id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 17 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.1.913 Rolnummer: A. 186407/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 1913 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 17/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-22 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 07:30 Fiche Beschikking nr 1.913 van 17 januari 2008 Vreemdelingen - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 1913 van 17 januari 2008 in de zaak A. 186.407 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat Y. SAENEN, kantoor houdende te 2400 MOL, Colburnlei 22 tegen: de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Iraanse nationaliteit, op 21 december 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 3914 van 22 november 2007 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de ontvangst van het administratief dossier op 14 januari 2008; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; In een eerste middel wordt de schending ingeroepen van artikel 62 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet). De formele motiveringsplicht heeft tot doel de procespartij in kennis te stellen van de redenen waarom het administratief rechtscollege de beslissing heeft genomen, zodat kan worden beoordeeld of er aanleiding toe bestaat de beroepen in te stellen waarover hij beschikt. De bestreden beslissing is formeel met redenen omkleed. De toetsing van de formele motivering houdt in beginsel niet de beoordeling in van de inhoud van de motieven. Uit de lezing van het middel blijkt dat de verzoekende partij de materiële motiveringsplicht geschonden acht. Wanneer de Raad van State als cassatierechter een jurisdictionele beslissing aan de wet toetst, treedt hij niet op als rechter in hoger beroep die op aanvraag van de rechtzoekende de ware toedracht van de feiten gaat beoordelen. Het feit dat de verzoekende partij het niet 186.407-1/3 eens is met de beoordeling van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen maakt op zich geen middel uit tot vernietiging van de bestreden beslissing. Een tweede middel wordt afgeleid uit de schending van de zorgvuldigheidsplicht en de fundamentele rechten van de mens zoals die blijken uit het Europees Verdrag van 4 november 1950 tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, goedgekeurd bij wet van 13 mei 1955. In wezen stelt de verzoekende partij dat er geen deugdelijke belangenafweging is gedaan omdat zij bij terugkeer in haar land van herkomst zeker zal worden vervolgd. Dit middel komt neer op een vraag tot het opnieuw beoordelen van de gegevens van de zaak door de Raad van State, wat, zeker in het kader van een voorziening in cassatie, uitgesloten is. Uit het onderzoek van het cassatieberoep blijkt dus dat het niet voldoet aan de vereisten voor de toelaatbaarheid ervan, bepaald in artikel 20, §2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. 186.407-2/3 Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken, op zeventien januari tweeduizend en acht, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. E. BREWAEYS. 186.407-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.1.913 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.