← België

Arrest 188714 - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) - 11/12/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.714 Rolnummer: A. 93498/XII-2701 Zaak: Arrest 188714 - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) - 11/12/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-19 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-29 09:46 Fiche Arrest nr 188.714 van 11 december 2008 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.714 van 11 december 2008 in de zaak A. 93.498/XII-

  1. In zake : de STAD PEER, die woonplaats kiest bij advocaat W. Mertens, kantoor houdende te Beringen, Scheigoorstraat 5 tegen : de GOUVERNEUR VAN DE PROVINCIE LIMBURG. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de stad Peer op 12 juli 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 8 mei 2000 van de gouverneur van de provincie Limburg waarbij haar bijdrage in de kosten van de brandbestrijding voor het jaar 1998 definitief wordt vastgelegd op 7.010.394 frank; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur H. Colin; Gelet op de beschikking van 9 november 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 16 september 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 oktober 2008; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. Beelen, die loco advocaat W. Mertens verschijnt voor verzoekster, en van bestuurssecretaris T. Roosen, die verschijnt voor de verwerende partij; XII-2701-1/4 Gehoord het advies van auditeur H. Colin; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  2. In de memorie van antwoord betwist verwerende partij “de ontvankelijkheid van het beroep [...] voor zover de verzoekende partij haar verzoekschrift tot nietigverklaring niet -bij aangetekend schrijven- bij uw Raad heeft ingediend binnen de wettelijke termijn van zestig dagen na de betekening van de bestreden beslissing”. Het auditoraatsverslag valt de exceptie bij omdat het beroep niet werd ingediend binnen zestig dagen nadat de aangevochten beslissing op 12 mei 2000 bij verzoekster binnenkwam. In de laatste memorie verzet verzoekster zich tegen die conclusie, onder meer omdat bij de betekening van de bestreden beslissing niet de vermeldingen bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State zijn gedaan.
  3. Het bestreden besluit legt verzoeksters bijdrage in de kosten van de brandbestrijding voor het jaar 1998 definitief vast. Het preciseert aldus verzoeksters rechtssituatie. Het moest haar bijgevolg worden betekend. Gelet op -de toentertijd geldende redactie van- het artikel 19, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State doet deze betekening de beroepstermijn alleen lopen op voorwaarde dat zij het bestaan van het beroep, alsmede de in acht te nemen vormvoorschriften en termijnen, vermeldt. Zoals de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak in het arrest Lecocq, nr. 134.024 van 19 juli 2004, reeds oordeelde, is dit voorschrift van openbare orde, net als de regels betreffende de verjaring van beroepen, en geldt er geen uitzondering voor.
  4. Aangezien de betekening van de bestreden beslissing aan verzoekster met een 9 mei 2000 gedateerde brief niet het bestaan van het XII-2701-2/4 annulatieberoep en van de in acht te nemen vormvoorschriften en termijnen vermeldt, deed zij de beroepstermijn niet aanvangen. Die termijn was op 12 juli 2000 dan ook nog niet verstreken. Er is geen reden om het beroep wegens laattijdigheid niet ontvankelijk te verklaren. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  5. De debatten worden heropend. Artikel
  6. Het door de auditeur-generaal aangestelde lid van het auditoraat wordt belast met een aanvullend onderzoek. XII-2701-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf december 2008, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-2701-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.714 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.083 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.