id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.189.231 Rolnummer: A. 83207/X-8856 Zaak: Arrest 189231 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 29/12/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-01-09 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 12:08 Fiche Arrest nr 189.231 van 29 december 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.231 van 29 december 2008 in de zaak A. 83.207/X-
- In zake : de v.z.w. AKTIEKOMITEE VOOR MILIEUBESCHERMING TE MERELBEKE, die woonplaats kiest bij P. CLAUS, wonende te 9820 MERELBEKE, Kloosterstraat 56 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de v.z.w. AKTIEKOMITEE VOOR MILIEUBESCHERMING TE MERELBEKE op 29 maart 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse regering van 28 oktober 1998 houdende definitieve vaststelling van een gedeelte van het gewestplan Gentse en Kanaalzone op het grondgebied van de gemeenten Assenede, Destelbergen, De Pinte, Evergem, Gent, Laarne, Lochristi, Lovendegem, Melle, Merelbeke, Moerbeke, Nevele, Sint-Martens-Latem, Wachtebeke, Wetteren en Zelzate, met name “de vernietiging van een bepaalde wijziging van het gewestplan, nl. de wijziging op het grondgebied Zwijnaarde (Gent), te weten de wijziging van een bufferzone op het zgn. ‘Eiland’, zoals aangegeven op aangehecht plan”, evenals “de kaarten met de bestaande fysische en juridische toestand van het gewestplan (art. 2 van het bestreden besluit), alsook de vereiste in art. 3 van het bestreden besluit nl. dat een BPA moet opgesteld worden voor onder meer het ‘Teleport’, ‘het bijzonder reservatiegebied (na sanering)’ ”, en artikel 4 “waar de minister bevoegd voor de Ruimtelijke Ordening belast wordt met de uitvoering van dit besluit”; Gelet op het arrest nr. 88.988 van 14 juli 2000 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; X-8856-1/7 Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 22 augustus 2000 ingediend door de verzoekende partij; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur J. CLEMENT; Gelet op de beschikking van 3 maart 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 14 juli 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 26 september 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van Dhr. P. CLAUS, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat W. LAMMENS, die loco advocaat V. TOLLENAERE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- In haar memorie van antwoord werpt de verwerende partij volgende exceptie van onontvankelijkheid op: “In casu is aan het rechtens vereiste belang niet voldaan door de territoriale beperking van art. 3 van de statuten van verzoekster. In haar arrest met nr. 88.988 d.d. 14.07.2000 (zaak A.83.207/X-8856) besliste uw Raad reeds dat het statutair doel van verzoekende partij het werkingsgebied van de vereniging wat betreft de ruimtelijke ordening beperkt tot ‘het grondgebied van Merelbeke’ en dit dan nog ‘in functie van’ de onder punt 1 aangegeven ‘werkelijke milieubescherming in al haar vormen’. X-8856-2/7 Uw Raad stelde vast dat het bestreden besluit een gedeelte van het gewestplan Gentse en Kanaalzone op het grondgebied van de gemeenten Assenede, Destelbergen, De Pinte, Evergem, Gent, Laarne, Lochristi, Lovendegem, Melle, Merelbeke, Moerbeke, Nevele, Sint-Martens-Latem, Wachtebeke, Wetteren en Zelzate definitief heeft vastgesteld en dat het, in zoverre het door verzoekster wordt aangevochten, met name in zoverre het een bepaalde wijziging (betreft) van het gewestplan, nl. de wijziging op het grondgebied Zwijnaarde (Gent), te weten de wijziging van een bufferzone op het zgn. ‘Eiland’ zoals aangegeven op het plan, bestemmingsvoorschriften vaststelt voor een gebied dat is gelegen niet op het grondgebied van de gemeente Merelbeke, maar op het grondgebied van de stad Gent, zodat de vordering het statutair doel van de verzoekende partij te buiten gaat. Uw Raad besliste terecht: ‘dat de door verzoekende partij aangevoerde argumentatie met betrekking tot een ‘territoriale binding met Merelbeke’, en de ‘milieuimpact’ van het bestreden besluit buiten de grenzen van de stad Gent hieraan niets afdoet; dat de door de verwerende en de tussenkomende partij opgeworpen exceptie van niet-ontvankelijkheid gegrond is.’ (...) Wat betreft de ruimtelijke weerslag stelt verzoekster: ‘Bovendien heeft de bestemming en functie van dit gebied een duidelijke ruimtelijke weerslag op het grondgebied van de gemeente Merelbeke. Dit is evident zo omdat het hier gaat over een grootschalige ingreep over een oppervlakte van meer dan 70ha en het onredelijk zou zijn te zeggen dat de milieuimpact hiervan beperkt is tot Gent.’ Het nadeel dat verzoekster lijdt dient aldus gezocht te worden in de ruimtelijke weerslag op het grondgebied Merelbeke. De door verzoekster beweerde ruimtelijke inslag is vaag en nietszeggend. Verzoekster slaagt er niet in om deze ruimtelijke weerslag aan te tonen. In casu is het nadeel aldus niet bewezen. (...) Uit hetgeen hierboven (...) is uiteengezet aangaande het gebrek aan territoriale binding tussen de vordering van verzoekster en het grondgebied van Merelbeke, inclusief de verwijzing naar het arrest van uw Raad, (...), volgt meteen ook dat verzoekster geen rechtstreeks en persoonlijk belang heeft bij het instellen van de vordering. Het gebrek aan rechtstreeks en persoonlijk belang van verzoekster is immers reeds gebleken uit het arrest van uw Raad in de procedure aangaande het schorsingsberoep van verzoekster ten aanzien van het thans bestreden besluit, (...), alsmede in het arrest van uw Raad in de procedure aangaande het schorsingsberoep van verzoekster m.b.t. de bouwvergunning, meer bepaald de vergunning voor ‘het wijzigen van het reliëf voor de inrichting van een slibverwerkingscentrum en een monodeponie voor baggerspecie’. In beide arresten werd het verzoek tot schorsing verworpen wegens gebrek aan persoonlijk en rechtstreeks belang. (...) Ingevolge het specialiteitsbeginsel dienen de statutaire bepalingen betreffende het maatschappelijk doel voldoende precies te zijn om aan te tonen dat het voorwerp van het beroep direct en specifiek past binnen het door de verzoekende vereniging betrachte doel. Een grondig onderzoek dringt zich op. (...) Verzoekster dient aannemelijk te maken waarom het bestreden besluit de belangen van haar leden zou aantasten en afbreuk zou doen aan haar doelstellingen. Uit de statuten van verzoekster blijkt dat haar maatschappelijk doel er in de eerste plaats in bestaat een werkelijke milieubescherming in al haar vormen te betrachten. Deze doelstelling heeft een algemene draagwijdte en staat gelijk X-8856-3/7 met een actio popularis indien de handeling die wordt aangevochten geen algemene draagwijdte heeft - even algemeen als die van de doelstelling waarop verzoekster haar beroept - doch een specifieke strekking heeft. Terzake gaat het om een beroep tot nietigverklaring van een deel van het Gewestplan Gentse en Kanaalzone buiten het territoriaal werkingsveld van verzoekster en niet om een beroep tegen een algemene maatregel met betrekking tot het milieu en de milieubescherming”. 2.
- De verenigingen zonder winstoogmerk kunnen krachtens de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, in rechte optreden ter verdediging van het doel of de doeleinden waarvoor zij zijn opgericht. Voor de Raad van State kunnen die verenigingen in rechte optreden op voorwaarde dat zij de rechtspersoonlijkheid bezitten en mits te voldoen aan de voorwaarden die gelden voor alle andere fysieke en rechtspersonen, te weten doen blijken van een persoonlijk, rechtstreeks, actueel en geoorloofd belang alsmede van de vereiste hoedanigheid. Een vereniging getuigt van de vereiste hoedanigheid wanneer de ingestelde vordering kan worden ingepast in het doel dat zij zich heeft gesteld, dit doel niet samenvalt met de behartiging van het algemeen belang zelf en evenmin samenvalt met het persoonlijk belang van de leden van de vereniging, en er een band van evenredigheid bestaat tussen het materieel en territoriaal actieterrein van de verzoekende partij enerzijds en de draagwijdte van de bestreden beslissing anderzijds. 2.
- Artikel 3 van de statuten van de verzoekende partij luidt als volgt: “Art.
- Haar doel is:
- Het verwezenlijken van een werkelijke milieubescherming in al haar vormen.
- Het plaatsen van de ruimtelijke ordening van het grondgebied van de gemeente Merelbeke in functie van deze milieubescherming.
- Het bestendig informeren van de bevolking en het adviseren van de openbare besturen van dit gebied.
- Het voeren van elke gepaste actie tot verwezenlijking van deze doeleinden”. 2.
- Het tweede punt van het statutaire doel van de verzoekende partij beperkt het werkingsgebied van de vereniging wat betreft de ruimtelijke ordening tot “het grondgebied van de gemeente Merelbeke”, en dit “in functie van” de onder punt 1 aangegeven “werkelijke milieubescherming in al haar vormen”. Het bestreden besluit stelt een gedeelte van het gewestplan Gentse en Kanaalzone definitief vast op het grondgebied van de gemeenten Assenede, Destelbergen, De Pinte, Evergem, Gent, Laarne, Lochristi, Lovendegem, Melle, X-8856-4/7 Merelbeke, Moerbeke, Nevele, Sint-Martens-Latem, Wachtebeke, Wetteren en Zelzate. In zoverre het door de verzoekende partij wordt aangevochten, met name in zoverre het “de vernietiging (betreft) van een bepaalde wijziging van het gewestplan, nl. de wijziging op het grondgebied Zwijnaarde (Gent), te weten de wijziging van een bufferzone op het zgn. ‘Eiland’, zoals aangegeven op aangehecht plan”, stelt het bestreden besluit bestemmingsvoorschriften vast voor een gebied dat is gelegen op het grondgebied van de stad Gent. De ordening, op ruimtelijk vlak, van de gemeente Merelbeke blijft ongewijzigd en wordt ook niet beïnvloed door het bestreden besluit. Het besluit heeft aldus geen uitstaans met “de ruimtelijke ordening van het grondgebied van de gemeente Merelbeke”. De door de verzoekende partij aangevoerde argumenten met betrekking tot een “territoriale binding met Merelbeke” en de “milieu impact” van het bestreden besluit buiten de grenzen van de stad Gent doen niets af aan deze vaststelling. Er kan wel aanvaard worden dat de bestreden gewestplanwijziging, ook al heeft deze geen betrekking op het grondgebied van de gemeente Merelbeke, een ongunstige weerslag kan hebben op het leefmilieu in die gemeente, doch dit volstaat niet om te stellen dat de vordering kan worden ingepast in het doel van de verzoekende partij. 2.
- De verzoekende partij verwijst tevens naar het eerste punt van haar maatschappelijk doel, “het verwezenlijken van een werkelijke milieubescherming in al haar vormen”. Volgens de verzoekende partij is deze doelstelling in wezen niet beperkt tot het grondgebied van de gemeente Merelbeke. Deze doelstelling is echter te vaag en te alomvattend geformuleerd om de verzoekende partij de kwaliteit te verlenen om eendere welke vordering in te stellen tegen eendere welke beslissing die een weerslag op het leefmilieu kan hebben. Er kan niet aangenomen worden dat, via het oprichten van een vereniging, een verzoekende partij zich de mogelijkheid verschaft een actio popularis in te stellen. 2.
- Ten slotte verwijst de verzoekende partij in haar laatste memorie naar het decreet van 6 december 2002 houdende instemming met het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, en de Bijlagen I en II, ondertekend te Aarhus op 25 juni 1998, en meer bepaald naar de artikelen 2.5, 9.3 en 9.5 van dit Verdrag. X-8856-5/7 Artikel 9.3 van het Verdrag luidt als volgt: “
- Aanvullend op en onverminderd de in het voorgaande eerste en tweede lid bedoelde herzieningsprocedures, waarborgt elke Partij dat leden van het publiek, wanneer zij voldoen aan de eventuele in haar nationale recht neergelegde criteria, toegang hebben tot bestuursrechtelijke of rechterlijke procedures om het handelen en nalaten van privé-personen en overheids- instanties te betwisten die strijdig zijn met bepalingen van haar nationale recht betreffende het milieu”. Artikel 2.5 van het Verdrag bepaalt: “
- Wordt onder ‘het betrokken publiek’ verstaan het publiek dat gevolgen ondervindt, of waarschijnlijk ondervindt van, of belanghebbend is bij, milieubesluitvorming; voor de toepassing van deze omschrijving worden niet- gouvernementele organisaties die zich inzetten voor milieubescherming en voldoen aan de eisen van nationaal recht geacht belanghebbende te zijn”. De hierboven geciteerde bepalingen van het Verdrag hebben niet tot gevolg dat een milieuvereniging zonder enige beperking over de vereiste kwaliteit beschikt om gerechtelijke procedures in te leiden tegen om het even welke beslissing die het leefmilieu mogelijks zou beïnvloeden en doen derhalve geen afbreuk aan de hierboven gestelde voorwaarden met betrekking tot de vereiste hoedanigheid om in rechte te treden. Die voorwaarden zijn niet in strijd met de bepalingen van dit Verdrag. 2.
- De exceptie van de verwerende partij is gegrond. Het beroep is om deze reden niet ontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. X-8856-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig december 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, de H. S. DE TAEYE, staatsraad, door de voorzitter van de Raad van State aangewezen ter vervanging van de heer J. BOVIN, staatsraad, verhinderd wegens ziekte na de debatten te hebben bijgewoond en na te hebben deelgenomen aan het beraad. de H. J. VAN NIEUWENHOVE, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-8856-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.189.231 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2000:ARR.88.988 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div