id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.189.126 Rolnummer: A. 188864/XII-5485 Zaak: Arrest 189126 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 23/12/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-01-09 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 11:56 Fiche Arrest nr 189.126 van 23 december 2008 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.126 van 23 december 2008 in de zaak A. 188.864/XII-
- In zake : Jürgen COPPENS, die woonplaats kiest te Aalst, Kerkhoflaan 20 tegen : de HOGESCHOOL GENT, die woonplaats kiest bij advocaat P. Devers, kantoor houdende te Gent, Kouter 71-
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jürgen Coppens op 1 juli 2008 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen “van de beslissing d.d. 21 mei 2008 van de raad van bestuur van de Hogeschool Gent houdende de ‘Bevordering van onderwijzend personeel in het ambt van hoofdlector - departement Bedrijfskunde Aalst”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgesteld door adjunct-auditeur J. Neuts; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 3 november 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 december 2008; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, en van advocaat P. Devers, die verschijnt voor de verwerende partij; XII-5485-1/5 Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur J. Neuts, bij beslissing van 31 oktober 2008 van de auditeur-generaal gemachtigd om ter openbare terechtzitting advies te verlenen; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De voornaamste voorgaanden
- Verzoeker, vast benoemd voltijds lector Romaanse talen aan de Hogeschool Gent, dient op 18 september 2007 zijn kandidatuur in voor bevordering tot hoofdlector, departement Bedrijfskunde Aalst. De bevorderingscommissie stelt voor hem nog niet geschikt te bevinden voor bevordering. Acht andere kandidaten worden wel geschikt geacht. Zij worden door de bestreden beslissing bevorderd tot hoofdlector. De procedure
- Anders dan verzoeker aanvankelijk dacht, is de nota van de verwerende partij wel degelijk tijdig. De schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden beslist onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
- Verzoeker deelt met betrekking tot de tweede voorwaarde mee wat volgt : “Enerzijds kan de morele schade die de door de raad van bestuur van de Hogeschool Gent op 21 mei 2008 getroffen eindbeslissing en de hieraan voorafgaande beslissingen van de Aalsterse departementsraad mij toegebracht hebben, noch door een nietigverklaring noch door een schorsing hersteld worden. XII-5485-2/5 Anderzijds echter gaat de bevordering tot hoofdlector, die van kracht wordt op de eerste dag van de maand volgend op de beslissing, gepaard met een belangrijke salarisverhoging. De acht hoofdlectoren genieten immers vanaf 1 juni 2008 en voor onbepaalde duur een hogere salarisschaal. Aangezien ik, ten onrechte zoals aangetoond, niet tot hoofdlector bevorderd ben, word ik vanaf 1 juni 2008 dus ook financieel benadeeld. Het financiële nadeel beloopt ruim 2500,00 euro per jaar. In het verleden is gebleken dat er vijf jaren kunnen verstrijken tussen het oorspronkelijke onderzoek van de kandidaatsdossiers door de bevorderings- commissie en een eventueel nieuw onderzoek dat voortvloeit uit een nietigverklaring van de bestreden beslissing (cf. arrest nr. 163.956 van 24 oktober 2006 in de zaak A. 161.337/XII-4419: Corinne Leunens tegen de Hogeschool Gent) en dus ook tussen de oorspronkelijke beslissing tot bevordering en een eventuele nieuwe beslissing. Tenzij ik, met terugwerkende kracht, op mijn beurt met ingang van 1 juni 2008 zou bevorderd worden tot hoofdlector, kan het financiële nadeel dat mij berokkend wordt ten opzichte van de acht bevorderde collega's dus ernstig zijn indien de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing niet geschorst wordt. Bovendien volstaat een eventuele latere vernietiging van de bestreden beslissing niet om dat nadeel te herstellen, integendeel. Indien de bevorderingsprocedure aan het departement BEST ten gevolge van een vernietiging volledig zou moeten worden overgedaan, maak ik immers weinig of geen kans op bevordering vermits bij de beoordeling van de kandidaten slechts rekening gehouden wordt met de takenpakketten van de laatste vijf jaar en ik sinds oktober 2003 geen beleidsondersteunende taken meer uitoefen; aangezien een aanstelling als voorzitter van een vakgroep of opleidingscommissie telkens gebeurt voor een periode van vier jaar, zal dat in de komende drie academiejaren (tot oktober 2011) ook zo blijven. Andere kandidaten daarentegen, die pas beleidsondersteunende taken uitvoeren sinds oktober 2007, zouden dan wel degelijk in aanmerking komen voor bevordering. Indien de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing niet geschorst wordt, is het geleden nadeel dus ook onherstelbaar, ook al wordt de beslissing later eventueel vernietigd”.
- Uit de aangehaalde uiteenzetting wordt begrepen dat verzoeker een drieledig nadeel aanvoert: een moreel nadeel, een financieel nadeel, en het nadeel dat hij later weinig of geen kans op bevordering zal maken aangezien bij de nieuwe beoordeling alleen rekening gehouden wordt met de takenpakketten van de laatste vijf jaar en hij sinds oktober 2003 geen beleidsondersteunende taken meer uitoefent.
- Wat het moreel nadeel betreft, wordt met de verwerende partij vastgesteld dat het niet wordt gespecificeerd. Als zodanig lijkt het zich niet te onderscheiden van de gebruikelijke ontgoocheling die elke kandidaat ondervindt bij het mislopen van een bevordering, en kan het nadeel geen schorsing verantwoorden. Pas ter terechtzitting slaagt verzoeker erin het moreel nadeel nader te omschrijven en te staven. Wat er van de overtuigingskracht van die toelichting ook weze, verzoeker heeft geenszins aannemelijk gemaakt dat zij niet reeds -zoals in beginsel vereist door artikel 17, § 3, vierde lid, van de gecoördineerde wetten op de XII-5485-3/5 Raad van State en artikel 8, eerste lid, 3/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State- in het verzoekschrift gegeven kon zijn. De zogenaamde verduidelijking is in wezen niet meer dan een laattijdige aanvulling.
- Als de bestreden beslissing verzoeker financieel benadeelt, dan is het omdat ze hem de mogelijkheid ontneemt een meer-inkomst te genieten van om en bij de 2.500 euro. Het is een nadeel waarvan verwerende partij terecht betoogt dat het behoudens uitzonderlijke omstandigheden geen schorsing wettigt. Deze uitzonderlijke omstandigheden die aantonen dat het beweerde financieel nadeel voor verzoeker ernstig is én dat het zich maar moeilijk zal laten herstellen, worden niet bijgebracht.
- In verband met het derde nadeel, ten slotte, is op de terechtzitting aan verzoeker gevraagd of het nog wel door een schorsing geremedieerd kan worden, nu het intussen hoe dan ook al vijf jaar geleden is sinds hij voor het laatst beleidsondersteunende taken uitvoerde. Nog daargelaten dat verzoeker liet verstaan het nadeel als ondergeschikt en bijkomstig te zien, heeft hij in elk geval niet aannemelijk gemaakt dat een schorsing hem er nog voor kan behoeden.
- De tweede van de cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing is niet vervuld. Deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. XII-5485-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig december 2008, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-5485-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.189.126 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.217.998 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.