id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.765 Rolnummer: A. 190572/XII-5641 Zaak: Arrest 188765 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 12/12/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-17 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 10:03 Fiche Arrest nr 188.765 van 12 december 2008 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.765 van 12 december 2008 in de zaak A. 190.572/XII-
- In zake :
- Rudy VAN DEN BORRE,
- Jean-Paul MOREELS,
- de BVBA KINGS, die woonplaats kiezen bij advocaat J. Van Eeckhaut, kantoor houdende te Gent, Mathias Gesweinstraat 44 tegen :
- de BURGEMEESTER VAN DE STAD AALST,
- de STAD AALST. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Rudy Van den Borre, Jean-Paul Moreels en de BVBA Kings op 4 december 2008 hebben ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 28 november 2008 van de burgemeester van de stad Aalst waarbij de dancing The King’s Club aan de Hopmarkt 25 wordt gesloten voor een periode van vier maanden, ingaand op zaterdag 29 november 2008 om 0.00 uur; Gezien de nota van de verwerende partijen; Gelet op de beschikking van 4 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 december 2008, om 10.30 uur; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. Van Eeckhaut, die verschijnt voor verzoekers, en van advocaat D. Van Ransbeeck, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. De Somere; XII-5641-1/8 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De voornaamste voorgaanden
- Op 14 maart 2007 sluit de burgemeester van de stad Aalst een eerste keer de dancing The King’s Club, Hopmarkt 25 te Aalst, voor een periode van vier maanden. In de beslissing wordt gemotiveerd dat er ernstige aanwijzingen zijn dat in de dancing herhaaldelijk illegale activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op de verkoop, de aflevering of het vergemakkelijken van het gebruik van stoffen bedoeld in de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen (hierna: wet van 24 februari 1921), en dat de uitbaters -huidige verzoekers- onvoldoende inspanningen hebben geleverd om de herhaalde inbreuken op de drugswetgeving in hun zaak tegen te gaan. Naar aanleiding van de heropening van de dancing op 15 juli 2007 worden tussen verzoekers en de stad afspraken gemaakt. Met een brief van 12 november 2008 worden verzoekers door de burgemeester uitgenodigd om op 19 november 2008 te worden gehoord om er zich te verweren met betrekking tot de vaststellingen door de lokale politie op maandag 28 oktober
- Verzoekers leggen tijdens het verhoor een uitvoerige conclusie neer. Op 28 november 2008 besluit de burgemeester, met toepassing van artikel 9bis de wet van 24 februari 1921, de dancing voor een periode van vier maanden te sluiten, ingaand op 29 november. In de eerste vier bladzijden van haar besluit schetst de burgemeester de voorgeschiedenis, in de volgende vijf bladzijden worden de middelen van verdediging beantwoord, en in de laatste drie wordt gemotiveerd waarom een sluiting nodig is en waarom een sluiting van vier maanden verantwoord is. Gemotiveerd wordt onder andere dat er na de heropening van de dancing meerdere vaststellingen gebeurden door de lokale politie Aalst waaruit blijkt XII-5641-2/8 dat er herhaaldelijk illegale activiteiten plaatsvinden waarbij drugs worden verhandeld en gebruikt, dat de politiecontroles van 30 september 2008 en 28 oktober 2008 dit bevestigen, dat na de sluiting in 2007 de bereidheid tot medewerking van de uitbaters groot was, dat wanneer de uitbaters zich aan de afgesproken openingsuren houden de druggerelateerde feiten en de overlast duidelijk minder zijn, dat echter het merendeel van de gemaakte afspraken niet of onvoldoende wordt nageleefd, dat de uitbaters van de dancing weinig tot geen inspanningen meer leveren om een effectief actief anti-drugbeleid te ontwikkelen, en dat bijkomende maatregelen zich opdringen om drugs te weren uit de dancing en de openbare rust en veiligheid te herstellen. De ontvankelijkheid
- Verwerende partijen betwisten in de nota het belang van verzoekers. Een onderzoek van en een uitspraak over de exceptie zouden zich alleen opdringen indien aan de grondvoorwaarden voor een schorsing voldaan mocht zijn, hetgeen zoals hierna zal blijken niet het geval is. De grondvoorwaarden voor de schorsing
- Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de Raad slechts tot een schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid besluiten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is.
- Wat de eerste voorwaarde betreft, voeren verzoekers drie middelen aan.
- In een eerste en een tweede middel worden de “fair play norm”, respectievelijk “de rechten van de verdediging - hoorplicht” geschonden genoemd. Kern van de grieven is dat er reeds een beslissing werd genomen vooraleer verzoekers werden gehoord. Verzoekers doen gelden dat zij bij het nemen van dit “ontwerpbesluit” niet aanwezig waren en er niet vooraf inzage van gehad hebben of erover gehoord zijn. Tevens menen zij dat het “Verslag overleg burgemeester en XII-5641-3/8 gerechtelijke autoriteiten m.b.t. dancing The Kings op 04 november 2008” te summier is om er zich tegen te kunnen verweren.
- Verzoekers hebben het bezwaar ook reeds voor de burgemeester zelf opgeworpen. Er wordt in de aangevochten beslissing als volgt op geantwoord : “Overwegende dat een besluit van de burgemeester enige voorbereiding vergt en dat, hoewel de beslissing van de burgemeester zelf nog niet vaststaat, er uiteraard op voorhand een canvas wordt opgemaakt; dat een canvas voor een beslissing per definitie niet identiek is aan de uiteindelijke beslissing; Overwegende dat, wanneer de burgemeester maatregelen overweegt om de openbare veiligheid en rust te vrijwaren, zij de politie om advies en/of aanbevelingen kan vragen; dat het echter de burgemeester is die de uiteindelijke beslissing neemt na grondig advies te hebben ingewonnen en na de verantwoordelijken te hebben gehoord in hun middelen van verdediging; Overwegende dat de overheid geen rekeningschap dient af te leggen over de wijze waarop een canvas voor een beslissing wordt opgesteld; dat dit canvas geen stuk is dat dient toegevoegd te worden aan het dossier dat er inzage ligt; Overwegende dat de burgemeester meent dat de rechten van de verdediging van de verantwoordelijken van dancing The King’s Club hierdoor niet geschaad werden”.
- Verzoekers betwisten niet dat zij, vooraleer de bestreden beslissing werd genomen, hun standpunt hebben kunnen naar voor brengen zowel wat de feiten betreft die eraan ten grondslag liggen, als wat de duur van vier maanden van de sluiting betreft die mogelijk zou worden opgelegd. Dat reeds tot de sluiting beslist was alvorens de verzoekers gehoord werden, wordt voorlopig niet bijgevallen. In de huidige stand van zaken volstaat het daartoe te verwijzen naar het uitvoerige antwoord -op de bladzijden 5 tot en met 10 van de bestreden beslissing- op de verweermiddelen die verzoekers ter hoorzitting naar voor brachten. In de gegeven omstandigheden wordt niet gevolgd dat verzoekers verschalkt zijn geworden of in hun rechten van verdediging geschaad doordat een eerste, voorlopig ontwerp van sluitingsbesluit wel aan de politie en eventueel zelfs aan de procureur des Konings is voorgelegd, en niet aan hen.
- Het stuk (D) 8 van verwerende partij, “Verslag overleg burgemeester en gerechtelijke autoriteiten m.b.t. dancing The Kings op 04 november 2008”, strekt er op het eerste gezicht alleen toe aan te tonen dat te dezen is voldaan aan de voorwaarde van een dergelijk overleg vooraleer op grond van artikel 9bis van de wet van 24 februari 1921 tot de sluiting van een plaats mag worden overgegaan. XII-5641-4/8 Als zodanig lijkt het verslag niet uitvoeriger te moeten zijn.
- De middelen zijn niet ernstig.
- In een derde middel voeren verzoekers de schending aan “van de beginselen van behoorlijk bestuur, inzonderheid het redelijkheidsbeginsel”. In het middel betogen verzoekers wezenlijk dat de maatregelen die in 2007 zijn genomen en de inspanningen die zij hebben geleverd, de toestand hebben verbeterd, dat er dus geen reden is om opeens een drastische beslissing te nemen, dat er geen controleerbare vaststellingen zijn in verband met het in het gedrang brengen van de openbare rust en veiligheid, en dat de feiten van 28 oktober 2008 betrekking hebben “op een eenmalige en uitzonderlijke opening, die dan nog werd georganiseerd door derden”.
- Verwerende partij zet in de bestreden beslissing met zin voor detail en precisie uiteen dat de bereidwilligheid tot medewerking die verzoekers na de sluiting van 2007 aanvankelijk aan de dag legden, “na enkele maanden verzandde”, dat hierdoor de “oude druggerelateerde problemen en de hieraan verbonden overlast opnieuw de kop opst[a]ken”, dat immers “door [de] uitbaters geen actief anti- drugbeleid wordt gevoerd [en] -in tegendeel- de aanbevelingen van de politie in de wind worden geslagen en opnieuw een afterclub-publiek wordt aangetrokken, waardoor het risico op druggebruik in de dancing toeneemt”, en dat “uit de lijst van de 24 druggerelateerde vaststellingen (inclusief vier vaststellingen van drugs in het verkeer) tijdens de periode van juli 2008 t.e.m. oktober 2008 blijkt dat het duidelijk over herhaaldelijke en geen éénmalige feiten gaat en dat zowel bezoekers als dealers die op weg zijn van én naar dancing The King’s Club in het bezit zijn van verboden middelen, zijnde onder meer: cocaïne, speed en cannabis en flesjes gevuld met het gevaarlijke GHB”. Die motieven lijken op het eerste gezicht door de stukken van het administratief dossier te worden gestaafd. Tenminste in de huidige stand van de procedure lijken zij te kunnen volstaan om een sluitingsmaatregel op grond van het meer vermelde artikel 9bis te schragen.
- Tevergeefs menen verzoekers dat tenminste het aanbod dat zij na de hoorzitting nog aan de burgemeester deden in een brief van 26 november 2008, haar van een sluiting van vier maanden moest hebben afgehouden. In de brief stellen XII-5641-5/8 zij een aantal maatregelen voor die moeten “bewijzen dat wij zeker niet ongevoelig zijn voor moeilijkheden en dat daar ook door samenwerking iets aan wordt gedaan”. Zoals verwerende partij in de bestreden beslissing antwoordt, zijn dergelijke afspraken ook al in 2007 gemaakt en werden ze na amper een paar maanden al niet meer nageleefd. Het is terecht, zo wordt vooralsnog aangenomen, dat de burgemeester een sluiting van vier maanden in haar beslissing van 28 november 2008 “verantwoord” noemt, onder meer “omdat de vorige sluiting van 4 maanden, duidelijk positieve gevolgen had voor de openbare rust en veiligheid in de buurt”, “omdat de uitbaters reeds diverse kansen kregen om zelf maatregelen te nemen om de herhaalde inbreuken op de drugswetgeving te beperken, doch zij zich niet houden aan de gemaakte afspraken met en de adviezen van de lokale overheid die precies tot doel hebben ondersteuning te bieden aan een actief anti-drugbeleid”, en “zodat de uitbaters voldoende tijd krijgen om een efficiënt en actief non-drugbeleid te ontwikkelen, zich te richten tot een ander publiek en een ander concept uit te werken”. De bestreden beslissing lijkt, in tegenstelling tot wat verzoekers beweren, wel degelijk te berusten op een evenwichtige afweging van “de in het geding zijnde belangen”. Tot die belangen is evenwel niet alleen het belang van de verzoekers te rekenen, maar ook het belang dat de gemeenschap erbij heeft om niet de openbare veiligheid en rust in het gedrang gebracht te zien worden ten gevolge van de verkoop, de aflevering of het vergemakkelijken van het gebruik van drugs.
- Het derde middel is niet ernstig.
- Bij gebrek aan ernstige middelen is alvast één van de grondvoorwaarden voor een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid niet vervuld. Deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. XII-5641-6/8 XII-5641-7/8 Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf december 2008, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-5641-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.765 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.445 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div