id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.902 Rolnummer: A. 180959/X-13185 Zaak: Arrest 188902 - Onteigeningen - 17/12/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-01-09 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 10:49 Fiche Arrest nr 188.902 van 17 december 2008 Overheidsopdrachten en openbare werken - Onteigeningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.902 van 17 december 2008 in de zaak A. 180.959/X-13.
- In zake : Anna VERMEIREN, die woonplaats kiest bij advocaat D. VANHAELEWYN, kantoor houdende te 2800 MECHELEN, Antwerpsesteenweg 16-18 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat T. DE SUTTER, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan
- tussenkomende partij : de stad MECHELEN, die woonplaats kiest bij advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Anna VERMEIREN op 12 februari 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 23 november 2006 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering waarbij voor de verwerving van onroerende goederen gelegen te Mechelen machtiging tot onteigening wordt verleend in toepassing van de spoedprocedure aan het gemeentebestuur van Mechelen met het oog op de realisatie van het onteigeningsplan: “Leermarkt - Muntstraat - Huidevetterstraat - Blaasbalgstraat”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord: Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 17 april 2007 ingediend door de stad Mechelen; Gelet op de beschikking van 9 juli 2007 die de tussenkomst van de stad Mechelen toelaat; X-13.185-1/4 Gezien de memorie van de tussenkomende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 14 november 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 december 2008; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat V. WORONOFF, die loco advocaat D. VANHAELEWYN verschijnt voor de verzoekster, van advocaat E. DE VYLDER, die loco advocaat T. DE SUTTER verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat O. VERHULST die, loco advocaat H. SEBREGHTS verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : Ontvankelijkheid
- In haar memorie werpt de tussenkomende partij een exceptie van onbevoegdheid van de Raad van State op. Ze stelt daartoe dat de Raad van State niet langer bevoegd is aangezien de vrederechter reeds werd gevat en “oordeelde tot de wettigheid van het machtigingsbesluit, nu geen afwijzend vonnis volgde doch integendeel een provisioneel vonnis waarin de onteigening toelaatbaar werd verklaard”. X-13.185-2/4
- Krachtens de bepalingen van de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte, heeft de vrederechter, wanneer de onteigenaar de vordering tot onteigening bij hem heeft ingeleid, als opdracht de voor de onteigening vereiste besluiten van de onteigenende overheid zowel op hun interne als op hun externe wettigheid te toetsen. Die bevoegdheid van de gewone rechter sluit de bevoegdheid van de Raad van State uit om kennis te nemen van een beroep tot nietigverklaring van die handelingen, indien dat beroep is ingesteld door de onteigende. Deze bevoegdheidsuitsluiting geldt vanaf de dagvaarding om voor de gewone rechter te verschijnen en ten aanzien van de personen die tot die procedure toegang hebben. Zij geldt ook voor het beroep tot nietigverklaring dat bij de Raad van State is ingesteld vooraleer de vrederechter werd geadieerd. In casu heeft de tussenkomende partij als bijlage bij haar memorie een kopie gevoegd van een vonnis van 10 mei 2007 van de Vrederechter van het kanton Mechelen waarbij het bedrag van de provisionele onteigeningsvergoeding, die aan de verzoekster toekomt, is vastgesteld. De exceptie is bijgevolg gegrond. Het beroep is niet ontvankelijk.
- Gezien de omstandigheden past het de kosten van het beroep ten laste te leggen van de verwerende partij. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel 2 De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. X-13.185-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien december 2008, door: de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. R. STEVENS. X-13.185-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.902 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.