id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.189.129 Rolnummer: A. 189487/XII-5613 Zaak: Arrest 189129 - Tucht (openbaar ambt) - 23/12/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-01-08 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 11:57 Fiche Arrest nr 189.129 van 23 december 2008 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.129 van 23 december 2008 in de zaak A. 189.487/XII-
- In zake : Paul OLIESLAGERS, die woonplaats kiest bij advocaat K. Stappers, kantoor houdende te Antwerpen, Vlaamse Kaai 54-57 tegen : de WEST-VLAAMSE ENERGIE- EN TELEDISTRIBUTIEMAATSCHAPPIJ (WVEM), die woonplaats kiest bij advocaten X. D’Hulst en M. Deweirdt, kantoor houdende te Kortrijk, Doorniksewijk
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Paul Olieslagers op 29 augustus 2008 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van : “
- De beslissing van het WVEM van 23 juni 2008 (ter kennis gebracht per aangetekende brief van 1 juli 2008), waarbij aan de heer Paul Olieslagers een tuchtsanctie wordt opgelegd die bestaat uit achteruitstelling in rang met weddevermindering van LB2 naar LB4 en dat voor de duur van 12 maanden [...].
- De beslissing van ongekende datum waarnaar verwezen wordt in een schrijven van 23 april 2008 vanwege Paul De Fauw, directeur-generaal van WVEM aan Paul Olieslagers en waarin het Uitvoerend Comité beslist zou hebben dat er geen reden is tot herziening van de beoordeling van de heer Paul Olieslagers [...].
- De beslissing van ongekende datum, waarnaar verwezen wordt in een email van 3 juli 2008 van Paul Coomans en waarin bepaald wordt dat Paul Olieslagers de zaken die hij momenteel nog in Vosselaar behartigt in de week van 7 juli 2008 dient over te dragen en waarin bepaald wordt dat hij vanaf 28 juni 2008 voor één maand in opleiding zal gaan te Hasselt en daarna zal ingeschakeld worden in de GIS-afdeling van Hoboken”; Gezien de nota van de verwerende partij; XII-5613-1/6 Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 21 november 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 december 2008; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. Boullart, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat M. Deweirdt, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten
- Verzoeker is bij verwerende partij tewerkgesteld te Vosselaar, als projectleider voor de Kempen. Hij wordt op 24 januari 2008 negatief beoordeeld voor het functioneringsjaar
- Na beroep hiertegen, beslist het uitvoerend comité op 21 april 2008 dat er geen reden is om de evaluatie te herzien. Naar aanleiding van deze “zeer negatieve beoordeling” moet verzoeker op 23 juni 2008 voor de raad van bestuur verschijnen, met het oog op het eventueel opleggen van een tuchtstraf. Dezelfde dag nog legt de raad van bestuur hem de tuchtsanctie op van de achteruitstelling in rang met weddevermindering van LB2 naar LB4, voor twaalf maanden. XII-5613-2/6 Blijkens een e-mail van 3 juli 2008 wordt verzoeker in de toekomst ingeschakeld in de GIS-afdeling van Hoboken, nadat hij een opleiding van een maand te Hasselt heeft gevolgd. De ontvankelijkheid
- Volgens de nota is de vordering onontvankelijk wat de tweede en de derde bestreden beslissing betreft. Een onderzoek van en een uitspraak over de ontvankelijkheid dringen zich alleen op indien voldaan mocht zijn aan de grondvoorwaarden voor een schorsing, hetgeen zoals hierna zal blijken niet het geval is. De grondvoorwaarden voor de schorsing
- Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden beslist onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 4.
- Wat de tweede schorsingsvoorwaarde betreft, voert verzoeker met betrekking tot de eerste bestreden beslissing een drievoudig nadeel aan: zij vormt een grove belediging en een morele kaakslaag; zij vermindert zijn nettowedde met bijna 14 % of i 300, terwijl hij een gezin te onderhouden heeft; hij wordt plots in een ondergeschikte positie geplaatst ten opzichte van bepaalde collega’s van wie hij al jaren de meerdere is. Verwerende partij antwoordt daarop in de nota dat verzoeker in verband met het moreel nadeel geen feiten vermeldt, noch hoe zij hem benadelen, dat de vermindering van zijn loon i 279 bedraagt en hij nog altijd een mooi en ruim inkomen van ongeveer i 2.460 overhoudt, dat hij nu in Hoboken met allemaal nieuwe collega’s werkt en niet in contact komt met iemand waarover hij vroeger hiërarchisch gezag had. 4.
- Het verweer snijdt op het eerste gezicht hout. XII-5613-3/6 Bij gebreke aan bijzondere omstandigheden, wordt niet bijgevallen dat het moreel nadeel ten gevolge van de opgelegde tuchtstraf voor verzoeker ernstig én moeilijk herstelbaar is. Ook het beweerde financieel nadeel lijkt niet ernstig; het komt voor in geval van vernietiging gemakkelijk te herstellen te zijn. Verzoeker maakt geenszins aannemelijk dat hij te Hoboken ondergeschikt is aan collega’s wier meerdere hij was te Vosselaar. 5.
- Aangaande de tweede bestreden beslissing doet verzoeker als moeilijk te herstellen ernstig nadeel gelden dat zij hem als totaal incompetent doet voorkomen, een werkelijke blamage betekent en zijn geloofwaardigheid ondermijnt. 5.
- Het is niet de eerste keer dat verzoeker ongunstig geëvalueerd wordt. Dat was ook al het geval in
- Toen is verzoeker niet in rechte opgekomen tegen de ongunstige beoordeling, ook al had zij een uitstel van bevordering tot gevolg. Het draagt ertoe bij om de morele impact van de nieuwe ongunstige beoordeling op verzoeker, enigszins te doen relativeren. Tevens wordt vastgesteld dat de negatieve beoordeling intussen is gevolgd door een tuchtstraf die precies vanwege die negatieve beoordeling werd opgelegd. In deze speciale omstandigheden lijkt het negatief effect van de bestreden beoordeling goeddeels geabsorbeerd te zijn door en overgegaan naar de tuchtstraf, zodat een schorsing van (alleen) de ongunstige evaluatie hoe dan ook niet zou vermogen het besproken morele nadeel te doen ophouden. 6.
- Wat de derde bestreden beslissing aangaat betoogt verzoeker : “De derde bestreden beslissing veroorzaakt eveneens een moeilijk te herstellen ernstig nadeel aangezien verzoekende partij hierdoor verplicht wordt om meer kilometers te rijden, langer onderweg te zijn en in de file rond Antwerpen te staan. De afstand tussen de woonplaats van verzoekende partij en de werkplaats in Vosselaar bedraagt ongeveer 15 kilometer en neemt ongeveer een kwartier in beslag. De afstand van de woonplaats van verzoekende partij naar Hoboken bedraagt meer dan 50 km en neemt gemakkelijk anderhalfuur in beslag. De E313 ’s morgens naar Antwerpen is een ramp. De terugweg ’s avonds is niet veel beter. Waar verzoekende partij vroeger een halfuur per dag in de wagen zat (heen en terug), zou dit thans oplopen tot bijna drie uur (heen en terug). Dit is uiteraard een zware belasting van de levenskwaliteit die elke dag geleden dient te worden. Dit vormt uiteraard een moeilijk te herstellen ernstig nadeel”. XII-5613-4/6 Verwerende partij reageert in de nota onder meer : “Volgens de internet-routezoeker Mappy (www.mappy.be) bedraagt de afstand tussen de woonplaats van verzoeker en de vroegere werkplaats te Vosselaar 16,86 km en is de reistijd 21 minuten. [...] Volgens dezelfde internet-routezoeker bedraagt de afstand tussen de woonplaats van verzoeker en zijn nieuwe werkplaats te Hoboken 51,47 km en is de reistijd 48 minuten en geen anderhalf uur zoals verzoeker beweert. File is natuurlijk altijd mogelijk, maar het is niet dat verzoeker elke ochtend en avond in de file staat. [...] Verzoeker blijft met andere woorden binnen de provincie Antwerpen werken en heeft inderdaad een langere verplaatsingstijd af te leggen tussen zijn woonplaats en zijn werkplaats. Deze langere verplaatsingstijd is echter niet overdreven en niet buiten elke proportie. Bovendien beschikt verzoeker over een bedrijfswagen zodat er geen enkel financieel nadeel is voor de langere verplaatsingsafstand”. 6.
- Gelet op het verweer, lijkt het aangevoerde nadeel vrij hypothetisch. Het laat zich des te minder als ernstig in de zin van artikel 17, § 2, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kwalificeren waar de beslissing om verzoeker te Hoboken in te schakelen volgens verwerende partij “in samenspraak met de heer Olieslagers” is genomen en die samenspraak ten minste in de huidige stand van de procedure bevestigd lijkt te worden door het stuk 33, p. 2, van het administratief dossier (de e-mail van 3 juli 2008 van verzoeker aan P. Coomans).
- In zoverre ten slotte verzoeker, onder randnr. 88 van het verzoekschrift, ter bewijs van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel de onwettigheid doet gelden waarvan hij het slachtoffer beweert te zijn, verwart hij de schorsingsvoorwaarde van het risico van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel met de voorwaarde van een ernstig middel.
- Verzoeker toont niet genoegzaam aan dat hij ten gevolge van de bestreden beslissingen een nadeel ondervindt dat zowel ernstig als moeilijk herstelbaar is, en waarvoor de gevorderde schorsing hem kan vrijwaren. De tweede van de cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing is niet vervuld. Deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen. XII-5613-5/6 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig december 2008, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-5613-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.189.129 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.