de verzoeker het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de beschikking van 4 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 december 2008, om 11.30 uur; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. LANGEROCK, die verschijnt voor de verzoeker, en van attaché V. ARICKX, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE, daartoe gemachtigd bij beslissing van de auditeur-generaal van 31 oktober 2008 in zijn eensluidend advies; IX-6142-1/4 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Op het tijdstip van de bestreden beslissing verblijft de verzoeker in het penitentiair centrum te Brugge.
- De bestreden beslissing luidt als volgt: “Beslissing Dienst Individuele Gevallen - weigering penitentiair verlof Deze beslissing heeft betrekking op de veroordeelde : COFFYN VINCENT, geboren op 24.09.76 te Kortrijk. Gelet op de artikelen 6, 7 en 10 van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten. Gemotiveerde beslissing tot weigering van het penitentiair verlof: Veroordeelde verzoekt penitentiair verlof bij zijn ouders. De reeds genoten uitgaansvergunningen worden positief geëvalueerd. Veroordeelde bouwde een ambulante reclassering uit met een begeleiding bij het CAW, dewelke heden lopende is. Aangaande deze reclassering werden door onze dienst bij de toekenning van een uitgaansvergunning ter fine van de intake reeds vragen gesteld, dit o.a. gezien veroordeelde zijn houding ten aanzien van de feiten en de relatie met het toen minderjarige meisje na het stopzetten van de feiten. Het feit dat veroordeelde naast het seksuele misbruik een uitgebouwd stabiel leven had, toont aan dat hij als het ware een dubbel leven kon leiden, m.a.w. de feiten pleegde gedurende zes jaar zonder dat de omgeving iets vermoed heeft. We achtten het de taak van het centrum daderhulp om rekening houdend met alle elementen een beslissing te nemen aangaande de aard (ambulant/residentieel) van de noodzakelijke begeleiding. Na de intake werd beslist dat veroordeelde bij hen terecht kan voor een ambulante begeleiding. In een telefonisch contact met de psychosociale dienst vernemen we dat ook de strafuitvoeringsrechtbank zich vragen stelt bij dit ambulante reclasseringsplan. Op de zitting dd. 26.11.08 werd beslist tot een uitstel, dit met het oog op het inwinnen van een advies bij Dr. Baeke, psychiater, aangaande de aard van de noodzakelijke reclassering. IX-6142-2/4 Gezien er heden nog geen duidelijkheid is omtrent de aard van de begeleiding is het in dit stadium van het dossier niet aangewezen uitgebreidere uitgaansfaciliteiten toe te kennen. De tegenindicatie inzake het risico op het plegen van nieuwe strafbare feiten kan tijdens het lange tijdsbestek van een penitentiair verlof onvoldoende beoordeeld worden. Een nieuw verzoek tot penitentiair verlof kan worden ingediend ten vroegste drie maanden na de datum van deze beslissing. Deze termijn kan, in voorkomend geval, verkort worden mits een positief advies van de directeur, eventueel na de volgende zitting van de strafuitvoeringsrechtbank.”
- De bevoegdheid van de Raad van State 3.
- Ambtshalve wordt vastgesteld, op grond van artikel 14, §1, 1/, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en overeenkomstig vaste rechtspraak, dat de Raad van State geen rechtsmacht heeft om kennis te nemen van beroepen gericht tegen handelingen en beslissingen van administratieve overheden, waarbij het bestuur rechtstreeks meewerkt aan de uitvoering van vonnissen en arresten van de justitiële rechter. 3.
- De uitvoering van een gevangenisstraf houdt een rechtstreekse medewerking in van het bestuur aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, waartoe de gedetineerde werd veroordeeld bij een vonnis of een arrest van de strafrechter. De thans bestreden beslissing, houdende de weigering om penitentiair verlof te verlenen is een beslissing die behoort tot de strafuitvoeringsmodaliteiten. De Raad van State heeft geen rechtsmacht om kennis te nemen van geschillen betreffende het al dan niet toekennen van penitentiaire verloven. 3.
- Bijgevolg is de ingestelde vordering niet ontvankelijk. IX-6142-3/4 OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 10 december 2008, door : de H. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. D. MOONS. IX-6142-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.699 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.407 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.