id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.189.119 Rolnummer: A. 80014/IX-1419 Zaak: Arrest 189119 - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen - 23/12/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-01-08 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 11:54 Fiche Arrest nr 189.119 van 23 december 2008 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.119 van 23 december 2008 in de zaak A. 80.014/IX-
- In zake : Pierre BUSSCHAERT, die woonplaats kiest bij advocaat A. NAVASARTIAN, kantoor houdende te BRUSSEL, Franklin Rooseveltlaan 156 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Vervoer, thans de staatssecretaris voor Mobiliteit. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Pierre BUSSCHAERT op 27 augustus 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van: - het koninklijk besluit van 22 juni 1998 tot vaststelling van de personeelsformatie van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur; - het ministerieel besluit van 23 juni 1998 tot uitvoering van het koninklijk besluit van 22 juni 1998 tot vaststelling van de personeelsformatie van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur; - artikel 14, § 3, van het koninklijk besluit van 22 juni 1998 tot vaststelling van de geldelijke bepalingen toepasselijk op de bijzondere graden van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 29 januari 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien het verzoek tot voortzetting door de verzoekende partij en de laatste memorie van de verwerende partij; IX-1419-1/5 Gelet op de beschikking van 26 september 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 december 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van adviseur L. CLOET, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het, behalve wat de kosten betreft, eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De verzoeker, op het ogenblik van de bestreden besluiten bij de verwerende partij in dienst als waterschout (betrekking van niveau 1), vordert de nietigverklaring van : - het koninklijk besluit van 22 juni 1998 tot vaststelling van de personeelsformatie van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur; - het ministerieel besluit van 23 juni 1998 tot uitvoering van het koninklijk besluit van 22 juni 1998 tot vaststelling van de personeelsformatie van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur; - artikel 14, § 3, van het koninklijk besluit van 22 juni 1998 tot vaststelling van de geldelijke bepalingen toepasselijk op de bijzondere graden van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur;
- Het koninklijk besluit van 22 juni 1998 tot vaststelling van de personeelsformatie van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur voorziet in 11 betrekkingen van waterschout. Artikel 1 van het ministerieel besluit van 23 juni 1998 tot vaststelling van de personeelsformatie van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur bepaalt dat 4 van deze 11 betrekkingen worden bezoldigd in de weddeschaal 10 C. IX-1419-2/5 Artikel 14, § 3, van het koninklijk besluit van 22 juni 1998 tot vaststelling van de geldelijke bepalingen toepasselijk op de bijzondere graden van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur bepaalt dat de waterschout die ten minste twaalf jaar graadanciënniteit heeft de weddeschaal 10 C kan verkrijgen, voor zover er vacante betrekkingen zijn. Uit het enig middel blijkt dat de verzoeker kritiek heeft op het feit dat er van de 11 waterschouts slechts 4 de weddeschaal 10 C kunnen krijgen, en dan nog slechts voor zover er vacante betrekkingen zijn. Volgens de verzoeker wordt de gelijkheid onder de gegadigden aldus miskend.
- Het koninklijk besluit van 22 juni 1998 tot vaststelling van de personeelsformatie van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur is inmiddels opgeheven, met ingang van 1 januari 2000, bij het koninklijk besluit van 27 oktober 2000 tot vaststelling van de personeelsformatie van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur. Het ministerieel besluit van 23 juni 1998 tot uitvoering van het koninklijk besluit van 22 juni 1998 tot vaststelling van de personeelsformatie van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur, zoals herhaaldelijk gewijzigd, is opgeheven, eveneens met ingang van 1 januari 2000, bij artikel 3 van het ministerieel besluit van 30 oktober 2000 genomen ter uitvoering van het koninklijk besluit van 27 oktober 2000 tot vaststelling van de personeelsformatie van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur. Het koninklijk besluit van 22 juni 1998 tot vaststelling van de geldelijke bepalingen toepasselijk op de bijzondere graden van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur, zoals herhaaldelijk gewijzigd, is opgeheven voor wat betreft de bepalingen die betrekking hebben op de graden van de niveaus 4, 3, 2 en 2+ bij artikel 44 van het koninklijk besluit van 2 april 2004 houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van sommige ambtenaren bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer. De nog overblijvende bepalingen zijn vervolgens opgeheven, met ingang van 1 december 2004, bij artikel 10 van het koninklijk besluit van 11 oktober 2006 houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van de ambtenaren van niveau A bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer. IX-1419-3/5 De toepassing van de drie besluiten is aldus in de tijd beperkt geweest tot de periode tussen de inwerkingtreding ervan (1 juli 1998) en de opheffing ervan (1 januari 2000 of 1 december 2004).
- Ten gevolge van de opheffing ervan zijn de bestreden besluiten uit de rechtsorde verdwenen. In principe heeft een partij geen belang meer om de nietigverklaring van een besluit te vorderen dat in de loop van het geding werd opgeheven, tenzij zij aannemelijk maakt dat zij een actueel belang bij het beroep heeft behouden. Het komt derhalve in deze gewijzigde context aan de verzoeker toe om nader toe te lichten waarin zijn actueel belang bij het annulatieberoep nog bestaat.
- Met een brief van 26 november 2008 heeft de staatsraad- verslaggever de partijen meegedeeld dat hij op de terechtzitting een vraag zal stellen naar het actuele belang van de verzoeker, in het licht van de opheffing van de bestreden koninklijke besluiten. De verzoeker heeft hierop geen nadere toelichting in verband met het behoud van zijn belang verschaft. Hij is ook niet ter terechtzitting verschenen. Daar de verzoeker niet uiteenzet waarin zijn actueel belang nog bestaat moet, gelet op het bovenstaande, ambtshalve worden besloten dat hij geen actueel belang meer heeft bij zijn beroep.
- In de concrete omstandigheden van de zaak past het de verwerende partij te verwijzen in de kosten. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. IX-1419-4/5 Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 23 december 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, B. THYS, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. P. LEMMENS. IX-1419-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.189.119 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.