← België

Cassatiebeschikking 1923 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 17/01/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 17 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.1.923 Rolnummer: A. 186426/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 1923 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 17/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-22 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-06-29 07:30 Fiche Beschikking nr 1.923 van 17 januari 2008 Vreemdelingen - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 1923 van 17 januari 2008 in de zaak A. 186.426 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat N. BERGMANS, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Britselei 7 tegen: de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Armeense nationaliteit, op 24 december 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 3898 van 22 november 2007 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de ontvangst van het administratief dossier op 14 januari 2008; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; In een eerste middel wordt de schending aangevoerd van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, alsook van artikel 62 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen is een administratief rechtscollege. Bijgevolg is de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen niet van toepassing op zijn beslissingen. Uit de uiteenzetting van het eerste middel blijkt voorts dat de verzoekende partij opkomt tegen de inhoudelijke motieven van de bestreden beslissing en 186.426-1/3 wil dat de Raad van State de feitelijke beoordeling van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen overdoet. Wanneer de Raad van State als rechter in cassatie een jurisdictionele administratieve beslissing aan de wet toetst, treedt hij niet op als rechter in hoger beroep die op aanvraag van de rechtzoekende de ware toedracht van de feiten gaat beoordelen. In een tweede middel roept de verzoekende partij de schending in van artikel 3 van het Europees verdrag van 4 november 1950 tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, goedgekeurd bij wet van 13 mei 1955. Zij stelt dat een terugkeer naar het land van herkomst een gevaar oplevert voor haar gezondheid, maar dit in zijn geheel niet werd onderzocht door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het middel zet niet voldoende concreet uiteen hoe de aangehaalde verdragsbepaling door de aangevochten beslissing zou zijn geschonden. Uit het onderzoek van het cassatieberoep blijkt dus dat het niet voldoet aan de vereisten voor de toelaatbaarheid ervan, bepaald in artikel 20, §2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. 186.426-2/3 Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken, op zeventien januari tweeduizend en acht, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. E. BREWAEYS. 186.426-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.1.923 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.