id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 17 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.1.914 Rolnummer: A. 186470/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 1914 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 17/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-22 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 07:30 Fiche Beschikking nr 1.914 van 17 januari 2008 Vreemdelingen - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 1914 van 17 januari 2008 in de zaak A. 186.470 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat B. BEKAERT, kantoor houdende te 9050 GENT, Yzerweglaan 15 tegen: de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Russische nationaliteit, op 26 december 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 3894 van 22 november 2007 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de ontvangst van het administratief dossier op 14 januari 2008; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; In een enig middel wordt de schending ingeroepen van artikel 48/4 juncto artikel 39/65 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet). In de bestreden beslissing wordt het relaas van de verzoekende partij op omstandig gemotiveerde wijze ongeloofwaardig bevonden. De verzoekende partij maakt niet aannemelijk dat zij andere elementen heeft aangevoerd. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen kon bijgevolg met die motivering de aanvraag tot het bekomen van de in artikel 48/4 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen voorziene subsidiaire beschermingsstatus afwijzen. Voor het overige wenst de verzoekende partij dat 186.470-1/2 de Raad van State de gegevens van de zaak, met het oog op het bekomen van de subsidiaire beschermingsstatus, opnieuw zou beoordelen, wat, zeker in een voorziening in cassatie, uitgesloten is. Uit het onderzoek van het cassatieberoep blijkt dus dat het niet voldoet aan de vereisten voor de toelaatbaarheid ervan, bepaald in artikel 20, §2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken, op zeventien januari tweeduizend en acht, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. E. BREWAEYS. 186.470-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.1.914 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.