← België

Cassatiebeschikking 2108 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 11/02/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 11 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.2.108 Rolnummer: A. 186843/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 2108 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 11/02/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-20 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 07:36 Fiche Beschikking nr 2.108 van 11 februari 2008 Vreemdelingen - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 2108 van 11 februari 2008 in de zaak A. 186.843 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat J. ENGELEN, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Residentie Prinsenhof Catharinaplein 15 tegen: de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Keniaanse nationaliteit, op 28 januari 2008 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 5191 van 19 september 2007 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de ontvangst van het administratief dossier op 7 februari 2008; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; In een enig middel wordt de schending ingeroepen van de materiële motiveringsplicht. In dit middel brengt de verzoekende partij kritiek uit op de motivering van de bestreden beslissing omtrent de toewijzing van de tolk bij het Commissariaat- generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. De bestreden beslissing motiveert waarom zij van oordeel is dat de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen de regels inzake de bijstand van een tolk correct heeft toegepast. De verzoekende partij voert niet de onwettigheid aan van deze motieven. Het feit dat men het niet eens is met de beslissing of dat de motivering niet overeenstemt met de stelling die men voor de rechter had ingeroepen is geen reden tot cassatie. 186.843-1/2 Uit het onderzoek van het cassatieberoep blijkt dus dat het niet voldoet aan de vereisten voor de toelaatbaarheid ervan, bepaald in artikel 20, §2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken, op elf februari tweeduizend en acht, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. E. BREWAEYS. 186.843-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.2.108 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.