id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 22 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.1.993 Rolnummer: A. 186430/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 1993 - Dienst Vreemdelingenzaken - 22/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-11 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-06-29 07:31 Fiche Beschikking nr 1.993 van 22 januari 2008 Vreemdelingen - Dienst Vreemdelingenzaken Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 1993 van 22 januari 2008 in de zaak A. 186.430 In zake :
- XXXXX,
- XXXXX die woonplaats kiezen bij advocaat E. SCHOUTEN, kantoor houdende te 1210 BRUSSEL, Haachtsesteenweg 55 tegen: de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX en XXXXX, beiden van Afghaanse nationaliteit, op 26 december 2007 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 4400 van 30 november 2007 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de ontvangst van het administratief dossier op 16 januari 2008; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Uit de uiteenzetting van de beide middelen blijkt dat de verzoekende partijen van oordeel zijn dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ten onrechte niet heeft aangenomen. De feitenrechter oordeelt op onaantastbare wijze over het bestaan van een dergelijk nadeel. Het komt niet aan de Raad van State toe het oordeel van de feitenrechter over de grond van de zaak over te doen. Luidens art. 14, §2, R.v.St.-wet treedt de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in geval van cassatieberoep “niet in de beoordeling van de zaak zelf”. 186.430-1/2 Uit het onderzoek van het cassatieberoep blijkt dus dat het niet voldoet aan de vereisten voor de toelaatbaarheid ervan, bepaald in artikel 20, §2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, BESLUIT: Artikel
- Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken, op tweeëntwintig januari tweeduizend en acht, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. E. BREWAEYS. 186.430-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.1.993 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.