← België

Arrest 188919 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 17/12/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.919 Rolnummer: A. 115789/X-10764 Zaak: Arrest 188919 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 17/12/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-01-02 Raadplegingen: 84 - laatst gezien 2026-06-29 10:52 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) DE Fiche Arrest nr 188.919 van 17 december 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.919 van 17 december 2008 in de zaak A. 115.789/X-10.

  1. In zake :
  2. Alain SNELLINX,
  3. Claudia DE BEER, die woonplaats kiezen bij advocaat G. KINDERMANS, kantoor houdende te 3870 HEERS, Steenweg 161 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. KNAEPS, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Willekensmolenstraat 72 bus 1 en
  4. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Alain SNELLINX en Claudia DE BEER op 21 januari 2002 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse regering van 7 september 2001 houdende de definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Sint- Truiden - Tongeren op het grondgebied van de gemeenten Bilzen, Borgloon, Heers, Hoeselt, Kortessem, Sint-Truiden, Riemst, Tongeren en Voeren, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 27 november 2001; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. BARRA; Gelet op de beschikking van 4 mei 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; X-10.764-1/6 Gelet op de beschikking van 9 mei 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 juni 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. LAMBRICHTS, die loco advocaat G. KINDERMANS verschijnt voor de verzoekende partijen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. BARRA; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  5. Feiten 1.
  6. De verzoekende partijen zijn eigenaars van de percelen gelegen te Borgloon, kadastraal bekend sectie D, nrs. 144/d en 144/e. Op deze percelen bevindt zich, naast de woning van de verzoekende partijen, tevens een aardbeienteeltbedrijf. Volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 5 april 1977 vastgestelde gewestplan Sint-Truiden - Tongeren zijn de betrokken percelen gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Door de bestreden beslissing ondergaan de percelen van de verzoekende partijen een bestemmingswijziging naar agrarisch gebied met ecologisch belang. 1.
  7. Op 28 april 2000 beslist de Vlaamse regering tot voorlopige vaststelling van het ontwerpplan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Sint-Truiden - Tongeren op het grondgebied van de gemeenten Bilzen, Borgloon, Heers, Hoeselt, Kortessem, Sint-Truiden, Riemst, Tongeren en Voeren. Hierbij wordt onder meer wat Borgloon betreft het volgende overwogen: “Overwegende dat daarenboven in de vallei van de Herk de specifieke natuurwaarden en de aaneenschakeling van natuurgebieden binnen de agrarische structuur dient versterkt ter vrijwaring van de uiterst kwetsbare X-10.764-2/6 grondwaterlagen; dat in de bovenloop van de Herk en de voornaamste bijrivieren op verschillende plaatsen hiertoe bijkomend natuurgebieden worden aangeduid; dat aansluitend beperkte delen van het agrarisch gebied worden aangeduid als ecologisch waardevol agrarisch gebied; (...)”. Er worden drie nieuwe aanvullende stedenbouwkundige voorschriften opgenomen (bijlage 12): kleinhandelszone (artikel 10), uitbreiding voor bos (artikel 11) en recreatiepark (artikel 12). 1.
  8. Tijdens het openbaar onderzoek van 18 september 2000 tot 16 november 2000 worden door de verzoekende partijen geen bezwaren ingediend. 1.
  9. De gemeenteraad van Borgloon brengt op 19 december 2000 een ongunstig advies uit om reden dat goede landbouwgrond zou worden onttrokken aan landbouwdoeleinden. 1.
  10. Op 23 april 2001 brengt de regionale commissie advies uit. Het gebied tussen Manshovenhof en Sassenbroek wordt gunstig geadviseerd. 1.
  11. Op 23 augustus 2001 wordt het advies 31.991/1/V uitgebracht door de afdeling wetgeving van de Raad van State. 1.
  12. Op 7 september 2001 neemt de Vlaamse regering het bestreden besluit tot definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging. In de aanhef wordt er met betrekking tot de toestand van de betrokken percelen onder meer het volgende overwogen: “Overwegende dat in een algemeen antwoord op de bezwaren en adviezen over de bedreiging van de huidige landbouwuitbating in gebieden die geselecteerd zijn als natuurgebied, bosuitbreidingsgebied of agrarisch gebied met ecologisch belang kan worden gesteld dat de voorstellen voor omvorming van landbouwgebied niet enkel kaderen in de realisatie van de ruimtebalans op Vlaams niveau, overeenkomstig de opties van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen; dat de bestemmingswijzigingen gebaseerd zijn op een gebiedsgerichte benadering, waarbij de kenmerken van het fysisch systeem, het huidige ruimtegebruik en de perspectieven voor de beroepslandbouw, de huidige potentiële natuurwaarden ter versterking van de natuurlijke structuur werden getoetst; dat het niet zozeer de gewestplanwijziging dan wel de sectorale decreet- en regelgeving is die rechtstreeks de effecten op de landbouwbedrijfsuitvoering veroorzaakt; dat bijkomend dient gesteld dat een toewijzing van een perceel in de vroegere ruilverkaveling geen uitsluitsel geeft over de landbouwkundige waarde van het perceel gelet op de zeer beperkte mogelijkheden om binnen de perimeter van een ruilverkaveling gebruikswijzigingen buiten de landbouw door te voeren”. X-10.764-3/6
  13. Voorwerp van het beroep - belang De verzoekende partijen vragen de nietigverklaring van het bestreden besluit in zijn geheel. Ze blijken zich evenwel enkel gegriefd te achten in zoverre de percelen waarvan zij eigenaars zijn een bestemmingswijziging ondergaan en tonen geen belang aan bij de vernietiging van het bestreden besluit met betrekking tot andere percelen. Evenmin blijkt dat een gedeeltelijke vernietiging van het bestreden besluit voor zover deze op de vanuit planologisch standpunt isoleerbare percelen van deze verzoekende partijen betrekking heeft, tot gevolg zou hebben de algemene economie van het plan aan te tasten. Het beroep is derhalve slechts ontvankelijk in zoverre het bestreden besluit de percelen betreft waarvan de verzoekende partijen eigenaar zijn.
  14. Ten gronde 3.
  15. In zijn verslag werpt de auditeur-verslaggever ambtshalve een middel op, afgeleid uit de schending van artikel 3, §1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. 3.
  16. In haar laatste memorie repliceert de verwerende partij niet op het ambtshalve opgeworpen middel. 3.
  17. Artikel 3, §1, eerste lid van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt: “Buiten het met bijzondere redenen omklede geval van hoogdringendheid en de ontwerpen betreffende begrotingen, rekeningen, leningen, domeinverrichtingen en het legercontingent uitgezonderd, onderwerpen de Ministers (...), ieder wat hem betreft, aan het met redenen omklede advies van de afdeling wetgeving de tekst van alle voorontwerpen van wet, decreet, ordonnantie of van ontwerpen van reglementaire besluiten. (...)”. De verplichting om het advies van de afdeling wetgeving in te winnen strekt ertoe de wettigheid van de reglementaire besluiten te waarborgen en de kwaliteit van de teksten te optimaliseren. Aldus gaat het om een vormvereiste dat de openbare orde raakt. Een miskenning van die vereiste dient zo nodig ambtshalve te worden opgeworpen. X-10.764-4/6 3.
  18. De bestreden gewestplanwijziging maakt toepassing van het stedenbouwkundig voorschrift “agrarisch gebied met ecologisch belang”, dat niet voorkomt in het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen. Het aangehaalde aanvullend stedenbouwkundig voorschrift bezit, zoals alle voorschriften van de plannen van aanleg, krachtens artikel 2, §1 van het decreet van 22 oktober 1996 betreffende de ruimtelijke ordening, verordenende kracht. Het besluit van de Vlaamse regering dat hieraan bindende kracht verleent, dient dienvolgens krachtens artikel 3, §1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, buiten het met bijzondere redenen omklede geval van hoogdringendheid, aan het met redenen omkleed advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State te worden onderworpen. Zulks is niet gebeurd. Het betrokken bestemmingsvoorschrift is voor het gewestplan Sint-Truiden - Tongeren vastgesteld als artikel 9 van de aanvullende stedenbouwkundige voorschriften door het besluit van 9 juli 1996 houdende definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Sint-Truiden - Tongeren op het grondgebied van de gemeente Sint- Truiden, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 20 september
  19. Dit besluit werd niet aan het advies van de afdeling wetgeving onderworpen, noch werd er hoogdringendheid ingeroepen. Het bestemmingsvoorschrift werd evenmin aan de afdeling wetgeving voorgelegd ter gelegenheid van de aanvraag die geleid heeft tot het advies 31.991/1/V van 23 augustus 2001 met betrekking tot het bestreden besluit. Dit advies betreft slechts de drie nieuwe aanvullende stedenbouwkundige voorschriften “kleinhandelszone” (artikel 10), “uitbreiding voor bos” (artikel 11) en “recreatiepark” (artikel 12). In die omstandigheden is het bestemmingsvoorschrift onwettig en tast het de wettigheid aan van het bestreden besluit, in zoverre het toepassing maakt van dit bestemmingsvoorschrift. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  20. Vernietigd wordt het besluit van de Vlaamse regering van 7 september 2001 houdende de definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Sint-Truiden - Tongeren op het grondgebied van de gemeenten Bilzen, Borgloon, Heers, Hoerselt, Kortessem, Sint-Truiden, Riemst, X-10.764-5/6 Tongeren en Voeren, in zoverre het de percelen sectie D, nrs. 144/d en 144/e betreft die worden bestemd tot agrarisch gebied met ecologisch belang. Artikel
  21. Het beroep wordt voor het overige verworpen. Artikel
  22. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het gedeeltelijk vernietigde besluit. Artikel
  23. De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien december 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, de H. J. VAN NIEUWENHOVE, staatsraad, door de voorzitter van de Raad van State aangewezen ter vervanging van de heer J. BOVIN, staatsraad, verhinderd wegens ziekte na de debatten te hebben bijgewoond en na te hebben deelgenomen aan het beraad, de H. P. LEFRANC, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-10.764-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.919 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.