← België

Cassatiebeschikking 1984 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 22/01/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 22 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.1.984 Rolnummer: A. 186467/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 1984 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 22/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-28 Raadplegingen: 47 - laatst gezien 2026-06-29 07:31 Fiche Beschikking nr 1.984 van 22 januari 2008 Vreemdelingen - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 1984 van 22 januari 2008 in de zaak A. 186.467 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat A. MOSKOFIDIS, kantoor houdende te 3600 GENK, Rootenstraat 21/18 tegen: de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Libanese nationaliteit, op 27 december 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 4299 van 29 november 2007 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de ontvangst van het administratief dossier op 16 januari 2008; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; In een enig middel voert de verzoekende partij de schending aan van de artikelen 39/65 en 48/4 van wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet), van artikel 1, A, 2), van het verdrag betreffende de status van vluchtelingen, ondertekend te Genève op 28 juli 1951 (Conventie van Genève), goedgekeurd bij wet van 26 juni 1953, van het redelijkheidsbeginsel, alsook dat er sprake is van een manifeste appreciatiefout. Uit de lezing van het middel blijkt dat de verzoekende partij de materiële motiveringsplicht geschonden acht. Wanneer de Raad van State als cassatierechter een jurisdictionele beslissing aan de wet toetst, treedt hij niet op als rechter in hoger beroep die op aanvraag van de rechtzoekende de ware toedracht van de feiten gaat beoordelen. Het feit 186.467-1/3 dat de verzoekende partij het niet eens is met de beoordeling van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen maakt op zich geen middel uit tot vernietiging van de bestreden beslissing. De bestreden beslissing stelt vast dat de verzoekende partij geen elementen aanbrengt die aantonen dat zij van de subsidiaire bescherming kan genieten en motiveert waarom dit te dezen het geval is. Deze motivering volstaat. De verzoekende partij toont niet aan dat deze redenen onwettig zijn. Artikel 1, A van de Conventie van Genève heeft geen rechtstreekse werking. Zoals uit de benaming alleen reeds blijkt, zijn de algemene beginselen van behoorlijk bestuur - waaronder het redelijkheidsbeginsel - niet van toepassing op de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen die een administratief rechtscollege is. Uit het onderzoek van het cassatieberoep blijkt dus dat het niet voldoet aan de vereisten voor de toelaatbaarheid ervan, bepaald in artikel 20, §2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. 186.467-2/3 Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken, op tweeëntwintig januari tweeduizend en acht, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. E. BREWAEYS. 186.467-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.1.984 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.