← België

Arrest 188875 - Plannen van aanleg - 16/12/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.875 Rolnummer: A. 96637/X-10028 Zaak: Arrest 188875 - Plannen van aanleg - 16/12/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-01-09 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 10:43 Fiche Arrest nr 188.875 van 16 december 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.875 van 16 december 2008 in de zaak A. 96.637/X-10.

  1. In zake : Marie-Christine ISEBAERT, die woonplaats kiest bij advocaat B. VAN DORPE, kantoor houdende te 8500 KORTRIJK, Loofstraat 39 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, E. Beernaertstraat
  2. tussenkomende partij : de gemeente ANZEGEM, die woonplaats kiest bij advocaten J. LIEVENS en F. DAEM, kantoor houdende te 8500 KORTRIJK, President Kennedypark
  3. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Marie-Christine ISEBAERT op 19 oktober 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 13 juli 2000 van de Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media houdende goedkeuring van het onteigeningsplan dat werd opgemaakt ter uitvoering van het bijzonder plan van aanleg nr. 7 “SPELDOORN” genaamd, van de gemeente ANZEGEM; Gelet op het arrest nr. 94.672 van 10 april 2001 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 16 mei 2001 ingediend door de verzoekende partij; X-10.028-1/6 Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 27 juni 2001 ingediend door de gemeente ANZEGEM; Gelet op de beschikking van 2 juli 2001 die de tussenkomst van de gemeente ANZEGEM toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 16 maart 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 24 oktober 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 14 november 2008; Gehoord het verslag van staatsraad S. DE TAEYE; Gehoord de opmerkingen van de verzoekende partij, van advocaat F. TEMMERMAN, die loco advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat N. BRAECKEVELT, die loco advocaten J. LIEVENS en F. DAEM verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; X-10.028-2/6 OVERWEEGT WAT VOLGT :
  4. De feiten 1.
  5. Bij ministerieel besluit van 16 mei 1995 wordt het bijzonder plan van aanleg nr. 7 “Speldoorn” van de gemeente Anzegem goedgekeurd. In dit plan wordt de oude spoorwegbedding bestemd tot groene zone met uitsluitend toegang voor voetgangers en fietsers. 1.
  6. Op 13 september 1999 stelt de gemeenteraad van de gemeente Anzegem een onteigeningsplan bij het voormelde bijzonder plan van aanleg voorlopig vast, met als doel de groene zone te realiseren en te dien einde over te gaan tot de onteigening van het perceel kadastraal bekend sectie F, nr. 431/d2 waarvan de verzoekster mede-eigenaar is. 1.
  7. Op 27 oktober 1999 wordt, in het kader van het openbaar onderzoek, namens Ivonne Hertoge, Ginette Isebaert, Willy Isebaert en Ivette Isebaert, onverdeelde mede-eigenaars van het voormelde perceel, een bezwaarschrift ingediend tegen het voorlopig vastgestelde onteigeningsplan. 1.
  8. Op 18 november 1999 verwerpt de gemeentelijke commissie voor de ruimtelijke ordening de bezwaren en verleent zij een gunstig advies. 1.
  9. Op 13 december 1999 beslist de gemeenteraad van Anzegem het onteigeningsplan behorend bij het bijzonder plan van aanleg nr. 7 “Speldoorn” definitief aan te nemen. 1.
  10. De bestendige deputatie van de provincieraad van West- Vlaanderen verleent op 27 april 2000 gunstig advies. 1.
  11. De gemachtigde ambtenaar verleent op 28 april 2000 eveneens gunstig advies. 1.
  12. De afdeling Ruimtelijke Planning deelt in een nota van 26 mei 2000 aan de bevoegde Vlaamse minister mee dat het onteigeningsplan voor goedkeuring in aanmerking komt. X-10.028-3/6 1.
  13. Door het thans bestreden ministerieel besluit van 13 juli 2000 wordt aan het onteigeningsplan dat werd opgemaakt ter uitvoering van het bijzonder plan van aanleg nr.7 “Speldoorn” van de gemeente Anzegem goedkeuring verleend.
  14. Over de gegrondheid van het beroep - eerste middel 2.
  15. Het aangevoerde eerste middel In een eerste middel wordt de schending aangevoerd van artikel 26, tweede lid van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 (hierna : het gecoördineerde decreet) en van de artikelen 3 tot 6 van de wet van 27 mei 1870 houdende vereenvoudiging van de administratieve formaliteiten inzake onteigening ten algemenen nutte : “Doordat de verzoekster op geen enkel ogenblik schriftelijk, persoonlijk, thuis in kennis werd gesteld van de neerlegging van het ontwerp van onteigeningsplan met het oog op het ogenbaar onderzoek; Terwijl artikel 26 tweede lid van het Decreet betreffende de ruimtelijke ordening gecoördineerd op 22 oktober 1996 bepaalt : ‘Wordt het onteigeningsplan na het plan van aanleg opgemaakt, dan wordt het aan een onderzoek onderworpen in de vorm en binnen de termijnen bepaald in de artikelen 3 tot 6 van de wet van 27 mei 1970 (lees: 1870).’; dat artikel 3, tweede lid van de wet van 27 mei 1970 (lees: 1870) bepaalt : ‘De eigenaars van de te onteigenen gronden worden schriftelijk, persoonlijk, thuis, in kennis gesteld van die neerlegging van het ontwerp’; dat ingevolge artikel 3, vierde lid voornoemde formaliteiten zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid. dat de verzoekster als mede-eigenaar ook eigenaar is en er geen reden bestaat waarom slechts enkelen van hen zouden dienen te worden in kennis gesteld”. 2.
  16. Beoordeling 2.2.
  17. Artikel 26, tweede lid van het gecoördineerde decreet luidt als volgt: “Wordt het onteigeningsplan na het plan van aanleg opgemaakt, dan wordt het aan een onderzoek onderworpen in de vorm en binnen de termijnen bepaald in de artikelen 3 tot 6 van de wet van 27 mei 1870”. De artikelen 2 en 3, tweede lid van de wet van 27 mei 1870 houdende vereenvoudiging van de administratieve formaliteiten inzake onteigening ten algemenen nutte luiden als volgt: “Art.
  18. Het onderzoek wordt ingesteld over een ontwerp dat het tracé van het werk en het perceelsgewijze plan omvat. Dit plan vermeldt de namen van de eigenaars, volgens de gegevens van het kadaster. X-10.028-4/6 Art.
  19. (...) De eigenaars van de te onteigenen gronden worden schriftelijk, persoonlijk, thuis in kennis gesteld van die nederlegging van het ontwerp. Het bericht van die nederlegging wordt daarenboven aangeplakt en gepubliceerd in de voor de officiële bekendmakingen gebruikelijke vorm. (...)”. 2.2.
  20. De kadastrale fiche vermeldt in casu als eigenaars van het door de betwiste onteigeningsmachtiging getroffen perceel : Isebaert-Hertoge, wed Raphael Rene/Ivona Irma, Vanden Abeele-Isebaert, Johan Juliaan, Isebaert, Willy Ernest en Isebaert Ivette Hilonee en drie rechthebbenden. Het was het bestuur op basis van de voormelde gegevens van het kadaster bekend dat er behalve de vier met naam genoemde personen nog drie rechthebbende mede-eigenaars van het betrokken perceel waren. Dit laatste blijkt trouwens uit het onteigeningsplan waar naast de vier met naam genoemde mede- eigenaars nog melding wordt gemaakt van “3 konsoorten”. Overeenkomstig artikel 3, tweede lid van de voormelde wet van 27 mei 1870 dienden de zeven mede-eigenaars en niet alleen de met naam genoemde personen schriftelijk, persoonlijk, thuis in kennis te worden gesteld van de neerlegging van het ontwerp. Te dien einde diende het bestuur na te gaan wie de eigenaars van de gronden zijn die in de kadastrale fiche als niet nader benoemde rechthebbenden worden aangeduid. Er wordt niet betwist dat de vereiste betekening voor verzoekster niet heeft plaatsgehad. Het middel is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  21. Vernietigd wordt het besluit van 13 juli 2000 van de Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media houdende goedkeuring van het onteigeningsplan dat werd opgemaakt ter uitvoering van het bijzonder plan van aanleg nr. 7 “SPELDOORN” genaamd, van de gemeente ANZEGEM. X-10.028-5/6 Artikel
  22. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. Artikel
  23. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien december 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. CLEMENT, staatsraad, S. DE TAEYE, staatsraad, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. R. STEVENS. X-10.028-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.875 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2001:ARR.94.672 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.