← België

Arrest 188786 - Penitentiair recht - 15/12/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.786 Rolnummer: A. 190650/IX-6148 Zaak: Arrest 188786 - Penitentiair recht - 15/12/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-22 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-29 10:14 Fiche Arrest nr 188.786 van 15 december 2008 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.786 van 15 december 2008 in de zaak A. 190.650/IX-

  1. In zake : Dwight MILTENBURG, die woonplaats kiest bij advocaat M. VANDEVELDE, kantoor houdende te MERCHTEM, Kouter 60 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordig door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Dwight MILTENBURG op 10 december 2008 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “de beslissing van de directeur van de mannengevangenis te Vorst van 9 december 2008 waarbij aan verzoeker een tuchtsanctie wordt opgelegd : ‘emploi retiré. Peut demander du travail dans un mois’”; Gelet op de beschikking van 11 december 2008 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien het administratief dossier; Gelet op de beschikking van 11 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 december 2008, om 12.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. VANDEVELDE, die verschijnt voor de verzoeker en van attaché V. ARICKX, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-6148-1/5 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  2. Op het tijdstip van de bestreden beslissing bevindt de verzoeker zich in het penitentiair centrum van Vorst onder het regime van de voorlopige hechtenis. Hij is tewerkgesteld in de keuken van de gevangenis.
  3. Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 2.1.
  4. Wat de eerste voorwaarde betreft, blijkt uit het administratief dossier dat de bestreden beslissing dateert van 9 december 2008 en onmiddellijk uitvoerbaar is, dat de verzoeker op 10 december 2008 een verzoekschrift bij uiterst dringende noodzakelijkheid indient, zodat hij alert en diligent is opgetreden. De verzoeker toont aan dat een gewone schorsingsprocedure te laat komt, om het moeilijk te herstellen ernstig nadeel te verhelpen, gelet op de aard en de duur van de tuchtstraf. 2.1.
  5. Bijgevolg is voldaan aan de eerste cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en
  6. 2.2.
  7. Wat de tweede voorwaarde betreft, voert de verzoeker een tweede middel aan dat als volgt luidt : IX-6148-2/5 “Schending van de artikelen 2 en 3 van de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, en het algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, nl. het motiveringsbeginsel. Doordat, de motieven van de bestreden beslissing gesteld zijn in een onduidelijk handschrift en bovendien in de Franse taal. Terwijl, de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen de overheid verplichten in de akte de juridische en feitelijke overwegingen op te nemen die aan de beslissing ten grondslag liggen en dat op een ‘afdoende’ wijze. Dat de motivering van de bestreden beslissing is gesteld in een onduidelijk handschrift, waardoor slechts enkele woorden of flarden van zinnen leesbaar zijn. Dat het merendeel van de neergeschreven woorden totaal onleesbaar is. Dat de motivering bovendien in de Franse taal is gesteld, een taal die verzoeker niet machtig is. Dat deze onleesbare motivering moet worden gelijkgesteld met een afwezigheid van motivering. Dat verzoeker een voorbehoud formuleert omtrent de inhoud van de motivering. Zodat, dit neerkomt op een schending van de artikelen 2 en 3 van de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshan- delingen, en het algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, nl. het motiverings- beginsel. (...).” 2.2.
  8. Daargelaten de vraag, of de bestreden beslissing in het Frans mocht worden geredigeerd, volstaat het in de huidige stand van de rechtspleging vast te stellen dat de bestreden beslissing niet is gemotiveerd, omdat wat zou moeten doorgaan als een motivering onleesbaar is. Dit brengt mee dat de motivering onbestaande is. Dit kan niet worden goedgemaakt door de getikte versie van de bestreden beslissing die thans wordt bijgebracht, want deze versie bestond niet op het tijdstip van de bestreden beslissing. Het is op dat ogenblik dat de verzoeker moet kunnen oordelen of hij al dan niet een procedure aanhangig maakt bij de Raad van State en op welke gronden hij dit kan doen, op basis van een leesbare versie van de bestreden beslissing. 2.2.
  9. Bijgevolg is het tweede middel ernstig. IX-6148-3/5 2.2.
  10. Een onderzoek van het eerste middel, in essentie afgeleid uit de schending van artikel 41, § 1, van de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken en van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging is feitelijk onmogelijk, omdat mocht het Nederlands zijn gebruikt als voertaal, de motivering van de bestreden beslissing even onbegrijpelijk zou zijn als thans het geval is, gelet op het onleesbaar karakter van het gebruikte handschrift. 2.2.
  11. Gelet op de ernst van het tweede middel, is voldaan aan de tweede cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en
  12. 2.
  13. Wat de derde voorwaarde betreft, maakt de verzoeker aan- nemelijk, gelet op de specifieke omstandigheden van de zaak, dat de bestreden beslissing die het verlies van werk meebrengt gedurende één maand op materieel en moreel vlak een moeilijk te herstellen ernstig nadeel veroorzaakt, dat enkel kan worden ongedaan gemaakt door de schorsing van de bestreden beslissing. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
  14. Bevolen wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van “de beslissing van de directeur van de mannen- gevangenis te Vorst van 9 december 2008 waarbij aan Dwight MILTENBURG een tuchtsanctie wordt opgelegd : ‘emploi retiré. Peut demander du travail dans un mois’”. Artikel
  15. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. IX-6148-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 15 december 2008, door : de H. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. D. MOONS. IX-6148-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.786 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.424 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.