id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.189.026 Rolnummer: A. 190658/VII-37295 Zaak: Arrest 189026 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 19/12/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-12-23 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-29 11:30 Fiche Arrest nr 189.026 van 19 december 2008 Sociale zaken en volksgezondheid - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.026 van 19 december 2008 in de zaak A. 190.658/VII-37.
- In zake : de VZW HEILIG-HARTZIEKENHUIS ROESELARE-MENEN, die woonplaats kiest bij advocaat C. GYSEN, kantoor houdende te MECHELEN, Antwerpsesteenweg 16-18 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, die woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd.VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de VZW HEILIG- HARTZIEKENHUIS ROESELARE-MENEN op 11 december 2008 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de "beslissing" van de administrateur-generaal van het VLAAMS AGENTSCHAP ZORG EN GEZONDHEID van 28 november 2008 waarbij wordt gesteld dat het ziekenhuis niet over een erkenning beschikt voor het zorgprogramma reproductieve geneeskunde B en aldus deze activiteiten met onmiddellijke ingang dient stop te zetten; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 12 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 december 2008, om 10.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat C. GYSEN, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat B. STAELENS, die verschijnt voor de verwerende partij; VII-37.295-1/6 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. STEVENS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De gegevens van de zaak 1.
- Met een besluit van de Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen van 14 februari 2001 wordt aan de verzoekende partij de erkenning voor het zorgprogramma "reproductieve geneeskunde B" geweigerd. Die weigering wordt als volgt gemotiveerd : "(...) In aansluiting op het ministerieel schrijven van 7 augustus 2000 houdende voornemen tot toekenning van een vergunning tot opname in de programmatie van het zorgprogramma reproductieve geneeskunde A, in uitvoering van artikel 9 § 8 van het besluit van de 18 februari 1997 en in uitvoering van het ministerieel schrijven van 6 december 2000 houdende zorgprogramma reproductieve geneeskunde B - associatieovereenkomst met het Universitair Ziekenhuis - K.U. Leuven, deel ik u mee dat ik een vergunning verleen tot opname in de programmatie van het zorgprogramma reproductieve geneeskunde A voor het Heilig Hartziekenhuis te Roeselare. Conform het ministerieel schrijven van 6 december 2000 en gelet op het feit dat de voorziening in het schrijven van 20 december 2000 niet heeft bevestigd om binnen de maand een aangepaste associatieovereenkomst met het Universitair Ziekenhuis - K.U. Leuven op te sturen houdende uitbating van het zorgprogramma IVF B op één campus vanaf 20 april 2001, wordt het zorgprogramma reproductieve geneeskunde B toegekend aan het Universitair Ziekenhuis - K.U. Leuven in toepassing van artikel 3, 1/ van het K.B. van 15 februari 1999 tot vaststelling van programmatiecriteria die van toepassing zijn op het zorgprogramma 'reproductieve geneeskunde'. Als bijlage vindt u een afschrift van het schrijven dat hieromtrent werd gestuurd naar het Universitair Ziekenhuis - K.U. Leuven. Deze beslissing vervangt het principieel akkoord van 21 december 1999 houdende toekenning van een vergunning tot opname in de programmatie van één zorgprogramma 'reproductieve geneeskunde B' voor het Universitair Ziekenhuis - K.U. Leuven en het Heilig Hartziekenhuis te Roeselare (artikel 3, 2/ van het K.B. van 15 februari 1999) - door oprichting van een associatie tussen het Universitair Ziekenhuis - K.U. Leuven en het Heilig Hartziekenhuis te Roeselare en op voorwaarde dat binnen het jaar alle activiteiten van het zorgprogramma gelokaliseerd worden binnen één en dezelfde ziekenhuiscampus. Ingevolge de beslissing tot toekenning van een vergunning tot opname in de programmatie van het zorgprogramma reproductieve geneeskunde B aan het Universitair Ziekenhuis K.U. Leuven en de toekenning van een vergunning tot opname in de programmatie van het zorgprogramma reproductieve geneeskunde A aan het Heilig Hartziekenhuis te Roeselare, dienen alle IVF B-activiteiten in het Heilig Hartziekenhuis te Roeselare te VII-37.295-2/6 worden stopgezet. Hiertoe krijgt u zes maanden de tijd, na ontvangst van dit schrijven. Na het verstrijken van deze termijn zal nagegaan worden of alle IVF B-activiteiten effectief werden stopgezet. Met betrekking tot uw schrijven van 20 december 2000 nog het volgende. Omtrent de juridische motivering rond het principiële standpunt over een associatie op twee campussen, meen ik voldoende duidelijk geweest te zijn in vorige briefwisseling. Het feit dat er in West-Vlaanderen geen universitair ziekenhuis is, is ook aan de federale overheid bekend. De toegankelijkheid van het zorgprogramma IVF is in de regio gewaarborgd door de aanwezigheid van een zorgprogramma IVF A. (...) Het Heilig Hartziekenhuis had de ambitie om een zorgprogramma reproductieve geneeskunde B uit te bouwen. Hiertoe werd een labo opgericht en het nodige personeel aangetrokken. Het ziekenhuis heeft zich willen profileren als een centrum voor de behandeling van infertiliteit en kent een zwaar wegende activiteit. Aangezien er programmatorisch geen ruimte meer is om een bijkomend B- centrum op te richten in de provincie West-Vlaanderen en aangezien de voorziening geen gevolg heeft gegeven aan het voorstel geformuleerd in het ministerieel schrijven van 6 december 2000, wordt aan het Heilig Hartziekenhuis te Roeselare een vergunning verleend tot opname in de programmatie van het zorgprogramma reproductieve geneeskunde A. (...) Met betrekking tot de weigering van een vergunning tot opname in de programmatie van het zorgprogramma reproductieve geneeskunde B voor het Universitair Ziekenhuis - K.U. Leuven te Leuven en het Heilig Hartziekenhuis te Roeselare (artikel 3, 2/ van het K.B. van 15 februari 1999), door oprichting van een associatie tussen het Universitair Ziekenhuis - K.U. Leuven en het Heilig Hartziekenhuis te Roeselare met het oog op de gezamenlijke exploitatie van één zorgprogramma B op 2 verschillende vestigingsplaatsen, kan u een verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging en/of een verzoek tot nietigverklaring van het besluit indienen bij de Raad van State. (...)". De verzoekende partij dient tegen deze beslissing bij de Raad van State een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging en een beroep tot nietigverklaring in. Nadat de vordering tot schorsing eerder was verworpen, werd het beroep als onontvankelijk verworpen bij arrest nr. 169.000 van 15 maart
- 1.
- Artikel 25 van het koninklijk besluit van 15 februari 1999 houdende vaststelling van de normen waaraan de zorgprogramma's "reproductieve geneeskunde" moeten voldoen om erkend te worden (hierna : het erkenningsbesluit), stelt als erkenningsvoorwaarde voor het zorgprogramma "reproductieve geneeskunde B" voorop dat het ziekenhuis moet beschikken over minimum zes jaar ervaring op het vlak van medisch begeleide voortplanting (hierna : MBV). VII-37.295-3/6 In zijn arrest nr. 140.123 van 3 februari 2005 vernietigt de Raad van State artikel 25 van het erkenningsbesluit wegens het discriminatoir karakter ervan en wegens een schending van het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel. De verzoekende partij stelt dat sinds die nietigverklaring definitief vaststaat dat de erkenningsvoorwaarde volgens dewelke een ziekenhuis minstens zes jaar ervaring moet hebben op het vlak van MBV in strijd is met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel. Zij leidt daaruit af dat het reeds vermelde ministerieel besluit haar ten onrechte de erkenning voor het zorgprogramma "reproductieve geneeskunde B" ontzegt. Volgens de verzoekende partij bestonden er voorafgaand aan het erkenningsbesluit en het koninklijk besluit van 15 februari 1999 tot vaststelling van de programmatiecriteria die van toepassing zijn op het zorgprogramma "reproductieve geneeskunde" (hierna : programmabesluit) geen wettelijke bepalingen die het aanbieden van het zorgprogramma "reproductieve geneeskunde B" aan voorwaarden onderwierpen. De verstrekkingen die deel uitmaken van het zorgprogramma "reproductieve geneeskunde B" konden volgens haar in de periode voorafgaand aan het erkenningsbesluit, het programmabesluit en het koninklijk besluit van 15 februari 1999 tot vaststelling van de lijst van zorgprogramma's zoals bedoeld in artikel 9ter van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987 en tot aanduiding van de artikelen van de wet op de ziekenhuizen die op hen van toepassing zijn, dan ook legitiem worden uitgevoerd door de daartoe opgeleide en bevoegde geneesheer-specialisten.
- De beoordeling Het erkenningsbesluit somt een aantal criteria op. Voldoet een aanvrager niet aan deze criteria, dan kan hij niet worden erkend om te voorzien in een zorgprogramma "reproductieve geneeskunde". Anderzijds is er het programmabesluit. Een ziekenhuis dat voldoet aan alle normen om te voorzien in het zorgprogramma "reproductieve geneeskunde", kan worden opgenomen in de programmatie. Een ziekenhuis moet aan de normen voldoen om te kunnen mededingen om een planningsvergunning te bekomen. Maar als een ziekenhuis aan de normen voldoet, komt men desgevallend in concurrentie met andere ziekenhuizen om een planningsvergunning te bekomen, of moet er worden vastgesteld dat er op het ogenblik dat een ziekenhuis aan de erkenningsnormen voldoet (of zou voldoen), geen programmatorische ruimte meer bestaat. VII-37.295-4/6 De verzoekende partij zet uiteen dat zij een aanvraag indiende tot erkenning van het zorgprogramma "reproductieve geneeskunde B". Het programmabesluit bepaalt echter in zijn artikel 3, 3/, met betrekking tot het zorgprogramma "reproductieve geneeskunde B" : "Per provincie mag er maximum één niet-universitair zorgprogramma, dat voldoet aan de desbetreffende erkenningsnormen, erkend worden. (...)". Die planningsvergunning werd door de bevoegde Vlaamse minister toegekend aan het ziekenhuis dat op dat ogenblik aan de federale normen voldeed, namelijk het Sint-Jansziekenhuis in Brugge. De verzoekende partij was op de hoogte van dit besluit. Zij heeft daartegen echter geen beroep aangetekend. Daaruit volgt op het eerste gezicht dat de verzoekende partij geen tweede zorgprogramma "reproductieve geneeskunde B" meer kan aanbieden in de provincie West-Vlaanderen. De nietigverklaring door de Raad van State van artikel 25 van het erkenningsbesluit verandert niets aan die vaststelling. Een gebeurlijke nietigverklaring - en a fortiori ook een schorsing van de tenuitvoerlegging - kan aan de verzoekende partij geen concreet nut opleveren. Zij heeft bijgevolg op het eerste gezicht geen belang bij het instellen van de huidige vordering. Los van de vraag of de bestreden beslissing een voor vernietiging vatbare rechtshandeling is, volstaat deze vaststelling om de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid te verwerpen, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. VII-37.295-5/6 Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien december tweeduizend en acht, door : de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. E. BREWAEYS. VII-37.295-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.189.026 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.333 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.