id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.986 Rolnummer: A. 184125/VII-37012 Zaak: Arrest 188986 - Milieuvergunningen - 18/12/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-01-09 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 11:20 Fiche Arrest nr 188.986 van 18 december 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Vernietiging Verwerping bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 188.986 van 18 december 2008 in de zaak A. 184.125/VII-37.
- In zake : Tommy VAN DEN BROECK, die woonplaats kiest bij advocaat J. GHYSELS, kantoor houdende te BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 187 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Tommy VAN DEN BROECK op 26 juni 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van drie beslis- singen van de afdelingsverantwoordelijke van de afdeling Milieuvergunningen van respectievelijk 30 maart 2007, 24 april 2007 en 21 mei 2007 waarbij zijn beroep ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Antwerpen van 1 februari 2007, waarbij aan Raf VERHEYEN een milieuvergunning wordt afgeleverd om een mestkalverenbedrijf, gelegen aan de Steenweg op Turnhout te Merksplas, te veranderen door wijziging en uitbreiding, onontvankelijk verklaard wordt; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur P. SOURBRON; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; VII-37.012-1/10 Gelet op de beschikking van 10 oktober 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 november 2008; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat Y. SACREAS die, loco advocaat J. GHYSELS verschijnt voor verzoeker, en van advocaat F. TEMMERMAN die, loco advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de ver- werende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. SOURBRON; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De feiten 1.
- Met een beslissing van 1 februari 2007 verleent de deputatie van de provincie Antwerpen aan Raf VERHEYEN een milieuvergunning om een mestkalverenbedrijf, gelegen aan de Steenweg op Turnhout te Merksplas, te veranderen door wijziging en uitbreiding met 909 bijkomende mestkalveren. 1.
- Met een aangetekend verstuurd schrijven van 26 maart 2007 stelt de raadsman van verzoeker bij de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur beroep in tegen voormeld besluit. De verwerende partij ontkent niet dat bij het beroepschrift een "AVIS DE DEBIT. VIREMENT EN FAVEUR DE AMINAL" van de Fortisbank gevoegd was - gedagtekend op 23 maart 2007 - met de vermelding "WW010142 VAN DEN BROECK REF: VLAREM-DOSSIERTAKS-BEROEP VAN DEN BROECK". 1.
- In het "Verslag onderzoek ontvankelijkheid en volledigheid" van de afdeling Milieuvergunningen van 30 maart 2007 wordt besloten tot de onont- vankelijkheid van het beroep omdat "geen geldig bewijs" van betaling van de verschuldigde dossiertaks werd bijgevoegd. VII-37.012-2/10 1.
- Met een brief van 30 maart 2007 deelt de afdelingsverantwoorde- lijke van de afdeling Milieuvergunningen aan de raadsman van verzoeker mee dat het beroep onvolledig is bevonden omdat het bewijs van volledige betaling van de dossiertaks niet bij het beroep is gevoegd. Overeenkomstig artikel 19bis, § 4, derde lid, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (hierna : milieuvergunningsdecreet) wordt aan de indiener van het beroep de mogelijkheid gegeven om de onvolledigheid van het beroep te regulariseren binnen een termijn van veertien kalenderdagen. De brief van 30 maart 2007 wordt pas op 11 april 2007 aangete- kend verzonden. Verzoeker legt het bewijs neer dat hij de aangetekende zending op 12 april 2007 heeft ontvangen. 1.
- Op 18 april 2007 stuurt de raadsman van verzoeker opnieuw een afschrift toe van het rekeninguittreksel dat oorspronkelijk bij het beroepschrift was gevoegd. Dat uittreksel dient volgens de raadsman als bewijs van betaling van de dossiertaks. 1.
- In het "Verslag onderzoek ontvankelijkheid en volledigheid" van 23 april 2007 wordt gesteld dat de "2de zending" (bedoeld wordt voormeld schrijven van 18 april 2007) niet binnen de voorgeschreven regularisatietermijn van veertien dagen werd verzonden. Om voormelde reden wordt het beroep definitief onontvan- kelijk bevonden. 1.
- Met een brief van 24 april 2007 - verzonden op 27 april 2007 - wordt de raadsman van verzoeker door de afdelingsverantwoordelijke van de afdeling Milieuvergunningen in kennis gesteld van het definitief onontvankelijk bevinden van het ingediende beroep. Als reden wordt opgegeven : "2de zending niet binnen termijn van 14 dagen". 1.
- Op 10 mei 2007 wordt de afdeling Milieuvergunningen door de raadsman van verzoeker verzocht om de onontvankelijkheidsverklaring van 24 april 2007 in te trekken. Hij stelt dat de bewering dat het bewijs van betaling van de dossiertaks buiten de daartoe gestelde termijn van veertien kalenderdagen werd toegestuurd, manifest onjuist is. In dat verband wordt er op gewezen dat de beslissing van 30 maart 2007 pas op 11 april 2007 gepost werd en dat zij op 12 april 2007 werd ontvangen, zodat de toezending op 18 april 2007 van het bewijs van betaling van de dossiertaks tijdig zou hebben plaatsgevonden. VII-37.012-3/10 1.
- Met een aangetekende brief van 21 mei 2007 deelt de afdelings- verantwoordelijke van de afdeling Milieuvergunningen mee dat niet wordt ingegaan op het verzoek tot intrekking. De brief luidt als volgt : "Wij hebben uw brief waarin u vraagt onze beslissing over uw onont- vankelijk beroep te herbekijken goed ontvangen. Zoals vermeld in onze eerste zending aanvaarden wij als bewijs van betaling : - ofwel een door de financiële instelling gewaarmerkt document, - ofwel een kopie van het rekeninguittreksel waar de verrichting op vermeld staat, - ofwel een verklaring van de financiële instelling. Het document dat u ons iedere keer heeft overgemaakt, en dat de titel 'avis de debit' draagt, is geen betalingsbewijs. Onze eerste aangetekende zending is op 11 april verzonden. Wij hebben dan, ondanks verschillende telefoongesprekken waarin hetgeen hierboven vermeld staat werd bevestigd, op 18 april uw tweede schrijven ontvangen met hetzelfde niet geldige betalingsbewijs als in uw eerste zending! Bij brief van 24 april, verstuurd 27 april, hebben we u dan laten weten dat geen betalingsbewijs was ontvangen. Uw brief was binnen termijn, maar bevatte dus geen geldig betalingsbewijs. Ik kan niet anders dan vaststellen dat er geen geldig betalingsbewijs werd toegevoegd binnen de vereiste termijn en zoals u zal weten, brengt dit van rechtswege de onontvankelijkheid van het beroep mee (artikel 19bis, § 4 van het milieuvergunningsdecreet)".
- Het voorwerp van het beroep 2.
- De voorliggende betwisting heeft betrekking op het onontvank- elijk verklaren van het administratief beroep dat verzoeker ingediend heeft tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Antwerpen van 1 februari
- Verzoeker wijst formeel drie beslissingen aan die het voorwerp vormen van zijn beroep : - de sub 1.4 vermelde beslissing van 30 maart 2007 waarbij zijn beroep onvolledig bevonden wordt omdat het bewijs van de volledige betaling van de dossiertaks niet bij het beroep gevoegd is, - de sub 1.7 vermelde beslissing van 24 april 2007 waarbij zijn beroep definitief onontvankelijk bevonden wordt op grond van de vaststelling : "2de zending niet binnen termijn van 14 dagen" - en de sub 1.9 vermelde beslissing van 21 mei 2007 waarbij, na het "herbekijken" van de beslissing van 24 april 2007, vastgesteld wordt dat de tweede zending wel "binnen termijn" was, maar dat het door verzoeker overgelegde document "geen betalingsbewijs" is. VII-37.012-4/10 2.
- De beslissing waarbij het bestuur aan verzoeker mededeelt dat het beroep onvolledig is omdat geen bewijs van volledige betaling van de dossiertaks was bijgevoegd, is geen eindbeslissing, maar vormt slechts de grondslag voor kennisgeving, bedoeld in artikel 19bis, § 4, lid 3, van het milieuvergunningsdecreet, waarbij de beroeper wordt medegedeeld dat hij binnen de veertien kalenderdagen het bewijs van betaling bij het dossier kan voegen, op gevaar af dat zijn beroep van rechtswege onontvankelijk is. Eerstgenoemde beslissing is derhalve voorbereidend ten aanzien van de definitieve vaststelling dat het beroep onontvankelijk is en zij wijzigt de rechtstoestand van verzoeker niet. Het beroep, gericht tegen de beslissing van 30 maart 2007, is niet ontvankelijk. 2.
- Met het besluit van 24 april 2007 is het beroep van verzoeker onontvankelijk verklaard omdat hij het bewijs van de betaling van de dossiertaks niet binnen de veertien kalenderdagen aan het bestuur heeft overgemaakt. Daarmee wordt definitief een einde gesteld aan de door verzoeker ingeleide beroepsprocedure. Die administratieve beslissing kan met een annulatieberoep bestreden worden. In dit geval heeft de verwerende partij evenwel, na willig beroep van verzoeker, de aangelegenheid opnieuw onderzocht en heeft zij op 21 mei 2007 een nieuwe beslissing getroffen. Daarin wordt gesteld dat het beroep "binnen termijn" was. Dat komt neer op de intrekking van het besluit van 24 april
- Verzoeker heeft er geen belang meer bij de onregelmatigheid van die beslissing vastgesteld te zien. 2.
- Opnieuw beslissend, heeft de verwerende partij op 21 mei 2007 het beroep van verzoeker weerom onontvankelijk verklaard omdat het opgestuurde betalingsbewijs "geen geldig betalingsbewijs (zou zijn)". Deze beslissing vormt het eigenlijke voorwerp van het beroep.
- Ten gronde 3.
- Verzoeker voert in een enig middel de schending aan van de artikelen 19bis, § 4, tweede en derde lid, van het milieuvergunningsdecreet, van de artikelen 51, § 2, laatste lid, 2/, en 52,1/, b) en 3/, b), van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (hierna : Vlarem I), juncto de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurs- handelingen, het redelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, artikel 22 van VII-37.012-5/10 de Grondwet, artikel 8 van het EVRM en de artikelen 1319, 1320 en 1322 van het burgerlijk wetboek. Inzonderheid met betrekking tot het in het bestreden besluit aangehaalde motief dat er geen geldig betalingsbewijs bij het dossier gevoegd werd, zet verzoeker uiteen dat in de aangehaalde bepalingen van het milieuvergunningsde- creet en van Vlarem I niet vermeld wordt wat als "bewijs van betaling" wordt aanvaard en dat het bestuur op dat vlak over geen discretionaire beoordelingsbe- voegdheid beschikt. In de brief van 30 maart 2007 aan zijn raadsman heeft het bestuur aangeduid welke stukken het als bewijs van betaling aanvaardt; hij heeft een kopie opgestuurd van het rekeninguittreksel bij de Fortisbank waaruit blijkt dat hij de dossiertaks van 6,20 euro overgeschreven heeft op de rekening van AMINAL. Het bestuur heeft dat bewijs ten onrechte niet aanvaard. 3.
- De verwerende partij antwoordt dat het door verzoeker met zijn beroepschrift overgelegde stuk geen geldig bewijs van betaling is omdat het "in de Franse taal" opgesteld is. Zij heeft verzoeker de mogelijkheid geboden om een geldig bewijs van betaling over te maken en bij de ontvangst van dat bericht wist verzoeker dus duidelijk dat het oorspronkelijk overgemaakt document niet werd aanvaard. Het door verzoeker voorgelegde document kan niet gelijkgesteld worden met een rekeninguittreksel, omdat er niet uit blijkt dat het bedrag van de dossiertaks effectief van zijn rekening gehaald is en een kopie van een rekeninguittreksel is niet hetzelfde als een kopie van een overschrijvingsdocument. De beslissing is ook niet kennelijk onredelijk, want het milieuvergunningsdecreet vereist "een bewijs van betaling". 3.
- Verzoeker wijst er in zijn memorie van wederantwoord vooreerst op dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord een nieuw motief naar voren schuift, met name dat het bewijs van betaling geweigerd is omdat het in het Frans opgesteld is, en dat zulks in het besluit zelf vermeld had moeten worden. Hij stelt ook dat het gebruik der talen in bankzaken vrij is, aangezien de vraag naar een bewijs geen handeling van het openbaar gezag is en dat de verwerende partij niet aantoont waarom uit het overgelegde document geen effectieve betaling kan worden afgeleid, nu er aangegeven wordt dat het bedrag overgeschreven werd op het rekeningnummer van AMINAL. Vragen dat de vermindering van het krediet op de rekening aangeduid zou worden, is strijdig met het recht op privacy. VII-37.012-6/10 3.
- In haar laatste memorie stelt de verwerende partij nog dat een overschrijvingsdocument geen bewijs van betaling vormt. Het milieuvergunningsde- creet vereist in een duidelijke tekst een bewijs van betaling en het bestuur kan daar geen afwijking op toestaan. Een overschrijvingsformulier doet enkel het vermoeden van betaling ontstaan maar bevat geen onomstotelijk bewijs. Er is te dezen ook niet op een kennelijk onredelijke wijze toepassing gemaakt van de strikte decretale bepaling, want verzoeker is na de kennisgeving van 30 maart 2007 zowel mondeling als schriftelijk ingelicht over wat hem te doen stond en toch heeft hij wederom hetzelfde document overgemaakt. Het is dan ook verzoeker en niet het bestuur die blijk gegeven heeft van een kennelijk onredelijke opstelling. 3.
- Er bestaat geen betwisting over dat met het beroepschrift van verzoeker van 26 maart 2007 aan de verwerende partij een kopie bezorgd is van een van de Fortisbank uitgaand document -ref 23-03-07/000265- waarop vermeld is dat op 23 maart 2007 van de zichtrekening nr. xxx een bedrag van 6,20 euro gedebiteerd is en gestort op de rekening nr. xxx van AMINAL met de vermelding : "WW010142 VAN DEN BROECK REF : VLAREM-DOSSIERTAKS-BEROEP VAN DEN BROECK". De verwerende partij heeft geweigerd dat document als bewijs van betaling van de verschuldigde dossierkosten -bewijs dat door artikel 19bis, § 4, eerste lid, van het milieuvergunningsdecreet verplicht wordt gesteld- te aanvaarden. Volgens het bestreden besluit van 21 mei 2007 gebeurde dit omdat het overgemaakte document "dat de titel 'avis de debit' draagt, geen betalingsbewijs (is)" en er dus "geen geldig betalingsbewijs" voorlag. Naar de verwerende partij in de memorie van antwoord uiteenzet, steunt de beslissing aldus op een dubbel motief : enerzijds is het overgemaakte document ongeldig omdat het in het Frans opgesteld is; anderzijds levert het document geen bewijs van betaling omdat het een overschrijvingsdocu- ment is. 3.
- Aannemend dat verzoeker uit de summiere gegevens van het bestreden besluit heeft kunnen opmaken dat het door hem voorgelegde betalingsbe- wijs om twee redenen niet voldeed, wordt hierna onderzocht of deze motieven konden volstaan om het ingediende beroep onontvankelijk te verklaren. 3.
- De verwerende partij heeft het door verzoeker overgelegde document geweigerd omdat het in het Frans was opgesteld. Zij duidt evenwel geen enkele reglementaire bepaling aan die haar verplicht een in het Frans gesteld VII-37.012-7/10 bewijsstuk omtrent het naleven van de pleegvorm bedoeld in artikel 19bis, § 4, van het milieuvergunningsdecreet, naast zich neer te leggen. Zij brengt voorts ook geen gegeven aan dat erop wijst dat zij in dit geval, in het kader van de beoordeling van de bewijswaarde van de stukken die haar voorgelegd worden, een goede reden had om het voorgelegde attest als ongeldig te beschouwen wegens de taal waarin het gesteld is. De inhoud van het attest, dat overigens opgesteld is volgens het courant gebruikt stramien voor bankverrichtingen, is immers duidelijk en onmiddellijk begrijpbaar. De verwerende partij heeft niet wettig het door verzoeker voorgelegde en in het Frans opgestelde betalingsbewijs kunnen weigeren. 3.
- De verwerende partij heeft het beroep van verzoeker onontvan- kelijk verklaard omdat het overgelegde bewijs geen "bewijs van betaling" zou zijn, met name omdat het om een overschrijvingsdocument gaat en niet om een rekeninguittreksel. Artikel 19bis, § 4, eerste lid, van het milieuvergunningdecreet verplicht de beroeper "een bewijs van betaling" bij zijn beroep te voegen. Te dezen heeft verzoeker een attest van de Fortisbank bijgevoegd waaruit blijkt dat de vereiste dossiertaks voor zijn zaak op 23 maart 2007 op de rekening van AMINAL gestort is. De verwerende partij betwist de bewijswaarde van dat stuk op zich niet en stelt enkel dat het niet gelijk te stellen is met een rekeninguittreksel. Zij toont evenwel niet aan en er wordt ook niet ingezien in welk opzicht de bewijswaarde van het document -dat zij zelf een overschrijvingsdocument noemt- zou verschillen van een klassiek rekeninguittreksel en het derhalve minder garanties zou bieden. Ten onrechte heeft de verwerende partij dan ook aangenomen dat verzoeker, met de voorlegging van het attest betreffende de bankoverschrijving, het bewijs van betaling van de dossierkost niet geleverd had. 3.
- Het middel is, in de mate het gebrek aan deugdelijke grondslag van het bestreden besluit wordt aangevoerd, gegrond, VII-37.012-8/10 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van de afdelingsverantwoordelijke van de afdeling Milieuvergunningen van 21 mei 2007 waarbij het beroep van Tommy VAN DEN BROECK ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Antwerpen van 1 februari 2007, waarbij aan Raf VERHEYEN een milieuvergunning wordt afgeleverd om een mestkalverenbedrijf, gelegen aan de Steenweg op Turnhout te Merksplas, te veranderen door wijziging en uitbreiding, onontvankelijk verklaard wordt. Artikel
- Het beroep wordt voor het overige verworpen. Artikel
- Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als de vernietigde beslissing. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. VII-37.012-9/10 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien december tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-37.012-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.986 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div