← België

Arrest 188843 - Huisvesting - 16/12/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.843 Rolnummer: A. 180960/X-13186 Zaak: Arrest 188843 - Huisvesting - 16/12/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-01-08 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 10:31 Fiche Arrest nr 188.843 van 16 december 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Huisvesting Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.843 van 16 december 2008 in de zaak A. 180.960/X-13.

  1. In zake : Jan DE BOM, die woonplaats kiest bij advocaat D. VANHAELEWYN, kantoor houdende te 2800 MECHELEN, Antwerpsesteenweg 16-18 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat T. DE SUTTER, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan
  2. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jan DE BOM op 12 februari 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 23 november 2006 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering waarbij voor de verwerving van de onroerende goederen gelegen te Mechelen machtiging tot onteigening wordt verleend in toepassing van de spoed- procedure aan het gemeentebestuur van Mechelen met het oog op de realisatie van het onteigeningsplan “Leermarkt - Muntstraat - Huidevetterstraat - Blaasbalgstraat”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 14 november 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 december 2008; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; X-13.186-1/3 Gehoord de opmerkingen van advocaat V. WORONOFF, die loco advocaat D. VANHAELEWYN verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat E. DE VYLDER, die loco advocaat T. DE SUTTER verschijnt de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  3. In haar memorie van antwoord werpt de verwerende partij een exceptie van onbevoegdheid van de Raad van State op. Ze stelt daartoe dat ingevolge het tussengekomen vonnis van de vrederechter van het kanton Mechelen van 19 april 2007 inzake de stad Mechelen tegen ondermeer de verzoeker, de Raad van State niet langer bevoegd is.
  4. Krachtens de bepalingen van de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte, heeft de vrederechter, wanneer de onteigenaar de vordering tot onteigening bij hem heeft ingeleid, als opdracht de voor de onteigening vereiste besluiten van de onteigenende overheid zowel op hun interne als op hun externe wettigheid te toetsen. Die bevoegdheid van de gewone rechter sluit de bevoegdheid van de Raad van State uit om kennis te nemen van een beroep tot nietigverklaring van die handelingen, indien dat beroep is ingesteld door de onteigende. Deze bevoegdheidsuitsluiting geldt vanaf de dagvaarding om voor de gewone rechter te verschijnen en ten aanzien van de personen die tot die procedure toegang hebben. Zij geldt ook voor het beroep tot nietigverklaring dat bij de Raad van State is ingesteld vooraleer de vrederechter werd geadieerd. In casu heeft de verwerende partij als bijlage bij haar memorie van antwoord een kopie gevoegd van het vonnis van 19 april 2007 van de Vrederechter van het kanton Mechelen waarbij het bedrag van de provisionele onteigeningsvergoeding, toekomend aan ondermeer de verzoeker, is vastgesteld. De exceptie is bijgevolg gegrond. Het beroep is -zoals wordt gesteld in het auditoraats- X-13.186-2/3 verslag en door de verzoeker ter terechtzitting van 5 december 2008 niet verder betwist- niet ontvankelijk.
  5. Gezien de omstandigheden past het de kosten van het beroep ten laste te leggen van de verwerende partij. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  6. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  7. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien december 2008, door: de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-13.186-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.843 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.