← België

Arrest 188777 - Monumenten en Landschappen - 15/12/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.777 Rolnummer: A. 86098/X-9110 Zaak: Arrest 188777 - Monumenten en Landschappen - 15/12/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-23 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-29 10:12 Fiche Arrest nr 188.777 van 15 december 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Kantmelding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.777 van 15 december 2008 in de zaak A. 86.098/X-

  1. In zake : Maurice DE PAEPE (overleden), Rechtsgeding hervat door :
  2. Philippe DE PAEPE,
  3. Christine DE PAEPE,
  4. Guy DE PAEPE,
  5. Carine DE PAEPE,
  6. Esther DEBAERE, die woonplaats kiezen bij advocaat M. DENYS, kantoor houdende te 1560 HOEILAART, de Quirinilaan
  7. tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te 8000 BRUGGE, Gerard Davidstraat 46, bus
  8. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Maurice DE PAEPE op 13 augustus 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 29 januari 1999 van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling houdende definitieve bescherming als landschap van “De Stropers met inbegrip van de Linie te Sint-Gillis-Waas en Stekene (Kemzeke)”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. BARRA; Gelet op de beschikking van 8 november 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; X-9110-1/6 Gelet op de beschikking van 5 november 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 november 2008; Gezien het uittreksel uit het register der overlijdensakten van de gemeente Sint-Gillis-Waas waaruit blijkt dat Maurice DE PAEPE op 4 december 2004 is overleden; Gezien het op 19 november 2008 aan de Raad van State gerichte verzoekschrift waarbij Phillippe DE PAEPE, Christine DE PAEPE, Guy DE PAEPE, Carine DE PAEPE en Esther DEBAERE verklaren het geding te hervatten; Gehoord het verslag van staatsraad P. LEFRANC; Gehoord de opmerkingen van advocaat B. VANDENBERGHE, die loco advocaat M. DENYS verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat P.-J. STAELENS, die loco advocaat B. STAELENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. BARRA; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  9. Het bestreden besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling heeft tot voorwerp de definitieve bescherming als landschap van “De Stropers met inbegrip van de Linie te Sint-Gillis-Waas en Stekene (Kemzeke)” en is krachtens het toen geldende artikel 22, § 2 van het decreet van 16 april 1996 houdende bescherming van landschappen, genomen bij toepassing van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen. Artikel 2 van dit besluit bepaalt onder meer wat volgt: “(...) Voor de behartiging van het nationaal belang worden de volgende beperkingen aan de rechten van de eigenaars gesteld: A. Is verboden: X-9110-2/6
  10. Het oprichten van een gebouw of eender welke constructie uit om het even welk materiaal, in de grond ingebouwd, aan de grond bevestigd, op de grond steunend, of aan om het even welk materiaal, in de grond ingebouwd, aan de grond bevestigd, op de grond steunend, of aan om het even welke drager vastgemaakt.
  11. Het slopen van gebouwen of constructies, het ruimen van puin. Het verbouwen of heropbouwen van bestaande gebouwen of constructies, derwijze dat het uitwendig aspect ervan wordt gewijzigd of dat het volume verandert. Wederrechtelijk opgetrokken constructies mogen afgebroken worden en het puin mag afgevoerd worden.
  12. Het plaatsen van eender welke verplaatsbare constructie of delen ervan die al dan niet voor bewoning kunnen worden gebruikt. (...)”.
  13. De artikelen 1, 2, 5, 6, 14 en 15 van het besluit van 19 december 1997 van de Vlaamse regering tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering, zoals gewijzigd door het besluit van de Vlaamse regering van 28 september 1998, bepaalden wat volgt: “Artikel
  14. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder ‘de bijzondere wet’, de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. Art.
  15. Dit hoofdstuk verdeelt de bevoegdheden binnen de Vlaamse regering, met het oog op de voorbereiding en de uitvoering van haar beslissingen. (...) Art. 5 De heer Steve Stevaert, minister vice-president van de Vlaamse regering, is bevoegd voor : (...) 2/ de ruimtelijke ordening, zoals vermeld in artikel 6, § 1, I, 1/, 2/, 5/ en 6/ van de bijzondere wet, alsook voor de verkrijging van gronden voor industrie, ambachtswezen en diensten of van andere onthaalinfrastructuren voor investeerders, zoals vermeld in artikel 6, § 1, I, 3/, van de bijzondere wet. Uit hoofde van de hem toegewezen bevoegdheden vermeld in het eerste lid draagt hij de titel : ‘Vlaams minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijk Ordening’. Art.
  16. De heer Theo Kelchtermans, lid van de Vlaamse regering, is bevoegd voor : (...) 2/ de landschappen, zoals vermeld in artikel 6, § 1, I, 7/, van de bijzondere wet; (...) Uit hoofde van de hem toegewezen bevoegdheden vermeld in het eerste lid draagt hij de titel : ‘Vlaams minister van Leefmilieu en Tewerkstelling’. (...) HOOFDSTUK II. - Regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden. Art.
  17. Elk lid van de Vlaamse regering oefent de in dit hoofdstuk gedelegeerde beslissingsbevoegdheden uit in de aangelegenheden die hem zijn toegewezen krachtens hoofdstuk I van dit besluit. (...) Art.
  18. §
  19. De leden van de Vlaamse regering hebben, ieder wat hem betreft, delegatie voor : X-9110-3/6 1/ het nemen van beslissingen voor de toepassing van de verdragen, EG-verordeningen, wetten, decreten, koninklijke besluiten, ministeriële besluiten, verordeningen en besluiten van de Vlaamse regering, en samenwerkingsakkoorden; (...) §
  20. De delegatie, toegestaan bij § 1, geldt ook voor beslissingen die gezamenlijk moeten worden genomen door meerdere leden van de Vlaamse regering. (...)”.
  21. De toenmalige Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening was bevoegd voor de ruimtelijke ordening zoals vermeld in inzonderheid artikel 6, § 1, I, 1/ van de genoemde bijzondere wet. Dit bevoegdheidsdomein omvat inzonderheid de voorschriften van stedenbouw en ruimtelijke ordening, het inrichten van een stelsel van vergunningen en de daarop betrekking hebbende regels inzake administratieve procedure inbegrepen.
  22. De beperkingen bedoeld in artikel 2 van het bestreden besluit kunnen vergunningplichtige werken, handelingen of functies betreffen in de zin van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober
  23. De bepaling van de voorwaarden waaronder een vergunning wordt verkregen, alsook van de daarop betrekking hebbende administratieve procedure behoort derhalve tot het bevoegdheidsdomein van de ruimtelijke ordening en dus tot de bevoegdheid van de minister van ruimtelijke ordening, op grond van artikel 9, 2/ van het voornoemde besluit van 19 december
  24. Derhalve behoort het vaststellen van de voornoemde beperkingen met een doelstelling van bescherming van het betrokken landschap niet tot de enkele bevoegdheid van de minister bevoegd voor de landschappen. Uit het voorgaande volgt dat, wat het vaststellen betreft van de voornoemde beperkingen, de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling niet bevoegd was om op grond van de hiervoor aangehaalde delegatiebepaling het bestreden besluit alleen te nemen. Derhalve behoort, afgezien van de vraag of - zoals de verwerende partij betoogt in haar laatste memorie - de minister bevoegd voor de bescherming van de landschappen bevoegd is voor het opleggen van de noodzakelijke of allerlei mogelijke erfdienstbaarheden met als doel het behoud van historisch, esthetisch of wetenschappelijk waardevolle landschappen, het opleggen van de voornoemde beperkingen met een doelstelling van bescherming van het betrokken landschap niet tot de enkele bevoegdheid van de voornoemde minister, bevoegd voor de landschappen. Dit “betreden” van de bevoegdheid inzake ruimtelijke ordening gaat verder dan het teweegbrengen van rechtsgevolgen in een domein dat tot de bevoegdheid van een ander lid van de Vlaamse regering behoort X-9110-4/6 en is niet het gevolg van de raakvlakken tussen beide bevoegdheden en regelgevingen. Ook het door de verwerende partij aangevoerde argument dat de minister bevoegd voor landschappen het onderzoek naar het verlenen van de machtiging zal doen vanuit een andere finaliteit dan die van de minister bevoegd voor de ruimtelijke ordening, impliceert bij gebreke van een uitdrukkelijke bepaling ter zake nog niet dat het aan de eerstgenoemde toekomt zich op het bevoegdheidsdomein van de andere te begeven. Tot slot is de verwijzing door de verwerende partij naar het artikel 3, § 1, 4/ van het besluit van de Vlaamse regering van 20 oktober 1992 tot delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de leden van de Vlaamse regering niet dienend omdat het door het voormelde besluit van 19 december 1997 van de Vlaamse regering met ingang van 1 januari 1998 werd opgeheven. Uit het voorgaande volgt dat de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling, bevoegd voor de landschappen, niet bevoegd was om het bestreden besluit alleen te nemen. Om deze reden is het bestreden besluit aangetast door bevoegdheidsoverschrijding. De onbevoegdheid van de steller van de bestreden handeling moet ambtshalve worden opgeworpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  25. Vernietigd wordt het besluit van 29 januari 1999 van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling houdende definitieve bescherming als landschap van “De Stropers met inbegrip van de Linie te Sint-Gillis-Waas en Stekene (Kemzeke)”. Artikel
  26. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. X-9110-5/6 Artikel
  27. De kantmelding wordt bevolen van dit arrest op de kant van de overschrijving van het rangschikkingsbesluit in de registers van het tweede hypotheekkantoor te Dendermonde. Artikel
  28. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de in artikel 3 van dit arrest vermelde kantmelding, komen eveneens ten laste van de verwerende partij Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien december 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, P. LEFRANC, staatsraad, J. VAN NIEUWENHOVE, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-9110-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.777 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.