← België

Arrest 189117 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 23/12/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.189.117 Rolnummer: A. 115316/IX-3175 Zaak: Arrest 189117 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 23/12/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-01-13 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 11:53 Fiche Arrest nr 189.117 van 23 december 2008 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.117 van 23 december 2008 in de zaak A. 115.316/IX-

  1. In zake : Etienne VERBERCKMOES, wonende te HAMME, Driegoten 87A tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaat P. HOFSTRÖSSLER, kantoor houdende te BRUSSEL, Louizalaan
  2. tussenkomende partij : Nicole DE CLERCQ, wonende te KNOKKE-HEIST, Zoutelaan
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Etienne VERBERCKMOES op 8 januari 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 8 mei 2001 van de directieraad van het ministerie van Justitie “betreffende de toekenning van de betrekking van een inrichtingshoofd van een strafinrichting met ten minste 400 personen in de buitendiensten van het Directoraat-generaal Strafinrichtingen”; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 12 april 2002; Gelet op de beschikking van 3 mei 2002 die de tussenkomst van Nicole DE CLERCQ toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; IX-3175-1/3 Gelet op de beschikking van 10 maart 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 14 november 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 december 2008; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van de verzoeker en van advocaat K. LEUS, die loco advocaat P. HOFSTRÖSSLER, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Ontvankelijkheid van de zaak 1.
  4. De verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord een exceptie van niet-ontvankelijkheid op, afgeleid uit de schending van artikel 2, § 1, 2/, thans artikel 2, §1, 3/, van het algemeen procedurereglement, doordat het verzoekschrift geen middelen bevat. 1.
  5. Artikel 2, § 1, 3/, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaalt dat het verzoekschrift een uiteenzetting van de middelen moet bevatten. De uiteenzetting van een middel vereist dat zowel de rechtsregel of het rechtsbeginsel wordt aangeduid die zou zijn geschonden als de wijze waarop de bestreden beslissing die rechtsregel of dat rechtsbeginsel zou hebben geschonden. Dit is, zoals de verwerende partij terecht opmerkt, te dezen niet het geval. Het IX-3175-2/3 verzoekschrift bevat onder de hoofding “Bezwaar aangaande toekenning betrek- king” weliswaar een aantal beschouwingen en kritieken, maar er wordt niet aangegeven welke rechtsregel of welk rechtsbeginsel verzoeker geschonden acht. Het feit dat de verzoeker in zijn laatste memorie middelen aanvoert en nu wel de door hem geschonden geachte rechtsregels of -beginselen vermeldt, kan het gebrek in het verzoekschrift niet goedmaken. De exceptie is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  6. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  7. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 23 december 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, B. THYS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS IX-3175-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.189.117 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.